interview

Mohamed Ridouani: ‘Zo onmetelijk als de ruimte was, zo onbereikbaar leken mijn dromen’

'Wie in een bescheiden milieu opgroeit, heeft meestal bescheiden ambities. Er wordt je niet geleerd groots te denken'

‘Als het vuur dooft, naderen de wolven’, zegt Mohamed Ridouani en niemand hoeft zich vooralsnog zorgen te maken. Zijn vuur is nog niet gedoofd. Niet in de strijd tegen corona, niet in het engagement. Hoe vermoeiend ook dit jaar al was. Wat je nodig hebt voor deze job? ‘Il faut aimer les gens.’

Over die wolven vertelt de burgemeester van Leuven net voor hij zijn Peugeot Partner instapt en vertrekt. Die auto is een detail, maar omdat hij al vaker vertelde dat hij zijn job bij Deloitte en zijn zwarte Alfa Romeo met rode zetels opgaf om in 2006 schepen te worden, valt het je op. De fotograaf is iets anders opgevallen. We waren drie uur buiten in die hitte die maar niet gewoon wordt. ‘Ik zag bij mijnheer Ridouani niet één zweetdruppeltje. Niet op zijn gezicht, geen streepje op zijn hemd.’ Toen we aankwamen, had hij zelf al gezegd: ‘De hitte van augustus verdraag ik beter dan die van juli. Ze is anders.’ Zelf weggesmolten rijd je weg met dat raadsel.

Hij mailt, een dag later. ‘Ik kan inderdaad goed tegen de warmte. Dat ligt misschien aan mijn mediterraan gestel. Ik zie me mijn oude dag nog slijten onder een olijfboom, kauwend op een suikerstokje.’

Ik kan goed tegen de warmte. Dat ligt misschien aan mijn mediterraan gestel. Ik zie me mijn oude dag slijten onder een olijfboom, kauwend op een suikerstokje.
Mohamed Ridouani
Burgemeester van Leuven

Hier zijn de bomen al oud en deze vijvers, de ‘vijvers van Bellefroid’, zijn dat ook. Twee eeuwelingen, uitgegraven door een al even oude familie Bellefroid, om er vis op uit te zetten, te kweken en later te verkopen. Samen 21 hectare groot (de burgemeester maakt het aanschouwelijk: ‘40 voetbalvelden’), verstopt in Wilsele, en voor bijna alle Leuvenaars een ontdekking toen de stad het domein aankocht en als aanwinst aankondigde. ‘Toen ik burgemeester werd, was dit een prioriteit. Deze stad kan extra natuur gebruiken. Maar toen ik de eerste keer bij de eigenares aanklopte, had ze geen interesse. ‘Oké’, zei ik, ‘maar ik wil geen verloedering. Jullie moeten het op eigen kosten onderhouden.’ Toen hielp de natuur. Op een nacht sloeg de bliksem op de vijver tijdens een zwaar onweer. Plots kwamen dode vissen bovengedreven. De familie riep de hulp van de brandweer in en toen ik dat hoorde…’

(Pauze. Beste lezer, stelt u zich even een brede grijns op het gezicht van de wandelende burgemeester voor? OK. Het verhaal gaat nu verder.)

‘… toen achtte ik mijn moment gekomen. Ik belde de mevrouw. ‘Het is uw privévijver. U bent er verantwoordelijk voor dat die vis eruit gehaald wordt en met het oog op de volksgezondheid ook snel.’ Een paar dagen later belde ze me om te praten. We betaalden 330.000 euro. De bliksem heeft geholpen. (glimlacht) Dit was een immanente tussenkomst van hierboven.’

Mohamed Ridouani (41)

Mohamed Ridouani is geboren in Leuven. Hij studeerde bedrijfsbeheer aan wat nu de UCLL is, en handelswetenschappen aan de KU Leuven. Ridouani ging als bedrijfsconsultant werken bij Deloitte, tot hij na de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 voor Spirit schepen werd in Leuven. In 2012 werd hij voor de sp.a verkozen en werd hij opnieuw schepen, van onder meer personeelszaken, onderwijs, economie, leefmilieu en vastgoed. Toenmalig burgemeester Louis Tobback stelde hem in 2015 voor als kandidaat-opvolger. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2018 behaalde Ridouani 10.059 voorkeurstemmen. Op 1 januari 2019 legde hij de eed af als burgemeester. Ridouani is getrouwd en heeft twee zonen.

Uit Wilsele, waar die vijvers liggen vlak bij de Sportschuur en café De Schuur (‘dit is oud België’) en waar we wandelen, komen de voetballer Dries Mertens, de oud-renner Frans Verbeeck en de nieuwslezer Wim De Vilder. Weetjes van Wikipedia. Ook Ridouani woont er. Dat zegt de internetencyclopedie niet, maar mensen kennen hem. Ze groeten. Soms spreken ze hem aan. Hij heeft het ooit eerder gezegd. ‘Als ik van het stadskantoor door de Bondgenotenlaan naar het stadhuis wandel, word ik voortdurend aangesproken. De straat is mijn Twitter’, zei hij toen.

Nu zegt hij: ‘Het burgemeesterschap is bijzonder. Je bent bezig met het beheer en het aansturen van een hele stad, maar het verschil met een CEO is dat je zeer aanspreekbaar bent als je buitenkomt. Ik voel meteen de temperatuur. Mensen zeggen je alles: dat hun echtgenoot ziek is, dat ze op het punt staan een huis te kopen, dat hun huwelijk op springen staat. Eigenlijk ben ik net geen biechtvader. Ik kan daar emotioneel over worden. Net voor corona draaide ik een dagje mee in de Minder Mobielen Centrale (een taxidienst van vrijwilligers voor mensen met een beperkt budget, red.). Ik haalde Lambertine thuis in Heverlee op en bracht haar naar haar man in Woonzorgcentrum Betlehem in Herent. Onderweg vertelde ze me haar leven. Ze waren getrouwd, hadden een tankstation aan de Vaartkom, nu zat haar man daar. Ze gaat elke dag en die gehechtheid raakte me. Tijdens de lockdown belde ik Lambertine terug. Dat ze niet kon gaan, vond ze verschrikkelijk.’

In 2018, net voor de gemeenteraadsverkiezingen, verscheen ‘Verbinden boven verdelen’, een boekje van Mohamed Ridouani. 141 pagina’s, ondertitel: ‘Mensen zijn de oplossing, niet het probleem.’ Al zoveel politici schreven boeken, vooruit- of terugblikkend, later kom je ze wel eens tegen in de afprijsbakken. Hij wilde dit maken, schreef hij, om te kunnen blijven dromen. Iets later werd hij burgemeester. Hij citeerde Pipi Langkous: ‘Ik heb het nog nooit gedaan, dus ik denk wel dat ik het kan.’

Dit jaar is alles voor iedereen nieuw. Als u nu al terugblikt, wat was de belangrijkste dag van 2020?

Mohamed Ridouani: ‘Ik had een bijzonder unheimlich gevoel in de krokusvakantie. Corona zat niet meer aan de andere kant van de wereld in China, maar in Italië. De maandag nadien (2 maart, red.) riep ik de scholen bij elkaar en ik voelde ook bij hen ongerustheid. Daarna bracht ik de crisiscel bijeen en dezelfde dag gingen we in Leuven in een minilockdown. Tegen de nationale trend in. Als eerste stad sloten we alle openbare plekken. Dat was ‘fasten your seat belts’, maar meteen was het draagvlak bij de bevolking groot. Ik vond het aangrijpend hoe rustig het in de wijken was, ook in sociaal moeilijker wijken zoals Casablanca en Sint-Maartensdal. De speeltuinen waren leeg.'

(neemt het bankje vast waarop hij zit) 'Ik moet hout vasthouden, maar sindsdien deden we altijd wat we nodig vonden. Al voor de beslissing om de bubbel weer te verkleinen tot vijf, pleitten we daarvoor. We waren de eerste stad die mondmaskers uitdeelde aan haar inwoners, de eerste die ze verplichtte op de markten, ondanks een worsteling met de federale overheid. We voorzagen meteen in plexiglas waar nodig en in pasjes waarmee het zorgend personeel voorrang kreeg in winkels. Voor onze Leuven Helpt-actie hadden we binnen twee dagen 2.500 vrijwilligers. Tot in Nieuw-Zeeland is dat overgenomen. De graad van besmetting in Leuven is erg laag.’

Marc Van Ranst werkt hier natuurlijk.

Ridouani: (lacht) ‘Ja, de lijnen zijn heel kort. Ik bel heel vaak met Marc, maar ook met het Rega Instituut van Johan Neyts, met de mensen van het Heilig Hartziekenhuis en Gasthuisberg. In het begin dagelijks. Ik ben een spons met een gevoel voor urgentie. Maar ik wil wel aftoetsen: klopt wat ik denk en is wat ik wil billijk? Vandaag zitten we in een volgende fase waarin we de preventieaanpak zoals een Zwitsers uurwerk willen bijstellen. Maar ik besef dat ik in Leuven gezegend ben met zulke topadviseurs.’

Piet Vanthemsche schreef in deze krant vorige week: ‘De oorspronkelijk grote solidariteit heeft plaatsgemaakt voor een blame game.’ Van Ranst ontsnapt daar niet aan.

Ridouani: ‘Ik vrees dat deze geen ander verloop kent dan elke klassieke crisis. In het begin, toen we op adrenaline doorgingen en de economische impact nog beperkt was, was er meer positiviteit. Vandaag is iedereen moe en is iedereen hét moe. De aanname was dat de volgende golf in het najaar zou komen en niet al in de zomer. Reken erbij dat mensen de economische impact voelen en nog geen perspectief zien. Dan beginnen de emoties op te lopen en is het zwartepieten snel gebeurd. Maar ik ben daar alert voor.’

Hoezo?

Ridouani: ‘Wie in een leiderspositie zit, draagt een grote verantwoordelijkheid. Je moet perspectief bieden en moed inspreken. Je merkt dat mensen sneller hun beklag doen en gevoeliger zijn. Dan heb ik het niet over de mails die ik krijg met pseudowetenschappelijke artikels over mondmaskers, maar over wat gewone mensen schrijven die kwaad en gefrustreerd zijn. In veel gevallen heb ik er begrip voor. Om het met Rutger Bregman te zeggen: de meeste mensen deugen.’

Terwijl we het met houtsnippers aangelegde pad volgen, een cirkel rond de eerste vijver, neemt Ridouani de woorden in de mond die hij wel vaker gebruikt: verbinding, inclusief, samen, interactie, zorg, de nood aan anderen. Deze crisis, denkt hij, kan een catharsis zijn om het groepsdenken en de ‘oprechte menselijke samenleving’ die hij voor ogen heeft te boetseren. Met het beeld van de bliksem op de vijver: de natuur kan de correctie in gang zetten. ‘Winter is coming, zei Johan Thijs in jullie krant en ik geloof dat hij gelijk heeft. Maar de geschiedenis heeft bewezen dat mensen juist dan kracht vinden. Tegenover TINA, ‘there is no alternative’ dan groei en individualisme, staat nu een gemeenschap vormen.’

Wie in een bescheiden milieu opgroeit, heeft meestal bescheiden ambities. Er wordt je niet geleerd groots te denken.

Bewijzen de taferelen aan de kust vorig weekend niet iets anders? Niet zozeer de relschoppers in Blankenberge, wel de mensen die vinden dat het welletjes is met social distancing en naar de kust willen.

Ridouani: ‘Nee. Ik zou de groep die de regels volgt eens willen afzetten tegen die die de regels aan haar laars lapt. Je zou schrikken. Verder pleit ik voor verantwoordelijk leiderschap. Wees duidelijk en vermijd ruimte voor interpretatie. Ik vind dat de inconsequenties van de Nationale Veiligheidsraad niet bijdragen tot een goed beheer van deze crisis. Ik heb het al eerder een manifest gebrek aan leiderschap genoemd. Maak gewoon duidelijk wat wel en niet kan en wees consequent in de handhaving. Zeg ook niet: ‘Wij raden mondmaskers aan.’ Dat werkt niet. Zeg: ‘Hier is het verplicht.’

U vertelde ooit dat u een speech uit 1984 van toenmalig Democratisch presidentskandidaat Mario Cuomo zeer inspirerend vond. Van hem is echter ook de uitspraak: ‘You campaign in poetry, but you govern in prose.’ Tegenover dromen staat realiteit.

Ridouani: ‘Toch zie je dat de twee elkaar niet in de weg staan. Jacinda Ardern (de premier van Nieuw-Zeeland, red.) hanteert de aanpak van ‘soelaas en staal’. Je kan tegelijk zorgzaam én vastberaden zijn.’

Een vis toont zijn gouden schubben op het water, dat blinkt en een coloriet heeft alsof iemand deze ochtend een Instagram-filter over de vijver legde. We zien meeuwen, andere vogels, een blauwe reiger. Ridouani groeide op in de Mussenwijk. In een eenvoudige woning in de Jozef II-straat, gedeeld met twee andere gezinnen. Ze woonden er met negen. Toen hij 12 was, antwoordde hij op de vraag van het CLB ‘wat hij zou willen worden’ niet: ‘Burgemeester.’ ‘Ik wou iets economisch doen. Of in de ruimtevaart. Maar zo onmetelijk als de ruimte is, zo onbereikbaar leken die dromen. Wie in een bescheiden milieu opgroeit, heeft meestal bescheiden ambities. Er wordt je niet geleerd groots te denken. De drang om het beter te hebben was natuurlijk groot. Maar die had mijn vader ook gehad. Daarom was hij de Marokkaanse Rif ontvlucht.’

Een beeld verduidelijkt vaker iets. Hij zegt dat een mens twee ladders nodig heeft. De ene beklim je om het materieel beter te hebben. In zijn geval waren studeren, hamburgers bakken bij Quick en later werken bij Deloitte de treden op die ladder. De andere is nodig voor culturele verrijking. ‘Als je ouders niet taalrijk zijn, is een netwerk onbestaande. Ik had gigastress toen ik voor Deloitte voor het eerst op restaurant moest. Ik bestelde gerechten die ik niet kende. Maar het moest. Er is geen groei in de comfortzone, maar er was ook geen comfort in mijn groeizone. Alleen vergat ik de woorden van mijn vader nooit: ‘De winnaar is de verliezer die nooit opgeeft.’’

Als je ouders niet taalrijk zijn, is een netwerk onbestaande. Ik had gigastress toen ik voor Deloitte voor het eerst op restaurant moest. Ik bestelde gerechten die ik niet kende.

In de Mussenwijk leerde Ingrid Pira, later burgemeester van Mortsel maar toen actief in het Leuvens buurtproject De Straatmus, hem lezen en schrijven. Later geloofde de Quick-manager in ‘Mo’, zoals Mohamed in Leuven heette en heet. Nog invloeden: zijn baas bij Deloitte, Louis Tobback, ‘mijn ouders’, professor Nadia Fadil, die Ridouani in contact bracht met - vandaag nog - Vlaams Parlementslid Stijn Bex. Allemaal op die culturele ladder. Na de uren bij Deloitte zette hij met vrienden Klimop op, dat jongeren motiveerde om te studeren.

We halen er ‘mijn ouders’ uit. ‘Mijn vader was fan van Muhammad Ali. We keken niet alleen naar zijn boksmatchen, maar ook naar wat hij buiten de ring betekende. Dat charisma, die levenslust, zijn gretigheid. Hij durfde controversiële standpunten te uiten. Vandaag lijkt dat evident. Hoewel, kijk naar Black Lives Matter. Ik vond het ongelooflijk krachtig.’

De wereld stopte niet in Leuven.

Ridouani: ‘Nog niet hé. Kijk naar Beiroet. Libanon is een prachtig land, maar een en al tragiek. Eerst die burgeroorlog, dan de oorlog in 2006, de politieke instabiliteit, de economische moeilijkheden, nu dit. Ik was er twee keer. Een keer toen ik met een vriend backpackend door het Midden-Oosten trok en later toen ik met mijn vrouw naar Libanon reisde. Boven Beiroet, in Byblos, vroeg ik haar ten huwelijk. ‘Le pays des cèdres’, noemen ze het, maar de politieke poging om alle partijen in het systeem te betrekken leidde tot corruptie en zelfbediening. Ik las in The Economist dat de voedingsprijs er in een goed jaar met 246 procent gestegen is. Hoe het verder moet, weet ik niet. Ik weet alleen dat wie in de put zit, moet stoppen met graven.’

Waarom koos u Byblos uit voor een aanzoek?

Ridouani: ‘De mediterrane plas (de Middellandse Zee, red.) is het epicentrum van onze beschaving en ik ben een hobbygeschiedkundige. De wereldgeschiedenis is er gekneed en dat gebied lag vaak in het oog van de storm. Allerlei culturen verenigen zich daar. Ik vond de Levant een goede plek.’

En ‘The Ship Song’ van Nick Cave, ook over een bootje op de zee, een goede openingsdans op dat huwelijk? Uw vrouw Geertrui vertelde dat in een interview.

Ridouani: ‘Het is niet zijn bekendste, maar ik vind het heel mooi. Zoals ik ‘Suzanne’ van Leonard Cohen prachtig vind. Misschien staat dat wel bovenaan in de lijst met mijn meest afgespeelde songs. In de Nederlandse vertaling die Herman Van Veen zingt, blijft één zin me zeer bij: ‘Als men blijft geloven, kan de zwaarste steen niet zinken.’ Maar goed, een dansnummer is dat niet. ‘The Ship Song’ wel, al moest mijn vrouw me leren slowen.’

U danst niet?

Ridouani: ‘Toch wel. Alle culturen dansen. Maar mijn dans is exclusief. Als jonge gast leerde ik me de moves van Michael Jackson aan. Kijk. (plots schuiven zijn voeten over het pad met houtsnippers) Ik kan de moonwalk nog altijd.’

We moonwalken een halve vijver verder, tot bij twee houten muren met kijkgaten. Van hieruit kun je de tweede vijver zien. Ooit komen er spottershutten. Dit stukje kan nu alleen met een gids worden bewandeld, vanwege de fauna en flora. Er zijn bevers. Net nu het woord stiltegebied valt, valt het verkeer op de nabije E314 op. ‘Bwah’, zegt hij. ‘Natuurlijk ben je hier niet op de boerenbuiten. Maar zoveel natuur vlak bij het hart van de stad is toch bijzonder.’

Het is ook Beni Touzine niet, het plekje in het Rifgebergte dat Ahmed Ridouani in 1969 verliet. 51 jaar later vraag je aan zijn zoon of er nog een band is met dat land van al die lange kinderreizen met de Toyota Hiace. Een grootmoeder leeft nog, ze is 92, ze skypen. ‘Identiteit is zeer meerlagig en dat wis je niet uit. De Frans-Libanese schrijver Amin Malouf vergelijkt het met een appartementsblok: van buiten ziet het er als één blok uit, maar binnen zijn al die flats anders. Door de inrichting en door de mensen die er wonen. Geen twee zijn dezelfde.’

‘Natuurlijk blijft die band. We eten af en toe nog Marokkaans, Berbers is mijn moedertaal die ik met mijn ouders spreek, maar zij spreken ook Nederlands en ik heb andere talen geleerd: Arabisch, Frans, Engels, Duits, wat Spaans. Ik vond het prachtig toen Ketnet ooit ‘ewa ja’ tot woord van het jaar uitriep. Dat is echt een Berberse uitdrukking die ‘et alors’ betekent en die via YouTube in de jongerentaal is geslopen.’

Alle culturen dansen. Maar mijn dans is exclusief. Als jonge gast leerde ik me de moves van Michael Jackson aan. Ik kan de moonwalk nog altijd.

Deze week werd een filmpje uit 1979 opgerakeld waarin migrantenkinderen in Parijs vertelden over hun troosteloze leven in de bidonvilles buiten de hoofdstad. U zag het ook. Wat dacht u?

Ridouani: ‘1979 is mijn geboortejaar. Die kinderen zijn wellicht hun ouders geworden. Afzondering is het begin van veel ellende. Je sluit mensen niet alleen fysiek af, maar ook van mogelijkheden, zorg, cultuur, sport, onderwijs en openbaar vervoer.’

Leuven was Parijs toen niet, maar toen u twee jaar geleden de eed aflegde als burgemeester, was uw vader daarbij. Hoe was dat voor hem?

Ridouani: ‘Het is nog altijd een knoop in zijn hoofd dat zijn zoon burgemeester is én de baas van de politie. Als 16-jarige arbeidsmigrant in Leuven moest hij opletten dat hij niet in aanraking kwam met de politie. Deze stad was wel zijn geluk. Hij kon bij Vleminckx Sauzen in Oud-Heverlee werken, maar op een dag dacht hij naar Brussel te verhuizen om bij STIB als tramchauffeur te beginnen. Mijnheer Vleminckx raadde hem dat af: ‘Dat moet je niet doen, Ben, dat is niet bevorderlijk voor je gezin.’ Iedereen noemde mijn vader Ben. Vleminckx heeft een steen verlegd, want hij had gelijk.’

‘Waren we in Molenbeek gaan wonen, dan was ons leven helemaal anders uitgedraaid. Nu zegt men vaak dat ik een grote sprong voorwaarts gemaakt heb, door met een naam als Mohamed burgemeester te worden. Dat is een pluim voor deze stad die niet naar afkomst maar naar toekomst kijkt. Maar eigenlijk zette mijn vader de grootste stap. In de Rif moest hij hout sprokkelen om te verkopen. Daar vertrekken was cruciaal.’

Monsters

In ‘Macht en verbeelding’, een nog dunner boekje van de Amsterdamse burgemeester Femke Halsema, wordt de theoloog Walter Brueggemann geciteerd: ‘Herinnering produceert hoop zoals geheugenverlies wanhoop produceert.’ Ze schrijft erbij: ‘Alleen als je weet welke grote veranderingen een gemeenschap in het verleden heeft ondergaan, ben je bereid je voor te stellen dat verandering opnieuw mogelijk is, en dat de toekomst beter wordt.’

Hij knikt. ‘Ook nu we het zo moeilijk hebben, behoud ik het geloof dat we het morgen beter kunnen hebben. Ik las onlangs ‘Leven en lot’ van Vasili Grossman over het leven van families in Rusland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mensen pleegden er kleine daden van verzet om anderen te helpen en ik geloof dat grote genegenheid, liefde en dromen niet verdwijnen. In utopie zit ook verlangen. Antonio Gramsci, die onder het fascisme in Italië in de gevangenis crepeerde, schreef iets als: ‘De oude wereld sterft af, de nieuwe wereld is nog niet klaar om geboren te worden en in dat clair-obscur houden de monsters zich op.’ Dat klopt, kijk naar hoe populisten zoals Trump, Bolsonaro en Orbán en het Vlaams Belang bij ons allerlei agenda’s proberen door te voeren. Maar ik kom dan terug op die utopie: ik blijf geloven dat je de grote substroom niet kunt tegenhouden. Soms neigt het verstand naar pessimisme, maar het hart legt zich niet neer bij de conclusies van het verstand.’

Gramsci was een communist.

Ridouani: (lacht) ‘Hij beterde later zijn leven en schoof wat naar het centrum op.’

De Vlaamse socialisten worden nu geleid door Conner Rousseau. Hoe is jullie band? Jullie lijken tegenpolen.

Ridouani: ‘Dat is veel gezegd, maar ik vind het ook niet nodig dat aan de top van een partij dezelfde mensen zitten. Integendeel. Kijk naar de laatste succesrijke periode: Steve Stevaert, Patrick Janssens, Freya Van Den Bossche en Johan Vande Lanotte verschilden heel erg.’

Dat is wel even geleden en nu u de naam laat vallen… Rousseau werd al vergeleken met Stevaert, maar Rik Van Cauwelaert waarschuwde: ‘Denk eraan hoe het met Stevaert afliep.’

Ridouani: ‘Hij is wijs genoeg om de valkuilen te kennen. En dat gedoe over die sneakers van 300 euro… Mensen zijn niet dom en op het einde vraagt niemand naar je schoenen, maar wel of de bezorgdheden gehoord worden en of er oplossingen zijn. Stijl, klederdracht en taal spelen dan niet. Ik ben er zeker van dat we met de voorzitter op kop een nieuwe generatie hebben die nog gaat verrassen.’

Ik ben er zeker van dat we met de voorzitter op kop een nieuwe generatie hebben die nog gaat verrassen.

Jullie onderhandelen mee over de nieuwe regering. Ik hoor dat uw naam valt voor een ministerportefeuille.

Ridouani: (denkt lang na) ‘Het heeft weinig zin daar vandaag een zinnig antwoord op te proberen geven. Ik ben verkozen als burgemeester, een mandaat dat ik zeer graag doe, maar politiek is onberekenbaar. Ik kan onmogelijk voorspellen hoe de politieke wereld evolueert. Ik zit in het partijbureau en volg het op de voet. Ik weet dat we nog maar één kans hebben om een regering op de been te brengen. Een regering die dit land in een juiste richting kan sturen. Het is belangrijk dat de twee grote krachten aan beide zijden van de taalgrens daar nu over praten.’

Maar blijft u burgemeester tot 2024?

Ridouani: ‘Van mijn politieke voorganger heb ik geleerd geen gewaagde uitspraken te doen over mijn eigen carrière. Een aantal jaar geleden was het ondenkbaar dat ik burgemeester zou worden. Plots was het momentum daar. Niemand moet eraan twijfelen dat ik dit graag doe. Maar Jeremy Paxman zei: ‘It always ends in tears.’ (glimlacht) Je moet alleen hopen dat die tranen niet te vroeg komen.’

Kriebelt het niet om in die eventuele regering verantwoordelijkheid op te nemen?

Ridouani: ‘De dag dat ik die kriebels niet meer heb, moet ik de vacatures uitpluizen. Als ik niet meer het gevoel heb dat ik kan meewerken om iets in een bepaalde richting te duwen, moet ik stoppen. Dat moet je op verschillende niveaus doen. Op dit ogenblik is het in de Wetstraat huilen met de pet op. Die eindeloze sleur van impasses en manoeuvrekes, terwijl er zoveel nood is aan een stabiele regering voor het publiek belang.’

Dus: welk departement gaat u leiden?

Ridouani: (schatert) ‘Ze hebben toch nog een premier nodig, niet?’

Enjoy nature. Enjoy the day. Carpe diem. Good luck. De liefdesbank.

Al die woorden staan gekerfd in een paar houten bankjes op het pad langs deze vijvers en nu we hier terug zijn, zit daar Fernand Thomas. Short. Sletsen. Marcelleke. ‘Wilde gelle iets drinken, mannen?’ Vijftig meter verder werd Fernand geboren, hij woont hier nog altijd. Als kind al kroop hij door de omheining om te ravotten. Fernand is geen kind meer, maar aan zijn enthousiasme merk je niets. Toen de stad dit gebied kocht, vroeg hij of hij die bankjes mocht maken. ‘Het mocht van de baas hier’, wijst hij naar de burgemeester en in de sappige taal van Wilsele vertelt hij over het leven langs de vijver.

De stadsbaas luistert mee. Het lijkt toch een speciale rol. Je moet als burgemeester besturen, maar even enthousiast zijn over een speeltuintje in Kessel-Lo, het WK wielrennen dat in 2021 komt, de meiboomplanting van ‘de Mannen van 1979’, OHL dat in eerste klasse speelt, het optreden van een Portugese zangeres in de Stadsschouwburg, en Fernands verhalen over de vijvers. ‘Ik veins dat niet. ‘s Morgens speech je voor postdocs over stedenbouw, na de middag zet je de meiboom recht en ’s avonds ga je naar het diner van het buurtcentrum van Casablanca. Dat is niet moeilijk. De Fransen zeggen mooi hoe je deze job goed kunt doen: ‘Il faut aimer les gens.’

Je moet ook kunnen optreden tegen de beestigheden van Reuzegom.

Ridouani: ‘Wat daar gebeurd is, is voor mijn tijd gebeurd en overigens niet in Leuven. Ik kan alleen doen wat ik kan en dat is het laten naleven van afspraken die in 2018 gemaakt zijn. Een verwelkomingsritueel is oké, maar mensonterende toestanden op het openbaar domein tolereer ik niet. Dus ook geen dagdiscotheken op terrassen die uitmonden in comateus zuipen en overgeven. Ik heb daar dreigmails over gekregen van leden van studentenclubs die me persoonlijk zouden dagvaarden. Laat ze maar doen. Dit is onmenselijk en ik laat het niet toe.’

Elke dag opnieuw problemen. Ontmoedigt dat u niet?

Ridouani: ‘Als het vuur dooft, naderen de wolven. Je moet blijven hopen en doorzetten.’

U zei daarnet dat in een periode van crisis de liefde overeind blijft, maar hoe zit dat voor u? Was er tijd voor in die lockdown? Het stadhuis zal wel een paar maanden virtueel in uw woonkamer in Wilsele-Putkapel gestaan hebben.

Ridouani: ‘Het is heftig, maar het leven in de bubbel heeft het voordeel dat ik mijn vrouw en kinderen nooit zoveel zag als nu. We hebben een challenge touwtjespringen ingesteld en wie het langst springt, wint. Ik zit al aan 700, voor eind augustus zal ik over 1.000 zitten. Dries en Ilias (zijn twee zonen, red.) mogen tussendoor wel even pauzeren.’

‘Op rustige momenten kan ik een zekere vorm van melancholie voelen en dan kan veel me raken: muziek, een film, een gedicht, maar ook de vijver van Bellefroid of een telefoontje met Lambertine. Mijn jongste zoon stuurde onlangs een kaartje vanop kamp en schreef: ‘Maak jullie vooral geen zorgen. Het gaat goed met mij.’ Wellicht had hij het wat moeilijk, maar hij wilde ons geruststellen. (glimlach) Dan slaat mijn hart over. Op een van de hectische dagen, toen ik nog laat bezig was, ging hij slapen en stil en subtiel schoof hij een zelfgebakken cakeje met daarop een marsepeinen pinguïn naar mijn keyboard. Dan kun je veel relativeren.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie