interview

Schoonheid en troost door de ogen van Peter De Caluwe en Chantal Pattyn

©SISKA VANDECASTEELE

De schoonheid, de troost, de hoop. Waar vind je ze meer dan in kunst en cultuur? Weinigen kunnen er mooier over spreken dan Peter de Caluwe en Chantal Pattyn, de directeur van De Munt en de netmanager van Klara.

Maxi heet hij. Het hondje van Peter de Caluwe, de directeur van De Munt, en zijn echtgenoot. Een kleine cocker. Hij woont in het echtelijk huis in Dendermonde. Voor het eerst mag hij mee naar het werkappartement van De Caluwe in de Brusselse Koningsgalerij vlak bij De Munt. Maxi spreekt niet, maar is erg aanwezig in het gesprek. Hij heeft het af en toe gemunt op de ceintuur van de jas van Chantal Pattyn, de netmanager van Klara. Een mooie jas, van een gebrek aan smaak kan je de hond niet verdenken. En bovendien brengt hij troost. ‘We waren al jaren aan het nadenken over een hond. Tijdens de eerste lockdown hebben we de knoop doorgehakt’, zegt de operadirecteur.

Eindejaar 2020: hoop & troost



Een bijzonder jaar eist een bijzondere eindejaarsbijlage. Tussen alles wat niet mocht en kon, zit hoop. Op een vaccin, op een Zoom-loos contact met collega’s, op een druk café. Over die hoop, en de troost die daarin schuilt, gaat de eindejaarsspecial van De Tijd.

Van ondernemers die zichzelf opnieuw uitvonden tot een troostmenu van vier topchefs.

De Caluwe weet hoe hij coronaproof gasten moet ontvangen in het stijlvolle appartement dat uitzicht biedt op de origamiversiering van Charles Kaisin in de galerij. Een prachtige ruiker bloemen voor Pattyn ter ere van de 20ste verjaardag van Klara. Drie plaatsen op afstand aan een tafel. Koekjes, taart en koffie. Voor Maxi puppykoekjes. Het gaat nog even over kappers. Die van Pattyn stond een paar weken geleden blijkbaar op de cover van Sabato. ‘Je zou er ook naartoe moeten, Peter. You are in for a treat. Kapper Clement in de buurt van Tour & Taxis. Ik mis hem.’

Ze moeten nadenken over de vraag hoelang ze elkaar al kennen. De consensus is ‘sinds ergens in de jaren 90’. Lang dus. Misschien zelfs langer. ‘Ik ging in 1986 in Gent studeren, kunstgeschiedenis en oudheidkunde. Ik heb daar opera leren kennen. Thuis deden we daar niet aan. Gent was zichzelf toen cultureel op de kaart aan het zetten. Plots was daar de Blauwe Maandag Compagnie, ik trok naar het Nieuwpoorttheater en naar het MSK voor de expo’s van Jan Hoet. Ik spaarde me het eten uit de mond om overal naartoe te kunnen gaan. Dus ook 	naar de opera’, vertelt Pattyn.

Weet u nog welke?

Chantal Pattyn: ‘La Bohème van Giacomo Puccini. Ik zat toen in het tweede jaar, denk ik.’

Peter de Caluwe: ‘Ah, ik heb die daar ook gezien. Hoog boven, op de goedkoopste plaatsen. Misschien zaten we er wel samen.’

We spreken over vaccins en besmettingen, maar niet over troost en schoonheid. Nochtans zijn dat essentiële begrippen in een helingsproces.
Peter de Caluwe
Directeur De Munt

Pattyn: ‘De uitvoering was niet zo denderend. Oubollig.’

De Caluwe: ‘Klopt. De tenor was te oud om geloofwaardig te zijn, als ik me dat goed herinner. Het was een Franse zanger.’

Pattyn: ‘Zo is Peter. Hij kan meteen zeggen waarom het niet goed was. Na Gent ben ik naar Brussel verhuisd, waar ik De Munt ontdekte. Het was altijd een gedoe om aan betaalbare tickets te geraken. Via via lukte dat vaak. Het was een feest. Nog altijd. Opera overstijgt alle andere culturele activiteiten. Het is een ritueel. Je bereidt je voor, je leest het programmaboek van tevoren. En dan gebeurt het, of niet.’

De Caluwe: ‘Je kan het vergelijken met rituelen tijdens een misviering. Soms ben je helemaal mee met wat de priester zegt. Ik heb dat vooral als hij spreekt over het geloof. Dat geeft me het gevoel van gemeenschap dat we vroeger zo belangrijk vonden.’

©SISKA VANDECASTEELE

Is dat gevoel er niet meer?

Pattyn: ‘Het grote gemis door corona is het samenzijn en het fysieke gevoel van beleving. Het is bizar. Er is een gigantisch digitaal cultureel aanbod. Alle archieven worden ontsloten. Maar ik connecteer daar niet mee. Tijdens de eerste lockdown hebben we op 21 juni ‘Klara on tour’ georganiseerd, met concerten in heel Vlaanderen. Ik was in Antwerpen. Eerst in deSingel. Een paar leden van Ictus Ensemble speelden daar. (houdt haar adem in). Dat kwam zo binnen. Enkele uren later kreeg ik datzelfde overrompelende gevoel in de kerk van AMUZ bij het concert van Zefiro Torna en Annelies Van Gramberen.’

‘Die zondag besefte ik hoe hard ik de fysieke beleving van een concert miste. Als je in een zaal zit, wordt je lichaam een klankkast. Je resoneert mee. Samen met alle anderen. Vorige week was ik in Flagey voor de opname van een reclamespot voor het Klarafestival. Het Desguin Kwartet speelde muziek van Debussy. Het wonder geschiedde opnieuw. Je bent doodop, je bent maar een stuk van jezelf, en dan hoor je live die muziek. Ik voelde een combinatie van blijheid, dankbaarheid en een onbeschrijflijk verdriet.’

De Caluwe: ‘Voor de kunstenaar geldt hetzelfde in verhevigde vorm. Ik heb bij de musici van het orkest zoveel tranen gezien toen ze na zes maanden weer mochten samenspelen. Dan merk je weer hun passie voor hun vak. Die mensen hebben een fundamentele crisis doorgemaakt. Je zal maar iedere dag opstaan met het idee dat je geen essentieel beroep uitoefent, dat wat je doet als niet-prioritair wordt beschouwd. Erger nog, hoe vaak is tegen kunstenaars gezegd: waarom zoek je geen andere job? Ik ken zangers die zich noodgedwongen herscholen tot prof of fitnessinstructeur.’

Je bent doodop, je bent maar een stuk van jezelf, en dan hoor je weer livemuziek. Ik voelde een combinatie van blijheid, dankbaarheid en een onbeschrijflijk verdriet.
Chantal Pattyn
Netmanager Klara

Pattyn: ‘Het werkt langs twee kanten, Peter. Ik ken muzikanten die de crisis gebruiken om een ander instrument te leren bespelen, of zich verdiepen in onderzoek. In fitnesscentra moeten ze natuurlijk niet gaan werken. Het zegt veel over de tijdgeest. Je wordt als geslaagd beschouwd als je je heel flexibel opstelt en je jezelf voortdurend heruitvindt. Maar muzikanten moeten vooral muziek maken.’

De Munt heeft met amper twee uitvoeringen van ‘Die tote Stadt’ in oktober weinig troost kunnen brengen voor de operaliefhebber. Op Klara was het gelukkig nooit stil.

De Caluwe: ‘We werken keihard, maar niemand ziet het. Dat is frustrerend. We zijn klaar om in februari te herstarten, maar gaat dat lukken? Veel andere huizen hebben al beslist niets meer te doen tot eind juni. Ik ben daar geen voorstander van. Maar soms twijfel ik. Het gebrek aan perspectief weegt. We kunnen niet eens repeteren omdat we een aantal weken geen coronatesten bij de uitvoerenden mochten afnemen, met als onvermijdelijk gevolg dat de productie zichzelf annuleerde.’

We mogen alleen op de VRT zijn als dat productioneel vereist is. Sorry, Frederik Delaplace, maar ik heb daar op een avond tijdens onze feestweek tegen gezondigd.
Chantal Pattyn
Netmanager Klara

Pattyn: ‘Het was ook bij Klara kommer en kwel. We hebben met onze partners alles geannuleerd. Van ‘Iedereen klassiek’, ‘Klara in deSingel’ en het Klarafestival op de vooravond van de eerste lockdown. Maar de radio ging niet uit, integendeel. We hebben ongelooflijk veel reacties gekregen van luisteraars die bij ons troost vonden. We waren, op het nieuws na, een coronaproof eiland. Een rustige haven waar je kon genieten van muziek. Toen we begin december de 20ste verjaardag van Klara vierden, en geen feestje konden organiseren, hebben we alle macht aan de luisteraars gegeven. Zij kozen de muziek. We kregen duizenden reacties. Vaak heel aangrijpend. Mensen zijn naasten verloren. Ik heb vaak een krop in de keel gekregen van alle persoonlijke verhalen. Dan merk je hoe helend muziek kan zijn. Of domweg plezierig. Want muziek is er ook om je te ontspannen. Je hoort een prachtige aria en denkt: nu ga ik keihard meezingen. Zalig! De feestweek van Klara was een vijfdaagse van verbondenheid. Zeg Peter, Maxi zit aan uw tafellaken te knabbelen. Ik zeg het maar.’

©SISKA VANDECASTEELE

Wat is jullie definitie van schoonheid?

Pattyn: ‘Schoonheid gaat voor mij vaak over het opzoeken en toelaten van het onbekende. Over bepaalde beelden of klanken die zo hard op je inhakken dat je een ervaring beleeft of tot een totaal nieuw inzicht komt. Het gebeurde nog eens op 19 mei, toen Bozar weer openging en de expo van Jacqueline Mesmaeker werd voorgesteld. Ze is 91 en heeft een coronabesmetting overleefd. Haar kunst is poëtisch en conceptueel. Ik was zo blij daar te zijn, ook om alle collega’s weer te zien. Op een bepaald moment zag ik een horde cameraploegen binnenvallen. Ik dacht: wow, zoveel aandacht voor de heropening van de musea! Ik vond wel dat ze heel snel door de expo liepen. Mesmaeker moet je traag savoureren. Tot mijn frank viel. Ze waren daar voor premier Sophie Wilmès, die in Bozar was om de cultuurwereld een hart onder de riem te steken. De Wetstraatjournalisten wilden, hoorde ik, maar één ding weten van de eerste minister: hoe zit het met de tweedeverblijvers volgend weekend? Ik ben met het lood in de schoenen naar huis gestapt. Adieu, schoonheid.’

©SISKA VANDECASTEELE

De Caluwe: ‘Voor mij is schoonheid een heel intieme aangelegenheid. Het gaat vooral om zielsverwantschappen. En de ziel kan je moeilijk omschrijven en uitleggen. Ik kijk graag naar mensen, en ik luister graag naar stemmen. Daar zit natuurlijk veel schoonheid in. Maar die zit voor mij meer aan de binnen- dan aan de buitenkant. Er zijn momenten van schoonheid die je met anderen kan delen. Maar dat is niet de essentie. Die vind ik bijvoorbeeld in stilte. Door de coronacrisis heb ik beseft dat ik enorm kan genieten van stilte. Er zit zoveel in mijn hoofd - twijfel, te nemen beslissingen, plannen, ideeën - dat ik de stilte opzoek. Ik heb amper naar muziek geluisterd de voorbije maanden.’

Pattyn: ‘De stilte is inderdaad schoon, Peter. Ik geniet van Brussel nu alles om 22 uur dicht en stil is. Of de stilte van het binnenplein van het stadhuis waar de mooiste kerstboom van Brussel staat. De problemen zijn daarmee niet weg natuurlijk. Op straat zie ik vaak jongeren die door te lang binnen te zitten bijna uit hun vel springen. Het soort jongens die choreograaf Alain Platel meteen zou casten voor een auditie. Schone lijven die met zichzelf geen blijf weten. In 1000 Brussel wordt het al eens baldadig. En triest. Zoveel daklozen. Die verzamelen ook in de portiek van de Munt, Peter. ’

‘Ik heb met mijn zoontje ontdekt dat we samen goed alleen kunnen zijn. Maar het werkritme was krankzinnig. Altijd maar zoomen en chatten in Teams, tot een kot in de nacht alsnog ‘Pompidou’ voorbereiden. Toen ik voor het eerst weer de zee zag na een lange tijd - ik ben een zeekind - ben ik op het strand van De Panne in tranen uitgebarsten. Ik ben nogal een flinkerd, maar ik was toen kapot van vermoeidheid en verdriet. ’

De Caluwe: ‘Ik begrijp dat helemaal. Je beschrijft een efemeer gevoel, Chantal. Schoonheid kan je niet vastpakken. Het moment is er even en vaak is het snel weg. Dat is voor mij ook de essentie van theater en muziek. Het is er, maar blijft niet. Het is efemeer. En dat kan je met streaming niet zo beleven.’

Pattyn: ‘Ik mag het eigenlijk niet zeggen, want de cultuursector zal het me kwalijk nemen. Maar de fijnste momenten deze zomer heb ik in de natuur beleefd. Zoals in de Condroz. Die bleek echt te bestaan. Ik dacht vroeger dat dat een strikvraag van de leraar aardrijkskunde was. Niet dus. De pracht en de stilte van de natuur deden me veel deugd. Ik had even leegte van doen. ’

Er staat een hervorming van het onderwijs in de steigers. De lessen artistieke vorming lijken in het gedrang te komen. Hoe kijken jullie daarnaar?

De cultuursector heeft een rol te vervullen in het geestelijk welzijn van de mensen. Geef ons die mogelijkheid.
Peter de Caluwe
Directeur De Munt

Pattyn: ‘De Vlaamse regering zet hard in op de Vlaamse canon. Het is dan paradoxaal dat het doorgeven van kennis over kunst en cultuur in het onderwijs wordt gefnuikt. Ik vind dat beangstigend. Om kunst te begrijpen heb je kennis nodig. Waar gaan jongeren die nog vinden? Vaak is dat net in het onderwijs, via een leraar die gepassioneerd vertelt over een boek of een film.’

©SISKA VANDECASTEELE

‘Jongeren worden nu instrumenteel klaargestoomd om te functioneren in de maatschappij. Het draait om het letterwoord STEM: Science, Technology, Engineering and Mathematics. De A van Arts moet daarbij. Een van mijn stokpaardjes is de kracht van verbeelding. Ook een technologische start-up komt er alleen omdat mensen iets willen realiseren wat nog niet bestond. Daarom is kunst zo belangrijk. Kunstenaars tonen heel direct wat verbeelding vermag. Het zit in elk van ons. Het onderwijs moet dat out of the box denken stimuleren. Artistieke vorming is daarvoor de perfecte hefboom.’

De Caluwe: ‘Je hoeft niet altijd voorkennis te hebben om door kunst gegrepen te worden. Soms gebeurt het zonder dat je er iets van begrijpt. Dat is net het mooie aan kunst. Voor mij is de belangrijkste vraag: hoe vinden jongeren de weg naar kunst en cultuur als het onderwijs die weg niet meer toont? De rol wordt nu doorgeschoven naar de cultuurhuizen. Jongerenparticipatie, diversiteit, gendergelijkheid, nieuwe publieken aanboren, noem maar op. Het behoort allemaal tot onze opdracht. Sorry, maar wij kunnen niet alles. Ik wil best meer vrouwelijke dirigenten aantrekken. Maar als in de conservatoria weinig dirigentes afstuderen, ligt het probleem niet alleen bij ons. Het gaat om hoe wij als maatschappij met kunst en cultuur omgaan. Kijk naar een stad als Sint-Petersburg in Rusland. De Hermitage loopt vol schoolkinderen. De theaters zitten vol schoolkinderen. Die worden daarheen gestuurd. In Rusland vinden ze dat belangrijk. Kijk naar de Baltische staten. Die hebben de meeste koren ter wereld. Zingen maakt deel uit van een eeuwenoude traditie. Wij hebben dat niet, al ben ik zelf in zo’n omgeving opgegroeid.’

Hoelang kan de crisis voor jullie nog duren?

Pattyn: ‘Om Claus te citeren: ‘tètitatutis’. Het is tijd dat het voorbij is.’

De Caluwe: ‘We zijn klaar om opnieuw op te starten. Maar als het niet mag, moeten we dat accepteren. We kunnen geen ijzer met onze handen breken.’

Pattyn: ‘We hebben er een rotzooi van gemaakt, Peter. Of beter: men heeft er een boeltje van gemaakt, versoepelen tegen de adviezen van virologen in. Ik was eind oktober, een dag voor de tweede sluiting, in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten hier in Brussel. Voor de expo ‘Be Moderne’ haalde men daar eindelijk de moderne en hedendaagse kunst uit de depots. Ik liep daar bijna helemaal alleen rond. Volkomen veilig. En ik dacht: waarom moesten de musea alweer dicht, terwijl het buiten op straat veel onveiliger is? Waarom afgelopen zomer vliegtuigen naar het zuiden volstoppen, maar veilig theaterbezoek aan banden leggen? Ik snap dat niet. ’

De Caluwe: ‘We spreken over besmettingen, vaccins, testen, opsporen, maar niemand heeft het over troost en schoonheid. Daar wordt volledig aan voorbijgegaan. Nochtans zijn dat essentiële begrippen in een helingsproces.’

Pattyn: ‘Wat zeg je nu, Peter. Er zijn zoveel prachtige initiatieven geweest de voorbije maanden.

De Caluwe: ‘Er waren zeker individuele initiatieven. Denk aan de vele balkonconcerten. Maar ik wil dat de cultuursector weer mag meedoen. We hebben een rol te spelen in het geestelijk welzijn van de mensen. Geef ons die mogelijkheid.’

Jullie sturen allebei veel medewerkers aan. Is het de taak van een manager om troost en hoop te bieden aan zijn mensen?

Pattyn: ‘De eerste lockdown was anders dan de tweede. In maart was het organisatorisch alle hens aan dek. We moesten heel anders en op afstand radio maken. Eerst en vooral rekening houdend met medewerkers die een verhoogd risico lopen. Een radiostudio is een haard van bacteriën. Voor een aantal programma’s was de vraag ook: wat gaan we doen? Alle concerten en de liveopnames vielen weg. Het kunstprogramma ‘Pompidou’, dat ik met Nicky Aerts presenteer, kon het alleen nog over boeken hebben. Tot overmaat van ramp ging er thuis van alles mis. Mijn afwasmachine was stuk, ik kreeg de stofzuiger niet aan de praat, de koffer van mijn auto ging een eigen leven leiden en ik ben geen talent in strijken. Ik heb de langzame ineenstorting van mijn huishouden en mijn clumsiness gedeeld met de medewerkers, terwijl ik zoonlief meermaals verbood door het beeld te lopen. Net om te tonen dat we allemaal in dezelfde miserie zaten.’ (Chantal laat een paar dagen na het interview weten dat ook haar wasmachine het heeft laten afweten.)

‘Nu staat organisatorisch alles op punt bij Klara. We hebben zelfs een prachtige, nieuwe werkplek. Maar de scherpe maatregelen blijven in zwang. Dat is lang niet geestig. In Teams kan je niet alle emoties peilen. Je merkt plots dat de lontjes korter worden of dat mensen even moeten luchten. Daarom is het zo belangrijk dat je iemand persoonlijk opbelt of een sms stuurt. Gewoon eens vragen hoe het gaat. Dat doet veel deugd, heb ik gemerkt.’

De Caluwe: ‘Ik ben ondanks de lockdown heel georganiseerd gebleven. Opstaan, werken, winkelen, koken. Ik kook elke dag. Dat is mijn uitlaatklep. Om op de vraag te antwoorden: een van de belangrijkste elementen van leiderschap is voor mij empathie. Dan kom je vanzelf bij troost. Ik heb gemerkt bij de medewerkers dat ze het apprecieerden dat ik niet alleen sprak over de artistieke missie of het management van De Munt. Je moet luisteren naar de noden. En dat is nu vaak: hoe zit het met mijn job, mijn loon, de veiligheid, de toekomst, mijn gezondheid?’

Pattyn: ‘Ik mis heel erg het fysieke contact met de mensen, de gesprekken aan de koffiepot. We mogen alleen op de VRT aanwezig zijn als dat productioneel vereist is. Sorry, Frederik Delaplace (de CEO, red.), maar ik heb daar op een avond tijdens onze feestweek tegen gezondigd. Ik kwam van twee tentoonstellingen in Mechelen. Ik dacht onderweg naar huis toen ik naar Klara luisterde: ‘Ik ga langs.’ Ik wilde onze mensen in de studio zien.’

Koesteren jullie hoop dat de wereld er na corona beter uitziet?

De Caluwe: ‘Ik heb die illusie enige tijd gehad, ja. In het begin was er een grote vorm van solidariteit. Maar die is weggeëbd. In het begin werd gezongen voor de zorgsector. Nu moet de overheid maatregelen afdwingen.’

Pattyn: ‘Precies. Ik heb in maart zo hard meegezongen en geapplaudisseerd om 20 uur. Het was soms stressen. Wanneer gaan we eten? Om half acht of half negen? Om het moment niet te missen. Maar dat is voorbij. Het is donker. Het is koud. En dan staat de wereld nog een paar rampen te wachten in de toekomst.’

De Caluwe: ‘Als ik het zo hoor, zou Bach dit gesprek mooi kunnen samenvatten. ‘Erbarme dich’.

Pattyn: ‘Uit de Mattheuspassie. John Eliot Gardiner heeft die met het Monteverdi Choir en English Baroque Solists uitgevoerd tijdens het Klarafestival een dag na de aanslagen in 2016. Die minuut stilte en dan Bach. Geen mens in een propvolle Bozar hield het nog droog. Ik ook niet.’

Ontferm U, Heer, Mijn God, Omwille van mijn tranen. Zie toch, Hart en ogen wenen Bitter om U

De Tijd blikt terug op 2020

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie