column

Applaus voor de schoonheid

Redacteur Weekend

Tijdens de sportzomer overschouwt Rik Van Puymbroeck dagelijks wat op en naast de sportarena gebeurt.

Toen Christian Eriksen zaterdag op een draagberrie werd weggebracht, rolde applaus van de tribunes. Het was een ander applaus dan na een doelpunt en niet te vergelijken met The Viking Clap waar IJsland een patent op heeft. Het was geen applausvervanging. Het was het applaus van de vereniging, de verbinding, van de troost en de hoop. Je hoort het wel eens bij begrafenissen en deze zin schrijvend, denk je er meteen bij: dat verdriet is zijn geliefde gelukkig bespaard gebleven.

Het gevoel van de mensen is het best zichtbaar in het theater en bij de spektakels.
Cicero
In een brief uit 59 v. C.

Toevallig stond de ochtend van diezelfde dramatische dag in de Nederlandse krant NRC een stukje over juichen waarin uit een brief van Cicero uit 59 voor Christus over het belang van applaudisseren werd geciteerd: ‘Het gevoel van de mensen is het best zichtbaar in het theater en bij de spektakels.’ Wij, gewone mensen, kunnen ons daar niets bij voorstellen. Maar hoe heerlijk moet het zijn om door een stadion toegejuicht te worden. Toen Cristiano Ronaldo in 2018 nog voor Real Madrid voetbalde en in een Champions League-wedstrijd tegen Juventus met een hemelse omhaal scoorde, applaudisseerden ook de Turijnse fans voor hem. Ze wisten nog niet dat de Portugees enkele maanden later voor hen zou spelen. Nee, dit was pure bewondering. ‘Schoonheid boven rivaliteit’, schreef een krant. Ronaldo legde uit dank zijn hand op zijn hart.

Ooit maakte Zlatan Ibrahimovic het mee toen hij in Anderlecht drie goals maakte in 37 minuten. Ronaldinho kreeg het voor elkaar bij de supporters van Real Madrid toen hij door het Bernabéu-stadion wervelde en de vijanden van Barcelona aan de zege hielp. Nog mooier is de legende dat heel San Siro applaudisseerde toen Nils Liedholm, in de jaren 50 de Zweedse ster bij AC Milan, voor de eerste keer een slechte pass gaf. Omdat het een unicum was.

Applaus komt van het Latijnse woord applaudare. Het gebruik is Romeins, zie Cicero, maar wie ooit voor het eerst dat eenvoudige gebaar maakte, de ene hand op de andere en dat herhaalde, weet geen mens. Jammer, maar de magie van het ritueel, die universele afspraak, verveelt nooit. Voor de zangeres op het podium die je met haar stem de hemel invoerde, de applauzen van 8 uur ’s avonds in de lente van 2020, de staande ovatie.

Vandaag liggen er kansen. Als les Bleus in München tegen de Duitse Mannschaft spelen en als Portugal in Boedapest tegen Hongarije voetbalt. Al zal Cristiano Ronaldo zijn best moeten doen. In de Puskás Aréna zijn ze de magie van één speler nog altijd niet vergeten.

Lees verder