column

De angst van de doelman

Redacteur Weekend

Tijdens de sportzomer overschouwt Rik Van Puymbroeck dagelijks wat op en naast de sportarena gebeurt.

Zeven zakjes zitten in elk Panini-doosje en in elk pakje dan weer vijf stickers. Na vier keer scheuren, kwam de eerste Belg eruit. Simon Mignolet, reservedoelman en dus rugnummer 12. Hij zal slechts spelen als Thibaut Courtois gekwetst is. Het lot van de tweede keeper is wreed. Dat van de derde keeper vreselijk. Tijdens het scheuren stond de tv aan en speelde Spanje in Sevilla tegen Zweden. In de goal Robin Olsen (Scandinavischer kan je niet heten), een man van 1,98 meter die de hele avond spijt had dat hij toch geen basketballer was geworden. Maar hij verdedigde zijn doel goed. Op het einde van de match was het 0-0. Voor één keer had je in de hoek van je tv-scherm de data van zijn hartslagmeter willen lezen.

In de jaren dertig was Arnold ‘Nolle’ Badjou de beste keeper van ons land. Hij was doelman bij Daring Club Brussel, zeer goed ook. Maar toen hij voor het eerst als Rode Duivel geselecteerd werd, bleek hij… Nederlander te zijn. Zijn grootouders waren naar Brussel geëmigreerd en zijn vader had zijn nationaliteit nooit veranderd. In ‘O Belgisch voetbal’, een boek van Raf Willems, staat zijn verhaal. Nolle Badjou, keeper zonder handschoenen maar altijd met pet, was 'afstandelijk, zwijgzaam, emotieloos, flegmatiek. Baas over het doelgebied en zijn defensie. Nukkig als het hem niet zinde.’ Dat België op 9 mei 1936 voor het eerst van Engeland won, met 3-2, was blijkbaar zijn verdienste. Nolle bleef keeper tot hij 51 was en tot hij, tijdens een match, bij een botsing met een speler een verlamming opliep. Zijn beroep van zelfstandig taxichauffeur kon hij niet meer uitoefenen. Gelukkig bleven zijn gouden keepershanden ongedeerd. Badjou overleefde als kunstschilder.

De lijst met opvallende keepers is lang. Ze heten René Hiquita, Jorge Campos en Bruce Grobbelaar, en ook Ratko Svilar, Gilbert Bodart en Theo Custers. Hoe de betreurde Robert Enke onder stress bezweek en uit het leven stapte, is bekend. De Nobelprijswinnaar Peter Handke schreef een roman over de fictieve oude doelman Josef Bloch. De titel is veelzeggend: ‘De angst van de doelman voor de strafschop.’

Simon Mignolet hoort niet tot dat lijstje. Stijlvolle man, intelligente jongen, goed opgevoed. Nummer 12 van de Belgen en nummer 117 in het Panini-plakboek. Onbegrijpelijk dat Rode Duivels-sponsor Côte d’Or, nu met een hele gepersonaliseerde collectie in de winkelrekken, geen 'Mignolettes' uitbracht. Een open doelkans. Hield de keeper 'm tegen?

Lees verder