column

De neef van Zinédine Zidane

Redacteur Weekend

Tijdens de sportzomer overschouwt Rik Van Puymbroeck dagelijks wat op en naast de sportarena gebeurt.

Vandaag wordt Zinédine Zidane 49, uitgerekend op de dag waarop Frankrijk tegen Portugal speelt. Of Zizou de match in Boedapest bijwoont, weten we niet, maar kijken zal hij wel. Tenzij zijn kopstoot aan Marco Materazzi in de WK-finale van 2006 (zijn laatste wapenfeit) maakt dat hij geen matchen meer kan zien van les Bleus. Maar wellicht niet. Zidane was Frankrijk, zeker tijdens het WK in 1998 en het EK in 2000.

Een mooi verhaal in deze krant vertelde over Parijs als couveuse van het internationale voetbal met Kylian Mbappé, Paul Pogba en Prisnel Kimpembe (wat een naam). Vroeger al waren ‘onze’ Thierry Henry, Patrick Vieira (trouwens ook jarig vandaag) en Lilian Thuram eruit gekomen. Maar niet Zidane. Die kwam uit Marseille en als dat wat chiquer klinkt dan de banlieues van Parijs, dan bent u nog nooit in La Castellane geweest. Zidane was trouwens niet de eerste jongen met een moeilijke achtergrond uit Marseille, ook Jean Tigana (u gelooft het niet, maar ook jarig vandaag) groeide er op.

Zidane had al geschitterd bij Juventus toen hij in ’98 in eigen land de motor werd van het WK. De sportkrant L’Equipe schreef coach Aimé Jacquet elke dag onder de grond, maar de Fransen wonnen en zo ontdekte de wereldpers de achtergronden van die jongens. We reden zelf naar Marseille, een etappe in een drie weken lange reportagereis door het land. We schreven over het WK petanque in een buitenwijk van Marseille, de stad die was opgeschrikt door het geweld van Britse hooligans. We hadden een originele titel: ‘Boule in Marseille’, jaja. Maar toen gingen we naar La Castellane, een appartementenwijk in het noorden. Het was zoeken. In het centrum heb je ook de Place Castellane. Maar toen we daar de weg vroegen naar het quartier waar Zidane opgroeide, werden blikken gefronst. Het plein had niets met het ghetto te maken.

We vonden de betonnen woonbuurt, parkeerden en voelden vele ogen. De fotograaf maakte vlug een foto van wat voetballende jongens. Sofan, een kind van 9, hoopte zelf voetballer te worden. ‘Beter dan Zidane.’ We liepen een kwartiertje rond, niet langer. In een winkel kochten we fruit en maakten van de tijd gebruik voor twee vragen. Iemand antwoordde dat Zidane voor alle kinderen het grote voorbeeld was. Je kon vanuit La Castellane en het clubje Nouvelles Vagues een wereldster worden. We vroegen zijn naam: Mustapha. ‘Ik ben een neef van Zidane.’

We hadden een quote en vertrokken. Een neef van Zidane? Toegegeven, niet gedubbelcheckt.

Lees verder