Energiesector uit de gratie van beleggers

Iedere dag selecteert de redactie van De Tijd een opvallende grafiek uit de actualiteit. Vandaag: het belang van energieaandelen in de S&P500.

©MEDIAFIN

Het belang van de energiesector in de Amerikaanse beursgraadmeter S&P 500 viel vorige week terug tot 5 procent, iets lager dan het vorige diepterecord in 1999.

De daling van de olieprijs tijdens de voorbije dagen heeft er nauwelijks iets mee te maken. Olie is nog altijd zes keer duurder dan eind vorige eeuw, toen een vat ruwe Brent-olie 10 dollar kostte.

Analisten wijten het gebrek aan populariteit van de energiesector aan zorgen over de globale groei.

Sinds begin 2016 is de olieprijs verdubbeld en toch konden de aandelen van Amerikaanse energiebedrijven over die periode een winst van ‘amper’ 16 procent voorleggen, terwijl de S&P 500-index 52 procent winst boekte.

Analisten wijten het gebrek aan populariteit van de energiesector aan zorgen over de globale groei. De handelsoorlog tussen de Verenigde Staten en China heeft die zorgen alleen maar groter gemaakt. Als de olieprijs de voorbije maanden steeg, was het vooral aanbodgedreven door productiebeperkingen of sancties.

Onderliggend speelt ook het onvermogen van grote energiebedrijven om duurzame cashflows te genereren. In het eerste kwartaal van 2019 rapporteerden bedrijven als Chevron en ExxonMobil forse winstdalingen. Het gebrek aan vertrouwen in de energiesector uit zich ook op de obligatiemarkten. De rendementen van hoogrentende obligaties uit de oliesector zijn al opgelopen tot 8,5 procent.

Lees verder

Advertentie
Advertentie