Corona (her-)tekent de stad

©JONAS LAMPENS

De coronacrisis dwingt steden zichzelf heruit te vinden. Tot plaatsen waar het aangenamer toeven is. Met meer groen, minder auto’s. Maar, door meer telewerk, ook tot plaatsen waar het goed wonen en werken is. ‘Voor wat vroeger moeilijk lag, is nu wellicht meer draagvlak.’

‘Het heeft wonderen gedaan voor onze mentale gezondheid.’ Leen Schelfhout en Xavier Damman verhuisden in februari naar de Brusselse gemeente Schaarbeek. Omdat ze geen auto hadden, maar wel een garage, besloten ze op het stukje straat voor die garage een klein tuintje aan te leggen. ‘Er mag toch niemand parkeren’, dachten ze.

De vierkante meter groen werd snel een begrip in de straat. Zeker na de lockdown in maart bleek het een welkome afleiding voor veel buren. ‘We wisselden elkaar af in de verzorging van de plantjes, en het werd een plek om een praatje te slaan met de buren als het even te veel werd.’

Maar de gemeente stribbelde tegen. ‘Om vijf uur ’s ochtends zijn ze met vijf mensen ons tuintje komen weghalen’, vertelt Schelfhout. Er waren aangetekende brieven, GAS-boetes, kafkaiaanse toestanden op de gemeenteraad. Dat was buiten de verbetenheid van het koppel gerekend. Damman is de techondernemer achter Open Collective, een vehikel waarmee verenigingen zonder rompslomp geld kunnen inzamelen. Hij is ook de oprichter van het publicatieplatform Storify, waarvoor hij naar Silicon Valley trok en dat hij later weer verkocht aan Adobe. En hij is lid van de klimaatactiegroep Extinction Rebellion. Schelfhout richtte de Antwerpse politieke beweging Burgerlijst op.

De horeca is zwaar getroffen, maar ik verwacht niet dat het belang ervan gaat afnemen. Integendeel.
Michael Ryckewaert
Specialist stedelijk beleid (VUB)

Met de hulp van een buurman vonden ze een archaïsch achterpootje in de wet. Schaarbeek laat toe dat inwoners, na registratie, een handkar op straat plaatsen. Dus registreerden ze een tot handkar omgetoverde aanhangwagen. Tot vreugde van de hele straat herrees het tuintje op wielen.

‘Ze verwijten ons dat we de openbare ruimte privatiseren’, zegt Damman. ‘Maar dat tuintje is voor de gemeenschap. En het absurde is: als we een auto zouden kopen en die daar permanent laten staan, dan zou er geen haan naar kraaien. Is dat niet de openbare ruimte privatiseren, dan?’

Publieke ruimte

Jan Adriaenssens lacht als hij het hoort. Als directeur City of Things bij het onderzoeksinstituut Imec denkt hij na over de stad van morgen. Het straattuintje noemt hij een goed voorbeeld van het spanningsveld waar steden voorbij moeten.

Het gebrek aan leefbare publieke ruimte is voor hem het grootste pijnpunt dat deze crisis heeft blootgelegd voor het leven in de stad. ‘Het grote probleem voor veel inwoners van steden was niet zozeer dat ze op een klein appartementje woonden, wel het gebrek aan toegang tot kwaliteitsvolle openbare ruimte. Dat opwaarderen is volgens mij de uitdaging waar elke stad mee bezig moet zijn.’

Het meest voor de hand liggende antwoord op die vraag is niet populair, maar ook niet moeilijk, vindt Adriaenssens. ‘De plaats die de auto vandaag inneemt, is niet meer te verantwoorden. Hele rijen blikken dozen die een halfuur per dag gebruikt worden. En dat op een plek die smeekt om publieke ruimte. Dat is toch te gek voor woorden? Op die vierkante meters kunnen ook tuintjes, bankjes of speeltuigen staan.’

Of terrassen. Zoals de stad Brussel in volle coronacrisis besliste: als steunmaatregel voor de zwaar getroffen horeca werd toegelaten dat een café of restaurant een parkeerplaats mag inpalmen als terras, met een kostenvergoeding tot 2.000 euro erbovenop. Het bleek een enorm succes - er waren meer dan 600 aanvragen. De maatregel werd verlengd van 30 september tot 30 december.

Parijs duwde vorige week door om de helft van de 140.000 bovengrondse parkeerplaatsen te schrappen tegen 2026. De Parijzenaars kunnen via een internetplatform suggesties doen over hoe de vrijgekomen ruimte ingevuld kan worden.

Het corona-effect, de nieuwe economie na de pandemie

©Filip Ysenbaert

Corona heeft inkomsten doen crashen, businessmodellen ontwricht, gewoontes dooreengeschud, veranderingen doorgeduwd. Wat keert terug naar het oude? Wat blijft voor altijd anders? En vooral: welke kansen biedt dat?

En het gaat verder dan het inpalmen van parkings. Almaar meer steden versnellen hun plannen om de auto weg te duwen uit de stad. Kortrijk en Leuven geven voorrang aan de fiets in het centrum. Brussel drijft zijn investeringen in fietspaden op en vormde een rijstrook in de Wetstraat om tot fietspad. In Molenbeek en op andere plaatsen kwamen er speelstraten bij.

Het idee is tot meer leefbare steden te komen. ‘Door corona is het besef nog meer gegroeid dat wonen in de stad aantrekkelijker moet worden’, zegt Michael Ryckewaert, specialist stedelijk beleid aan de Vrije Universiteit Brussel. ‘Telewerk versterkt dat. Als je vaker kan telewerken, waarom zou je dan niet goedkoper en kwalitatiever buiten de stad gaan wonen?’

De urgentie om daar werk van te maken is gegroeid. ‘In Vlaanderen nemen we nog altijd elke dag meer nieuwe ruimte in. We zijn er nog niet in geslaagd die trend te keren. Maar er liggen wel kansen in een beter stedelijk beleid, door de ruimte beter te benutten. Door corona is nu wellicht meer draagvlak voor wat in het verleden moeilijk lag. Het Brussels Gewest heeft beslist meer na te denken over zijn woonbeleid in het kader van de relance. Het wordt interessant om dat te volgen.’

15-minutenstad

De Parijse burgemeester Anne Hidalgo heeft tijdens de pandemie een turbo gezet onder haar plannen om te evolueren naar een ‘15-minutenstad’. In een notendop betekent dat dat je in de stad alle essentiële zaken moet kunnen vinden op maximaal een kwartier wandelen of fietsen van je deur. Een interessant idee, vindt Ryckewaert, dat ook op kleinere Vlaamse schaal kan worden toegepast. ‘Maar het is complex. Je spreekt over mobiliteit, over publieke ruimte, meer parken en meer speelruimte, over woonruimte en over commerciële ruimtes. Alles haakt in elkaar.’

Een leefbare stad is ook een productieve stad: economisch leefbaar dus. Ook op dat vlak dreigt de pandemie tot een stevige schok te leiden. De leegstand in handelspanden in België stond in januari al op een recordhoogte van 11,2 procent. De huidige crisis maakt dat probleem alleen maar groter. De verdere doorbraak van onlineshoppen doet nog meer fysieke winkels sluiten: BNP Paribas Real Estate ziet de vraag naar commercieel vastgoed in 2020 in Europa met 41 procent terugvallen.

Kantoren

Ook de kantoren in de stad staan voor een uitdagende transformatie. ‘Nu mensen geproefd hebben van thuiswerk, pak je hen dat niet meer af’, zegt Anthony Shaikh, de CEO van de kantoorinrichter Admos die onder meer werkt voor Google en Mastercard. ‘Veel grote bedrijven stellen zich de vraag hoe ze zich moeten organiseren. Moeten ze nog plaats voorzien voor hun 2.000 mensen? Vastgoedspelers met veel kantoorruimte in portefeuille horen het niet graag, maar het antwoord is wellicht ‘nee’.’ In een rapport van Credit Suisse staat letterlijk dat directiecomités van multinationals hun kantoorruimte hebben aangeduid als een latente besparingspost.

Minder vierkante meter voor winkels en voor kantoren zijn meer vierkante meters die op een nieuwe manier ingevuld moeten worden. ‘Het grootste probleem zie ik op plaatsen met een monocultuur. Grote winkelstraten met een aaneenschakeling van dure ketens’, zegt Ryckewaert. ‘Daar zijn nu snelle transities mogelijk. Waarbij er een grotere mix komt. Met meer wonen, door nog meer in te zetten op wonen boven winkels, maar ook op culturele en sociale beleving. De horeca is nu zwaar getroffen, maar ik verwacht niet dat het belang ervan zal afnemen, integendeel.’

Er komen kansen voor herontwikkeling, gelooft hij. In Vilvoorde is dat de ambitie van de vzw Broeilab. Vilvoorde zag de jongste tien jaar de leegstand van winkelpanden met de helft toenemen. Een paar vrijwilligers kon de kale straten niet langer aanzien en startte Broeilab op. Het idee: een nieuwe commerciële bestemming zoeken voor de leegstaande panden. In januari bestaat Broeilab drie jaar.

‘We volgen het voorbeeld van een initiatief in Mechelen’, vertelt Lien Warmenbol, een van de initiatiefnemers. ‘Maar daar is het de stad die het trekt, er is ook Europees geld voor. In Vilvoorde zijn er geen middelen. Dus doen we het als vrijwilligers, omdat we ervan overtuigd zijn dat een stad nood heeft aan dynamiek.’

Broeilab kreeg een statuut als officiële leegstanduitbater. Ze kunnen dus de eigenaars van de panden overtuigen om in ruil voor het kwijtschelden van de leegstandtaks hun ruimte als pop-up goedkoop te verhuren aan starters. ‘We hebben ondertussen al elf van die flexibele contracten: een fietsenwinkel, iemand die meubels opwaardeert, een kinderkledingwinkel, een bloemist. Een aantal daarvan is nu al omgezet in langlopende contracten.’

In eerste instantie richtte Broeilab zich op kleine panden. ‘Maar we hebben sinds kort ook het vroegere pand van de Esprit Men, dat in handen is van een investeringsmaatschappij. We zijn nu ook bezig met kantoren en krijgen veel vragen om ook op andere plaatsen uit te leggen wat we doen. We kunnen het bijna niet bolwerken.’

Warmenbol verwacht een grote impact van corona. ‘Wat makkelijk online te vinden is, zullen mensen online kopen. Maar ze zoeken wel ervaringen, extra service, inspiratie. We zien ook dat mensen bereid zijn lokaler te kopen. Het komt er dus op aan die waarde toe te voegen.’ Net als Ryckewaert gelooft ze dat een goeie mix van handel, horeca en kantoren essentieel is.

‘Ik ben ervan overtuigd dat steden veranderd uit deze crisis komen’, besluit Jan Adriaenssens van City of Things. ‘De steden die nu aan introspectie doen, kunnen hier ook beter van worden.’ Op wonen en werken ziet hij een blijvende impact. ‘Maar er is nog een functie van een stad: ontspanning. Op dat vlak hoop en denk ik dat het oude normaal kan terugkeren. Waarom komen mensen naar een stad? Voor de serendipiteit. Voor de fun. De verrasssing, de cultuur, de concentratie aan activiteiten. Een stad is een fantastische plek om te zijn. Het is niet omdat technologie het mogelijk maakt van thuis te werken dat de stad straks van de aardbol verdwijnt.’

Stoom u klaar voor het leven postcorona: herbekijk de webinars van De Tijd

Wat is het corona-effect op uw werk en klantenrelaties? Zijn uw vaardigheden nog up-to-date sinds thuiswerk de norm werd? En hoe gaat u om met coronastress? Tijdens vijf webinars vroeg De Tijd het aan experts, en verzamelden we uw ervaringen.

Het nieuwe hybride werken: hoe bouwt u een organisatie rond thuiswerk? (21 oktober - herbekijk)
met Ann Caluwaerts, executive vice-president people, brand & corporate affairs bij Telenet.

Hoe vindt u de weg naar klanten nu onlinecontact de norm is? (28 oktober - herbekijk)
met Steven Van Belleghem, marketingconsultant, -auteur en -spreker bij Nexxworks

Welke competenties hebt u nodig op de postcorona-arbeidsmarkt? (4 november - herbekijk)
met Wim Adriaens, gedelegeerd bestuurder VDAB, en experts Jan Wilmots, Ulrich Petré en Veerle Torrekens

Hoe houdt u tijdens een pandemie het hoofd boven water? (12 november - herbekijk)
met Tine Daeseleire, CEO van The Human Link

Hoe leiden in coronatijden? (18 november - herbekijk)
met Steven Poelmans (AMS) en Piet Wulleman (Wombat)

Lees verder

Advertentie
Advertentie