‘Corona kan leiden tot een gouden tijdperk'

Carlota Perez. ©Stuart Robinson

‘De coronacrisis kan het keerpunt zijn naar een tijdperk van grote economische bloei, maar het wordt eerst erger voor het beter wordt’, zegt Carlota Perez. De 81-jarige Venezolaanse is dé autoriteit over de grote technologische verschuivingen van de jongste eeuwen.

Historische tijden vereisen een historische visie, en weinigen zijn beter geplaatst om te duiden in wat voor tijdsgewricht we leven dan de Venezolaans-Britse econome Carlota Perez. Op haar 81 is ze door overheden en multinationals druk bevraagd als expert over de technologische gronden van de grote paradigmashifts in de economie, en de sociale impact ervan. ‘De crisis opent de geesten voor ideeën waar ik al langer mee bezig ben’, zegt ze vanuit Londen, waar ze verbonden is aan het Institute for Innovation and Public Purpose.

Het corona-effect, de nieuwe economie na de pandemie

©Filip Ysenbaert

Corona heeft inkomsten doen crashen, businessmodellen ontwricht, gewoontes dooreengeschud, veranderingen doorgeduwd. Wat keert terug naar het oude? Wat blijft voor altijd anders? En vooral: welke kansen biedt dat?

In 2002 vatte Perez haar ideeën samen in ‘Technological Revolutions and Financial Capital’, dat een standaardwerk werd over de verschuivende tektonische platen in de economische en technologische geschiedenis sinds het begin van het industriële tijdperk. Perez onderscheidt vijf grote technologische revoluties sinds het einde van de 18de eeuw. De voorlaatste, de vierde, begon 100 jaar geleden en was die van de doorbraak van de automobiel en van de massaproductie. Begin jaren 70 brak de vijfde aan, die van informatie en telecommunicatie, en daar zitten we op dit moment middenin.

Dat midden is een cruciale fase. Economische revoluties verlopen volgens Perez in twee delen. Om het met een cliché van een voetbalcommentator te zeggen: het is rust in een match die ‘twee gezichten’ kent. In de eerste helft profiteren de happy few, in de tweede helft gaat de hele samenleving erop vooruit. En de tussenperiode is eigenlijk helemaal geen rust, maar een turbulente overgangsperiode gekenmerkt door een zware en pijnlijke crisis. U voelt de bui al hangen: die crisis is de coronapandemie en haar economisch infarct.

‘Elke technologische revolutie volgt een min of meer vast patroon, met telkens twee heel verschillende vormen van welvaart’, legt Perez uit. ‘In een eerste fase heerst de gekte van een financiële zeepbel, met welvaart enkel voor degenen die surfen op de golf van nieuwe technologieën. De tweede is meer een golden age, de betere kant van het kapitalisme, wanneer welzijn vloeit naar meer lagen van de bevolking. En tussenin is er een keerpunt, een periode waarin - meestal na een financiële crash of twee - de ontkoppeling tussen kapitaal en de reële economie wordt ontbloot en wanneer de angst van zij die hun job en hun skills hebben verloren door de revolutie naar boven borrelt. Het is het moment waarop de maatschappij begrijpt dat ze kapitaal moet controleren en productie, tewerkstelling en sociale rechtvaardigheid moet stimuleren. Het is het keerpunt van groeiende ongelijkheid naar een eerlijker kapitalisme.’

Dus, om te begrijpen waar we aan toe zijn, kunnen we het best naar het verleden kijken, naar de vorige golf?

Carlota Perez: ‘Ja. De revolutie van massaproductie, die ons het tijdperk van de automobiel, olie, plastic en massaconsumptie bracht, kende zijn grote financiële crash in 1929, na de gekte van de roaring twenties in de VS. De jaren 30 waren verschrikkelijk op economisch en sociaal vlak. De levens van miljoenen arbeiders werden verwoest door werkloosheid, miljoenen boeren en kleine bedrijven gingen failliet. Populisme aan beide extremen vond een vruchtbare grond in de haat en de woede van slachtoffers die hoop vonden in de beloftes van messianistische leiders als Hitler en Stalin en die eenvoudig de Joden of de grote kapitalisten de schuld konden geven. Het is geen toeval dat populisme nu overal succesvol is. We leven in een gelijkaardige tijd.’

Maar de geschiedenis leert ook dat het daarna beter werd.

Perez: ‘Het goede nieuws is dat na de depressie en de Tweede Wereldoorlog dezelfde technologieën die zovelen pijn hadden gedaan door de welvaartsstaat zijn gekneed tot een tijdperk van bloei. Het bezit van een eigen woning en de ontwikkeling van voorsteden werden sterk gestimuleerd. Het beleid verzekerde goede salarissen, volledige tewerkstelling en voldoende vraag, zodat ondernemingen konden floreren. Daardoor zagen we de grootste en de eerlijkste economische bloeiperiode in de geschiedenis van de geavanceerde wereld. Hetzelfde patroon zagen we bij de Victorian Boom en bij de Belle Epoque, die ook volgden na financiële crashes en periodes van grote ongelijkheid.’

Hoe komt het dat we dit patroon altijd zien terugkeren in de economische geschiedenis?

Perez: ‘Dat is de natuur van het kapitalisme. De markteconomie werkt goed omdat beleggers, uitvinders, ondernemers, managers, bankiers en consumenten hetzelfde paradigma en gezond verstand delen over kosten en prijzen, over de meest effectieve technologieën en over de meest begeerde producten en diensten. Elke revolutie voorziet in haar eigen set van mogelijkheden, maar ze raken allemaal op een bepaald punt uitgeput. Ze kunnen niet blijven nieuwe producten introduceren, of ze kunnen niet de productiviteit blijven opdrijven of de markten blijven uitbreiden.’

De coronapandemie maakt veel zaken zichtbaar die voordien niet erkend werden.

‘Op dat punt breekt kapitaal los van de gevestigde waarden. Het gaat ideeën financieren die al langer in de coulissen stonden te wachten en die op het eerste gezicht geschift klinken. Dan komen verschillende nieuwe technologieën samen in een revolutie die al snel haar eigen paradigma ontwikkelt. Wie het vroeg omarmt, kan een fortuin verdienen en veel anderen in de financiële gekte trekken. Wie dat niet doet, kan verslonden worden door de concurrentie. Dat leidt allemaal tot een financiële bubbel, en tot de verspreiding van een nieuwe verstandhouding.’

Kunt u dat in een concreet voorbeeld gieten?

Perez: ‘Denk aan hoe normaal we het nu vinden dat platformen en vlakke netwerken de efficiëntste organisatievorm zijn, terwijl in vorige paradigma’s een piramide met een duidelijke scheiding tussen niveaus het ideaal was. Consumenten namen aan dat bezit de basis was voor een goed leven, maar nu krijgt huur de voorkeur. Maandelijks betalen om muziek en films te streamen in plaats van ze te kopen en het idee om gratis diensten te krijgen in ruil voor reclame is de norm. Net als de mogelijkheid van flexibele tewerkstelling, gewild of niet gewild, in plaats van een job voor het leven. Dat is een paradigmashift.’

U schrijft ook dat elk keerpunt in een revolutie, zoals nu, wordt gekenmerkt door pessimisme. Waarom?

Perez: ‘Wel, omdat de keerpunten typisch momenten zijn waarop populisme een opmars maakt door de haat van zij die zich buitengesloten voelen. Als het kapitaal oppermachtig is en de ongelijkheid welig tiert, lijkt het voor velen - vooral voor de slachtoffers - dat het systeem onherroepelijk corrupt is. Het leven van hun kinderen zal slechter zijn dan dat van hen, dat idee. Maar zelfs de middenklasse is pessimistisch vanwege de almacht van het geld en het gebrek aan gedurfd politiek leiderschap. Deze keer hebben we veertig jaar van groeiende ongelijkheid en almachtig kapitaal. De revolutie is nu zelf een centraal obstakel geworden.’

Was het wachten op de pandemie om dat in te zien?

Perez: ‘Fase twee van deze revolutie, de deployment, had kunnen volgen na de Nasdaq-crash en had zelfs moeten volgen na de kredietcrisis van 2008. Maar de overheden kozen ervoor de banken te redden in plaats van te kiezen voor een win-win tussen bedrijven en de samenleving. Want dat laatste is wat een gouden tijdperk, zoals de naoorlogse economische boom, eigenlijk is. Nu heeft de pandemie een situatie gecreëerd gelijkaardig aan een oorlog op het vlak van de vernietiging van de economie en de kostwinning van mensen. Overheden en maatschappijen zullen worden verplicht om te beslissen of ze teruggaan naar business as usual, of de stap zetten naar slimme, groene en eerlijke groei.’

De coronacrisis opent de geesten voor ideeën waar ik al langer mee bezig ben.

Dus de impact van corona vergelijken met de Tweede Wereldoorlog is zeker niet vergezocht, toch niet economisch?

Perez: ‘Inderdaad, het is een goede vergelijking, op economisch en op cultureel vlak. Net als tijdens oorlogen maakt de pandemie veel zaken zichtbaar die voordien niet erkend werden. Zoals nu: het belang van vaak slechtbetaalde ‘essentiële’ functies, niet alleen in de zorg, maar ook in logistiek, schoonmaak, supermarkten... Maar ook de benarde natuur van de gig economie en het grote aantal zelfstandigen. Bovendien wordt de globalisering in vraag gesteld vanwege het gebrek aan veerkracht door aandeelhouderskapitalisme en besparingsbeleid. En de ervaring van de globale pandemie vormt ook een soort voorafspiegeling van de klimaatverandering. Het opent de geesten voor de noodzaak om daar het hoofd aan te bieden. De pandemie kan leiden tot een groene en eerlijke golden age.’

Zijn crisissen altijd een unieke kans op grote economische verandering, om dingen in een betere richting te duwen?

Perez: ‘Ja! Het wordt altijd gezegd dat je een goede crisis nooit mag verspillen. En dat is exact wat men bedoelt: crisissen openen de deuren naar grootschalige veranderingen.’

Een nieuwe golden age voelt op dit moment, aan het begin van een eenzame winter, wel ver weg. Wordt het erger voor het beter wordt?

Perez: ‘Uiteraard. De vereiste transformatie is gigantisch. Investeringen en innovatie moeten een nieuwe richting inslaan, gestimuleerd door een set beleidsbeslissingen die even complex zijn als die die de welvaartsstaat hebben gecreëerd. Dat vraagt allemaal tijd, ook in het tijdperk van de informatietechnologie.’

U pleit onder andere voor een basisinkomen als instrument om de technologierevolutie te sturen naar een brede golf van economische vooruitgang. Hoe moet dat werken?

Perez: ‘Ik ben ervan overtuigd dat een universeel basisinkomen de gepaste vorm van verzekering tegen werkloosheid is in de moderne welvaartsstaat. Zo’n inkomen zou worden gestort aan elke burger, van geboorte tot sterfdag, op een bankrekening zodat die het kan gebruiken met zijn bankkaart. Het zou genoeg zijn voor voeding, transport en een minimum aan onderdak. Wie genoeg verdient, zou bijdragen in de vorm van belastingen. Dat systeem geeft waardigheid, omdat het stigma van de werkloosheidsuitkering verdwijnt. En alle bureaucratie verdwijnt, omdat het geautomatiseerd werkt. Het zou thuiswerk en zorg erkennen, en deuren openen voor artiesten en startende ondernemers. Het zou ziekte en criminaliteit uit armoede en honger terugdringen, en het zou een algemene bescherming tegen malaise zijn. Als we een basisinkomen hadden tijdens de pandemie, zou die veel minder pijn hebben gedaan.’

Carlota Perez. ©Stuart Robinson

Er zouden nog meer fiscale verschuivingen nodig zijn, zegt u ook. Welke?

Perez: ‘Belastingen zijn het meest doeltreffende instrument dat een overheid heeft om gedrag in een gewenste richting te sturen. Alle informatie over hoe slecht sigaretten voor je zijn, heeft waarschijnlijk minder gedaan om roken terug te dringen dan de hoge belastingen die sigaretten zo duur maken. Dat was meer dan 100 jaar geleden al het idee van de Britse econoom Arthur Pigou: tax the bads, subsidize the goods. Koolstoftaksen en andere manieren om fossiele brandstoffen te ontraden worden dus heel belangrijk. Maar misschien moeten we veel verder gaan en de btw hervormen. Van wat nu een taks op inkomen en winst is, naar een belasting op energie, materiaal en transport.’

‘Maar de belangrijkste verandering in fiscaal beleid komt neer op het inperken van kapitaal. We moeten investeringen in de echte economie opdrijven, en dat voor de lange termijn. Kapitaal denkt op dit moment op korte termijn en financiert vooral kapitaal en vastgoed. We hebben een meerwaardebelasting nodig die begint aan 90 procent voor alle winsten gerealiseerd in een dag, die dan gradueel verlaagd wordt tot 2 procent voor winsten over 15 à 20 jaar.’

90 procent, dat klinkt compleet onhaalbaar.

Perez: ‘Maar het is niet zo extreem als het lijkt. Het hoogste tarief voor de inkomstenbelasting in de VS in de jaren 50 onder de Republikeinse president Dwight Eisenhower was 92 procent.’

Wereldwijd treden overheden op om economieën overeind te houden. Is het de staat die ons op dat groeipad zal brengen, eerder dan de privésector?

Perez: ‘Allebei. Het is nooit het een of het ander, behalve pal in het midden van een crisis. Als het beleid goed is, zal de private sector volgen. De hele notie van het creëren van een gelijk speelveld waarin markten kunnen functioneren wordt ten onrechte begrepen als: de overheid mag absoluut niet tussenbeide komen. Nee, overheden moeten het speelveld zo doen hellen dat het technologische potentieel leidt tot zo groot mogelijke voordelen voor de hele maatschappij.’

Wie een paradigmashift vroeg omarmt, kan een fortuin verdienen. Wie dat niet doet, kan verslonden worden door de concurrentie.

‘In de massaproductierevolutie ging de steun van de overheid naar het stimuleren van het bezit van een eigen huis in de voorsteden en naar de Koude Oorlog. Vastgoedontwikkelaars bouwden op elk stuk beschikbaar land rond de stadskernen, de industrie produceerde elk denkbaar elektrisch toestel voor in de keuken of voor ontspanning en voedselproducenten vulden koelkasten en diepvriezen. Auto’s werden onmisbaar om van thuis naar het werk en naar de winkels te gaan, plastic werd uitgevonden voor alle soorten gebruik, om het vervolgens weg te gooien. De overheid regelde werkloosheidsuitkeringen om ononderbroken afbetalingen te garanderen. Ze garandeerde hypotheken en trok afbetalingen af van belastingen, ze bouwde wegen en nutsvoorzieningen die land beschikbaar maakten voor ontwikkelaars, enzovoort. Openbare aanbestedingen hielden innovatie op het scherpst van de snee draaiende in de militaire sector. Het speelveld was gelijk, het was gewoon juist gekanteld.’

Naar welke richting moet dat speelveld getild worden?

Perez: ‘Naar digitaal en groen, en volledig globaal. Digitaal en groen passen als een getrouwd koppel bij elkaar. We zitten in de revolutie van informatietechnologie, en IT is van nature ontastbaar. Dat laat ons toe groen te worden en te dematerialiseren. De vorige revolutie was van nature tastbaar en verkwistend en energie-intensief. Toen hadden we goedkope olie en materialen, nu hebben we goedkope micro-elektronica en informatie. Zo’n prijsverschuiving is een van de belangrijkste kenmerken van een technologische revolutie.’

‘In de vorige revolutie was de gedroomde levensstijl die van veel bezitten en veel consumeren. Die way of life moeten we groen maken door diensten te bevoordelen tegenover producten. In plaats van iedereen die vijf keer in zijn leven van koelkast wisselt, moet elke koelkast vijf levens meegaan. Dus we moeten naar een huurmodel. We moeten ook geen miljoenen onderdelen meer maken, maar ze 3D-printen wanneer we ze nodig hebben. En we hebben honderdduizenden onderhoudstechnici nodig, wat enorm veel werkgelegenheid creëert.’

‘In de huureconomie verschuift de btw naar het bedrijf dat verhuurt, een bedrag dat stijgt naarmate het product meer materiaal, meer energie en meer transport vereist. Het is heel belangrijk dat die verandering van levensstijl niet als een opoffering voelt. De nieuwe levensstijl moet gezien worden als interessanter en meer wenselijk.’

We hebben een meerwaardebelasting nodig van 90 procent op alle winsten gerealiseerd in één dag.

Zijn er, negen maanden ver in de pandemie, al veranderingen in ons dagelijks leven die waarschijnlijk permanent worden?

Perez: ‘Uiteraard. Het is zeer waarschijnlijk dat het in heel veel bedrijven gedaan is met vijf dagen per week op kantoor te werken. Het idee van ‘flipping the classroom’ is nu ook veel eenvoudiger te aanvaarden en in de praktijk te brengen. Dat betekent dat studenten een les bekijken in hun eigen omgeving en naar de klas komen voor discussie, vragen of projecten. De beste leerkrachten van het land, of zelfs van de hele wereld, worden toegankelijk voor kinderen in de armste en meest afgelegen gebieden. Hun lokale leerkrachten helpen hen de leerstof te verwerken en er creatief mee om te springen.’

Wat dacht u, als econome die grootschalige veranderingen bestudeert, toen de pandemie toesloeg en de wereld op pauze zette?

Perez: ‘Het duurde niet lang voor ik overspoeld werd met uitnodigingen voor webinars en interviews. Dat deed me snel beseffen dat de tijd was gekomen voor mijn ideeën. De grote disruptie dwingt mensen na te denken en naar de toekomst te kijken. Sommigen onder ons waren daar al even mee bezig.’

Hoe heeft het virus uw persoonlijke leven al veranderd?

Perez: ‘Nu het normaal is geworden om vanop afstand toespraken te houden en les te geven, zal ik zeker veel minder reizen. En omdat ik 81 ben, is dat best een opluchting.’

Carlota Perez (81)


Geboren in Caracas in 1939.
Begon haar carrière als econome in haar geboorteland Venezuela met onderzoek naar de energiecrisis en werd er consultant voor de overheid en voor grote bedrijven.
Wordt ‘neo-Schumpeteriaan’ genoemd vanwege haar werk in de traditie van econoom Joseph Schumpeter, de vader van de creatieve destructie.
Publiceerde in 2002 ‘Technological Revolutions and Financial Capital’, een standaardwerk over de opkomst en het verval van technologische revoluties.
Is vandaag onder meer professor economie aan het Institute for Innovation and Public Purpose in Londen, opgericht door de econome Mariana Mazzucato. Haar werk wordt gebruikt als studiemateriaal aan universiteiten over heel de wereld.
Adviseert grote publieke en private organisaties, zoals de OESO, de VN, de Wereldbank en tal van multinationals.

Lees verder

Advertentie
Advertentie