interview

Een ziekenhuis met 700 patiënten, maar met geen enkel bed

Gezondheidsexpert Koen Kas. ©Diego Franssens

Met een gezondheidszorg in crisismodus sneuvelen barrières voor een digitalere geneeskunde. ‘Het gaat niet over technologie, wel over vertrouwen.’ Een gesprek met gezondheidsexpert Koen Kas over FedEx-pakjes, een parkinsonstem en de Vanden Borre van de VS als pionier in ouderenzorg.

‘Er is een ongelooflijke ommekeer van ‘het zal wel zijn’ naar ‘wat kunnen wij daarmee doen?’.’ Koen Kas gaat op het puntje van zijn zetel zitten, in zijn thuiskantoor hoog in de nok van zijn huis in Schilde. Hij is op dreef. Kas is biomedicus en professor moleculaire oncologie aan de UGent. Na een carrière in biotech richtte hij Healthskouts op, een bedrijf waarmee hij speurt naar nieuwe digitale mogelijkheden in de geneeskunde. Hij predikt al jaren dat technologie de deuren openbreekt naar een meer gepersonaliseerde en preventieve gezondheidszorg. ‘Maar de coronacrisis werkt als een ongelooflijke brandversneller voor de digitalisering. Vraag eens aan mensen die corona gehad hebben of ze bereid zouden zijn hun longinhoud vanop afstand te laten monitoren. Iedereen zegt ja, geloof me. Omdat we weten dat corona niet zomaar stopt bij een ontslag uit het ziekenhuis. Er is een grote kans dat mijn hart is aangetast, mijn longen, zelfs mijn hersenen.’

Vraag aan mensen die corona gehad hebben of ze bereid zijn hun longinhoud vanop afstand te laten monitoren. Iedereen zegt ja.
Koen Kas

‘Of denk aan telezorg. Daarover waren vroeger veel remmingen, want hoe moest je dat regelen? Maar plots was het wel nodig. De verzekeraar AXA, die eind vorig jaar teleconsultaties in zijn hospitalisatieverzekering opnam, heeft sinds corona zo’n 35.000 doktersafspraken geregistreerd. Het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV) heeft in het voorjaar teleconsultaties - vooralsnog tijdelijk - terugbetaalbaar gemaakt. Dat heeft mensen doen wennen aan het idee.’

Het corona-effect, de nieuwe economie na de pandemie

©Filip Ysenbaert

Corona heeft inkomsten doen crashen, businessmodellen ontwricht, gewoontes dooreengeschud, veranderingen doorgeduwd. Wat keert terug naar het oude? Wat blijft voor altijd anders? En vooral: welke kansen biedt dat?

‘Nu is de vraag: wat is de volgende stap?’, vervolgt Kas. ‘Want al bij al zijn die teleconsultaties nog vrij beperkt: een patiënt belt of zoomt met zijn dokter. Welke technologie kan een arts nog gebruiken om een patiënt te onderzoeken en te volgen? Dat wordt versterkt door een dringende vraag vanuit de farmaceutische industrie. Door corona durfden sommige mensen niet meer naar het ziekenhuis of naar de dokter, waardoor minder patiënten beschikbaar waren voor klinische studies. Studies vielen zelfs stil. Dus werd de vraag gesteld: welke technologie kunnen we vertrouwen om op afstand mensen te monitoren?’

Wat is die volgende stap?

Kas: ‘Als je kijkt naar Apple of Google, zijn er zo’n 130.000 apps die claimen iets te doen met health, fitness of wellness. Meer dan 99 procent daarvan is geen medisch instrument. Omdat mensen zich afvroegen wat ze wel konden vertrouwen, hebben we met Healthskouts ruim een jaar geleden een website opgezet, digitalhealth.be. Daar lijsten we gecertificeerde apps op. In de VS gaat het om apps die een goedkeuring hebben van de Food and Drug Administration (FDA), in Europa om een CE2-markering. Toen we die lijst lanceerden, stonden er amper 136 apps op. Vandaag zijn dat er 205. Dat is nog altijd niet veel, maar het zijn er wel 205 waarvan ik zou willen dat onze gezondheidszorg die kent. Omdat ze toelaten veel dichter bij de patiënt te komen. Eén voorbeeld: TytoCare, een Israëlisch bedrijf dat opzetstukjes maakt voor je smartphone. Met een ervan kan de arts je hart en longen horen. Dat vervangt dus de stethoscoop. Met een ander stukje kan hij in mijn mond of in mijn oren kijken. Dat laat toe heel veel dingen die een dokter tijdens een klassieke consultatie doet, vanop afstand te doen. Zoals er nu in elk huis een thermometer ligt, kan dat een van de dingen zijn die we misschien niet morgen, maar wel overmorgen allemaal hebben.’

130.000
Wereldwijd zijn er zo’n 130.000 apps die claimen iets te doen voor je gezondheid. Minder dan 1 procent daarvan is bruikbaar als medische tool.

‘Zoals TytoCare zijn er tal van voorbeelden. Ook Belgische. Denk aan Byteflies, dat slimme pleisters maakt om vitale functies te meten. Mijn hartslag. Mijn zuurstofgehalte. Die twee parameters zijn in coronatijden zeer belangrijk om te monitoren, want het zijn indicatoren voor een besmetting. Er is ook Fibricheck, een app die via je smartwatch hartritmestoornissen detecteert. Ziekenhuizen gebruiken dat nu al. Het interessante is dat het daar niet stopt. De bankgroep KBC heeft met Fibricheck een project opgezet om al haar medewerkers te screenen.’

Er zijn wel nog drempels. Het is vaak duur: zo’n setje van TytoCare kost vlot 300 dollar. En qua regelgeving zijn we nog zover niet.

Kas: ‘Dat klopt. Er is de organisatie mHealthBelgium, die medische apps in België valideert. Daar staan nu 22 apps op, amper 10 procent van de beschikbare gecertifieerde apps wereldwijd. Geen enkele daarvan wordt al terugbetaald. Wij zijn het niet gewoon zelf te moeten betalen voor gezondheidszorg, dus zolang daar geen regeling voor is, gaan mensen niet zomaar overstag. ‘Ik wacht wel tot ik de medicijnen nodig heb’, denken ze. En dan mis je net de kans om te voorkomen in de plaats van te genezen. We lopen achter op de realiteit. Maar er is een inhaalbeweging ingezet. Binnenkort komt MoveUp in aanmerking voor terugbetaling. Met die app kunnen orthopedische chirurgen hun patiënten coachen en monitoren bij hun revalidatie.’

Dokters moeten die switch ook maken.

Kas: ‘Die is bezig. In 2018 organiseerden we een digital health event voor DomusMedica, de koepel van huisartsen. We hebben de mensen in de zaal toen bevraagd: willen jullie hier iets mee doen. 54 procent zei ja. Vorig jaar hebben we dat opnieuw gedaan. Toen was het al bijna 80 procent. Dat heeft veel te maken met Belgische successen zoals Fibricheck of het Hasseltse Epihunter, dat epilepsieaanvallen signaleert bij kinderen. Sinds de uitbraak van het coronavirus krijgen we van huisartsenpraktijken de vraag hoe ze kunnen helpen dingen te testen en gebruiken. De mindset kantelt.’

‘Ook in de opleiding geneeskunde trouwens. De Universiteit Gent heeft de opdracht gegeven om digital health in het curriculum op te nemen. Dat is echt wel nodig, want 90 procent van de digitale mogelijkheden komt niet aan bod in de opleiding. Niet alleen bij ons, maar overal lopen we daar nog achter.’

‘Uiteindelijk kom je bij de essentie van geneeskunde: beter zorgen voor je patiënt. Als je een pakje verstuurt van hier naar Barcelona, met UPS of FedEx, dan kan je dat pakje voortdurend traceren. Je vindt dat heel normaal. Maar een patiënt - of die nu kanker, alzheimer, diabetes of corona heeft - is 8.750 uur per jaar niet gelinkt aan een zorgverstrekker. Een FedEx-pakje wordt dus beter gevolgd dan een patiënt. Dat klopt niet. En dat kan digitalisering doen: helpen een patiënt beter te kennen, helpen om hem misschien niet te genezen met een pil, maar door hem elke dag te motiveren een blokje te gaan wandelen.’

Een FedEx-pakje zit er ook niet mee dat het voortdurend getraceerd wordt.

Kas: ‘Terecht. De vraag is dus: wat betekent het voor iemand? Laat me een paar voorbeelden geven. In Vlaanderen doen ze bij elke pasgeborene een hielprik. Ze nemen een beetje bloed en kijken naar de kans dat de baby een ontwikkelingsstoornis heeft. Als je die niet behandelt met aangepaste voeding, zou dat ertoe leiden dat het kindje op zijn drie jaar een plantje is. Ik heb nog nooit een ouder geweten die op basis van die kennis het dieet van zijn baby niet heeft aangepast. Dat is een datapunt waarvan ik je niet moet overtuigen, toch?

Bio Koen Kas

Geboren in 1967.
Doctoreerde in biomedische wetenschappen aan de Universiteit Antwerpen.
Begon zijn carrière met onderzoek naar de biologie van tumoren. Gaf les aan de KU Leuven en Harvard, vandaag professor moleculaire oncologie aan de UGent.
Werkte 15 jaar in biotech. Richtte zelf Pronota op (detectie van proteïnebiomarkers). Werkte daarnaast bij biotechbedrijven als Thrombogenics, Galapagos en Tibotec (nu J&J).
Richtte in 2017 Healthskouts op, een bureau dat wereldwijd zoekt naar nieuwe digitale mogelijkheden voor de zorg, met projecten voor de farmaconcerns UCB, Pfizer, J&J, maar ook drank- en voedingsbedrijven zoals Coca-Cola en Danone. Ambassadeur van Health House in Leuven.
Schreef in 2014 ‘Nooit Meer Ziek’ en in 2018 ‘Your Guide to Delight’.

‘Een ander voorbeeld: het Parkinson Voice Project. Een van de eerste symptomen van parkinson, ruim voor het trillen begint, is dat iemands stem verandert. Door te luisteren naar wat mensen vertellen aan een speaker, hun intonatie, kan je de ziekte in een heel vroeg stadium detecteren. Iemands stem is best wel iets intiems en veel mensen hebben reserves tegenover speakers, maar zou je dat niet doen?

‘Misschien iets delicaters: er bestaat een puffer voor astmapatiënten die andere patiënten een notificatie geeft als iemand ergens gepuft heeft. Zo kan je ervoor kiezen om die plaats te vermijden. Niet iedereen vindt dat fantastisch, maar als je een astma-aanval wil vermijden, ben je wellicht wel geïnteresseerd. Het komt erop aan services te bouwen waar mensen echt iets aan hebben.’

Kas staat op en neemt zijn laptop erbij. Na wat zoeken vindt hij een presentatie terug. ‘Ik heb met corona eens de test gedaan. Om te zien hoever ze wilden gaan met het delen van data, heb ik mensen tien vragen gesteld.’ Hij leest voor. ‘Mag ik uw hoest registreren? Zo kan Alexa detecteren of het een coronahoest is. Mag ik u scannen om te zien of u het warm hebt? Dat is best al verregaand. Mag ik uw locatie traceren? Dat was tot voor kort sciencefiction, maar met de corona-app doen we het wel.’

‘Kijk, ik weet niet wat juist en fout is. Maar uiteraard zullen we als gemeenschap de grens moeten trekken. Het gaat om ethiek, privacy en normen. En dat is vooral een wisselwerking. Hoe meer data, hoe beter de analyse, hoe meer vertrouwen. In een buitenwijk van de Amerikaanse stad Saint Louis staat het Mercy Virtual. Dat ziet eruit zoals een gewoon ziekenhuis, maar binnen staat geen enkel bed. 700 patiënten worden thuis gemonitord door de dokter en verplegers die wel in het gebouw zitten. Dat gaat niet over technologie, wel over vertrouwen. Bij de dokters en bij de patiënten.’

Ziekenhuizen hebben tijdens de epidemie veel van hun werking omgegooid. Op piekmomenten zoals nu wordt getrieerd in de zorg. Leidt dat tot blijvende veranderingen?

Kas: ‘Dat triëren kon al. De data waren er, maar niemand deed er iets mee. Iedereen werd gelijk behandeld in de plaats van soms de evidente vraag te stellen: wie heeft er het meeste nood aan als eerste behandeld te worden. Je ziet nu bijna alle ziekenhuizen kijken naar artificiële intelligentie om dat te verbeteren.’

‘De hele flow wordt ook in vraag gesteld: wat moet in het ziekenhuis gebeuren en wat niet? In Antwerpen werken we mee aan het nieuwe ZNA-ziekenhuis Cadix. Dat moet er tegen eind 2022 komen. Wel, daar wordt gekeken naar een andere aanpak. Door bijvoorbeeld in de inkomhal al bepaalde metingen te doen. Wat we ook doortrekken in een ander project, samen met de stad, de universiteit en het Blue Health Innovation Center: we willen in Antwerpen drie healthkiosken opzetten, waar mensen binnenstappen en bepaalde metingen kunnen laten doen. We zijn aan het bekijken welke. Voor het coronavirus kom je dan uit bij de CT-scanners van Siemens. Waarom zou je de longen van mensen daar niet screenen? Als je zo snelle check-ups kunt bieden, kan je veel laagdrempeliger en fijnmaziger werken.’

Een gezondheidszorg die zich meer buiten de muren van de dokterspraktijk en het ziekenhuis situeert dus.

Kas: ‘Er komen ook nieuwe businessmodellen. Een fascinerend voorbeeld is dat van Bestbuy. Dat is een elektronicaketen in de VS, zeg maar de Amerikaanse Vanden Borre. Op een bepaald moment hebben die gedacht: we verkopen smartphones en slimme armbanden, maar we verkopen die niet aan oudere mensen. Hoe kunnen we dat veranderen? Ze hebben 2.000 van hun verkopers opgeleid om de werking van die producten rustig uit te leggen aan 65-plussers. Dat was een gigantisch succes. Iedereen die voor zijn oude vader of moeder iets wou kopen, ging plots naar de Bestbuy.’

‘Dat zette hen aan het denken. Sinds ruim een jaar zijn ze nu bezig met het uitbouwen van een dienst waarbij senioren op basis van data-analyse een monitoringservice wordt aangeboden. Een systeem dat alarm slaat als bepaalde signalen verstoord zijn. Dat geeft een veilig gevoel als die mensen alleen wonen. Bestbuy is dat volop aan het uitbouwen. Het voorbije jaar spendeerde het bedrijf bijna 1 miljard dollar aan overnames in gezondheidsdiensten. Het zette samenwerkingen op voor digitale doktercheck-ups met TytoCare. Dat is een totaal nieuwe business. Een winkelketen die het voortouw neemt in ouderenzorg, dat had niemand kunnen denken. Dan denk ik: als het in de Verenigde Staten kan, waarom hier dan niet?’

Stoom u klaar voor het leven postcorona: herbekijk de webinars van De Tijd

Wat is het corona-effect op uw werk en klantenrelaties? Zijn uw vaardigheden nog up-to-date sinds thuiswerk de norm werd? En hoe gaat u om met coronastress? Tijdens vijf webinars vroeg De Tijd het aan experts, en verzamelden we uw ervaringen.

Het nieuwe hybride werken: hoe bouwt u een organisatie rond thuiswerk? (21 oktober - herbekijk)
met Ann Caluwaerts, executive vice-president people, brand & corporate affairs bij Telenet.

Hoe vindt u de weg naar klanten nu onlinecontact de norm is? (28 oktober - herbekijk)
met Steven Van Belleghem, marketingconsultant, -auteur en -spreker bij Nexxworks

Welke competenties hebt u nodig op de postcorona-arbeidsmarkt? (4 november - herbekijk)
met Wim Adriaens, gedelegeerd bestuurder VDAB, en experts Jan Wilmots, Ulrich Petré en Veerle Torrekens

Hoe houdt u tijdens een pandemie het hoofd boven water? (12 november - herbekijk)
met Tine Daeseleire, CEO van The Human Link

Hoe leiden in coronatijden? (18 november - herbekijk)
met Steven Poelmans (AMS) en Piet Wulleman (Wombat)

Lees verder

Advertentie
Advertentie