‘Innoverende bedrijven creëren betere jobs’

©©Julien FAURE/Leemage

Creatieve destructie, het proces waarbij innovaties regelmatig de economie omploegen, krijgt door de coronacrisis een boost. Op voorwaarde dat overheden met hun steun voor getroffen sectoren geen innoverende nieuwkomers ontmoedigen, stelt topeconoom Philippe Aghion.

Philippe Aghion, de wereldautoriteit in creatieve destructie, heeft zelf blijkbaar geen schrik voor disrupties in de Engelse vertaling van zijn nieuwste boek, ‘The Power of Creative Destruction’. Het boek is zo nieuw dat er nog geen drukproef van bestaat, zodat Aghion doodleuk de bewerkbare ‘Google docs’-versie van elk hoofdstuk naar ons stuurt. Een buitenkans om creatief te zijn met wat eigen toevoegingen, maar we laten ze wijselijk liggen.

De timing van Aghions boek, dat hij met twee jongere collega’s schreef, is alvast perfect. De economische ravage die de coronapandemie aanricht en de manier waarop het virus bedrijven dwingt alles om te gooien zet een turbo op het proces van creatieve destructie. De econoom Joseph Schumpeter onderkende als eerste het cruciale belang van dat proces, waarbij nieuwe technologieën de plaats innemen van bestaande technologieën en startende bedrijven gevestigde waarden het vuur aan de schenen leggen. Aghion, professor aan het Collège de France en de London School of Economics, plaatste dat proces in het hart van een invloedrijk model dat onze economische groei helpt te verklaren.

Creatieve destructie is om nog een andere reden actueel. In zijn herscheppingsdrang vernietigt het proces ook banen en creëert het een groep verliezers die hun toevlucht dreigen te zoeken bij populistische politici. De vraag of dat proces de ongelijkheid vergroot, en hoe beleidsmakers de deugden van innovatie kunnen koppelen aan het vermijden van persoonlijke ellende, krijgt dan ook de nodige aandacht in Aghions boek.

Philippe Aghion (64)

Professor economie aan het Collège de France en de London School of Economics, voordien professor aan Harvard.
Pionierde met Peter Howitt het invloedrijke Schumpeteriaanse groeimodel, dat innovatie centraal stelt voor economische groei.
Ontving in 2001 de Yrjö Jahnsson Award voor beste Europese econoom onder 45.
Zijn boek ‘The Power of Creative Destruction’ verschijnt in april. Het is nu al beschikbaar in het Frans.

En daar stopt het niet. Ook andere hete hangijzers - oplaaiend protectionisme, de monopoliemacht van techbedrijven - hebben een link met creatieve destructie. Zo is het opwerpen van tariefmuren tegen Chinese import contraproductief, omdat het de innovatie afremt van binnenlandse bedrijven die technologisch aan de top staan. Door de verminderde buitenlandse concurrentie zijn ze minder geprikkeld om te innoveren. De recente Amerikaanse rechtszaak tegen Google-moeder Alphabet toont dan weer dat overheden stilaan aandacht krijgen voor het gevaar dat monopolisten innovatie door jong geweld afblokken. Niets te vroeg, onderstreept Aghion.

Welke rol speelt creatieve destructie in onze kapitalistische economie?

Philippe Aghion: ‘Creatieve destructie is een cruciale motor van het kapitalisme, dat gestuwd wordt door opeenvolgende golven van innovatie. Innovatie ligt aan de basis van economische groei. Het gaat om een cumulatief proces, waarbij elke innovatie voortbouwt op de voorgaande. Zonder het wiel heb je geen wagen.’

‘Je moet ondernemers wel prikkelen om te innoveren. Door hen via patenten uitzicht te geven op tijdelijke monopoliewinsten zullen ze investeren in onderzoek en ontwikkeling. Met als resultaat dat nieuwe technologieën oudere vervangen. Maar die strijd tussen oud en nieuw creëert een contradictie in het hart van het groeiproces: aan de ene kant moet je winsten uit innovatie afschermen om uitvinders een prikkel te geven, aan de andere kant moet je vermijden dat gevestigde bedrijven die winsten aanwenden om innoverende nieuwkomers af te blokken.’

Een overname die dient om innovatie door een concurrent te verhinderen moet verboden zijn.
Philippe Aghion
Topeconoom

‘Joseph Schumpeter, de grondlegger van creatieve destructie, dacht net daarom dat het kapitalisme gedoemd was tot falen, omdat grote conglomeraten de ondernemingszin zouden versmachten. Je kan dat vermijden door het kapitalisme te reguleren.’

Hebben we dat te weinig gedaan de jongste jaren? De westerse economie kampt al even met een zwakke groei, waarbij de gedaalde productiviteitsgroei in het vizier ligt. Sommige economen wijten dat aan een gebrek aan baanbrekende innovaties. Hebben we een innovatieprobleem?

Aghion: ‘De IT-revolutie creëerde supersterbedrijven zoals Google-moeder Alphabet en Apple. Naarmate die meer sectoren controleren, gedragen ze zich steeds meer als een hegemonie. Op korte termijn stimuleert dat de groei, maar op langere termijn dreigt het groei te kosten, omdat supersterbedrijven innovatie door anderen ontmoedigen. En dat terwijl de meeste en belangrijkste innovaties gebeuren in kleinere, jongere bedrijven, die relatief meer patenten verwerven in verhouding tot hun personeelsbestand. Gevestigde bedrijven daarentegen investeren naarmate ze groter worden meer in lobbying en politieke contacten om hun markt af te schermen.’

‘Daarom is het belangrijk dat we het concurrentiebeleid aanscherpen om fusies en overnames door supersterbedrijven aan banden te leggen. Een overname die dient om innovatie door een concurrent te verhinderen moet verboden zijn. Vandaar het belang om kapitalisme te reguleren. Het beschermen van inkomsten uit intellectuele eigendom is de wortel, maar je hebt tegelijk de stok van concurrentie nodig. Die stok dwingt leidende bedrijven tot innovatie in een poging mee op kop te blijven en hun winsten veilig te stellen.’

Het corona-effect, de nieuwe economie na de pandemie

©Filip Ysenbaert

Corona heeft inkomsten doen crashen, businessmodellen ontwricht, gewoontes dooreengeschud, veranderingen doorgeduwd. Wat keert terug naar het oude? Wat blijft voor altijd anders? En vooral: welke kansen biedt dat?

Zal de coronacrisis leiden tot een scheut creatieve destructie, en in welke sectoren dan wel?

Aghion: ‘Bij de hotels, restaurants en luchtvaartmaatschappijen heb je verplichte sluitingen gehad. Sommige zullen niet heropenen. Daarnaast heeft telewerk een boost gekregen. We zullen in de toekomst meer thuiswerken. Ik zal bijvoorbeeld minder vliegen dan voordien nu Zoom-vergaderingen meer ingeburgerd raken. Ook e-commerce en telegeneeskunde zijn blijvers. Kortom, de crisis vernietigt activiteiten, maar creëert er ook nieuwe. Hoe zullen we bijvoorbeeld telewerk en kantoorwerk combineren? De crisis onthulde ook dat we te afhankelijk zijn van China voor producten zoals mondmaskers en de actieve bestanddelen van medicijnen. Het antwoord daarop zal opnieuw een bron van creatie zijn.’

‘Overheden staan voor een moeilijke evenwichtsoefening. Aan de ene kant moeten ze bedrijven ondersteunen om massale faillissementen te vermijden en waar nodig het opgebouwde menselijke kapitaal te beschermen. Aan de andere kant mogen ze de toetreding van nieuwe en innoverende spelers niet beletten. Concreet moeten overheden erover waken dat bedrijven niet om de verkeerde reden de boeken moeten sluiten. Daarom is het belangrijk de marktvraag te ondersteunen en bedrijven bijvoorbeeld uitstel van betaling van belastingen te geven. Het helpt ook als bedrijven de kans krijgen om zich via een ‘Chapter 11’-procedure (de Amerikaanse faillissementswetgeving, red.) te reorganiseren, in plaats van dat banken tot een snelle liquidatie overgaan om geld binnen te krijgen.’

Dreigt bij een enorme schok als deze de innovatie niet te lijden onder een financieringsstop, via bedrijven die snoeien in hun onderzoeksbudgetten en durfkapitalisten die hun cash hamsteren?

Aghion: ‘Het hielp alvast niet dat het budget voor fundamenteel onderzoek het kind van de rekening was bij de onderhandelingen over het Europese herstelfonds en de meerjarenbegroting. Fundamenteel onderzoek is cruciaal voor innovatie. Ik hoop daarom dat Europa het equivalent creëert van het Amerikaanse DARPA (onderzoeksinstelling binnen het ministerie van Defensie waaruit onder meer het internet voortkwam, red.) om in domeinen als energie, defensie of biotechnologie disruptieve technologieën te ontwikkelen door fundamenteel onderzoek om te zetten in toepassingen.’

Europese landen ontberen het ecosysteem om leiders te zijn in toekomstige technologische revoluties, waarschuwt u in uw boek. Wat hebben we nog nodig, naast eigen DARPA’s?

Aghion: ‘De pandemie illustreerde dat Europa een veel beter sociaal model heeft dan de VS. Individuen zijn hier beter beschermd tegen schokken, onder meer dankzij universele gezondheidszorg. De VS daarentegen zijn beter in innovatie dankzij een superieur financieel ecosysteem met onderzoeksinstellingen, ervaren private-equity-investeerders en institutionele beleggers die bedrijfsmanagers toelaten risicovolle maar innoverende projecten te ondernemen.’

‘We hebben een systeem nodig dat beide modellen combineert. Scandinavische landen als Denemarken en Zweden bewijzen dat het kan. Dankzij hervormingen wonnen ze sinds de jaren 90 aan innovatiekracht zonder hun sociaal vangnet op te geven. Het Deense ‘flexicurity’-systeem maakt de arbeidsmarkt flexibeler zodat innoverende bedrijven makkelijker personeel kunnen aanwerven en ontslaan, maar daartegenover staan genereuze werkloosheidsvergoedingen (90 procent van het salaris gedurende drie jaar, red.) en grootschalige overheidsinvesteringen in opleidingen voor een nieuwe job. Goed onderwijs is sowieso cruciaal.’

Europa wil met zijn herstelfonds ook de klimaatverandering aanpakken. Hebben overheden een rol te spelen in het stimuleren van groene technologie, of moeten we dat aan de markt overlaten?

Aghion: ‘Ik wil eerst aanstippen dat het bewust krimpen van de economie geen oplossing is voor het klimaatprobleem, zoals je soms hoort. Tijdens de eerste golf van de coronapandemie kromp de Franse economie met zo’n 30 procent, terwijl de CO₂-uitstoot maar met 8 procent daalde. Zo komen we er dus niet.’

‘We moeten bedrijven stimuleren om groene innovaties na te jagen. Dat kan via een combinatie van een CO₂-taks en subsidies voor de ontwikkeling van groene technologieën. Onderzoek leert dat autofabrikanten die altijd geïnvesteerd hebben in de ontwikkeling van een verbrandingsmotor, geneigd zijn dat te blijven doen. Ze zetten voort in op dat domein waarin ze al een voordeel hebben, en zullen dus niet spontaan voor elektrische wagens kiezen. De overheid moet een duwtje geven, in de eerste plaats met subsidies voor onderzoek en ontwikkeling. Dat zal meteen de omvang van de CO₂-taks beperken die nodig is in de strijd tegen klimaatverandering.’

Dreigt de vernietiging van jobs die gepaard gaat met creatieve destructie niet de ongelijkheid en het populisme te voeden?

Aghion: ‘De vraag is welke ongelijkheid je belangrijk acht. Innovatie heeft de neiging de concentratie van inkomen aan de top te verhogen (het percentage van het totale inkomen dat naar de 1 procent grootste inkomens vloeit, red.), maar heeft daarnaast drie deugden. Ze verhoogt de sociale mobiliteit, doet de algemene ongelijkheid zoals gemeten via de Gini-coëfficiënt niet toenemen en ze stimuleert de productiviteitsgroei. De Gini-coëfficiënt (0 voor een perfect gelijke samenleving, 1 voor een samenleving waarin één persoon al het inkomen heeft, red.) is hier belangrijk, omdat er een link bestaat met sociale mobiliteit: landen met een hogere sociale mobiliteit hebben een lagere Gini.’

‘Voor het bevorderen van de sociale mobiliteit heb je onder meer goede jobs nodig. Het zijn net innoverende bedrijven die de betere jobs creëren. Ze boosten niet enkel de mobiliteit doordat nieuwe ondernemers de innovators van gisteren vervangen, ze staan ook in voor de opleiding en de promotie van werknemers - inclusief lager geschoolden - die de kans krijgen de inkomensladder te beklimmen en het beter te doen dan hun ouders.’

‘Op termijn, en met de juiste institutionele omkadering, kan creatieve destructie zo de groeiende ongelijkheid tegengaan. Omdat de 1 procent hoogste inkomens hun rijkdom kunnen gebruiken om nieuwe innovators af te blokken is er wel nood aan een adequaat concurrentiebeleid en regels voor het financieren van politieke campagnes. Veiligheidsnetten, zoals een toegankelijke gezondheidszorg, een minimuminkomen en flexicurity, moeten dan weer vermijden dat wie zijn baan verliest niet tot het populisme wordt verleid.’

Stoom u klaar voor het leven postcorona: herbekijk de webinars van De Tijd

Wat is het corona-effect op uw werk en klantenrelaties? Zijn uw vaardigheden nog up-to-date sinds thuiswerk de norm werd? En hoe gaat u om met coronastress? Tijdens vijf webinars vroeg De Tijd het aan experts, en verzamelden we uw ervaringen.

Het nieuwe hybride werken: hoe bouwt u een organisatie rond thuiswerk? (21 oktober - herbekijk)
met Ann Caluwaerts, executive vice-president people, brand & corporate affairs bij Telenet.

Hoe vindt u de weg naar klanten nu onlinecontact de norm is? (28 oktober - herbekijk)
met Steven Van Belleghem, marketingconsultant, -auteur en -spreker bij Nexxworks

Welke competenties hebt u nodig op de postcorona-arbeidsmarkt? (4 november - herbekijk)
met Wim Adriaens, gedelegeerd bestuurder VDAB, en experts Jan Wilmots, Ulrich Petré en Veerle Torrekens

Hoe houdt u tijdens een pandemie het hoofd boven water? (12 november - herbekijk)
met Tine Daeseleire, CEO van The Human Link

Hoe leiden in coronatijden? (18 november - herbekijk)
met Steven Poelmans (AMS) en Piet Wulleman (Wombat)

Volgende aflevering
Bye bye cash, de boom in digitale betalingen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie