analyse

Na de dokterscontrole, de jobcontrole

De jobmarkt davert op haar grondvesten door corona. Jobs sneuvelen. Jobs veranderen door een versnelde digitalisering. Hoe vermijden we een mismatch tussen wat mensen kunnen en wat nodig is? Het antwoord van de VDAB: elke Vlaming moet straks op jobcontrole, zoals een dokterscontrole.

Tussen de weefgetouwen in de fabriek van Veranneman Technical Textiles in Ardooie, een onderdeel van de groep Sioen, staat een lokaal met glazen wanden, de ‘coolbox’. Drie grote schermen geven de situatie in de fabriek minutieus en in realtime weer. ‘Die hebben een woweffect bij nieuwe jonge werknemers’, glundert algemeen directeur Frank Veranneman. ‘Er is geen schoolopleiding meer voor de textielsector. Jongeren weten bij hun start niets over textiel.’ Alles moet dus aangeleerd worden. Dat gebeurt via de coolbox, waar de kennis van oudere werknemers doorgegeven wordt aan de jongere. Via doorgedreven digitalisering.

‘Kennisborging’, noemt Veranneman het. Oudere werknemers kunnen bijna op de tast een productiesituatie inschatten, maar die kennis dreigt te verdwijnen als ze met pensioen vertrekken. Daarom zet het bedrijf in op artificiële intelligentie (AI) en het verzamelen van data. Slimme camera’s en software - van de Gentse bedrijven Robovision en Viu More - en sensoren monitoren constant de productie en schatten in of eventuele afwijkingen binnen de normen vallen. Op de nieuwste productielijn wordt eraan gewerkt om de AI machines op basis van de data automatisch te laten bijsturen.

Het corona-effect, de nieuwe economie na de pandemie

©Filip Ysenbaert

Corona heeft inkomsten doen crashen, businessmodellen ontwricht, gewoontes dooreengeschud, veranderingen doorgeduwd. Wat keert terug naar het oude? Wat blijft voor altijd anders? En vooral: welke kansen biedt dat?

Mensen moeten dan de situatie inschatten en remediëren. ‘De ploeg komt samen in de coolbox. Ze bespreken de situatie, verdelen de taken en anticiperen op wat de volgende dag staat te gebeuren’, vertelt Veranneman. Het hele systeem van mensen en machines is een lerende organisatie geworden. De fabriek kreeg er al twee keer de Factory of the Future Award voor. En vooral: die ‘kennisborging’ wapent Veranneman nu beter tegen de economische turbulentie door corona.

De pandemie dreigt tot een ingrijpende shift op de jobmarkt te leiden. Er is een versnelde digitalisering: met meer telewerk, in diensten én industrie, meer robotisering, en meer gebruik van artificiële intelligentie. Dat vraagt aangepaste skills. Daarnaast dreigen tienduizenden mensen door reorganisaties of faillissementen hun job te verliezen. De vraag dringt zich op: met welke skills raken ze aan nieuwe jobs? En welke jobs?

‘We zagen het eerder bij de financiële crisis en nu bij de coronacrisis dat bedrijven gaan innoveren’, zegt Sofie Cabus, onderzoeksleider bij het Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA) aan de KU Leuven. ‘Dat kan de komende jaren leiden tot versneld jobverlies. Het creëert wel nieuwe jobs, maar niet voor dezelfde vaardigheden. Er dreigt dan in toenemende mate een mismatch van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.’

Leefwereld

Die door de pandemie nog oplopende mismatch remediëren kan door in te zetten op opleidingen, op levenslang leren. Zoals bedrijven als Veranneman doen. Alleen gebeurt dat te weinig. Een enthousiast lerend Vlaanderen? Dat blijkt niet uit de cijfers.

‘Het percentage van de Vlaamse bevolking tussen 25 en 64 jaar dat in 2019 te kennen gaf een opleiding te hebben gevolgd, is wat gestegen naar 8,6 procent’, zegt Cabus. ‘Maar we zitten niet aan de ambitieuze Europese doelstelling van 15 procent van de volwassen bevolking. In de hele Europese Unie zitten de percentages wat in de lift, het EU-gemiddelde ligt op 11,3 procent.’

Welke cijfers we ook nemen, België scoort in de middenmoot. De Scandinaviërs staan aan de top. Uit de Eurobarometer blijkt dat Belgen levenslang leren vooral beschouwen als tweedekansonderwijs voor mensen zonder diploma.

8,6%
vlaamse bevolking op arbeidsleeftijd
8,6 PROCENT VAN DE VLAAMSE BEVOLKING OP ARBEIDSLEEFTIJD GAF IN 2019 TE KENNEN EEN OPLEIDING TE HEBBEN GEVOLGD. DAT LIGT EEN PAK ONDER DE DOELSTELLING VAN 15 PROCENT.

Dat de vraag naar online opleidingen sinds begin dit jaar sterk toenam, zoals de Vlaamse arbeidsbemiddelingsdienst VDAB signaleerde, noemt Cabus ‘goed, maar het is geen structurele oplossing’.

Het is een cyclisch effect. ‘Gaat het goed in de economie, dan zijn er weinig inschrijvingen. Als het slechter gaat, zijn er meer inschrijvingen. Misschien belangrijker is de vraag of dit een blijvend effect zal hebben op de loopbanen van mensen die een online opleiding hebben gevolgd. Sommige mensen hadden tijdens de lockdown meer tijd om te leren. Maar gaan ze die opleiding echt gebruiken in hun loopbaan?’

Hoe moet het dan wel? ‘Dat Vlamingen niet willen leren, is nonsens’, zegt Jan Wilmots, beleidsadviseur van de VDAB. ‘Mijn zoon wandelt door zijn online computerspelletjes, krijgt die onder de knie met behulp van zijn vrienden en scherpt daarbij zijn digitale vaardigheden aan. Ook op sociaal niveau leert hij dan, want hij moet in die games in teams werken. Dat spontane leren levert resultaat op. Maar als de leeromgeving ver staat van de leefwereld, ambities en goesting, dan is dat een probleem.’

Klaslokalen

Anders gezegd: de Vlaming is leergierig, maar heeft een hekel aan klaslokalen. In de 8,6 procent deelname aan levenslang leren in België worden de gaminguren van de zoon van Wilmots niet meegenomen. Wat van informeel leren een misschien onderschatte, maar daarom niet minder belangrijke manier maakt om mensen meer te enthousiasmeren en beter te bereiken.

Het bouwbedrijf Persyn in Zwevegem laat kraanmannen met joystick en met tablets geladen met 3D-plannen hun werk doen. ‘Jongeren, met hun smartphone en ervaring in gaming, doen dit werk graag en goed’, zegt CEO Hervé Demeyere. De tablets zijn niet gewoon handige vervangingen van wat vroeger op papier stond. Via die weg communiceren de werknemers ook over het werk.

Hij wordt daarin bijgevallen door Ilse Baeck, administratief directeur van Canalco in Grobbendonk, een bedrijf gespecialiseerd in ondergrondse leidingen. Dikke pakken papier met plannen van de ondergrond behoren daar tot het verleden. Ook daar worden tablets gebruikt.

Het zijn in tijden van coronacrisis, lockdown en verplicht thuiswerk onmisbare tools die online samenwerking mogelijk maken, of het nu gaat over weefmachines, wegeniswerken of ondergrondse leidingen.

De online samenwerking die tijdens al dat thuiswerk zo cruciaal blijkt, is een van de kerncompetenties voor de 21ste eeuw. Cabus vermeldt het in een hele lijst waar ook digitale geletterdheid toe behoort, maar ook communicatief zijn, durven te spreken voor een groep, nieuwe relaties en samenwerkingen aangaan.

‘‘Die doet dat goed, maar ik zie hem niets anders doen’, wordt al te snel gedacht. Mensen kunnen wel ‘iets anders doen’.’
Sofie Cabus
Onderzoeksleider Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving (HIVA), KU Leuven

Ook daar kunnen ze bij Persyn over meespreken. ‘Als we het personeel bijeenbrengen voor opleidingen, is het belangrijk dat in het bedrijf nieuwe contacten worden gelegd. Collega’s die elkaar voordien niet kenden, gaan dan sneller raad vragen aan elkaar.’ En jongeren brengen nieuwe gewoontes binnen. ‘Ze hebben groepen op WhatsApp. Dat is een lerend netwerk, en het is ook ludiek. Tot sommige groepen krijg ik als CEO zelfs geen toegang’, zegt Demeyere droog.

Huishoudrobot

Al zijn tablets en online communicatie lang geen zaligmakende oplossing voor de groeiende mismatch op de arbeidsmarkt. ‘Bij een deel van de bevolking ontbreekt een digitale basisgeletterdheid’, zegt Cabus. Mensen in armoede hebben het moeilijk een laptop te kopen. Als die er dan toch komt, hebben ze daar geen ervaring mee. Er is ook een oudere generatie die niet is opgegroeid met tablets en smartphones. En voor sommige beroepsgroepen, waar menselijk contact belangrijk is, heeft digitaliseren geen zin. De poetsvrouw opleiden om van thuis uit een huishoudrobot te besturen lijkt vooralsnog science for the future.

Stoom u klaar voor het leven postcorona: herbekijk de webinars van De Tijd

Wat is het corona-effect op uw werk en klantenrelaties? Zijn uw vaardigheden nog up-to-date sinds thuiswerk de norm werd? En hoe gaat u om met coronastress? Tijdens vijf webinars vroeg De Tijd het aan experts, en verzamelden we uw ervaringen.

Het nieuwe hybride werken: hoe bouwt u een organisatie rond thuiswerk? (21 oktober - herbekijk)
met Ann Caluwaerts, executive vice-president people, brand & corporate affairs bij Telenet.

Hoe vindt u de weg naar klanten nu onlinecontact de norm is? (28 oktober - herbekijk)
met Steven Van Belleghem, marketingconsultant, -auteur en -spreker bij Nexxworks

Welke competenties hebt u nodig op de postcorona-arbeidsmarkt? (4 november - herbekijk)
met Wim Adriaens, gedelegeerd bestuurder VDAB, en experts Jan Wilmots, Ulrich Petré en Veerle Torrekens

Hoe houdt u tijdens een pandemie het hoofd boven water? (12 november - herbekijk)
met Tine Daeseleire, CEO van The Human Link

Hoe leiden in coronatijden? (18 november - herbekijk)
met Steven Poelmans (AMS) en Piet Wulleman (Wombat)

Levenslang leren gaat ook lang niet alleen over digitale skills. ‘Vrije beroepers zoals dokters en advocaten moeten zich voortdurend bijscholen, dat maakt deel uit van hun job. Dat moet worden opengetrokken naar andere beroepen’, vindt Cabus. Het automatiseren van bepaalde delen van iemands job kan tijd vrijmaken voor creatievere taken. Dan moet iemand daar wel op voorbereid zijn. Ook dat vraagt skills.

Op die complexe behoefte aan skills wil de VDAB veel duidelijker inspelen. Wie nu op de site van de arbeidsbemiddelaar een account aanmaakt, krijgt de indruk dat het platform Mijn Loopbaan vooral voor werkzoekenden is bedoeld. Dat wil de organisatie veranderen. ‘Binnen een jaar of twee moet de basis zijn gelegd voor een platform dat zich richt tot iedereen met een arbeidsrijpe leeftijd in Vlaanderen. Het is een zwaar IT-project’, klinkt het.

De bedoeling is van elke werkende of werkzoekende een profiel te maken met een overzicht van zijn vaardigheden. Dat profiel zal grotendeels automatisch worden samengesteld. ‘Op ons platform wordt nu nog verwacht dat mensen al hun competenties zelf inbrengen, maar dat is arbeidsintensief. Op basis van artificiële intelligentie en datamining kunnen we bij voorbaat dingen verzamelen over mensen, niemand is tenslotte een leeg blad’, zegt Wilmots.

Tegelijk gebruikt de VDAB artificiële intelligentie om die vaardigheden te koppelen aan jobs. ‘We zetten vol in op AI. We lanceerden pas nog tools die daarop zijn gebaseerd. Orient zegt welke beroepen bij jouw interesses passen. En Jobbereik zegt welke beroepen bij jouw competenties passen en welke verderaf staan. Op termijn moet de AI ook kunnen zeggen welke opleiding je dan nodig hebt en waar je die kunt vinden’, zegt VDAB-woordvoerster Joke Van Bommel. Het gaat niet alleen om opleidingen van de VDAB, maar ook die van partners en derden.

Dat moet breed gaan. Om bakker te worden zijn opleidingen van belang die misschien niet in een rubriekje ‘bakker’ staan. Denk aan informele leermogelijkheden - op YouTube bijvoorbeeld. Als de AI ook die moet capteren, vraagt dat een lerend systeem. De VDAB onderzoekt nu welke informatie nodig is om dat soort leren mogelijk te maken.

Gelukstreffer

Het model van de VDAB zet de deur open voor regelmatige ‘loopbaancheck-ups’, naar het voorbeeld van medische check-ups. Professor Sarah Vansteenkiste, verantwoordelijke voor het Steunpunt Werk aan de KU Leuven, is daar een groot voorstander van.

In de gezondheidszorg biedt de overheid het deel van de bevolking dat kwetsbaar is voor pakweg darmkanker een gemakkelijke manier van testen aan. Bij een loopbaancheck-up zou de overheid de mensen kunnen benaderen en inzicht geven in de vaardigheden die ze al hebben en welke ze nog nodig hebben voor een bepaalde job. Ook kan de overheid aangeven wat ze nog moeten leren en waar en hoe dat kan gebeuren.

‘Met data en artificiële intelligentie kunnen we de kwetsbaarste profielen detecteren die worstelen met een achterstand’, zegt Vansteenkiste. ‘Willen we de werkzaamheidsgraad van 80 procent bereiken voor België, dan moeten we echt de mensen die nu niet in het beroepsleven raken mobiliseren. Ook op het vlak van opleidingsmogelijkheden.’

Gedragseconomie

‘De overheid kan een beroep doen op inzichten uit de gedragseconomie’, zegt de professor, die behoort tot een expertengroep die Vlaams minister van Werk Hilde Crevits (CD&V) adviseert over de arbeidsmarkt. ‘In plaats van aan burgers te vragen zelf een loopbaancheque aan te vragen, kan je ook individuele cheques sturen met een bepaald bedrag voor opleiding. Mensen hebben dan het gevoel dat ze geld verliezen als ze die cheque niet gebruiken.’

‘Ik zag niet veel specifieks in het federale regeerakkoord. Er staan wel dingen over het loopbaansparen en de loopbaanrekening, maar die zijn sterk gericht op werkenden. Dat is goed, maar ik mis het verhaal van een inclusievere benadering.’

Her en der zijn er al initiatieven die zo’n inclusieve aanpak hanteren. Het kinderdagverblijf D’n Opvang ligt in Oostende in een wijk met nogal wat kwetsbare gezinnen die niet gemakkelijk toegang krijgen tot kinderopvang. De stagiairs daar zijn geen 17-jarigen, maar vrouwen tussen 28 en 35 jaar die aan duaal leren doen. Vanaf de eerste week wordt twee dagen school gecombineerd met drie dagen stage. Het werkt. De stagiairs geven feedback vanuit wat ze op school leren en komen op school terug met praktijkervaring. ‘Sommigen krijgen de smaak zodanig te pakken dat ze hoger onderwijs aanvatten’, zegt beleidsmedewerker Maud Blondé.

Het gaat er bij zulke trajecten vaak om herinneringen aan een traumatische schoolervaring te vermijden, zoals BeCode doet. Dat organiseert programmeerbootcamps en werkt niet met formele examens. Mentors moeten de kunde van de deelnemers inschatten.

Alleen zijn D’n Opvang en BeCode nog altijd buitenbeentjes. Het is vaak een gelukstreffer als iemand bij zo’n initiatief terechtkomt. Een inclusief systeem van loopbaancheck-ups gekoppeld aan een goed gebruik van artificiële intelligentie kan meer mensen op die weg zetten.

Kmo-land

Tot slot ligt een deel van de oplossing bij de werkgevers. Ze hebben er alle belang bij duidelijk te zeggen welke competenties ze verwachten van kandidaten voor bepaalde jobs, en hoe ze die competenties in de toekomst zien evolueren. ‘Nu worden soms mensen ontslagen bij een bedrijf, terwijl eenzelfde aantal wordt gerekruteerd. Was het dan niet mogelijk die werknemers tijdig te begeleiden?’, zegt Wilmots. Die vraag blijkt vaak nog moeilijk.

Zeker lager opgeleiden moeten meer kansen krijgen om zich bij te scholen, vindt Cabus. Hoger opgeleiden worden nog altijd makkelijker emotioneel en financieel gestimuleerd om zich verder te bekwamen dan lager opgeleiden. ‘‘Die doet dat goed, maar ik zie hem niets anders doen’, wordt al te snel gedacht. Mensen kunnen wel ‘iets anders doen’.’

Industrie 1.0, dat was de stoommachine. 2.0 was het bandwerk. 3.0 was de komst van de computer op de productievloer. Maar 4.0 is alles laten communiceren met elkaar.
Frank Veranneman
Algemeen directeur Veranneman Technical Textiles

Het is ook vaak een kwestie van tijd en ruimte. Het is één ding om tijdens een lunchmeeting tips over het werk uit te wisselen. Om iemand via een opleiding een nieuw beroepstraject te laten inslaan, moet zijn rooster worden vrijgemaakt. ‘Vlaanderen is een kmo-land, en zulke ondernemingen hebben het moeilijker mensen vrij te stellen. Dat zie je ook in Italië, ook een kmo-land.’

‘We moeten volwassenenonderwijs veel meer als hefboom gebruiken’, zegt Cabus. ‘Dat is vandaag echt niet het geval.’ Het gaat erom niet gewoon vaardigheden te volgen, maar ook te creëren. ‘Anticiperen, daar zijn we niet sterk in. Dat is jammer, dat is voor mij het knelpunt.’

Middenmoot

Een actieve bijscholing kan nieuwe beroepen doen ontstaan. En misschien zijn daar net mensen voor nodig die nu uit de boot dreigen te vallen. De middenmoot. Denk aan de afgestudeerden uit het middelbaar onderwijs die in een bedrijf gaan werken waar ze machines bedienen die straks vanuit een controlekamer worden bediend.

Met data en artificiële intelligentie kunnen we de kwetsbaarste profielen detecteren. Willen we de werkzaamheidsgraad van 80 procent bereiken voor België, dan moeten we hen echt mobiliseren.
Sarah Vansteenkiste
Verantwoordelijke voor het Steunpunt Werk aan de KU Leuven

Zoals de textielondernemer Veranneman het verwoordt: ‘Industrie 1.0, dat was de stoommachine. 2.0 was het bandwerk. 3.0 was de komst van de computer op de productievloer. Maar 4.0 is alles laten communiceren met elkaar.’ Het is zaak die ‘middengeschoolden’, zoals Cabus ze noemt, ook in die richting te begeleiden.

Niet vaardigheden volgen, maar ze creëren dus. Zoals met het systeem dat de VDAB voor ogen heeft. Met technologie de noden detecteren en ze opvangen met een divers aanbod van leervormen. Als iedereen aan informeel en formeel leren doet, kunnen we vooruitlopen op de dingen, gelooft Cabus. Op een pandemie zouden we dan vlotter reageren met nieuwe manieren van samenwerken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie