Jean Paul Van Bendegem: 'Wat is dat, mens zijn?'

©Siska Vandecasteele

Voor Jean Paul Van Bendegem, filosoof en wiskundige, is 'Frankissstein' van Jeanette Winterson een must read omdat het historische achtergrond mooi en slim verweeft met een hedendaags verhaal over identiteit, biotech en artificiële intelligentie.

‘Met ‘Frankissstein’ is de Britse auteur Jeanette Winterson erin geslaagd twee erg gelaagde verhalen samen te weven tot een intelligente roman, die bovendien Mary Shelley’s werk uit 1818 over Frankenstein en zijn monster alle eer aan doet. In de ene verhaallijn lees je over Shelley’s wonderlijke leven en hoe ‘Frankenstein’ tot stand kwam. Parallel ontspint zich een hedendaagse situatie met gelijkaardige thema’s: de biotechprofessor Victor Stein probeert een bevroren brein tot leven te wekken met kunstmatige intelligentie.’

‘Zowel de geschiedenis als de hedendaagse tijdlijn wordt prachtig beschreven - Winterson kan dat. Je leest over Lord Byron, Ada Lovelace en de ontwikkeling van de computer, Alan Turing en de kiem van de artificiële intelligentie, en Shelley’s moeder, Mary Wollstonecraft, die bekend is als de eerste feministe. Het verbaast dus niet dat het regelmatig over de positie van de vrouw gaat, een thema dat doorzet in de parallelle verhaallijn. Een collega van professor Stein, dokter Ry Shelley, is transgender. Identiteit is belangrijk in de wetenschappelijke zoektocht naar machines die de mens moeten nabootsen en zelfs overtreffen. Maar wat is dat, mens zijn? Dat wil Winterson onderzoeken via het eeuwenoude onderscheid dat we gebruiken om mensen op te delen: man versus vrouw.’

‘Typerend is hoe Winterson speelt met de feiten zonder de waarheid geweld aan te doen. Het historische luik is - voor zover ik kon nagaan - waarheidsgetrouw en ook het verhaal van professor Stein is aannemelijk. Wil je vandaag een brein tot leven wekken, dan heb je een labo en sponsoring nodig. Winterson houdt daar rekening mee. Stein is geen gekke wetenschapper die in een zolderkamertje zit te experimenteren - zoals 200 jaar geleden in ‘Frankenstein’ wel het geval was. Hij is een professor met status en middelen die gebruikmaakt van de nieuwste technologieën. Maar de thema’s flirten met sciencefiction: robots, artificiële intelligentie en de maakbaarheid van de mens.’

‘Net als het originele boek staat ‘Frankissstein’ bol van de interne linken. Alles wordt gespiegeld, van symbolische eigennamen tot gelijkaardige twijfels en door elkaar lopende motieven. Dat was typisch voor Shelley, maar ook eigen aan de stijl van Winterson. Voor mij is de kern van hun werk het ethische vraagstuk van de mateloze nieuwsgierigheid en de gevolgen: wat zou er gebeuren als…? Net als haar personages stelt Winterson constant alles in vraag en spoort ze ook haar lezers daartoe aan. Dat is echt geestig, ik vond het heel vermakelijk om uit te vlooien hoe het boek in elkaar zat.’

Jeanette Winterson - Frankissstein - 352 blz.

Lees verder

Advertentie
Advertentie