analyse

Vlaamse knip- en plakbegroting met weinig grote keuzes

Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) met minister van Begroting Matthias Diependaele. Ook zij hanteren de beruchte kaasschaaf. ©Photo News

Op het schrappen van de woonbonus na maakt de Vlaamse regering weinig grote budgettaire keuzes. Ze knipt op duizend-en-een manieren in budgetten en investeert die opnieuw in onderwijs, welzijn en innovatie. ‘Vestzak-broekzak’, luidt de kritiek.

Duizend-en-een keuzes waren er volgens N-VA-voorzitter Bart De Wever gemaakt in de laatste onderhandelingsnacht over de Vlaamse regering. Over de keuzes zelf deden de meerderheidspartijen mysterieus. Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) weigerde vorige week tot groot ongenoegen van de oppositie inzage in de cijfers te geven omdat hij wilde dat het debat over de inhoud ging. Als hij eerlijker was geweest, had hij toegeven dat het cijferwerk nog niet helemaal klaar was. Pas zondagavond werd de finale versie afgeklopt.

De leden van het Vlaams Parlement kregen de begrotingstabel maandagmiddag toegestuurd. De cijfers leren dat de centrumrechtse regering-Jambon tegen het einde van de legislatuur in 2024 voor bijna 2,3 miljard euro aan nieuwe inkomsten en besparingen wil doorvoeren. Nieuwe inkomsten staan voor 625 miljoen euro, de overige 1,65 miljard euro zijn besparingen.

De nieuwe inkomsten worden voor ongeveer de helft gehaald door de woonbonus, het fiscale voordeel voor wie een hypothecaire lening aangaat, te laten uitdoven. Wie de woonbonus heeft, behoudt die. Maar omdat er geen nieuwe huiseigenaars meer in het systeem stappen, kan de Vlaamse overheid in 2021 51 miljoen besparen. In 2024 is dat al meer dan 327 miljoen.

Met uitzondering van de woonbonus hoedt de regering er zich voor de burgers voor het hoofd te stoten.

Het schrappen van de woonbonus wordt gecompenseerd door het verlagen van de registratierechten, die je op de aankoop van een huis moet betalen. Nu bedragen die 7 procent van het aankoopbedrag. Dat percentage daalt tot 6 procent, wat de overheid jaarlijks 140 miljoen euro kost. Wie een huis koopt, betaalt in eerste instantie dus minder, maar geeft op de lange termijn meer uit dan in de huidige situatie. De meerderheidspartijen verantwoorden de hervorming door te wijzen op ‘perverse’ effecten van de woonbonus. Die zou tot een stijging van de vastgoedprijzen hebben geleid.

Voor de rest hoedt de regering er zich voor de burgers voor het hoofd te stoten. Ze laat de prijs van de dienstencheque op 9 euro, maar een gebruiker krijgt nog 1,80 in plaats van 2,70 euro terug via de belastingen. Hij betaalt dus meer, maar door de factuur via de fiscale aftrek te verhogen is dat minder zichtbaar. Daarnaast kan bij een erfenis geen beroep meer worden gedaan op het systeem van de duolegaten. Via dat systeem konden erfgenamen de verschuldigde belasting nu zien dalen doordat een deel van de erfenis aan een goed doel werd geschonken.

Besparen op overheid

Nieuwe besparingen worden dan weer voor het grootste deel op de overheid zelf gehaald, die tegen 2024 664 miljoen euro moet besparen. Er komt geen indexatie van de werkingsmiddelen van de departementen, op het apparaat zelf wordt een procent beknibbeld en Vlaanderen zal het met 1.440 ambtenaren minder doen. Opvallend is ook dat het middenveld wordt geviseerd. De belangrijkste organisaties in de welzijnssector en in het onderwijs worden ontzien, maar bijna alle andere middenveldorganisaties zullen het met 6 procent minder subsidies moeten doen.

De overige 380 miljoen vindt de regering door geplande uitgaven af te remmen. Zo worden de leeftijdstoeslagen in de kinderbijslag en de kinderbijslag voor het derde kind in het oude systeem niet geïndexeerd. De leeftijdsvoorwaarde voor de korting op de sociale bijdragen die bedrijven via het doelgroepenbeleid kregen voor veel 55-plussers stijgt naar 58 jaar. De uitgaven in het secundair onderwijs stegen de voorbije legislatuur fors en die toename wordt nu afgetopt. Hetzelfde gebeurt met de uitgaven voor de gezinszorg.

Als het de ambitie is ons naast de Scandinavische landen en Nederland te plaatsen, vallen de bedragen wat mager uit.
Bart Van Craeynest
hoofdeconoom van Voka

Veel meer dan moeilijke budgettaire keuzes te maken of het hakmes boven te halen, kiest de Vlaamse regering ervoor voorzichtig te knippen in tal van uitgaveposten. Het geld dat zo vrijkomt, wordt gebruikt om nieuw beleid te financieren. In 2024 gaat het over 2,5 miljard euro aan nieuwe maatregelen, wat meer is dan de in dat jaar geplande besparingen. Toch is de begroting van 2024 in evenwicht omdat er bij ongewijzigd beleid een overschot van 300 miljoen euro zou zijn geweest.

Naast de verlaging van de registratierechten is de jobbonus de opvallendste nieuwe maatregel. De laagste lonen zullen daardoor tot 50 euro per maand netto meer overhouden. Het wordt ook goedkoper gemaakt om beste vrienden te laten erven. Die drie maatregelen samen kosten een half miljard euro.

Van de resterende 2 miljard aan nieuwe uitgaven gaat 550 miljoen euro naar welzijn. Onderwijs en innovatie krijgen er elk 250 miljoen euro bij. Naar mobiliteit en omgeving gaat tegen het einde van de legislatuur 100 miljoen euro extra. Naar de gemeenten vloeit een bijkomende 415 miljoen. De helft van dat bedrag wordt gebruikt om de pensioenlast van de gemeenten gedeeltelijk over te nemen.

Te weinig

De regering-Jambon strooit met geld op departementen die naar extra financiële steun snakken. Voor de oppositie is het evenwel te weinig. In de welzijnssector delen ze die kritiek. Met een injectie van 270 miljoen euro tegen het einde van de legislatuur zullen de wachtlijsten voor gehandicapten nauwelijks korter worden. Het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap zegt dat alleen al 205 miljoen euro nodig is om ervoor te zorgen dat de bestaande wachtlijsten niet langer worden.

In de ouderenzorg en de jeugdhulp is eveneens meer geld nodig om de noden te lenigen. En over de geestelijke gezondheidszorg is in de begroting zelfs geen cijfer terug te vinden. Omdat de welzijnssector ook moet besparen, spreekt de Vlaamse zorgkoepel Zorgnet-Icuro over ‘bijna een vestzak-broekzakoperatie’. In het onderwijs zitten ze met eenzelfde gevoel. Ook daar staan tegenover de nieuwe investeringen heel wat besparingen. Zo ontstaat het beeld van een regering die links wat budgetten wegknipt om ze er rechts weer bij te plakken.

Zelfs de werkgevers organisaties, niet meteen de grootste vijanden van centrumrechts, hebben gemengde gevoelens.

Zelfs de werkgeversorganisaties, niet meteen de grootste vijanden van centrumrechts, hebben gemengde gevoelens. Unizo ziet belastingverhogingen voor werkgevers, bij Voka vinden ze dat er weinig ambitie is. ‘De regering kiest voor de juiste richting. Maar als het de ambitie is ons naast de Scandinavische landen en Nederland te plaatsen, vallen de bedragen voor bijvoorbeeld de mobiliteitsinfrastructuur en de werkgelegenheid wat mager uit’, zegt Bart Van Craeynest, de hoofdeconoom van Voka.

Voor de regering-Jambon, die beloofde dat Vlaanderen wat het zelf doet ook beter moet doen, moet de kritiek wrang smaken. Door meer ambitie aan de dag te leggen hoopte ze te breken met de regering-Bourgeois, die de kritiek kreeg te weinig uit de verf te komen. Na de ergernis over het achterhouden van de cijfers, de heisa rond Jambon die in het Vlaams Parlement spelletjes op zijn telefoon zat te spelen en de kritiek op het cijferwerk heeft de nieuwe Vlaamse regering misschien meer de aandacht getrokken dan haar voorganger, maar niet op de manier waarop de meerderheidspartijen het hebben gewild.

©MEDIAFIN

Lees verder

Advertentie
Advertentie