reportage

De Belgische ondernemers die de Sahel herbebossen

De delegatie van 'Cycling for the climate' in Senegal. ©Daan De Groote

Om de opmars van de woestijn in Afrika te stoppen zijn bomen nodig. Véél bomen. De Belgische vzw Ondernemers Zonder Grenzen voert een verbeten strijd met het oprukkende zand, en trekt en passant de lokale bevolking mee. ‘Er is gespijbeld, geklapt en gezongen voor het klimaat. Zullen we dan nu iets dóén?’

Druipend van het zweet en met vastberaden blik stapt Werner Sels door de brandende hitte van de Senegalese Sahel. De mountainbike die hij voortduwt, heeft twee lekke banden. De boosdoeners zijn de vlijmscherpe naalden die aan de weinige bomen in de streek groeien. Ook de fietsers die na Sels komen, hebben kennisgemaakt met de lokale acacia’s en hun prikkels. Als de ene na de andere uitgeput neerzijgt op het aankomstpunt van de fietstocht vliegen al gauw de plagende verwijten in het rond. ‘Godverdomme Werner, en jij wil hier nog meer van die rotbomen zetten?’

De groep fietsers bestaat uit Belgische topmanagers, ondernemers en financiers, onder wie Ageas-CEO Bart De Smet, Recticel-CEO Olivier Chapelle, topbestuurder Johnny Thijs, Teamleader-CEO Jeroen De Wit en Deloitte-CEO Piet Vandendriessche. Ze trapten de voorbije dagen een kleine 300 kilometer door Senegal om op dit punt te geraken.

Enkele kilometers verderop, op een plaats die alleen per jeep bereikbaar is, ligt het echte doel van de reis. De groep brengt er een bezoek aan Mbar Toubab, een dorre lap grond in het hart van de Sahel die over enkele jaren onherkenbaar moet zijn. Daar werkt Sels met zijn vzw Ondernemers Zonder Grenzen (OZG) aan een project om de streek weer groen te krijgen. 

Met het aanplanten van bomen zet je een fascinerende economische kettingreactie in gang.
Werner Sels
Medeoprichter van Ondernemers Zonder Grenzen

Het doel van OZG is even simpel als ambitieus. Elk jaar willen Sels en zijn vrijwilligers in deze kurkdroge en onherbergzame streek 3.000 hectare bos aanplanten. Ter vergelijking: het Zoniënwoud neemt 4.400 hectare in beslag. OZG wil zijn steentje bijdragen aan het Great Green Wall Initiative, een pan-Afrikaans monsterproject om door het continent van oost naar west een groene ‘dam’ aan te leggen. Het herbebossen van de Sahel, het overgangsgebied tussen woestijn en woud, wordt gezien als het beste wapen om de snel oprukkende Sahara in te dijken.

Midlifecrisis

Sels beantwoordt niet aan het clichébeeld van een ‘groene jongen’. Hij spendeerde een goed stuk van zijn leven achter een bureau, bouwend aan zijn eigen IT-bedrijf, gespecialiseerd in financieel-juridische software. Maar financieel succes ten spijt ontdekte hij dat hij daar niet gelukkig van werd. Een verkoop volgde, en niet veel later een midlifecrisis.

‘Ik vroeg me af waar ik me al die tijd mee bezig had gehouden en wat ik wel wilde doen met mijn leven. Een antwoord wist ik niet, maar wel dat het iets met impact moest zijn. Zo ben ik uiteindelijk met enkele vrienden in Burkina Faso beland, zonder dat we echt wisten wat we er concreet konden betekenen. Op zoek naar een doel.’

Werner Sels, voorzitter van Ondernemers Zonder Grenzen. ©Daan De Groote

Dat doel vond hij, na de nodige omzwervingen, in gesprekken met de lokale bevolking. ‘Ik was geïntrigeerd door de migratiegolven die we voor onze neus zagen plaatsvinden. Families die met hun hele hebben en houden op een kar geladen wegtrokken, op zoek naar een beter leven. Als ik via een tolk vroeg waarom ze dat deden, kreeg ik steevast hetzelfde te horen: ‘Waar wij vandaan komen, is niets meer.’ Dat klinkt duidelijk, maar ik kon me weinig voorstellen bij het concept ‘niets’. Dus zijn we gaan kijken, en toen begrepen we het.’ Sels zwijgt even en wijst dan om zich heen. ‘Dít is niets.’

Negatieve spiraal

3.000
Ondernemers Zonder Grenzen wil elk jaar 3.000 hectare bos aanplanten in de Sahel.

Om ons heen is behalve een enkele boom, wat verdorde struikjes en uitgedroogd gras inderdaad nog weinig te zien. ‘En het is niet eens de piek van het droogseizoen’, zegt Jill Peeters, tot eind vorig jaar de weervrouw van VTM en vandaag mee met OZG als ambassadeur van het project. ‘Over een paar maanden, als het kwik verder stijgt, is hier alleen nog stof te zien. Dat is officieel dan nog geen woestijn, maar als je nu niets doet, is het hier binnen afzienbare tijd Sahara. Om dat proces te stoppen heb je bomen nodig.’

Die bomen stonden er tot enkele decennia geleden nog in overvloed. Maar enkele grote droogtes in de jaren zeventig hertekenden het landschap. Een groot deel van de bomen stierf af, de rest werd gekapt om de bevolking toch nog iets van inkomen te geven. Al het groen dat toch nog een neus aan het venster steekt, wordt meteen weer afgegrazen door het vee van de Peul, een Senegalees nomadenvolk. Het is de basis van een negatieve spiraal die zowel natuur als maatschappij onder zware druk zet.

Combineer die ontbossing met de klimaatverandering, en je krijgt een gevaarlijke cocktail, zegt Peeters. ‘Door de klimaatverandering valt hier in het regenseizoen meer regen dan vroeger, maar in extremere pieken. Dat water krijgt geen kans om de harde grond in te dringen, en dus stroomt het af. Maar daarmee worden ook de mineralen die de grond vruchtbaar maken weggespoeld, wat desertificatie in de hand werkt. Tenzij je dus bossen aanplant. Bomen maken met hun wortels de grond doordringbaar voor water en houden de mineralen vast.’

Slagveld van stompjes

De vraag is hoe je in zo’n jarenlang uitgedroogde grond ook maar het minste sprietje laat groeien. Voor het antwoord klopte Sels aan bij de Universiteit Gent. Met professor Patrick Van Damme hebben ze daar een expert tropische landbouw aan boord, met een zwak voor de herbebossing van moeilijke gebieden.

De site in Senegal waar OZG momenteel 1.000 hectare bos aanplant. ©Reporters / Redux

Van Damme begon begin jaren tachtig zijn carrière in Senegal. ‘In opdracht van de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, boog ik me over het kweken van tomaten. Ik woonde in het midden van de brousse, op 15 kilometer van de eerste begaanbare weg. Telkens als ik die 15 kilometer moest afleggen, passeerde ik een slagveld van stompjes van waar vroeger bomen hadden gestaan. Toen heb ik gezegd: ‘Als ik daar ooit iets aan kan doen, zal ik het niet laten.’’

Het voornemen groeide uit tot een levenswerk. En Van Damme tot een internationale autoriteit. Onder meer de Verenigde Naties doen geregeld een beroep op hem in het kader van de aanleg van de Great Green Wall. En ook OZG mocht voor zijn herbebossingsproject putten uit Van Dammes ervaring.

Vallerani

De professor raadde Sels aan gebruik te maken van de Vallerani-techniek. Daarbij wordt een ‘delfino’ gebruikt, een ploeg van Italiaanse makelij die twee technieken combineert. ‘Die ploeg trekt een diepe voor, op 70 à 80 centimeter diepte. En ondertussen graaft de andere ploegschaar een geul in de vorm van een halve maan. Zo maak je de grond los en creëer je tegelijk een natuurlijk reservoir waarin tijdens het regenseizoen zo’n 1.500 liter water kan worden opgevangen. Dat volstaat in principe om de in het regenseizoen ingeplante zaden te doen ontkiemen.’

Mbar Toubab in Senegal, waar straks een bos ontluikt. ©Daan De Groote

OZG testte de techniek uitgebreid in Burkina Faso, waar de Boechoutse vzw de voorbije jaren bijna 10.000 hectare bos uit het niets deed herrijzen. Maar door de onveilige situatie in het land moest de organisatie haar projecten daar achterlaten, waarna de focus werd verlegd naar Senegal. Hier zaaide OZG in april vorig jaar een proefproject van 100 hectare in, met positieve resultaten.

Nadat Sels ons met de jeep naar het proefproject heeft gebracht, loopt hij het kurkdroge veld in en duikt hij op zijn knieën aan een van de vele halvemaangeulen die er zijn getrokken. ‘Dit is een acacia. En dit een balanites’, roept hij enthousiast. Om de meter heeft een groene scheut zich 10 tot 20 centimeter door de broeiend hete grond gewurmd, op zoek naar zuurstof en zonlicht. Het is ongelooflijk, maar hier groeit een bos. Een bos dat over enkele jaren duizenden hectares omspant, als alles goed gaat.

Veel tegenwind

Maar hoe nuttig is het planten van bomen voor de wereld? De jongste jaren en maanden lijkt het een hype: plots ziet iedereen er de heilige graal in in de strijd tegen klimaatopwarming. Zelfs de Amerikaanse president Donald Trump, toch niet meteen een groene jongen. Op het Wereld Economisch Forum in Davos vorige week zette hij nog mee zijn schouders onder een plan om wereldwijd 1.000 miljard bomen aan te planten.

Volgens critici worden boomplant- acties te veel gezien als een magische oplossing.

1.000.000.000.000 bomen. Het is een indrukwekkend aantal. Maar er is ook veel tegenwind. Volgens klimaatactivisten en wetenschappers wordt het planten van bomen te veel gezien als een magische oplossing, terwijl het slechts een stukje van een complexe puzzel kan zijn. De aanpak zou ook te roekeloos zijn. Door massaal bomen aan te planten op foute plekken wakker je de brandgevoeligheid in hete gebieden nog aan en kan je zelfs ecosystemen verstoren. In de drang naar vergroening wordt bovendien de biodiversiteit vaak uit het oog verloren. De bossen die in het verleden al massaal werden aangeplant, zouden de facto te veel plantages zijn en te weinig bos, klinkt het.

De kritiek is deels terecht, zegt Van Damme. ‘In het verleden is te veel gefocust op snel en efficiënt, en te weinig op duurzaam. Wetenschappers arriveerden ergens, plantten een hoop bomen en waren weer weg. Maar dat is een kwestie van voortschrijdend inzicht. De aanpak van Ondernemers Zonder Grenzen is een voorbeeld van hoe het wel moet. Ze overleggen met de lokale bevolking en selecteren een mix van soorten die ecologisch en economisch interessant voor haar zijn. Het resultaat is een biodivers bos dat de moeite waard is om in stand te houden. Die meer sociaal-economische insteek probeer ik ook bij de FAO te introduceren.’

Kettingreactie

Volgens Sels waren de effecten van het herbeboste gebied in Burkina Faso spectaculair. ‘De economische kettingreactie is fascinerend. Waar de bomen groeien, kan het water weer doordringen in de grond, wat de opbrengst van de landbouw verhoogt. Het gras dat tussen de bomen groeit, wordt afgesikkeld en verkocht aan nomaden, die blij zijn dat hun vee kan aandikken. De herstelde natuur trekt ook bijen aan, goed voor de productie van honing. En uit de aangeplante acacia’s kan Arabische gum worden getapt, een grondstof waar veel vraag naar is in de voedingssector en cosmetische industrie.’

Een ontluikende acacia in de kurkdroge grond van Mbar Toubab. ©Daan De Groote

Dat alles heeft een sociale weerslag, zegt Sels. ‘De verhoogde welvaart zorgt ervoor dat meer kinderen naar school kunnen. En het zijn vooral vrouwen die zich economisch versterken, wat dan weer de geboortecijfers doet dalen. Met deze bossen zien mensen weer een toekomst in een streek die voordien op sterven na dood was. In Burkina Faso zagen we dat de migratiestromen uit de streek volledig stilvielen.’

Sels is dan ook hypergemotiveerd om zijn project op te schalen. Maar tussen droom en daad staan wetten en praktische bezwaren. Die zijn vooral financieel van aard. OZG blijft voorlopig volledig afhankelijk van de welwillendheid van financiers. Hij krijgt een jaarlijkse dotatie van enkele ondernemersfamilies en bedrijven, en sprokkelt verder de nodige giften bijeen om zijn werking te bekostigen. ‘De voorbije jaren heb ik zo 3 miljoen euro opgehaald’, zegt Sels.

Geen villa in Zuid-Frankrijk

Ook de fietstocht in Senegal is een deel van de financiële puzzel. Hij kwam er onder impuls van Steven Buyse, managing partner van CVC Capital, en Golazo-CEO Bob Verbeeck. ‘Ik had in 2015 gelezen over Ondernemers Zonder Grenzen en was geïntrigeerd door de mix van ecologie en economie’, zegt Buyse. ‘Toen heb ik Werner gebeld om eens samen te zitten.

OZG-voorzitter Werner Sels wordt warm onthaald in Mbar Toubab. ©Daan De Groote

'Ik was meteen onder de indruk van zijn enthousiasme. Na de verkoop van zijn bedrijf had hij er makkelijk voor kunnen kiezen om een villa in Zuid-Frankrijk te kopen en daar zijn dagen te slijten. Maar hij heeft ervoor gekozen iets van waarde te doen, daar heb ik respect voor. Toen ben ik al begonnen met fondsenwerving om het project te steunen. Maar toen mijn pad dat van Bob kruiste, zagen we een kans om iets meer te doen.’

Verbeeck, sportondernemer en voormalig olympisch atleet, had ervaring met fietstochten in Afrika. Hij sprak de vzw Vélo Afrique aan, die een tocht van Dakar naar het ontluikende OZG-bos in Mbar Toubab organiseerde. Vervolgens spraken Verbeeck en Buyse hun netwerk aan om mensen te enthousiasmeren. Met resultaat. Met een groep van veertig ondernemende deelnemers trokken ze de Senegalese hitte door om geld in te zamelen.

‘Ja, je kan zo’n fietstocht ook in België organiseren. Maar zo’n trip door Afrika blijft aan je ribben kleven’, zegt Verbeeck. 'De brandende zon, het stof in je longen en de uitgedroogde natuur maken indruk. Als je een groep mensen rond zo’n thematiek kan verzamelen, ontstaat een dynamiek waar je iets mee kan doen.’

Vliegwiel

‘De fondsenwerving is belangrijk voor OZG op korte termijn. Maar waar we echt op hopen, is dat deze invloedrijke mensen verder het goede woord verspreiden. Dat ze met wat ze hier hebben gezien hun netwerk enthousiasmeren om een bijdrage te doen. Financieel, maar ook structureel’, zegt Buyse. ‘Als Werner straks een internationalere website wil maken of een nieuw businessplan moet omschrijven, kan hij hopelijk iemand van deze groep aanspreken om te helpen.’

De groep fietsende ondernemers en managers in Senegal. ©Daan De Groote

Tegelijk hoopt Sels met OZG niet meer te moeten afhangen van de welwillendheid van zijn netwerk. ‘In een ideale wereld wordt OZG ooit zelfbedruipend. We hebben al vanalles bestudeerd, zoals het zelf winnen van Arabische gum in de bossen die we aanplanten. Maar dat vloekt met ons DNA. We willen dat de opbrengst van het bos naar de bevolking gaat.’

Daarom wordt nu vooral gedacht aan het systeem van carbon credits, de handel in schone lucht, zeg maar. Wie meer CO2 wil uitstoten dan toegelaten, kan die uitstoot in dat systeem afkopen. Met de koolstofcaptatie van grote stukken bos kan dat OZG op termijn genoeg geld opleveren om zijn werking te onderhouden.

Sels: ‘We willen een vliegwiel in gang zetten, een systeem dat zichzelf in stand houdt. Maar daar zijn we nog lang niet. Pas vanaf zo’n 35.000 hectare kunnen we daaraan beginnen te denken, hebben slimmere mensen dan ik uitgerekend.’ (lacht)

Tot dan blijft Sels wellicht op enthousiasme teren. ‘Wat wij doen, is een druppel op een hete plaat. Dat besef ik. Je kan dat cynisch wegwuiven als onbelangrijk. Maar wij doen tenminste iets. Er is gespijbeld, getekend, geklapt en gezongen voor het klimaat. Zullen we dan nu proberen ook te handelen?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie