Klimaatverandering geeft kunstgras groeischeut

©Shutterstock

Wie kunstgras zegt, denkt dezer dagen vooral aan de groene matten in de voetbalstadions van het EK en de groeiende populariteit van de padelsport. De vervangers van natuurlijk gras groeien - nu ja - als kool. Vooral in de West-Europese en Amerikaanse tuinen. Met dank aan de klimaatverandering.

Hoe hebt u uw grasmat graag: Chill, Lounge Plus, Palma, Excellence, Discovery of Naturel? Voor die vraag staat u als u een keuze moet maken uit de 28 soorten kunstgras - tussen 20 en 50 euro per vierkante meter - die u vindt op de webshop kunstgras.be. Moet het dienen voor uw terras, balkon, tuin, beurs of bedrijf? Zoekt u een nieuwe, aangepaste bekleding voor uw golf course - extra kort - of naast uw zwembad - extra waterdoorlatend? Of doet u eens gek en mag het ook in lila, roze, steenkoolzwart of zilverkleur?

30
procent
Ongeveer 30 procent van de voetbalvelden is vandaag in kunstgras aangelegd.

De enorme keuze aan kunstgras op de particuliere markt - in het vakjargon leisure of land- scaping - geeft een idee van hoe waanzinnig populair het plastic tapijt de voorbije jaren is geworden. Dat het al lang niet meer alleen gaat om de professionele grasmatten in voetbal- stadions of op hockeyvelden blijkt uit de duizelingwekkende verkoopcijfers. In 2020 werd er wereldwijd ongeveer 326 miljoen vierkante meter van verkocht, het equivalent van zowat 48.000 voetbalvelden. De totale markt van kunstgras was volgens cijfers van AMI, een Brits onderzoeksbureau gespecialiseerd in kunststoffen, in 2019 1,9 miljard euro waard. Vorig jaar liep dat op tot 2,3 miljard, om in 2023 uit te komen op naar schatting 3,4 miljard euro.

Het begon voor kunstgras allemaal in de jaren 60 bij het veldhockey, een sport die vandaag verplicht gespeeld wordt op kunstgras. ‘Later zijn daar ook voetballers op gaan spelen, zelfs al leverde dat - doordat het nog uit nylon bestond in plaats van het veel zachtere poly- ethyleen van vandaag - vaak brandwonden op bij het sliden’, zegt Stefan Diderich, de directeur van de Europese belangenorganisatie Synthetic Turf Council (STC). ‘Pas in de jaren 90 werden voor het eerst restjes voetbalgras in tuinen gelegd. Vanaf dan is het kunstgras door innovatie verder ontwikkeld, waardoor het realistischer oogde en voelde, en goedkoper werd.’

Waarover gaat het?

De wereld van kunstgras is bij het grote publiek vooral bekend van sportvelden. Maar het gebruik van kunstgras in de tuininrichting (landscaping) is booming business, met een groei van 10 tot 15 procent per jaar. Daarnaast duikt het ook steeds meer op in publieke ruimtes, zoals ligweides, speelpleinen, luchthavens en weg- bermen.

Waarom is kunstgras zo in trek?

Er zijn nogal wat voor- delen aan kunstgras. Het is onderhoudsvrij, weer- bestendig en intensiever bespeelbaar. Doordat het geen water of pesticiden nodig heeft en als sportveld drie tot vier keer intensiever kan worden bespeeld dan natuurgras, kan het over de hele levenscyclus natuurvriendelijker zijn.

Waar zit de bedreiging?

De sector worstelt met de ecologische impact. Kunststof kan microplastics afscheiden en de sportvelden worden ingevuld met schadelijke rubberkorrels om ze schokdempend te maken en een natuurlijker balgevoel te geven. Maar de grootste uitdaging is de enorme afvalberg. Na tien jaar moeten de grasmatten vervangen worden. De sector is nog maar enkele jaren bezig met de recyclage ervan.

Kunstkerstboom

Sportgras is intussen over de verkooppiek heen, al groeit het gebruik ervan elk jaar nog met 7 tot 10 procent. Zowat 30 procent van de voetbalvelden is vandaag in kunstgras gelegd. ‘Het heeft zijn plaats in de sport intussen verworven’, zegt Thibaut Toye van de middelgrote Belgische sportgrasproducent Lano. ‘Het loste vooral een ruimteprobleem op. Vroeger had de gemiddelde amateurclub twee velden: een grasveld voor de wedstrijden van de A-ploeg en een modderveld waar de andere leeftijdscategorieën op speelden. Een kunstgrasveld is drie tot vier keer intensiever te bespelen en vergt een pak minder onderhoud. Omwille van die grotere duurzaamheid zijn de grote stadionvelden voorzien van hybride grasmatten, ook al zijn die zeer duur. De kunstvezels van ongeveer 20 centimeter versterken de wortels van het natuurgras.’

Voorlopig maakt sportkunstgras nog 68 procent uit van de wereldwijde productie. Maar de sterkste groei komt niet door de sportvelden. Kunstgras siert ook steeds meer tuinen en terrassen van particulieren, een boomende markt die elk jaar 10 tot 15 procent groeit. 32 procent van de markt is bestemd voor tuinen en terrassen en dat aandeel zal tegen 2025 groter worden dan de sportgrasmarkt. Bij Lano, dat een derde van zijn 110 miljoen euro omzet uit kunstgras haalt, is nu al 60 procent daarvan bestemd voor de particuliere markt.

‘Met dank aan de groeiende populariteit van de padelsport, die op kunstgras wordt gespeeld’, zegt Toye. ‘In Spanje heeft elke kleine stad al jaren zijn eigen padelcomplex. Maar sinds vorig jaar zien we een enorme boom in West-Europa. Dit jaar zal het aantal velden verdubbelen.’ Het aantal clubs verdrievoudigde in enkele jaren tijd. Marc Coucke besloot de padelkaart te trekken en te investeren met Padelworld. ‘Ook veel tennisclubs schakelen om: op een tennisveld, kan je vier padelvelden leggen, waarop 16 mensen kunnen spelen.’

De belangrijkste reden voor de groeiende markt van dat leisure- en landscapinggras is volgens Toye dat kunstgras steeds realistischer oogt en aanvoelt. ‘Vroeger was het gras zoals de eerste kunstkerstboom: je zag het plastic van ver blinken. Maar het heeft nog andere voordelen: kunstgras wordt niet vuil of modderig en het behoeft geen zonlicht.’

Gevoelig punt

Ook de klimaatverandering speelt het kunstgras onrechtstreeks in de kaart. Mensen wonen kleiner, waardoor ze geen plaats hebben om een grasmaaier te stallen. Een deel van de groei van de kunstgrassector is te danken aan terrassen en balkons. Sommigen leggen het zelfs binnen, in een speelkamer bijvoorbeeld. En leg je het in de plaats van beton, dan draineert het ook het water. Kunstgras vergt geen onderhoud en het ligt er altijd piekfijn bij, ook bij een sproeiverbod in onze almaar langere en hetere zomers. Dat is voor veel consumenten belangrijk nu het gazon sproeien ter discussie staat.’

Daar ligt een gevoelig punt. Critici hebben los van de emoties over de echtheid en de authenticiteit van natuurgras moeite met het feit dat we meer en meer onze tuinen vol plastic matten leggen. Net op het moment dat we proberen de oceanen plasticvrij te krijgen en we meer natuur in onze omgeving willen.

Vroeger had de gemiddelde amateurclub twee velden: een grasveld voor de A-ploeg en een modderveld voor de rest.
Thibaut Toye
Sportgrasproducent Lano

‘Maar zet je de volledige levenscyclus van kunstgras af tegen die van natuurgras, dan komt dat laatste er misschien wel slechter uit’, zegt Diderich. ‘Echt gras heeft water nodig en wordt vaak behandeld met pesticiden. Een trekpleister voor biodiversiteit is het ook niet. Bij sportvelden heb je drie tot vier keer meer oppervlakte nodig. In grote steden is die ruimte er niet. Daarom wordt kunstgras ook in Azië populair. Hadden ze daar geen kunstgras, ze zouden 75 procent sportvelden te kort hebben.’

De klimaatresistentie en onderhoudsvriendelijkheid is waarom kunstgras in het Midden- Oosten en in zuiderse Europese landen aan een steile opmars bezig is. Daar leggen ze middenbermen en rotondes aan in kunstgras, omdat je er niet goed bij kan en ze niet betreden of bereden worden. Recent werd een derde toepassingscategorie aangeboord: publieke ruimten en infrastructuur, zoals ligweides en speeltuinen. ‘Het biedt de combinatie van een verzorgd uitzicht en enkele extra functionele voordelen: rond het tarmac van luchthavens weert het nestelende vogels die de vliegtuigmotoren onklaar kunnen maken, in speeltuinen kan het voorzien worden van een schokabsorberende onderlaag en op moeilijk bereikbare en weinig betreden plaatsen is het geringer onderhoud een voordeel. In de VS wordt het gebruikt om vuilnisbelten af te dekken.’

Diderich heeft geen moeite om toe te geven dat de kritiek van de milieubeweging ‘deels terecht’ is. De rubberkorrels, gemalen autobanden die de speelmat de juiste demping en stuitering geeft, bezoedelen het milieu. ‘Maar de volumes die gehanteerd worden zijn niet representatief’, zegt Diderich. ‘Ze zijn afkomstig uit een Scandinavische studie waar de sneeuw op de velden werd geruimd en gedumpt in het nabijgelegen meer. Dan loos je tegelijk ook een pak rubberkorrels. Het neemt niet weg dat de korrels inderdaad schadelijk zijn. Ook in België. Door het veld te borstelen of met bladblazers te bewerken komen de korrels terecht in de bodem en de oppervlaktewateren.’

Het lijkt erop dat de sector in de hele rubberkorreldiscussie de vlucht vooruit neemt nu de Europese Commissie broedt op regelgeving. ‘We vinden dat vanuit de overheid een verplichting moet komen om maatregelen te nemen: door velden af te bakenen met planken, een filtersysteem te installeren tussen de afwatering en de riolering, en onderhoudsborstels gecontroleerd te reinigen kan je 98 procent van de korrels op het veld houden. Het is dat of een volledig verbod met een overgangsperiode van zes jaar.’

Wordt het toch dat laatste, dan zijn er alternatieven. Maar die zijn allemaal duurder: kurk, dat sneller vergaat en geregeld bijgevuld moet worden, kokosvezels, die stoffig worden, of 2,5 keer meer vezels in de grasmat verwerken.

Belgen heer en meester in Europees kunstgras

De wereldmarkt van kunstgras wordt gedomineerd door een vijftal grote spelers die samen 37 procent van het kunstgras in de wereld produceren. In Europa werd het Belgische Sports and Leisure Group (LSG) het nummer één toen het in 2018 het Italiaanse Limonta overnam. Vandaag heeft het fabrieken in Sint-Niklaas, Paraquay, China en Italië, waar jaarlijks 20 miljoen vierkante meter kunstgras van de band rolt voor een omzet van ongeveer 132 miljoen euro.

Ook het Nederlandse TenCate (dat ook garens produceert voor kunstgras, en zo groter is dan SLG), het Franse Tarkett (dat in 2014 ook het van oorsprong Vlaamse Desso inlijfde) en het Duitse Sport Group (dat onlangs het Amerikaanse nummer twee, Astroturf, overnam). Het Britse Victoria (onder leiding van de Belg Philippe Hamers) nam enkele jaren geleden de Nederlandse producenten Avalon en Grass Inc over.

SLG, dat in 2016 door het Franse investeringsfonds Chequers werd overgenomen van Jan De Clerck (Domo), staat intussen opnieuw te koop. Beaulieu International Group (BIG), de West-Vlaamse vloerbekledingsgroep van vier andere takken van dezelfde familie De Clerck, heeft daarbij zijn interesse laten blijken. BIG heeft een kunstgrasdivisie, waarmee het zeven jaar geleden het Spaanse Doménech Hermanos overnam. Ook het Harelbeekse Lano Carpets verkoopt jaarlijks voor ongeveer 35 miljoen euro kunstgras.

De Europeanen krijgen concurrentie van Chinese spelers. De mastodonten Wuxi Leisitan, CC Grass en het beurs- genoteerde Bellinturf hebben de voorbije jaren megafabrieken gezet in Vietnam en China. De Amerikaanse en Europese spelers kunnen hun gras wel duurder verkopen omdat de kwaliteit beter is.

Daarnaast houdt ook de discussie over de rechtstreekse toxiciteit, niet het minst bij jonge spelers, de voetbalwereld al enkele jaren in de ban. Na wisselend alarmerende en geruststellende studies daarover tussen 2017 en 2019 kwam er in februari een studie uit van de Vrije Universiteit van Amsterdam waaruit zou blijken dat het rubber meer schadelijke en kankerverwekkende stoffen bevat dan gedacht.

Maar ook de afscheiding van microplastics brengt kunstgras in een lastig parket. ‘Er is een groeiende bezorgdheid over de partikels kunstgras die vrijkomen door het te betreden’, luidt ook het rapport van AMI. Diderich verzekert dat plastic grasmatten niet worden afgebroken onder invloed van UV. ‘Het is wel belangrijk om overdreven slijtage te vermijden door velden om de tien jaar te vervangen.’

‘Afvalgras’

Met het vervangen van de velden komen we bij de grootste uitdaging voor de sector: de enorme afvalberg afgedankte grasvelden. Alleen al de sportvelden genereerden in 2019 61 miljoen vierkante meter ‘afvalgras’. Tegen 2023 komt daar nog eens de helft bovenop. Dat gooi je niet zomaar op de composthoop. Dat wordt grotendeels verbrand of gestort. In Europa zijn er volgens AMI maar twee kleine recyclagefabrieken.

‘We werken volop aan de recycleerbaarheid’, zegt Toye van Lano. ‘We staan nog niet zo ver dat we van oud kunstgras garen kunnen spinnen voor nieuw kunstgras. Wel worden er bloembakken of verkeerspaaltjes van gespoten.’ Cradle-to- cradle - het bestaande materiaal telkens weer gebruiken in hetzelfde eindproduct - is de ambitie, maar daarvoor moet het kunstgras in een monomateriaal - bijvoorbeeld alleen polyethyleen - ontwikkeld worden. Meerdere kunststoffen in een mix zijn moeilijk van elkaar te scheiden. We hebben één duurzame collectie die goed aanslaat, maar ze is duurder en niet gericht op de grote massa.’

De twee grote Benelux-spelers, het Nederlandse TenCate en het Belgische Sports and Leisure Group, hebben samen de joint venture GBN Recycling opgericht en een fabriek gebouwd waar tot 60.000 ton kunstgras per jaar kan worden gerecycleerd. Ook de Deense recyclagegroep Rematch het Duitse Sportgroup, nog een grote Europese kunstgrasproducent, bouwen fabrieken. Daar worden het zand (70-80 %), de rubberkorrels (10 %) en het plastic (10 %) van elkaar gescheiden en verwerkt tot herbruikbare fracties. ‘De impact op het milieu leeft wel degelijk in de sector’, zegt Diderich. ‘Willen we overleven, dan moeten onze producten ook een nieuw leven kunnen krijgen. En zelfs meer: er wordt gewerkt aan nanotechnologie die kunstgras misschien luchtzuiverend kan maken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie