interview

‘De politiek kan de dans dit keer niet ontspringen'

©jonas lampens

‘Als nu niets gedaan wordt voor het zorgpersoneel, durf ik mijn hand niet in het vuur te steken voor de teleurstelling die volgt.’ Een dubbelgesprek met Inge Vervotte, hoofd van de Emmaüs-groep, en topambtenaar Pedro Facon over de uitdagingen voor de gezondheidszorg.

Een van de bewoners van een woon-zorgcentrum van de Emmaüs-groep had het de voorbije maanden consequent over het ‘Carolus-virus’. Naar het plaatselijke Mechelse bier. ‘De verzorgers laten dat zo’, vertelt Inge Vervotte, die het zorgnetwerk leidt. ‘Ach, je moet mensen niet banger maken dan nodig.’

Niet dat er de voorbije maanden veel gelachen werd. Vervotte zegt meermaals wakker te hebben gelegen. Zouden haar ziekenhuizen de toevloed aan patiënten aankunnen? Zou er genoeg beschermingsmateriaal zijn? En wat als uit testen zou blijken dat een derde van het personeel besmet is? ‘Tegelijk zag je een intense reactie bij onze mensen. Het gevoel van: dit is waarom we voor de zorg kozen. Dat was mooi. Maar nu begint de vermoeidheid toe te slaan. Ik hoop echt dat we deze zomer het virus niet zien heropflakkeren.’

Ik denk dat veel mensen niet beseffen wat voor geluk we hebben gehad dat Italië ons is voorgegaan. We hebben daardoor tien à veertien dagen tijd gewonnen.
Pedro Facon

Pedro Facon knikt. Ook hij heeft er een waanzinnige rit opzitten, als directeur-generaal gezondheidszorg bij de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid. ‘Slapeloze nachten heb ik niet gehad, maar we werden zeer bezorgd toen we de beelden uit Noord-Italië zagen. Dat was hallucinant. Later hoorden we dat in Spanje het leger in rusthuizen binnenging waar alleen nog maar lijken lagen.’ ‘Toen wisten we dat we in een race tegen de klok zaten. Ik denk dat veel mensen niet beseffen wat voor geluk we hebben gehad dat Italië ons is voorgegaan. We hebben daardoor tien à veertien dagen tijd gewonnen.’

Vervotte gebruikte die tijd om haar woon-zorgcentra voor te bereiden, vertelt ze, door expertise in de Emmaüs-groep te delen. Dat gaf voorsprong. ‘Artsen van onze ziekenhuizen gingen uitleg geven.’ Facon knikt. ‘Niet ieder woon-zorgcentrum is in deze crisis even hard getroffen. En ik wil het beeld corrigeren dat de coronastrijd in de woon-zorgcentra één groot falen was. Die instellingen hebben niet de investeringsgolf gekend die ziekenhuizen wel kregen. Ze hebben niet de middelen gehad om noodplannen uit te werken en te professionaliseren. Een van de lessen van deze crisis is dat er een enorme kans ligt om daar iets aan te doen, net door meer samenwerking.’

Botst zoiets niet op de wirwar van de huidige structuren?

Inge Vervotte: ‘Als je echt wil samenwerken, houdt niemand je tegen. Je moet alleen opletten dat je niet de hele tijd in structuren met elkaar moet overleggen.’

Pedro Facon: ‘De federale overheid is niet bevoegd voor ambulances die tussen ziekenhuizen in niet-dringend vervoer voorzien, maar we hebben die de voorbije maanden toch betaald. Wie zal ons tegenhouden bij de Raad van State? Samen met de ziekenhuizen hebben we de voorbije maanden duizend extra ziekenhuisbedden voor intensieve zorg gecreëerd zonder één wet. We kunnen die structuren doorbreken.’

Ook als de urgentie van de pandemie weg is?

Facon: ‘Ik denk dat iedereen in de sector, ondanks de staatsstructuur, zijn best doet. Maar als we het grondig willen veranderen, is een staatshervorming nodig. Die hypotheek moet worden gelicht.’

Hoe hard zit de versnipperde staatsstructuur de zorg in de weg?

Eigenlijk moet er op de Bijzondere Wet op de Hervorming van de Instellingen een disclaimer staan: schadelijk voor uw gezondheid. Net zoals op de sigarettenpakjes.
Pedro Facon

Facon: ‘Ze blokkeert en vertraagt. Eigenlijk moet er op de Bijzondere Wet op de Hervorming van de Instellingen een disclaimer staan: schadelijk voor uw gezondheid. Net zoals op de sigarettenpakjes.’ Vervotte: ‘Ik ben een heel groot voorstander van overleg. Dat maakt veel dingen beter. Alleen zie je nu dat beleidsmakers constant moeten uitzoeken of ze bevoegd zijn om te beslissen, uit vrees voor juridische belemmeringen. Daardoor verliezen we tijd en beslissingskracht. Daarnaast verwart men beleid te veel met het operationele en blijft men oeverloos discussiëren over uitvoering. Dat is frustrerend voor iedereen.’

Komt die staatshervorming er? 

Facon: ‘Ik zou niets liever willen dan dat de politieke wereld me een mandaat geeft om rond scenario’s voor een staatshervorming met een werkgroep te starten. Maar ik kan dat als ambtenaar niet op eigen initiatief doen.’

Vervotte: ‘Als de gezondheidszorg wijzigt, moet je dat heel doordacht doen. Ik ben er als de dood voor dat wordt geïmproviseerd. Daarvoor is politieke stabiliteit nodig. Sommige hervormingen hebben tien jaar geduurd. En ik snap dat mensen zeggen: kan dat niet in zes maanden? Nee, dat kan niet. Want dan is het niet doordacht. Ik heb liever dat het traag en degelijk is, dan dat het gepruts in de marge is.’

Is de zesde staatshervorming in dat opzicht haastwerk geweest?

Inge Vervotte (42)

  • Sinds 2013 voorzitter dagelijks bestuur Emmaüs, een Mechels zorgnetwerk van ruim 20 zorginstellingen - ziekenhuizen, woon-zorgcentra, geestelijke gezondheidszorg en diensten voor onder meer jeugdzorg - waar 6.600 mensen werken. Bestuuder bij KU Leuven.
  • Voormalig CD&V-politica. Was Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin en federaal minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven.
  • Begon haar carrière bij de christelijke vakbond ACV en maakte naam als secretaris voor de luchtvaartsector bij het faillissement van Sabena.
  • Studeerde af als maatschappelijk assistente.

Vervotte: ‘Het ging om wat politiek haalbaar was, in de context van toen. De Franstaligen stonden erop de solidariteit tussen de Belgen in de gezondheidszorg intact te laten. Dus zochten de Vlaamse partijen naar deelaspecten in de zorg die aansloten bij de Vlaamse bevoegdheden, zodat ze een robuustere Vlaamse sociale bescherming konden uitbouwen.’

Facon: ‘Ik volg dat niet. Het zal wel, dat iedereen vertrokken is van een bepaalde logica. Maar men had toch kunnen weten dat het splitsen van het dringend en niet-dringend vervoer van patiënten problemen zou geven? Men had toch kunnen weten dat het moeilijkheden oplevert als je federaal bevoegd blijft voor de ziekenhuizen en Vlaanderen bevoegd wordt voor de investeringen in de gebouwen?’

Vervotte: ‘Die problemen waren er al.’

Facon: ‘Ze zijn verergerd.’

Vervotte: ‘De coördinatie was al niet perfect. En dat zal zo blijven. Elke staatshervorming is onvolmaakt.’

Inge Vervotte: 'Er is wekenlang geapplaudiseerd voor de helden van de zorg en in de sector leeft nu echt wel de verwachting dat er iets zal gebeuren.' ©jonas lampens

Facon: ‘Daarin volg ik wel. Zelfs wie de gezondheidszorg weer helemaal federaal wil, wil wellicht niet de hele welzijnssector - met de ouderenzorg en de instellingen voor personen met een handicap - mee overhevelen. Coördinatie zal altijd nodig zijn.’

Vervotte: ‘Ik hoop gewoon dat we pragmatisch kunnen zijn als we weer over een staatshervorming spreken: welk doel willen we bereiken in de gezondheidszorg? En welk deel van de overheid is het best geplaatst om dat te doen?’

Welke doelen zijn dat?

Vervotte: ‘We laten kansen liggen in preventie en in de geestelijke gezondheidszorg, waar mensen te lang wachten om hulp te zoeken. En het dichten van de sociale kloof in de zorg moet een topprioriteit zijn.’

Bent u optimistisch over de slaagkansen van een hervorming?

Facon: ‘Ik ben mijn geloof in de parlementaire democratie niet verloren. Maar de politiek is op dit moment niet in staat die hervormingen te doen.’

Dus u wacht op een nieuwe regering?

Facon: ‘Natuurlijk.’

Vervotte: ‘Die moet dan de richting op lange termijn aangeven en de details toevertrouwen aan de sector. Het verantwoordelijkheidsgevoel is groot genoeg om daar het beste van te maken.’

Facon: ‘Klopt. We hebben dat in deze crisis gedaan en dat heeft gewerkt. Dat is een belangrijke les. We hebben altijd de neiging een situatie te willen beheersen en controleren, maar soms moet je gewoon duidelijker maken waar je naartoe wil en de uitvoering vervolgens toevertrouwen aan anderen.’

Hervormen gaat traag. Maar zijn er ‘quick wins’?

Pedro Facon (39)

  • Sinds 2017 directeur-generaal gezondheidszorg bij de Federale Overheidsdienst (FOD) Volksgezondheid.
  • Voormalig kabinetschef gezondheidszorg van minister Maggie De Block (Open VLD) (2013-2017) en daarvoor aan de slag bij het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering (RIZIV) (2005-2013).
  • Startte zijn carrière als onderzoeker aan het Instituut voor de Overheid (KU Leuven)
  • Studeerde politieke wetenschappen.

 

Vervotte: ‘Voor mij is dat de doorbraak in digitale hulpverlening. Die kan ook helpen om mensen die wachten op de gepaste zorg al te begeleiden en om patiënten beter op te volgen.’

Facon: ‘Helemaal mee eens. Een andere les uit de coronacrisis: sneller beslissen. Ik geloof niet dat we onze gezondheidszorg kunnen organiseren zonder overleg, maar ik geloof evenmin dat het nuttig is dat 150 adviesraden zich na elkaar uitspreken over een kwestie en aan het einde een tekst produceren die alleen nog ‘enerzijds anderzijds’ is. ’

Zijn de geesten rijp voor dat nieuw soort overleg?

Facon: ‘Wie heeft eigenlijk zin vier uur per dag, vaak ’s avonds laat of zelfs ’s nachts, te overleggen in een kluwen van raden en comités? Ik denk dat er betere manieren zijn om alle expertise over gezondheidszorg in ons land bijeen te krijgen.’

Vervotte: ‘We moeten weg uit de situatie waarbij iedereen zich verantwoordelijk voelt voor zijn eigen grasperkje, waar altijd nog wel plaats is voor een extra plantje. Iedereen moet zich mee verantwoordelijk voelen voor het hele park.’

Moeten we efficiënter samenwerken ook om kosten te besparen?

Iedereen voelt zich nu verantwoordelijk voor zijn eigen grasperkje. Maar we moeten ons samen verantwoordelijk voelen voor het hele park.
Inge Vervotte

Facon: ‘Sommige studies zeggen dat er tot 15 procent verspilling is in de gezondheidszorg. Zelfs al is het maar 1 procent, dan is dat nog altijd 300 miljoen euro. Dat is voldoende om de volledige geestelijke gezondheidszorg te herfinancieren.’

Of om het zorgpersoneel opslag te geven.

Facon: ‘Na de financiële crisis is er een discussie ontstaan over de bonuscultuur in de bankenwereld. Ook in de gezondheidszorg is een debat nodig over wat een billijke vergoeding is voor een arts, voor een verpleegkundige en een zorgkundige.’
‘Als je het objectief bekijkt, is het probleem van de onderbestaffing bij verpleegkundigen belangrijker dan de verloning. Die laatste is vrij gemiddeld, naar internationale normen. De zorgkundigen in de woonzorgcentra zijn een ander verhaal. Daar is wel een duidelijk probleem van correcte vergoeding en investering in opleiding. Ik weet hoe gevoelig dat ligt, omdat het nu lijkt alsof ik de verpleegkundigen het geld niet gun. Maar we moeten zien dat we de juiste oplossing aanreiken voor een terecht probleem.’ 

Pedro Facon: 'Sommige studies zeggen dat er tot 15 procent verspilling is in de gezondheidszorg. Zelfs al is het maar 1 procent, dan is dat nog altijd 300 miljoen euro.' ©jonas lampens

Vervotte: ‘Er is wekenlang geapplaudiseerd voor de helden van de zorg en in de sector leeft nu echt wel de verwachting dat er iets zal gebeuren. Deze keer kan de politieke wereld de dans niet ontspringen. Als het nu niet gebeurt, durf ik mijn hand niet in het vuur te steken voor de teleurstelling die zal volgen. Ik hoor nu in de wandelgangen al zeggen: met alleen maar geld lossen we het niet op. En dan vrees ik dat de politieke wereld al aan het terugkrabbelen is.’

Zijn daar gesprekken over?

Facon: ‘Er lopen federale gesprekken over een sociaal akkoord met de zorgsector. Maar dat gaat dus alleen over de ziekenhuizen. De woon-zorgcentra zijn voor Vlaanderen. Dat gaat toch niet?’

Vervotte: ‘We moeten een groot sociaal pact maken. Samen.’

Facon: ‘En dat pact moet gaan over verloning, bestaffing, waardering en autonomie.’

Waarom autonomie?

We hebben onlangs aan het beroepsprofiel van de zorgkundigen toegevoegd dat zij ‘verharde stukjes stoelgang manueel mogen verwijderen’ bij de patiënt. Daar zijn wij dus mee bezig: detailregels.
Pedro Facon

Facon: ‘We hebben onlangs aan het beroepsprofiel van de zorgkundigen toegevoegd dat zij ‘verharde stukjes stoelgang manueel mogen verwijderen’ bij de patiënt. Of dat ze ‘etensresten mogen verwijderen met een tandenstoker’. Ik heb een Koninklijk Besluit naar de minister gestuurd. Daar zijn wij dus mee bezig: detailregels. Ik ben beschaamd dat op te sturen.’

‘Mijn punt is dat we ons daarmee bezig houden, terwijl we niet in staat zijn meerjarenplannen voor de ziekenhuizen op te maken, met daarin duidelijke opdrachten over gezondheidsdoelen. Dat is waar we naartoe moeten: een groot sociaal pact, met werknemers, werkgevers en de overheid, over alle bestuursniveaus heen. ‘En ik volg u, Inge. Doe het zeer voorzichtig. Handle with care. Bewaar wat goed functioneert. Er is geen ruimte om te improviseren.’

Dit is het slot van de reeks 'Lessen uit de coronacrisis voor onze zorg'. Herlees de reeks op www.tijd.be/zorg.

Lees verder

Advertentie
Advertentie