analyse

‘Financiering ziekenhuizen is pervers'

Het voorstel om enkele kleinere materniteiten te sluiten, veroorzaakte onlangs een storm van protest. ©BELGAIMAGE

Met de verplichte ziekenhuisnetwerken is op papier de stap naar meer efficiëntie en specialisatie gezet. Maar in de praktijk moeten vaak nog moeilijke knopen doorgehakt worden. ‘Niemand wil natuurlijk iets afgeven.’

‘Elk ziekenhuis dat altijd alles wil blijven doen, dat zal niet meer kunnen.’ In één zin schetst Marc Noppen, CEO van het UZ Brussel, het traject waar ziekenhuizen tegen aankijken. De vraag is des te prangender nu ziekenhuizen sinds begin dit jaar verplicht deel uitmaken van een regionaal netwerk. In zo’n samenwerkingsverband moeten ze onderling afspreken wie wat doet, en vooral, welke diensten sneuvelen om efficiënter en kwalitatiever te werken. 

Dat zo’n oefening delicaat is, bleek toen onlangs een rapport van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg (KCE) over materniteiten uitkwam. ‘Er kwam veel kritiek - ook van lokale politici en burgemeesters - op onze aanbevelingen dat je een aantal kleinere materniteiten kan sluiten, omdat zwart op wit is aangetoond dat ze niet efficiënt zijn’, zegt Carine Van de Voorde, ziekenhuisexpert van het KCE.

‘Nochtans hadden we duidelijk gemaakt dat de toegankelijkheid voor de patiënten niet in het gedrang kwam.’ Ziekenhuizen vrezen in zo’n sluitingsscenario een kettingreactie, zegt Van de Voorde. ‘Ze zien de materniteit als toegangspoort voor ouders en kinderen. Als ze die verliezen, vrezen ze dat daarna ook de pediatrie in de problemen komt en er dus nog minder inkomsten zijn.’

Politiek onhaalbaar

7
hartcentra
Brussel telt zeven hartcentra.

‘Als er over materniteiten al zo veel commotie is, kan je nagaan hoe dat zal gaan met prestigieuzere behandelingen, zoals hartheelkunde’, zegt UZ-Brussel-topman Marc Noppen. Nochtans valt ook daar efficiëntiewinst te boeken. ‘In Brussel alleen al heb je zeven hartcentra waarvan er drie onvoldoende zware ingrepen per jaar uitvoeren. Maar daar wordt niet tegen opgetreden omdat dat politiek onhaalbaar is.’ ‘Er zijn ook te veel spoeddiensten in ons land’, zegt Noppen. ‘Maar ook daar vrezen ziekenhuizen voor een kettingreactie wat de inkomsten betreft als ze die moeten sluiten, omdat zo’n spoeddienst goed is voor een kleine helft van de opnames.’

Gelukkig zijn er ook voorbeelden van spontane samenwerking. De ziekenhuizen van Herentals, Turnhout, Mol en Geel werken in het Ziekenhuisnetwerk Kempen al samen sinds 2016. Zeer gespecialiseerde zorg, die een grote investering vraagt, concentreerden ze op één plek. Het Kempens Hartcentrum bevindt zich in Turnhout, maar ook patiënten uit Mol, Herentals en Geel kunnen er ingrepen en onderzoeken ondergaan. Op andere plekken moet het debat over de onderlinge taakverdeling nog losbarsten. ‘Niemand wil natuurlijk iets afgeven’, zegt Noppen.

De Block

Minister van Volksgezondheid Maggie De Block (Open VLD) legt de bal in het kamp van de netwerken. Het is aan hen om onderling financiële afspraken te maken, klinkt het. Zij vergelijkt de ziekenhuizen van eenzelfde netwerk met ‘communicerende vaten’. ‘Het is perfect mogelijk dat een bepaald ziekenhuis een kleine dienst sluit en de activiteiten overhevelt naar een ander ziekenhuis, terwijl het een andere dienst uitbreidt omdat activiteiten van andere ziekenhuizen naar daar worden overgeheveld.’

Noppen weet dat het niet zo simpel is. Hij heeft ook al langer bedenkingen bij de huidige financiering. ‘Het is de allerbelangrijkste prikkel om ziekenhuizen te doen samenwerken, maar net daarin kwam de federale overheid niet tussen. Als je vooral betaald wordt via volumefinanciering voor het aantal behandelingen voel je als ziekenhuis geen prikkel om patiënten af te staan aan een ander. Integendeel, je wordt afgestraft, terwijl je gecompenseerd zou moeten worden. Zo’n disproportionele volumefinanciering is pervers.’

Nochtans kan het anders, zegt gezondheidseconoom Lieven Annemans. ‘In sommige landen werken ze al via een gebundelde financiering. Een ziekenhuis dat de chronische zorg van een patiënt op zich neemt, krijgt een vast bedrag per patiënt per maand. Een gespecialiseerd ziekenhuis, dat nu en dan de zorg van die patiënt overneemt, krijgt een tijdelijke vergoeding. Canada staat al het verst in een dergelijke financiering.’

Heupkliniek

Wat kostenefficiëntie en organisatie betreft, kan ons land volgens Noppen ook een en ander leren van Denemarken (zie onderaan, red.), net als van het Nederlandse, Duitse of Finse model van focused factories, of ziekenhuizen die zich als een kmo concentreren op één behandeling op grote schaal.

‘De Finse Coxakliniek, bijvoorbeeld, verricht uitsluitend heupoperaties. Omdat ze er zo veel doet, bouwde ze er zeer veel expertise in op en zie je er de helft minder complicaties. Bovendien voert die operaties een pak goedkoper uit, omdat ze haar materiaal op grote schaal aankoopt bij leveranciers. Zo’n bedrijfsmatige aanpak kan ook bij ons, bijvoorbeeld voor voorspelbare, repetitieve behandelingen, zoals heup- en knieprothesen. In die logica verbeter je de kwaliteit en hou je de kosten onder controle.’

In ruim 100 ziekenhuizen kan je terecht voor een prostaatoperatie. Dat is niet meer van deze tijd.
Marc Noppen
CEO UZ Brussel

Nederland sloeg die weg al in. ‘Bij ons kan je nog in ruim 100 ziekenhuizen terecht voor een prostaatoperatie, terwijl dat op sommige plekken maar om een paar ingrepen per jaar gaat. Dat is niet meer van deze tijd. Nederland is van plan prostaatbehandelingen nog maar op twee plaatsen toe te laten.’

Tegelijk zette België al stappen naar meer concentratie in de hooggespecialiseerde zorg. Sinds juli vorig jaar mogen alleen ziekenhuizen die minimum 20 ingrepen per behandeling per jaar halen nog slokdarm- of pancreaschirurgie aanbieden.

‘Wetenschappelijk is zo’n geconcentreerde aanpak zeer goed’, zegt KCE- ziekenhuisspecialist Carine Van de Voorde. ‘Omdat uitvoerig is aangetoond dat je overlevingskans groter is als je je expertise kan verbeteren door voldoende patiënten te behandelen.’

Als schoolvoorbeeld van een ziekenhuisnetwerk met een doordachte spreiding van hooggespecialiseerde en meer courante zorg schuift Noppen de regio rond de Zweedse hoofdstad Stockholm naar voren.

‘Daar heb je één centraal universitair ziekenhuis voor de zwaarste pathologieën, het befaamde Karolinska Ziekenhuis. Het houdt steek die op een plek te concentreren, omdat je zo profiteert van schaalgrootte. Tegelijk kunnen mensen dichter bij huis naar de regionale ziekenhuizen voor de courantere zorg. Van zo’n geïntegreerd netwerk kunnen wij voorlopig alleen dromen. Maar het is wel de toekomst.’

vragen aan Erik Jylling, arts en medisch directeur van de koepel van de vijf Deense gezondheidsregio’s. 

Denemarken, vaak als gidsland geroemd op het vlak van efficiëntie, telt vijf gezondheidsregio’s waar de ziekenhuizen onderling de taken verdeelden. Hoe zit dat?

‘De rode draad is: hoe gespecialiseerder een behandeling, hoe minder centra die uitvoeren en hoe centraler ze gelegen zijn. Veel ziekenhuizen stootten specialisaties af. En er zijn er minder. In de jaren tachtig had je nog 128 ziekenhuizen, nu 21 ziekenhuisorganisaties, dikwijls met verschillende locaties. Er is per regio maar één academisch ziekenhuis met hooggespecialiseerde zorg. Er zijn ook maar een paar ziekenhuizen die harttransplantaties doen: eentje voor kinderen en twee voor volwassenen.’

In Denemarken primeert kwaliteit ook boven afstand?

Ja, al leven de meeste Denen natuurlijk in stedelijk gebied. Maar soms moeten Denen die in landelijke gebieden wonen 100 kilometer of verder reizen voor een complexe behandeling. Ze hebben daar geen probleem mee omdat ze weten dat ze er de beste behandeling krijgen. Het heeft ook veel meer zin iemand met een hartprobleem meteen naar een gespecialiseerd ziekenhuis te sturen dan die eerst naar een lokaal ziekenhuis te brengen, om hem vervolgens toch te moeten verplaatsen. Daar verlies je ook tijd mee.’

Opvallend: het aantal spoedafdelingen is mettertijd teruggebracht van 40 naar 21. Waarom?

‘Omdat die te klein waren en er na middernacht vaak maar een handvol patiënten kwam, terwijl de specialisten niets omhanden hadden. We hebben dat aantal ook maar kunnen reduceren omdat er tegelijk zeer goeie preklinische spoedzorg kwam. Er is een netwerk van noodhelikopters en veel spoedambulances hebben geschoolde dokters.’ 

 

Lees meer over 'Lessen uit de coronacrisis voor onze zorg' in ons onlinedossier.

Lees zaterdag een dubbelinterview met Inge Vervotte, ex-CD&V-minister van Volksgezondheid en voorzitter van de zorggroep Emmaüs, en Pedro Facon, topman van de federale overheidsdienst Volksgezondheid.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie