Versnippering in de zorg kost tijd, geld en levens

De bevoegdheden over alle aspecten van gezondsheidszorg zijn zo versnipperd tussen de beleidsniveaus dat een coherent beleid onmogelijk is geworden. ©Filip Ysenbaert

Geen beleidsdomein zo versnipperd in België als de gezondheidszorg. Belangen en bevoegdheden conflicteren, zitten overal en nergens. Het gevolg? Een verlamd systeem, dat niet klaar is voor de grote uitdagingen van de toekomst.

Het was een schrijnend voorbeeld in de coronacrisis. Toen de woon-zorgcentra brandhaarden van besmettingen bleken, werd bekeken of geen personeel van ziekenhuizen ingezet kon worden om te helpen. Alleen, niemand wist hoe dat financieel geregeld moest worden. Want woon-zorgcentra zijn een Vlaamse bevoegdheid en ziekenhuispersoneel wordt betaald met federaal geld. 

De bevoegdheden over alle aspecten van gezondsheidszorg - gaande van de huisarts en de pillen die hij voorschrijft, tot de ziekenhuizen, de geestelijke zorg en de ouderenzorg - zijn zo versnipperd tussen de beleidsniveaus dat een coherent beleid onmogelijk is geworden. Het gevolg: tijd en geld worden verspild, kansen om een beter zorgsysteem te bouwen worden gemist, en de ruimte voor interpratie die gelaten wordt, kost nodeloos veel energie.

Vijf pijnpunten.

1. Het kost tijd

Een verpleegster in een woon-zorgcentrum wordt betaald door Vlaanderen, een verpleegster in een geriatrische afdeling van een ziekenhuis krijgt een federaal loon.

Corona heeft pijnlijk duidelijk gemaakt dat de versnippering kostbare tijd verloren doet gaan. In een crisissituatie kan dat letterlijk levens kosten. Denk aan het gesteggel over het beschermingsmateriaal voor het zorgpersoneel of over de testprocedures. Dat zet maar op scherp wat al langer een systeemfout was: het overleg over het organiseren van een adequate gezondheidszorg verzandt in zoveel organen dat het eindeloos lang duurt om zaken aan te pakken.

2. Er zijn gaten in de wet

Op sommige vlakken zijn bevoegdheden dermate onduidelijk, of onduidelijk geformuleerd in de wet, dat dat leidt tot juridisch-technisch gekissebis. Een paar voorbeelden.

Eén: de opleiding tot arts is een Vlaamse bevoegdheid. Alleen is de federale overheid verantwoordelijk voor het opstellen van de erkenningsvoorwaarden waaraan een arts moet voldoen. Dat heeft uiteraard een impact op de inhoud en de duur van de opleiding, wat gezien kan worden als een inbreuk op de regionale bevoegdheid om onderwijs te organiseren. Het leidde al tot meerdere betwistingen.

Twee: ziekenhuizen zijn deels een federale en deels een Vlaamse bevoegdheid. De verdeling is ondanks pogingen om ze te verduidelijken in de wet hopeloos vaag en complex, met uitzonderingen op uitzonderingen. Vlaanderen kan normen opleggen voor de erkenning van een ziekenhuisdienst, bijvoorbeeld inzake een minimaal personeelsbestand. Tegelijk is er de ‘organieke wetgeving’, die bepaalt dat de federale overheid de basiswerking van een ziekenhuis organiseert en financiert. Dat gaat dus ook over het inzetten van personeel. Wat tot conflicterende regels kan leiden. 

Overigens: om te vermijden dat Vlaanderen in ziekenhuizen normen oplegt die de federale overheid ongehoord op kosten jagen, zag men zich genoodzaakt een tijdrovende procedure bij het Rekenhof te beginnen. 

3. Het leidt tot discriminatie

Zoals het voorbeeld van de woon-zorgcentra aantoont, dreigt discriminatie tussen zorgpersoneel dat in instellingen werkt die onder verschillende beleidsniveaus vallen. Een verpleegster in een woon-zorgcentrum wordt betaald door Vlaanderen, een verpleegster in een geriatrische afdeling van een ziekenhuis krijgt een federaal loon. Terwijl ze dezelfde taken uitvoeren. Volgens sommigen dreigt dat oneerlijke concurrentie te veroorzaken in een sector die al kampt met een nijpend personeelstekort.

4. Het kost centen

Er zijn tal van voorbeelden van specialisten die voor de ene ziekte een medicijn voorschreven dat slecht samenging met een ander.

Door de versnippering ontbreekt vaak de stimulans om de beschikbare middelen verstandig in te zetten. Neem het preventiebeleid. Alle studies wijzen uit dat elke euro die in preventie wordt geïnvesteerd 4 euro winst betekent in de zorguitgaven. Kosten die niet gemaakt moeten worden. Alleen: de preventie zit bij Vlaanderen. Dat betekent dat alle campagnes en projecten betaald worden met Vlaams budget. Terwijl de winst op het federaal niveau zit, omdat dat minder zorguitgaven heeft. Waardoor van preventie amper een prioriteit wordt gemaakt.

Een ander voorbeeld: Vlaanderen is verantwoordelijk voor het erkennen van ziekenhuizen en voor de investeringen van die ziekenhuizen, maar de federale kas betaalt de werkingskosten. Gevolg: de aankoop van een duur toestel is niet per se afgestemd op de kosten ervan.

5. Zorg is niet afgestemd

Een belangrijke uitdaging is het beter afstemmen van de zorg. Zeker met de vergrijzing zal het probleem van chronisch zieken nog toenemen.

Oudere mensen kampen vaak met meerdere kwalen tegelijk (hart- en vaatziektes, diabetes, dementie...). Idealiter worden die in overleg aangepakt. Maar de silo’s in de zorg staan dat in de weg. Er zijn tal van voorbeelden van specialisten die voor de ene ziekte een medicijn voorschrijven dat slecht samengaat met iets wat een andere specialist eerder had voorgeschreven. Of van een huisarts, kinesist of thuisverpleger die niet op de hoogte is van een behandeling.

Het risico op ziekenhuisopnames stijgt daardoor, net als de kosten door onnodig onderzoek en te hoog medicijnverbruik. In een rapport over de versnippering stipt de zorgkoepel Zorgnet-Icuro aan dat geriatrie, geestelijke gezondheidszorg en revalidatie bij uitstek domeinen zijn waar behandelingen in een ziekenhuis (federaal) en erbuiten (Vlaams) voortdurend afwisselen. Informatie-uitwisseling is dan cruciaal om een patiënt goed op te volgen. Maar ook daar loopt de gegevensuitwisseling mank: eerstelijnsgegevens zijn Vlaams, ziekenhuisgegevens zijn federaal.

Volg de reeks 'Lessen uit de coronacrisis voor onze zorg' de hele week in de krant en op tijd.be

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie