Nergens zonder weg in Bonnerue

Nergens zonder weg in Bonnerue. ©Rik Van Puymbroeck

Verdwalend in eigen land kijkt Rik Van Puymbroeck naar wat verwondert en soms overdondert.

BONNERUE. Wordt het oktober, dan word je weer jong en gaat een Ierse zanger altijd weer dit zinnetje zingen: ‘October/and the trees are stripped bare/of all they wear.’ Dat gebeurt nu al zo lang, dus waarom dit jaar niet? Het is die lange maand die naar het kerkhof leidt, het geschuifel, de chrysanten nog eens rechtzetten, het geklets, opletten dat je niet uitschuift op het natte gras en de gevallen bladeren, het wijzen naar een graf. ‘Maar kijk, is die ook al dood?’

Een dorpje in dit land heet Bonnerue en de doden worden er bewaakt door Jezus zelf. Het was nog net september en met maïs in de rug, tussen de graven van de families Scholtus en Antoine-Michel aan het kruis genageld, keek hij over al die doden heen. Alleen dit ene stukje was van daar niet te zien. Amper beschermd door twee kleine haagjes, deze strooiweide. Een groot woord voor een klein hoekje. ‘Espace de dispersion des cendres’ noemen ze dat hier. Er was niemand en er was niets. Geen mens die treurde, geen restje asse meer.

In Bonnerue waai je in stilte naar nergens.

Lees verder

Advertentie
Advertentie