Nergens zonder weg in Brussel

Verdwalend in eigen land kijkt Rik Van Puymbroeck deze zomer naar wat verwondert en soms overdondert.

BRUSSEL. De lijn bestaat niet meer, maar toen Brel zong, deed ze dat wel nog en dus speelt bij elke tram die je ziet ‘Madeleine’ in je hoofd. Met dat ene zinnetje: ‘On prendra le tram trente-trois.’ Een lijntje tekst dat van de tram, met wat goede wil, bijna een onomatopee maakt. Een klanknabootsend woord, al is klanknabootsende letter juister. Het is die Brusselse ‘r’ die ratelt, r-r-r-r-r, van het voertuig dat vandaag gemondmaskerde mensen door de hoofdstad trekt.

Vaders op sneakers wachten in dit ochtendlicht op een slingerend ritje langs de Lambermontlaan en haar haltes. Leopold III, Chazal, Heliotropen, Louis Bertrand, Paul Brien-ziekenhuis, Demolder. Vaak gepasseerd, nooit gestopt, geen idee. Dat geldt voor die hele dagelijkse rit waarbij langs je venster later de Galerie du Pavillon, Pizzeria di Papa en de oude Confiserie Sennez-Sturbelle voorbijflitsen. Door die straatjes rijdt geen tram meer, maar het is hetzelfde. We zijn passanten en staan alleen stil als er file is. Thuiswerk is fijn, maar soms mis je Schaarbeek.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie