Nergens zonder weg in Leuven

Nergens zonder weg in Leuven. ©Rik Van Puymbroeck

Verdwalend in eigen land kijkt Rik Van Puymbroeck deze zomer naar wat verwondert en soms overdondert.

LEUVEN. We zien elkaar niet meer en zo wordt het gezicht stilaan een herinnering. Zelfs hoe de stem klonk, vervaagt. Vreemd hoe snel het gaat en hoe je het ongewone gewoon wordt. Omdat het moet of omdat het niet anders kan. Wereldbeeld 2020: gemaskerd, verdwenen, door stof verstopt.
Alleen soms is er nog een glimlach, een lach zelfs, en zie je dat aan de ogen die boven dat stukje stof uitsteken. Wie in Leuven rondloopt, kent Straatletters, gespoten spreuken op spaanderplaten die oude winkeletalages en verlaten panden opfleuren. Soms met prachtige clichés: ‘Ze worden zo snel groot’, ‘Als ’t da maar is’ of '’t is zoals ’t is'. Soms gewoon ‘Liefde’ of ‘Ge zijt ne schat’. En soms moet je dus lachen. Door de spreuk en door wat gebeurt. Het toeval van het leven, meteen ook het schone. De lach komt altijd terug.
Al neemt niets het gemis weg. Je kan wel denken dat achter die waas een mooie man of een vrolijke vrouw zit en soms verraden diezelfde ogen veel door kleur en vorm. Maar zeker ben je nooit. Wanneer lachte ze voor het laatst?

Lees verder

Advertentie
Advertentie