Nergens zonder weg in Smeerebbe-Vloerzegem

Nergens zonder weg in Smeerebbe. ©Rik Van Puymbroeck

Verdwalend in eigen land kijkt Rik Van Puymbroeck deze zomer naar wat verwondert en soms overdondert.

SMEEREBBE-VLOERZEGEM. De boerin weet het nog goed. Het was carnaval, een jaar geleden, toen de wind op de boom beukte en de beuk kraakte. Eerder had zijn broer het al begeven. Ze weet het nog goed, omdat beide beuken er altijd al stonden. Toen haar schoonvader de boerderij van de koster overnam, vertelde die dat zijn vader die bomen had geplant. Zo zijn we al goed in de 19de eeuw.

Nu ligt het lijk op dit hof in Smeerebbe-Vloerzegem en daarmee wordt alles poëzie: het dode hout, de enorme wortel, de holle stam, het einde aan eeuwen groeien, het vertekende landschap, de boer zelf. Adelin Sergoyne heet haar man, zegt Anne Van der Straeten. Zo’n naam verzinnen alleen de grootste schrijvers.

Verspreid op het erf en in de stallen loeien kalfjes, de lente was vruchtbaar, er zijn er nu zoveel dat Anne en Adelin handen tekortkomen om ze melk te geven. Het gebeurt met liefde. Kalfjes moeten groeien tot koeien, hier in deze straat waar ooit twee oude beuken stonden. Tot de wind hen velde. In Smeerebbe-Vloerzegem. Bij Adelin Sergoyne.

Lees verder

Advertentie
Advertentie