interview

'Een belastingtarief van 70 procent in de VS is allesbehalve radicaal'

Gabriel Zucman: 'Een belastingtarief van 70 procent in de VS is allesbehalve radicaal.' ©Antoine Doyen/Contour by Getty Images

Vermogensbelastingen staan weer prominent op de agenda. Zowel in België als in de VS waarschuwen top-CEO’s voor de groeiende ongelijkheid. ‘De economie stort echt niet in als minder dan 0,1 procent van de bevolking meer belast wordt’, zegt econoom en Piketty-kroonprins Gabriel Zucman.

Wat hebben Ray Dalio, Jamie Dimon en Howard Schultz gemeen? Het zijn alle drie kapitalisten pur sang, zeker. Als oprichter van ’s werelds grootste hedgefonds, Bridgewater, is Dalio 17 miljard dollar waard. Dimon is als topman van de bankreus JP Morgan Chase de spreekbuis van Wall Street. En Schultz vergaarde een fortuin door Starbucks uit te bouwen tot een wereldwijd koffie-imperium.

Maar de jongste maanden krijgt het Amerikaanse drietal aandacht voor iets helemaal anders: zijn waarschuwingen dat het kapitalisme niet langer voor iedereen werkt. Ook hen is niet ontgaan dat groeiende ongelijkheid wereldwijd het populisme voedt.

Meerdere zwaargewichten van de Democraten omarmen openlijk het socialisme, tot voor kort een taboewoord in Amerika. Vandaag staan Amerikaanse jongeren positiever tegenover socialisme dan tegenover kapitalisme. Een van de remedies die Dalio, Dimon en Schultz unisono naar voren schuiven? Hogere belastingen voor henzelf, de rijken.

De Franse economieprofessor Gabriel Zucman (32) zal het graag horen. Als officieuze kroonprins van het ongelijkheidsicoon Thomas Piketty, een landgenoot van Zucman, doet hij vanuit de gereputeerde University of California in Berkeley onderzoek naar inkomens- en vermogensongelijkheid. De dertiger, die doctoreerde bij Piketty, schrijft mee aan het jaarlijkse World Inequality Report en pende met ‘The Hidden Wealth of Nations’ een boek over de nefaste rol van belastingparadijzen in de ongelijkheidsrace. Hij was ook adviseur van de Democratische presidentskandidate Elizabeth Warren, die pleit voor een jaarlijkse vermogenstaks van 2 procent vanaf 50 miljoen dollar.

Bio Gabriel Zucman

Professor economie aan de University of California in Berkeley (VS). Hij is gespecialiseerd in ongelijkheid, belastingparadijzen en globale rijkdom.

Zucman is medeauteur van het ‘World Inequality Report’. Hij is ook de auteur van het boek ‘The Hidden Wealth of Nations'.

De Fransman is ook de codirecteur van de World Inequality Database.

Doctoreerde bij Thomas Piketty, met wie hij nog vaak samenwerkt.

Misschien is het door zijn jeugdige leeftijd, maar Zucman blijft niet onbewogen bij de enorme transfer van jong naar oud die gepaard gaat met groeiende ongelijkheid. Een inzicht dat meteen duidelijk maakt dat voor een effectieve aanpak op alle fronten actie nodig is: inkomen en vermogen, personen- en vennootschapsbelasting.

Zo helpen belastingparadijzen multinationals jaarlijks ruim 600 miljard dollar aan belastingen te ontwijken, ten gunste van de aandeelhouders die in grote mate tot de vermogende klasse behoren. Overheden moeten de misgelopen inkomsten dan weer compenseren door extra belastingen te heffen op gewone werknemers of te snoeien in zaken als onderwijs, die net opwaartse mobiliteit zouden kunnen creëren.

Het goede nieuws? Het idee dat het onmogelijk is de winnaars van de globalisering te belasten is volgens Zucman vals. Alvast voor multinationals, zoals Frankrijk onlangs bewees met zijn ‘Google-taks’ op de omzet die grote techbedrijven in Frankrijk boeken. En als Amerikaanse superkapitalisten en Democratische politici elkaar vinden, gelden binnenkort mogelijk weer toptarieven van 70 procent of meer in het land dat volgens Zucman als eerste een stevig progressieve inkomstenbelasting invoerde door een eeuw geleden de hoogste inkomens te belasten tegen een toptarief van 67 procent.

Sinds Piketty’s bestseller ‘Kapitaal in de 21ste eeuw’ is ongelijkheid een belangrijk thema. Welke data geven de essentie van het debat weer?

Gabriel Zucman: ‘Ik focus in de eerste plaats op de VS, waar de ongelijkheid een van de grootste toenames heeft gekend. Terwijl de bovenste 1 procent van de Amerikaanse inkomens in 1980 10 procent van het totale inkomen voor zijn rekening nam, is dat vandaag verdubbeld tot 20 procent. De onderste helft van de inkomens toont het spiegelbeeld: van 20 naar 10 procent van het Amerikaanse inkomen in dezelfde periode.’ (zie grafiek)

‘Het gemiddelde reële jaarinkomen van die onderste helft (gecorrigeerd voor inflatie en voor belastingen, red.) is al die tijd stabiel gebleven op 16.000 dollar. Dat de helft van de Amerikaanse bevolking meer dan een generatie geen inkomensgroei gekend heeft, is voor mij de opvallendste ontwikkeling in de westerse economie.’

‘In West-Europa is de ongelijkheid slechts beperkt toegenomen. Zo ging de bovenste 1 procent van 10 naar 12 procent van het totale inkomen sinds 1980. Het illustreert dat het beleid wel degelijk een impact heeft op de dynamiek van ongelijkheid en dat niet alleen factoren zoals globalisering of technologische verandering spelen. Toch heeft ook Europa problemen, zoals het tergend trage herstel sinds de financiële crisis.’

©Mediafin

Wat is het belangrijkste gevolg van die toenemende ongelijkheid?

Zucman: ‘Als de verliezers van de globalisering achterblijven met stagnerende inkomens en hogere belastingen, riskeer je politieke en economische instabiliteit. We hebben een meer gebalanceerde en rechtvaardige groei nodig als we het oprukkende populisme willen tegenhouden en de globalisering willen vrijwaren.’

Volgens de psycholoog Steven Pinker verliezen ongelijkheidsprofeten zich in dystopische analyses. Hij maakt een onderscheid tussen absolute welvaart - die de voorbije eeuw fors gestegen is voor het armere deel van de bevolking - en de relatieve welvaart in vergelijking met de rijken. Zelfs als de ongelijkheid is toegenomen, zijn armeren vandaag beter af.

Zucman: ‘Pinker zou bezorgder moeten zijn om de evolutie in de voorbije decennia in plaats van om die in de voorbije eeuw. Voor een groot deel van de westerse bevolking zijn het inkomen en het vermogen vandaag niet hoger dan in 1980. Als mensen gaan stemmen, houden ze daar rekening mee, niet met wat een eeuw geleden gebeurd is. Zulke inkomensstagnatie is zorgwekkend en kleurt dan ook het politieke debat in de VS.’

Democratische presidentskandidaten als Elizabeth Warren en Bernie Sanders en nieuwkomers als Alexandria Ocasio-Cortez pleiten voor fors hogere belastingen voor de rijken. Dat zou een radicale breuk betekenen met de meer bescheiden aanpak van hun partijgenoot Barack Obama. Kunnen we al spreken van een gamechanger?

Zucman: ‘Zeker. De Democratische Partij heeft lang niet durven te praten over belastingen, hoewel hogere belastingen voor de rijken populair zijn bij de kiezer. Als de Democraten volgend jaar het Witte Huis en het Congres veroveren, krijgen we mogelijk een echte verandering in het belastingregime. Dat zou overigens helemaal niet zo radicaal zijn. De VS hebben een lange geschiedenis van hoge toptarieven in de personenbelasting, tot meer dan 90 procent in de jaren 50 en nog altijd 70 procent begin jaren 80. (zie grafiek) Het voorstel van Ocasio-Cortez om een toptarief van 70 procent in te voeren vanaf 10 miljoen dollar inkomen was 40 jaar geleden nog normaal.’

Zowel de ongelijkheid in de inkomens als in de vermogens stijgt. Is het ene kwalijker dan de het andere?

Zucman: ‘Ze zijn beide belangrijk, maar worden gestuurd door verschillende krachten en hebben verschillende gevolgen. Vermogen heeft de neiging zich veel meer te concentreren dan inkomen. Zo heeft de bovenste 1 procent in de VS 20 procent van het inkomen, maar liefst 40 procent van het vermogen. Het probleem met vermogensconcentratie is dat ze macht met zich meebrengt: politieke macht, macht om ideologieën en het beleid te sturen, om markten naar haar hand te zetten en concurrenten op te kopen. Het meten en beperken van vermogensconcentratie is daarom cruciaal voor een faire markt en een goede werking van de democratie.’

Er gebeurt de jongste jaren veel onderzoek naar het optimale belastingbeleid. Wat leert u daaruit voor de bestrijding van de ongelijkheid en het optimaliseren van het publieke welzijn?

Zucman: ‘Het ideaal is een mix van een progressieve personenbelasting, een voldoende hoge vennootschapsbelasting en een vermogensbelasting. Die laatste is nodig voor de allerrijksten, want sommige multimiljonairs hebben een enorm vermogen en slechts een beperkt inkomen, zodat de personenbelasting niet volstaat. Al is het niet aan economen om te zeggen hoe hoog een belasting moet zijn, net zomin als ze kunnen bepalen hoe hoog de ongelijkheid mag zijn. Dat blijft een democratische keuze.’

Volgens tegenstanders van hogere belastingen ontmoedigen ze harder werken, wegen ze op de economische groei en stimuleren ze belastingontwijking.

Zucman: ‘Ontwijking kan je aanpakken met een goed beleid. Een belastingsysteem dat elke euro op dezelfde manier belast - of die nu uit arbeid of uit kapitaal komt - en dat daarnaast weinig vrijstellingen kent, verkleint het risico op ontwijking. Veel economisch onderzoek bevestigt inderdaad dat rijken op een belastingverhoging reageren door iets minder te werken, maar door het beperkte effect daarvan is het belastingtarief dat de inkomsten maximaliseert heel hoog, tot 80 procent.’

‘Het gaat om het tarief op de hoogste inkomstenschijf, vanaf 10 miljoen dollar bijvoorbeeld. Dat treft slechts een beperkt aantal mensen, net als Warrens vermogensbelasting vanaf 50 miljoen dollar. Het idee dat de economie zou instorten als nog geen 0,1 procent van de bevolking meer belast wordt, is onzinnig. De rest van de bevolking zal mogelijk zelfs meer verdienen als de rijken zich minder zullen bezighouden met manieren om het systeem naar hun hand te zetten ten koste van de rest.’

Wat met meer structurele mechanismen achter ongelijkheid, zoals vermogenden die met elkaar huwen, betere privéscholing genieten en krachtige sociale netwerken hebben? Zetten die geen rem op de sociale mobiliteit?

Zucman: ‘Om te beginnen hebben Amerikanen een nogal naïef en ideologisch gekleurd beeld van sociale mobiliteit, van het idee dat de VS het land van opportuniteiten is waar je als hamburgerbakker zomaar CEO kan worden. Daar bestaat weinig feitelijke onderbouwing voor. Er is een zekere inkomensmobiliteit tijdens de carrière - denk aan hoger loon bij een promotie - maar velen verdienen dan nog niet meer dan hun ouders indertijd. Uiteindelijk is gelijkheid belangrijker dan mobiliteit, want als er beperkte ongelijkheid is, maakt het niet veel uit of er al dan niet mobiliteit is.’

‘Daarnaast zijn er natuurlijk veel zaken die ongelijkheid beïnvloeden. Toegang tot het onderwijs is heel belangrijk. Je kan als land je hoger onderwijs versterken door er meer in te investeren, maar helaas doet bijvoorbeeld Frankrijk het omgekeerde. Het spendeert steeds minder per student hoger onderwijs. Op het niveau van de Europese Unie is het niet veel beter. Hoe wil je als land een leider worden in de economie van de 21ste eeuw als je te weinig investeert in onderwijs?’

De Franse president Emmanuel Macron wil de eliteschool ENA opdoeken om een gelijker speelveld te creëren. Een goede stap?

Zucman: ‘Eén school waar 100 of 200 studenten opgeleid worden zal het verschil niet maken. Meer middelen voor de publieke universiteiten die honderdduizenden studenten opleiden zal wel een groot verschil maken op lange termijn, qua productiviteit, welzijn en inkomen.’

In het recentste World Inequality Report wordt de enorme transfer van de publieke naar de privésector in zowat alle landen sinds 1980 aangeklaagd. Welke rol speelt dat in de ongelijkheid?

De volgende generatie zal meer schulden en minder overheidsactiva toegeschoven krijgen. Naast een vervuilde planeet.
Gabriel Zucman
Professor Economie

Zucman: ‘Daar spelen twee processen. Het eerste is de grootschalige privatisering van de overheidsactiva. Die laatste zijn per definitie relatief gelijk verdeeld over de bevolking, terwijl privévermogen zich op termijn concentreert. Daarnaast is de overheidsschuld enorm toegenomen. Het netto overheidsvermogen - de activa min de schulden - is zo in veel Europese landen nul of negatief geworden. Dat betekent dat de volgende generatie minder activa en meer schulden toegeschoven krijgt. Die komen boven op de vervuilde planeet waarmee ze opgezadeld wordt.’

Ook de strijd tegen de klimaatverandering raakt aan het ongelijkheidsdebat. Zo verzetten de Franse gele hesjes zich tegen taksen op brandstof die hen buitensporig zouden treffen, terwijl in België rekeningrijden snel werd afgevoerd. Hoe doorbreek je die patstelling?

Zucman: ‘Rekeningrijden en een CO2-taks zijn goede ideeën, maar ze kunnen alleen werken als ze gecompenseerd worden door meer progressieve belastingen elders. Milieubelastingen hebben de neiging heel regressief te zijn en dus lagere inkomens relatief harder te treffen (omdat ze door hun vaste tarief een grotere hap nemen uit het beperktere budget van laagverdieners, terwijl bij progressieve belastingen het tarief oploopt met het inkomen, red.). Progressieve belastingen bestaan in de eerste plaats om de regressiviteit van andere belastingen - zoals ook btw en accijnzen - te compenseren.’

Rekeningrijden en een CO2-taks zijn goede ideeën. Maar ze werken alleen als je ze compenseert met meer progressieve belastingen.
Gabriel Zucman
Professor Economie

‘Maar Macron vermindert net de progressiviteit door de vermogensbelasting af te schaffen en vervolgens te zeggen dat armeren meer moeten betalen via milieutaksen. Dat werkt nooit. De geschiedenis van belastingrevoltes leert dat een stijging van regressieve taksen forse reacties losmaakt, tenzij een compensatie plaatsvindt via meer progressiviteit elders.’

De belastbare winst van multinationals - die nu deels in belastingparadijzen terechtkomt - wil u volgens de geboekte omzet over elk land verdelen en dan lokaal belasten. Een Europese poging om grote techbedrijven op een gelijkaardige manier te belasten liep spaak, waarna Frankrijk dan maar op zijn eentje handelde. Was dat een goed idee?

Zucman: ‘Internationale samenwerking is beter, maar het is heel moeilijk iets in de EU te realiseren met 27 of 28 lidstaten. Ik had liever gezien dat Frankrijk gezamenlijk actie had ondernomen met vijf of tien landen die vooruit willen. Zo kom je tot noodzakelijke belastingharmonisatie, in plaats van te wachten tot de hele EU beweegt.’

Was u verrast door die Europese mislukking? Het waren toch vooral Amerikaanse techbedrijven die getroffen zouden worden.

Bio Gabriel Zucman

Professor economie aan de University of California in Berkeley (VS). Hij is gespecialiseerd in ongelijkheid, belastingparadijzen en globale rijkdom.

Zucman is medeauteur van het ‘World Inequality Report’. Hij is ook de auteur van het boek ‘The Hidden Wealth of Nations'.

De Fransman is ook de codirecteur van de World Inequality Database.

Doctoreerde bij Thomas Piketty, met wie hij nog vaak samenwerkt.

Zucman: ‘In de EU heb je nu eenmaal beruchte belastingparadijzen zoals Ierland, Luxemburg of Cyprus. Zij hebben belang bij het status quo, want ze verdienen veel geld aan hun belastingconcurrentie.

De landen die daar het slachtoffer van zijn, moeten tot een akkoord komen en de eerste stap zetten. Internationaal concurreren doe je door via goede universiteiten de productiviteit van je bevolking op te krikken en door te investeren in infrastructuur en goede openbare diensten. Niet door belastingen te verlagen voor multinationals. Alleen aandeelhouders winnen daarbij, de rest van de bevolking verliest.’

Advertentie
Advertentie