interview

Steven Pinker: ‘Korter douchen zal het klimaat niet redden'

©KAYANA SZYMCZAK/The New York Times

Gewapend met tonnen data betoogt de Canadees-Amerikaanse rocksterintellectueel Steven Pinker dat de wereld er met grote stappen op vooruitgaat. Maar is zijn bril niet te roze? ‘Mensen zijn moreel vooringenomen, waardoor ze graag vooruitgang ontkennen.’

Op donderdag 9 mei is Steven Pinker de keynotespeaker op de elfde editie van New Insights in Business & Finance op Tour & Taxis Brussel, georganiseerd door De Tijd, L’Echo en EY.

Op zaterdag 11 mei vindt u bij de weekendeditie van De Tijd de bijlage New Insights met nieuwe inzichten van grote denkers over democratie, klimaat, (on)gelijkheid, demografie en privacy.

 

Mocht er een Champions League van publieke intellectuelen bestaan, dan was Steven Pinker (64) er een vaste waarde. Met heel veel zijn ze niet, de academici die een rocksterstatus genieten op en naast het ideeënfestivalcircuit, wier boeken de bestsellerlijsten aanvoeren en bij wie de halve wereld komt aankloppen voor wijsheid - of met kritiek. De in Canada geboren psycholoog en linguïst bevestigde vorig jaar zijn status als een van de invloedrijkste denkers van onze tijd met ‘Enlightenment Now’ (in het Nederlands: ‘Verlichting nu’), een pleidooi voor rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang.

Pinkers boodschap: laat de cijfers spreken. De wereld gaat helemaal niet naar de verdoemenis, zoals de hoofdpunten van het journaal en de Twitterprofeten ons doen geloven. Rampen, aanslagen, brandende kathedralen, een soep van plastic in de oceaan: de planeet kan er door het prisma van de gewone en de sociale media miserabel uitzien. Maar het tegendeel is waar, stelt Pinker. Er was nooit een betere tijd om in geboren te worden dan nu. De vooruitgang tegenover voorgaande generaties is onmiskenbaar. In 2011 argumenteerde Pinker in ‘Ons betere ik’ al dat we als soort veel minder gewelddadig zijn geworden? Intussen heeft hij die bewering uitgebreid naar vrijwel elke maatstaf om onze levenskwaliteit aan te toetsen.

Om zijn stelling te onderbouwen sleept Pinker bootladingen statistieken aan. De gemiddelde mens leeft dubbel zo lang als een eeuw geleden. De wereld is in tweehonderd jaar honderd keer rijker geworden, en die rijkdom is beter verdeeld. In de Verenigde Staten is de kans om te sterven in een auto-ongeluk met 96 procent gedaald, die om te sterven in een brand met 92 procent. We hebben meer vrije tijd, en die kunnen we dankzij de vaak verguisde techindustrie vullen met een onmetelijk aanbod aan entertainment. Er zijn 85 procent minder kernwapens.

Ook intellectueel en moreel is de lijn duidelijk. Het globale IQ is in honderd jaar tijd met 30 procent gestegen door beter en meer onderwijs en betere voeding. Slavernij was deel van elke beschaving in de geschiedenis en is nu verboden in elk land. Racisme, seksisme en homofobie zijn op de terugweg. Zelfs het gevoel dat we ondanks alles niet gelukkiger zouden worden, doorstaat de factcheck van Pinker niet.

Sindsdien staat hij te boek als een apostel van het optimisme, al is hij er tijdens ons interview vanuit Boston, waar de hoogleraar aan Harvard tijd maakt tussen twee lesuren door, snel bij om dat imago bij te stellen. ‘Het gaat niet om optimisme, maar om accuraatheid’, zegt hij, zich duidelijk bewust van de kritiek als zou hij een te rooskleurig beeld van de wereld schetsen, op het onverantwoorde af.

‘Als het aantal oorlogsdoden daalt, maar mensen denken net dat het stijgt, dan moeten we hen daarover opvoeden. Hetzelfde met criminaliteit, geletterdheid of kindersterfte. Dat is geen kwestie van optimisme, dat is een kwestie van feiten, feiten die mensen niet kennen. Mochten die feiten wijzen op een achteruitgang in plaats van een vooruitgang, dan zouden ze even belangrijk zijn.’

Paniekgevoel

Dat we die feiten over collectieve beterschap zo moeilijk aanvaarden, terwijl we ze zouden moeten toejuichen, is volgens Pinker vooral de schuld van de inherente natuur van de nieuwsmedia die ons over de staat van de wereld informeren. Ze geven ons een snapshot van wat misgaat, en houden zo het paniekgevoel constant in de buurt van het kookpunt.

In de pers leeft het idee dat het een essentieel deel van de professionele ethiek is om op crisissen en schandalen te wijzen. Iets positiefs is pr of propaganda.
Steven Pinker
Psycholoog en linguïst

‘Het nieuws wordt gedreven door gebeurtenissen, en die zijn nu eenmaal overwegend negatief. Iets slechts kan meteen gebeuren. Goede dingen hebben langere tijd nodig om zich te ontwikkelen. Een miljard mensen zijn uit de extreme armoede ontsnapt, maar niemand die het weet. Een land in vrede is geen nieuws. In de pers leeft het idee dat het een essentieel deel is van de professionele ethiek om op problemen, crisissen en schandalen te wijzen. Iets positiefs is pr, propaganda of feelgood human interest. Uiteraard moeten journalisten negatieve events coveren. Maar als ze de positieve systematisch ontwijken, geven ze mensen het foute beeld.’

Pinkers oplossing? Breng verslag uit over de wereld alsof het om de beurs of om een voetbalmatch gaat. ‘De stand van de beurzen verschijnt toch ook niet alleen als er een crash is? Hetzelfde in de sport: je krijgt een uitslag na elke wedstrijd, niet alleen als een team verliest. Geef gewoon de cijfers. Mensen zullen de wereld beter begrijpen als het nieuws meer een soort dashboard is, met indicatoren over misdaad, werkloosheid, CO2-uitstoot, oorlogsdoden. Op een continue basis, en niet alleen als het slecht gaat.’

De opeenstapeling van data is soms overweldigend. Tegelijk biedt ze een houvast in tijden waarin de waarheid en de wetenschap onder druk staan. Het klimaatprobleem blijft zijn ontkenners hebben, mazelen rukken weer op, expert is een verdacht woord geworden. De machtigste man ter wereld bereikte deze week een trieste mijlpaal: sinds hij in het Witte Huis woont, loog of misleidde Donald Trump al meer dan 10.000 keer, telde The Washington Post. Ook dat is een statistiek over de wereld vandaag.

Reden te meer om ruim tweehonderd jaar na de filosofische stroming de waarden van de verlichting te verdedigen, oordeelt Pinker. ‘Ik claim niet dat we terug moeten naar een tijd van oude Europese denkers en hun zogezegde profetieën moeten bestuderen. Dat zou nogal contradictorisch zijn. Het punt is: rede gebruiken om de wereld te begrijpen en menselijke bloei te stimuleren. Rede betekent: de beste bewijzen, de beste argumenten voor veranderingen in de wereld. Dus ik had een label nodig voor die set van ideeën, en de verlichting is een natuurlijke keuze. Ik had ook voor iets als ‘kosmopolitisch seculier liberalisme’ kunnen kiezen. Maar dat was niet zo catchy.’

Toch zullen miljoenen Belgen en Europeanen over enkele weken naar de stembus trekken met negatieve gevoelens over de maatschappij. Bovendien zijn bepaalde politici in opmars die een gevoel van nostalgie promoten en graag een donker beeld ophangen van het heden.

Pinker: ‘Er zijn altijd reactionaire politici geweest die proberen terug te gaan naar een soort Golden Age. Het is zeker ook een drijfveer van het huidige populisme. De boodschap is meedogenloos negatief: ‘We zijn in een crisis en moeten terug naar vroeger.’ Mijn favoriete citaat daarover is van de columnist Franklin Pierce Adams: ‘Niets is meer verantwoordelijk voor de goede oude tijd dan een slecht geheugen.’ Het is gemakkelijk te vergeten hoe slecht de dingen waren, en het is altijd verleidelijk voor een politicus om de huidige machthebbers de schuld te geven door te stellen dat de zaken nooit erger zijn geweest.’

‘Je kan eigenlijk niet voor je eigenbelang stemmen’, gaat Pinker door. ‘Je stem is een oneindig kleine bijdrage tot de uiteindelijke uitkomst. Mensen gebruiken daarom hun stem als een vorm van zelfexpressie, een mogelijkheid om een opinie uit te brengen over de staat van de samenleving. En hun beeld van de samenleving is niet noodzakelijk een reflectie van hun eigen situatie. We noemen dat de optimismekloof: het is typisch menselijk om veel optimistischer te zijn over je eigen situatie dan over die van anderen.’

Kortere douches

Ik spreek met Pinker via een klein wonder der vooruitgang: de technologie die Facetime mogelijk maakt. Zo ben ik toch een beetje aanwezig in zijn werkkamer 6.000 kilometer verderop aan de universiteit van Harvard. Dat we videobellen vindt hij prima. ‘Dan gebruiken we alleen elektronen en reduceren we onze ecologische voetafdruk.’ Het brengt ons bij een statistiek die bepaald niet de goede richting uitgaat: die van de globale CO2-uitstoot. Dreigt het feit dat we met z’n allen stelselmatig de temperatuurknop hoger draaien niet de hele stelling van Pinker over progressie onderuit te halen?

Er zijn te weinig mensen die de rekensom maken. Liever doen velen opzichtige opofferingen waarmee ze zichzelf voor de gek houden.
Steven Pinker
Psycholoog en linguïst

Pinker erkent de harde realiteit, maar zou graag wat minder fatalisme en wat meer oplossingsgericht denken zien. Want eerdere ecologische problemen zoals het gat in de ozonlaag hebben we ook aangepakt. Zijn antwoord legt bloot hoe moeilijk het klimaatprobleem in zijn progressieve betoog past. Moeten we er dan maar op vertrouwen dat we ons dankzij de vooruitgang naar een oplossing innoveren? ‘Ik doe geen voorspellingen. Niemand heeft een glazen bol. Maar de toekomst hangt wel af van wat we nu doen. En daarvoor moeten we de doeltreffendste oplossingen zoeken.’

‘Er zijn te weinig mensen die de rekensom maken. Liever doen velen opzichtige opofferingen waarmee ze zichzelf voor de gek houden. Alsof kortere douches het klimaat kunnen redden. Of ze geven ‘boosaardige’ mensen de schuld. ‘Het is de fout van politiek rechts, of het is de fout van de olie- en gasindustrie. Straf hen, en je krijgt gerechtigheid.’ Dat helpt niet. Je moet onderzoeken hoe je de meeste energie met de minste uitstoot krijgt. En we moeten duidelijk zijn over welke energiebronnen ons alle positieve kanten van energie zullen bieden zonder het milieu pijn te doen.’

Kernenergie is volgens Pinker ondanks alle bezwaren over veiligheid en prijs een belangrijk deel van de oplossing. Hij trekt ook volop de kaart van genetisch gemodificeerde organismen, technologie om CO2 op te vangen en koolstoftaksen. ‘Maar dat druist allemaal in tegen de religie van de groene beweging. Die verdient zeer veel krediet voor de manier waarop ze ons bewustzijn over het milieu heeft aangewakkerd. Maar ze zijn de foute richting ingeslagen met hun verzet tegen bepaalde technologische en beleidsmatige oplossingen die niet stroken met hun politieke overtuigingen.’

Progressofobie

Is de vooruitgang die hij bejubelt wel duurzaam? ‘Het is in elk geval niet onduurzaam’, pareert Pinker. ‘Vooruitgang is niet inherent afhankelijk van eindige energiebronnen. Het doel is niet grondstoffen te gebruiken, het doel is mensen gelukkig en gezond te maken. Hoe mensen dat doen, hangt af van de technologie van hun tijd. Mensen hebben geen olie nodig. Wat ze wel nodig hebben, is verlichting voor hun huis, of een brandstof om van A naar B te geraken. Vroeger moest je voor de verspreiding van informatie heel veel bomen kappen. Processen als dematerialisatie en densificatie zijn manieren om de doelstelling van duurzaamheid te bereiken zonder dat we het idee van menselijke vooruitgang moeten opgeven.’

Het rationele positivisme van Pinker is niet zonder controverse. Ondanks zijn goedaardige boodschap en zijn geduldige vriendelijkheid heeft hij fanatieke vijanden gemaakt. Een jaar na zijn bestseller is Pinker ook de intellectueel ‘you love to hate’, ook al is het veel academisch gekibbel tussen ivoren torens. Hij helpt niet dat hij zich als cognitief psycholoog op het terrein van andere vakspecialisten waagt. Critici houden vol dat Pinker selectief statistieken eruit pikt om zo met opzet een te gunstig wereldbeeld te schilderen terwijl de tegenvoorbeelden bij wijze van spreken op straat te rapen vallen. En ze verwijten hem dat zijn toon op het gevaarlijke af geruststellend is terwijl de planeet nog altijd één opvliegende wereldleider met kernbommen verwijderd is van de vernieling.

De Canadees wordt wel eens smalend vergeleken met Pangloss, de eeuwig optimistische professor uit ‘Candide’ van Voltaire. Er is zelfs een pejoratieve term ontstaan: ‘Pinkering’, wat zoveel betekent als het beschrijven van de wereld in te zonnige algemene termen, zonder oog te hebben voor individueel lijden van echte mensen achter de gemiddeldes. Een recensente van The New York Times ziet vooral koude minachting in de veralgemenende boodschap van Pinker. De Britse filosoof John Gray noemt het verlichtingsverhaal ‘gênant’, bedoeld om ‘linksen te sussen dat ze aan de juiste kant van de geschiedenis staan’.

Pinker plaatst de meeste kritiek onder ‘progressofobie’. ‘Mensen hebben nu eenmaal een morele vooringenomenheid die ertoe leidt dat ze graag vooruitgang ontkennen. Als je een criticus bent van sommige aspecten van de moderne samenleving, of dat nu het kapitalisme is of de welvaartsstaat of de secularisering, dan stoelt je argument deels op een verslechterende wereld. En dus als de wereld niet slechter wordt, zoals ik aantoon, dan houdt jouw kritiek op de samenleving veel minder steek. Zeker als die radicaal is en claimt dat de samenleving ooit een drastisch verkeerde weg is ingeslagen. En dat zie je zowel op links als op rechts, afhankelijk van welk verhaal over achteruitgang je aanhangt.’

Arbitraire grens

Een van Pinkers spectaculairste statistieken gaat over de globale terugval van armoede. Aan het begin van de 19de eeuw leefde meer dan 90 procent van de wereldbevolking nog in extreme armoede, intussen is het minder dan 10 procent.

De levensstandaard van de onderste helft is gestegen, maar niet zo veel als die van de top van de samenleving. Vooruitgang is: arme mensen rijk maken.
Steven Pinker
Psycholoog en linguïst

Begin dit jaar plaatste Microsoft-multimiljardair Bill Gates, een van de grootste aanhangers van het evangelie volgens Pinker, de data nog op Twitter met als bijschrift: ‘Dit is een van mijn favoriete infografieken aller tijden.’ Niet slecht bedoeld waarschijnlijk, maar prompt ontstond een polemiek. Die data verstoppen de uitspattingen van het kapitalisme en van de kolonisatie, klonk het. En in de cijfers ligt de armoedegrens op 1,90 dollar per dag, alsof iemand die 1,91 dollar verdient niet meer extreem arm is. Volgens sommige economen ziet de lijn er totaal anders uit bij een realistischer armoedegrens.

Pinker ontkent dat er een probleem is met de data. ‘Een grens is uiteraard altijd compleet arbitrair. Als je ze maar constant houdt. Maar ook als je de lat hoger legt, is de armoede nog altijd hard gezakt. We hebben ons huiswerk gemaakt. Armoede is gezakt, punt. Dat kan je kwantificeren met eender welke ondergrens, en de richting blijft dezelfde: de wereld is rijker geworden.’

Wat dan met de enorme economische ongelijkheid? Het thema staat sinds de vorige financiële crisis bovenaan op de agenda van de wereldproblemen, maar Pinker vindt het niet de grootste prioriteit. Of beter: hij vindt het alarmisme over ongelijkheid overdreven. ‘Meer dan op ongelijkheid moeten we focussen op de levensstandaard van de onderste helft. Die is omhooggegaan, maar niet zo veel als die van de top van de samenleving. Vooruitgang is: arme mensen rijk maken.’

De keerzijde van de gedaalde ongelijkheid in ontwikkelingslanden is wel de gestegen ongelijkheid in de westerse wereld. ‘Er is een connectie’, geeft Pinker toe. ‘In een geglobaliseerde wereld hebben arbeiders in de ontwikkelingslanden een economisch voordeel tegenover hun tegenhangers in de ontwikkelde wereld. Een Indonesische arbeider verdient minder dan die in de VS, dus daar zijn de jobs naartoe gegaan. Het is een faling van ons politieke systeem dat we ons daar niet snel genoeg aan kunnen aanpassen en dat we niet genoeg steun bieden aan de mensen en gemeenschappen die gedecimeerd zijn door globalisering. Het is een van de meerdere factoren in de opkomst van populisme.’

En dus bewijst de vooruitgang dat het geglobaliseerde kapitalistische systeem werkt, is Pinker overtuigd. ‘Het werkt in elk geval beter dan de alternatieven. Kijk naar het lot van Venezuela. Naar het contrast tussen Noord- en Zuid-Korea. Naar China onder Mao. Naar China onder Deng en zijn opvolgers. Geen twijfel mogelijk. Maar er zijn geen rijke kapitalistische landen die niet ook strenge regulering en herverdeling hebben. Als landen welvarender worden, reguleren ze doorgaans hun economie beter en herverdelen ze meer. Kapitalisme betekent dus nooit de libertaire fantasie van pure markteconomie, want dat bestaat niet.’

Voor de toekomst wenst Pinker dan ook meer van hetzelfde. Maar vooral meer data en minder anekdotes. Alleen dan kunnen we progressie meten. ‘Het zou deel moeten uitmaken van de onderwijscultuur dat je zaken beoordeelt op basis van data. We moeten bepalen wat werkt, en dat niet voor lief nemen. Er moet altijd ruimte zijn voor kritiek, maar we moeten beter appreciëren wat goed gaat in vergelijking met vroeger.’

Follow the data

Door de cijfers te laten spreken wil Steven Pinker de wereld overtuigen van de geboekte vooruitgang. Een selectie. 

71

Sinds het einde van de 18de eeuw is de levensverwachting in de wereld gestegen van 30 tot 71 jaar. 

1/18de

Het aantal mensen dat dooroorlogen sterft, is een kwart van dat in de jaren tachtig, een zevende van dat in de jaren zeventig en een achttiende van dat in de jaren vijftig.

83%

De geletterdheid is sinds het begin van de 19de eeuw toegenomen van 12 tot 83 procent.

+30%

Het globale IQ is in honderd jaar tijd met 30 procent gestegen door beter en meer onderwijs en betere voeding.

x100

De wereld is in tweehonderd jaar honderd keer rijker geworden en die rijkdom is beter verdeeld.

-96%

In de Verenigde Staten is de kans om te sterven in een auto-ongeluk met 96 procent gedaald, die om te sterven in een brand met92 procent.

-85%

Er zijn 85 procent minder kernwapens tegenover de piek eind jaren tachtig.

Lees verder

Advertentie
Advertentie