reportage

Zo voorspel je de toekomst

Bij een nieuw decennium horen nieuwe dromen en verwachtingen. We zijn van nature erg benieuwd naar wat ons te wachten staat. Maar kan je iets zinnigs zeggen over de toekomst? ‘Ja hoor, toekomstonderzoek is een vak.’

Twintig twintig. Dat voelt als een einde én een begin. De jaren tien zijn voorbij. Later zullen we er vanalles aan toeschrijven en spreken we over het Instagram-tijdperk, de Trump-jaren, het decennium van de grote klimaatontwaking, de hoogdagen van de donsjas misschien. Dat weten we pas als het stof van de tijd is gaan liggen.

Nu is het aan een nieuw decennium, en dat doet ons vooruitkijken, verwachtingsvol en angstig. We hopen dat de jaren twintig even roaring worden als die van een eeuw geleden, maar vragen ons ook af waar het naartoe gaat met de wereld. Hoe geven we de volgende tien jaar vorm? Alles kan nog. 2030 is het nieuwe mikpunt om doelstellingen te halen, onze uitstoot te reduceren, op Mars te landen, auto’s autonoom te laten rijden.

Wat staat er te gebeuren? Welke krachten bepalen de richting? Vinden we een middel tegen kanker? Evenaren robots onze intelligentie? Wordt dit het laatste decennium waarin we vlees eten? Of dichterbij: krijgen we ooit nog een regering? Winnen de Rode Duivels het EK? Maar wacht even... Hoe doe je dat eigenlijk, nadenken over de toekomst? Kan je überhaupt iets zinnigs zeggen over wat nog moet komen?

De fascinatie voor het ontcijferen van de toekomst is zo oud als de mensheid. De oude Grieken staarden naar vlammen, de oude Chinezen naar theeblaadjes. Vandaag kunnen we terecht bij een scala aan voorspellers die stellige uitspraken doen over wat gaat komen, van astrologen en trendwatchers over keynotespeakers en krantencolumnisten tot waarzeggers en bookmakers. Op de website van The Long Now Foundation, een organisatie in San Francisco die langetermijndenken wil promoten, wordt de toekomst geschetst via weddenschappen. Iemand wedt voor 800 dollar dat er tegen 2025 genoeg wetenschappelijke bewijzen zijn voor het bestaan van een yeti.

Misbegrepen

Er wordt ook ernstig en wetenschappelijk over de toekomst nagedacht. En dat heeft niets met magie te maken. ‘Als mensen de wenkbrauwen fronsen, zeg ik: ‘Ja hoor, toekomstonderzoek is een vak’’, zegt Maya Van Leemput van de Erasmushogeschool in Brussel. Ze is senior onderzoeker bij Open Time Applied Futures Research, Belgiës enige academische centrum dat uitsluitend met toekomstonderzoek bezig is. De discipline is relatief nieuw en daardoor vaak misbegrepen: pas in 1973 werd de World Futures Studies Federation opgericht. Futures, in het meervoud, inderdaad.

Het basisprincipe voor academische futurologen is: voorspellingen zijn onmogelijk. ‘Anders dan in de meeste andere wetenschappelijke domeinen kan je in ons vak geen empirische waarnemingen doen. Omdat je simpelweg niet naar de toekomst kan’, zegt Van Leemput. ‘En dus draait het niet om voorspellingen doen, maar om scenario’s uittekenen, om een verbeelding van alternatieve toekomsten aan de hand van modellen. Dat is niet hetzelfde als in het wilde weg fantaseren. Met het onmogelijke houden we ons niet bezig. Door scenario’s uit te werken toon je net dat er een waaier aan mogelijkheden is.’

Een voorbeeld. Op vraag van de stad Gent stelde Van Leemput een rapport op met toekomstbeelden voor de stad in 2040, met een focus op het samenspel van mens en technologie in een urbane omgeving. Dat resulteerde in vier scripts, die allemaal positieve en negatieve elementen bevatten. Het eerste is dat van economische groei en meer macht voor de grote technologiegiganten, met als gevolg dat privacy een zorg uit het verleden is en de overheid nog maar een minimaal takenpakket heeft.

Toekomstscenario’s uittekenen is niet hetzelfde als fantaseren. Met het onmogelijke houden we ons niet bezig.
Maya Van Leeput
Toekomstonderzoeker

In het tweede script verstoort de klimaatverandering de wereldeconomie, waardoor lokaal ondernemerschap en samenhorigheid cruciaal zijn om de grootschalige problemen het hoofd te bieden. In het derde staat de levensstandaard onder druk en is het opnieuw lokale verbondenheid die voor welzijn moet zorgen, met een grotendeels digitale maar autoritaire overheid. En ten vierde: winst is een concept uit het verleden, Gent is een succesvolle en innovatieve superdiverse stad, en bovendien klimaatneutraal.

Het zijn, opnieuw, geen profetieën. Niemand weet wat gaat gebeuren en welke keuzes we zullen maken, zegt Van Leemput. Het is eerder een soort handleiding voor wat ieder van ons, in dit concrete geval de Gentenaar, hoe dan ook moet doen: zich een weg banen naar overmorgen, dwars door het complexe en contradictorische heden.

Van Leemput geeft nog een tip om over de toekomst te denken: deel de toekomst op in drie om het wat bevattelijk te houden. De volgende vijf à zes jaar zijn het ‘verlengde nu’. Dat is niet echt de toekomst, maar een projectie van wat we nu al hebben. De meeste politieke mandaten liggen in het verlengde nu. Daarachter ligt de ‘vertrouwde toekomst’, met trends die we nu al kennen. Een verder doorgedreven versie van vandaag dus. ‘Denk aan de verhalen in de tv-reeks ‘Black Mirror’.’ Daarna pas komt de ‘ongedachte toekomst’, met gebeurtenissen die we nu niet voor ogen hebben, maar die niet ondenkbaar zijn. ‘Afrika dat opkomt als een wereldmacht, bijvoorbeeld.’

In de breedte

In een kantoor aan de Cogels Osylei, de mooiste art-decostraat van Antwerpen, verkent Pantopicon de toekomende tijd volgens gelijkaardige methodes als die van Van Leemput. Het bedrijf helpt private en publieke organisaties een zicht te krijgen op de toekomst. De Apple-monitors en de pingpongtafel verraden de aanwezigheid van creatieven. Een glazen bol staat er niet. ‘Mensen maken dat grapje graag als ik over mijn werk vertel’, zegt Catherine Van Holder, futurologe bij Pantopicon en filosofe van opleiding.

De basis van toekomstverkenning is horizonscanning: in het hier en nu speuren naar oorzaken van verandering en naar opkomende (r)evoluties. Dat gebeurt op alle denkbare plaatsen en momenten: in de media, in wetenschappelijk onderzoek, of gewoon op straat. De scanner van een futuroloog staat altijd aan. Er zijn sterke signalen van verandering, maar ook zwakkere, die nog meer onder de radar zitten. ‘Neem virtual of augmented reality’, zegt Van Holder. ‘De scepsis is groot. Velen hebben een brede doorbraak van de technologie al opgegeven. Maar er gaat zo veel durfkapitaal en academische aandacht naar de ontwikkeling dat je kan afleiden dat VR, toch zeker in bepaalde domeinen, een grote impact zal hebben.’

Pantopicon werkte al toekomstscripts uit voor uiteenlopende doelgroepen: de kunsten, de brandweer, de huisarts, de bibliotheek. Bij die laatste ging het vooral over de maatschappelijke rol. Er wordt ook naar het heden en het verleden gekeken. ‘Bibliotheken zijn opgericht vanuit de gedachte van democratisering en ontsluiting van informatie bij de invoering van algemeen stemrecht. Maar vandaag wordt onze maatschappij getypeerd door informatiechaos. Men kan zich dan de vraag stellen: hoe kan een bibliotheek in die context een baken, een vrijhaven zijn? En welke rol kan een bib vervullen als de samenleving verder evolueert naar een participatieve democratie?’

Een futuroloog, zo zeggen Van Leemput en Van Holder, is bij uitstek een systeemdenker. Een generalist met een blik in de breedte, eerder dan in de diepte. De beroemdste scenariodenker was wellicht onze landgenoot Pierre Wack, die een job als hoofdredacteur van een filosofiemagazine inruilde voor een post bij Royal Dutch Shell en de gigant hielp door de onverwachte schokken van de oliecrisis van de jaren zeventig te manoeuvreren. Hij omschreef zijn taak ooit als het scheppen van verse percepties over de ‘macrokosmos’ van bedrijven en die in de ‘microkosmische mindset’ van managers te laten doordringen.

Straffe statements zijn entertainend en werken perfect op tv, maar met superforecasting kunnen we die meningen ook checken.
Warren Hatch
CEO van Good Judgment

Maar is zwart op wit voorspellen echt uit den boze? De Brit Ian Pearson vindt van niet. Hij is een superster in zijn vak en wordt door de media graag geconsulteerd voor een rondje vooruitkijken, vooral als het over technologie gaat. Pearson werkte lang voor British Telecom. Onder meer de uitvinding van de sms wordt aan hem toegeschreven. ‘Voor scenario’s heb ik niet veel geduld’, zegt hij aan de telefoon vanuit Ipswich. ‘Als je voor een commercieel bedrijf werkt, moet je beslissen waar je geld in steekt. Dan kan je niet gewoon zeggen: ‘Weten we niet, hier zijn vier mogelijkheden...’ Nee, je moet een oordeel vormen.’

‘Als je scenario’s analyseert, is er toch vaak één dat veel waarschijnlijker is. Er is een hoofdscenario, met duidelijke grote lijnen en enkele losse eindjes die meerdere kanten uit kunnen. Dan kan je voorspellingen maken. Op korte termijn is 85 procent van de voorspellingen over technologische ontwikkeling accuraat’, zegt Pearson. ‘De meeste ideeën leggen best een lange weg af om toekomst te worden. Bij een nieuwe wetenschappelijke doorbraak is dat vaak twintig tot dertig jaar. Dat zag je bij de uitvinding van de laser of de halfgeleider. Het duurt een decennium om research te doen en een decennium of twee voor de ontwikkeling en om goed en goedkoop genoeg te worden.’

Een voorbeeld van Pearson. ‘We weten dat we veel elektrische voertuigen zullen hebben, met de onzekerheid of dat met lithiumbatterijen is. Dat is op zich niet belangrijk voor het brede plaatje. Een grotere onzekerheid is of we naar echte zelfrijdende auto’s gaan of naar treintjesachtige systemen, zoals je die al in Dubai of op de luchthaven van Heathrow ziet.’

Outside view

Dat accurate voorspellingen over de toekomst een business zijn waar goed mee te verdienen valt, weet ook Warren Hatch, de CEO van het Amerikaanse bedrijf Good Judgment, een commerciële spin-off van het onderzoek van professor Philip Tetlock. Die schreef in 2015 het boek ‘Superforecasting: The Art and Science of Prediction’. Zijn conclusie? De toekomst voorspellen, op korte termijn toch, kan je leren. En leken zijn er zelfs beter in dan experts. Niet-specialisten zijn bereid hun eigen kennis constant in vraag te stellen en te zoeken naar nieuwe informatie om hun ideeën bij te schaven. Expertise is hoogst relatief.

Hatch, aan de lijn vanuit New York, is zo’n supervoorspeller. ‘Wat mensen typisch doen als ze een vraag over de toekomst krijgen, is er specifiek op inzoomen. En dan raken ze verstrikt. Wordt Donald Trump opnieuw verkozen? Dan denken mensen meteen: wat zeggen de polls? Hoe staat het met de impeachment? Wat zijn zijn laatste uitspraken? Of je bent op een huwelijk en vraagt aan je tafelgenoot: ‘Denk je dat dit blijft duren?’ En die zegt: ‘Uiteraard, kijk hoe gelukkig ze zijn.’’

‘Dat is de zogenaamde inside view. Je focust op de details die voor je neus liggen. Maar het is veel beter uit te zoomen en de outside view te zoeken. Je wil een vergelijkingsbasis. En de feiten zeggen: als je naar honderd trouwfeesten gaat, overleeft misschien de helft. Idem met de presidentsverkiezingen: de grote meerderheid, twee derde, wordt herkozen. Die gegevens zijn betrouwbaarder dan de feiten van de dag. Op een trouwfeest is elk koppel gelukkig, dus daar ben je niets mee. Dat is ruis. Als je je daarop vastpint, kost het nog meer moeite je positie aan te passen.’

Het bedrijf van Hatch verkoopt ‘vroege inzichten’ over de wereld aan tal van organisaties, onder meer uit de geopolitieke of de financiële industrie. ‘Wij proberen een jaar voorsprong te nemen. Dat is veel waard. De echte kunst is te bedenken waar we over een jaar over gaan praten. Als we een jaar verder denken, waar zullen we dan waarschijnlijk verbaasd over zijn? Die houding helpt je voorbij de headlines van het moment te geraken.’

Toekomstvoorspellingen zijn volgens Hatch de ‘new frontier’. ‘Er komt een tijd waarin mensen niet meer zomaar wegkomen met uitspraken over de toekomst. Mensen die op tv vertellen dat iets met hoge waarschijnlijkheid zal gebeuren, zullen we met voorspellingstechnieken kunnen testen. Dat zal normaal worden in ons discours, net zoals we dat al doen voor weersvoorspellingen. Straffe statements zijn entertainend en werken perfect op tv, maar met superforecasting kunnen we die meningen ook checken.’

Linke soep

Toen ik twaalf was, kreeg ik van mijn geschiedenisleraar in het eerste jaar op het college te horen: ‘We leren heden het verleden om het heden beter te begrijpen en daardoor een beter zicht te krijgen op de toekomst.’ De geschiedenis als leidraad voor de toekomst dus, zolang we het verleden maar extrapoleren.

De Nederlandse toekomstonderzoeker Patrick van der Duin vindt die houding niet bijster slim. ‘Het paradoxale is dat we hebben geleerd dat de geschiedenis zich niet herhaalt. Het verleden is een slechte voorspeller van de toekomst. Als we iets nieuws zien, is de eerste reflex om in de geschiedenis naar iets vergelijkbaars te zoeken. En dan vind je altijd wel iets dat rijmt. Maar mensen zijn creërende wezens en er komen altijd nieuwe dingen. Ik vind het linke soep. Een beetje lui ook. Dan ontken je eigenlijk de onzekerheid van de toekomst, gewoon door te veronderstellen dat het wel hetzelfde zal verlopen.’

Van der Duin, een econoom, is directeur van de Stichting Toekomstbeeld der Techniek in Den Haag en doceerde lang aan de Technische Universiteit Delft. ‘De toekomst verkennen vereist creativiteit. Dan heb je niet zoveel aan een wiskundig model. Je kan heel klassieke wetenschappelijke methodieken toepassen zoals gegevens verzamelen, maar op een bepaald moment moet je wel de quantum leap maken en speculeren over wat je bevindingen zeggen over de toekomst.’

Het verleden is een heel slechte voorspeller van de toekomst.
Patrick van der Duin
toekomstonderzoeker

‘Net als in de sociale wetenschap werken we met sociale constructies, begrippen die niet fysiek bestaan maar wel werkelijk zijn omdat de samenleving ze kent als concepten. Economen praten over inflatie, iets dat in het echt niet bestaat maar wel als sociale constructie, omdat wij het met z’n allen hebben afgesproken. Hetzelfde met ‘de toekomst’. Die bestaat niet. Maar omdat je erover praat en nadenkt, gaat die leven en betekenis krijgen.’

Daar mag voor Van der Duin best wat meer aandacht naartoe gaan. ‘Je mag hopen dat een besluit dat een beetje belangrijk is, wordt genomen met bepaalde toekomstverwachtingen. In de psychologie is al een kentering aan de gang. Hoe we ons voelen, laten we niet meer alleen bepalen door wat in het verleden met ons is gebeurd, maar steeds meer ook door wat we verwachten en door de hoop die we koesteren of de angst die we hebben.’

Het probleem is dat de toekomst steeds weer wordt onderdrukt door het heden en het verleden. ‘Als je kinderen vraagt wat ze later willen worden, hebben ze een idee: zangeres van K3, voetballer, piloot. Maar als puber zeggen ze: ‘Ik weet het niet.’ Toen ik aan de universiteit lesgaf, wisten mijn studenten het ook niet. We leren het onszelf af met de toekomst bezig te zijn. We zitten met een historische cultuur, zijn geobsedeerd door het verleden, zien het als iets heiligs en laten ons erdoor conditioneren.’

Daarom is het volgens Van der Duin tijd voor een nieuw schoolvak: toekomstkunde. ‘We leren onze kinderen geschiedenis. Waarom leren we ze niet naar de toekomst te kijken, om na te denken over wat zou kunnen gebeuren? Welke toekomst vinden ze wenselijk? Welke waarschijnlijk? Hoe verandert de maatschappij? Wat kan je er zelf aan doen? Dat is een heel creatieve oefening.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie