column

De honkvaste Waalse werknemer

Wordt de actualiteit in het noorden en het zuiden van het land anders bekeken? Die vraag proberen we te beantwoorden in deze kroniek, die gelijktijdig gepubliceerd wordt in De Tijd en L’Echo. Elke week kruisen Wim Van de Velden (De Tijd) en Alain Narinx (L’Echo) de degens. Ditmaal is het onderwerp de mobiliteit van de Waalse werknemers.

Beste Wim,

Ik heb een cijfer dat je zou moeten interesseren: 3,11 procent. Dat is het percentage van het totale aantal Waalse werknemers dat in Vlaanderen actief is. Niet veel, wel? Volgens een onderzoek van Eric Dor, directeur economische studies aan het Institut d'Économie Scientifique et de Gestion (IESEG) in Lille en Parijs, wordt dat cijfer er niet beter op. Er zijn almaar meer Walen die aan de slag gaan in het buitenland - onder andere Luxemburg en Frankrijk – dan in Vlaanderen.

Tegelijk zijn er maar weinig Vlaamse ondernemingen die zich de moeite getroosten Waalse werknemers aan te werven, terwijl tienduizenden Walen werkloos zijn. Het zou voor hen een goede zaak zijn de taalgrens over te steken, te meer omdat die in ons kleine land vaak dichtbij ligt. En toch is het voor de Walen moeilijk die stap te zetten.

Ik snap wel wat de obstakels zijn. Een eerste obstakel is natuurlijk de taal. De meeste Franstaligen beheersen het Nederlands onvoldoende. Er is dringend nood aan een ‘Marshallplan’ om die kennis op te krikken. Daarnaast is er een onevenwicht tussen vraag en aanbod. Heel wat van de vacante betrekkingen in Vlaanderen vereisen competenties waarover de Franstaligen niet beschikken of ze voldoen niet aan de manier waarop ze inzetbaar moeten zijn. Bovendien zijn de knelpuntberoepen in het noorden en het zuiden van het land vrijwel dezelfde. Daarom herhaal ik hier mijn mantra nog eens: opleiden, opleiden, opleiden. In het jongste begrotingsconclaaf heeft de regering-De Croo een stimulansmaatregel genomen: een langdurig werkloze die een job vindt in een knelpuntberoep behoudt drie maanden 25 procent van zijn werkloosheidsuitkering. Dat is meegenomen, maar uiteraard onvoldoende.

Terra incognita

3,11 procent dus. Zo weinig van de actieve Walen werken in Vlaanderen. Dat heeft ook met arbeidscultuur te maken. Over de taalgrens een job zoeken is voor hen allesbehalve vanzelfsprekend. In de hoofden van veel Walen komt die idee niet op. Het noorden van het land is terra incognita. Er is nog werk te verzetten om die mentaliteit te veranderen. In de praktijk is het bovendien niet vanzelfsprekend van het ene gewest naar het andere te pendelen, zeker niet met het openbaar vervoer. Met de auto is het al helemaal geen sinecure. Je hebt ongetwijfeld aan den lijve ondervonden hoe de files sinds het begin van het schooljaar weer zijn gegroeid. Het komt erop aan zowel de professionele als de fysieke mobiliteit te verbeteren.

Hoe is deze patstelling volgens jou te verklaren, Wim? Hoe zou jij een Waal ertoe overhalen de overstap naar Vlaanderen te maken? Hoe kunnen we de toestand veranderen? Moeten er meer sancties komen voor de werkzoekenden, zoals Georges-Louis Bouchez voorstelde? Er staat veel op het spel: konden we deze professionele mobiliteit een duwtje in de rug geven, dan zou dat de tewerkstelling enorm ten goede komen. Iedereen zou erbij gebaat zijn.

Het is geen utopie. Enkele jaren geleden bundelden Actiris - dat  instaat voor de vorming en begeleiding van werklozen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest - en de VDAB de krachten. De bedoeling van het initiatief was dat de Brusselaars meer ‘naar buiten’ kwamen. De resultaten bleven niet uit: het percentage Brusselaars dat in Vlaanderen ging werken, steeg in tien jaar van 10,48 procent naar 12,15 procent.

De oplossingen komen niet uit de lucht vallen. De politiek moet er zijn schouders onderzetten. Bovendien kan Wallonië het niet alleen bewerkstelligen. Het toont aan hoe belangrijk het samenwerking tussen de gewesten is. Het legt ook de grenzen van het confederalisme bloot. Want hoe ver we ook gaan in de regionalisering, als puntje bij paaltje komt, blijven Vlamingen en Walen altijd buren. We zullen moeten blijven overleggen in het belang van iedereen. Dat geldt zoals gezegd zeker voor de arbeidsmarkt, maar is even belangrijk voor de mobiliteit. Omdat onze gewesten zo dicht bij elkaar liggen en zo nauw met elkaar verbonden zijn, kunnen we dat niet in ons eentje oplossen. De files alleen al kosten onze economie honderden miljoenen euro.

Vorige week schreef je dat de arbeidsmarkt, het onderwijs en de mobiliteit hervormd moeten worden, opdat onze economie op volle toeren kan draaien. Ik ben het volmondig met je eens. Maar om daar in te slagen moeten Vlamingen en Walen optimaal samenwerken.

Alain

Lees verder