column

Jobs, jobs, jobs (maar vooral in Wallonië en Brussel)

Wordt de actualiteit in het noorden en het zuiden van het land anders bekeken? Die vraag proberen we te beantwoorden in onze wekelijkse kroniek van Alain Narinx (L’Echo) en Wim Van de Velden (De Tijd).

Beste Wim,

Beloften zijn alleen bindend voor wie ze gelooft. De regering- De Croo mikt op een tewerkstellingsgraad van 80 procent tegen 2030. Vandaag bedraagt hij ongeveer 71 procent. Werkgelegenheid scheppen is de ‘heilige graal’ van alle regeringen. Het is ontegensprekelijk een lovenswaardig doel, maar is het ook haalbaar? Ik heb het gevoel dat de lat hoog wordt gelegd. Tussen vandaag en het einde van het decennium moeten meer dan 600.000 banen gecreëerd worden. Dat is niet onmogelijk, maar wel heel ambitieus. Het welslagen zal grotendeels afhangen van wat in Wallonië en Brussel gebeurt. De tewerkstellingsgraad ligt daar lager dan in Vlaanderen. Dat is de voornaamste reden waarom het arbeidsmarktbeleid een gewestelijke bevoegdheid is.

Waarom is het zover gekomen? Hoe kunnen we nieuwe banen scheppen? Ik geef je wat stof tot nadenken.

De tewerkstelling in Brussel en Wallonië zal niet toenemen zolang ook het niveau van het Franstalig onderwijs niet drastisch wordt op- gekrikt. Jonge mensen moeten worden opgeleid. Meer en beter. Overal. Levenslang. In het buitenland hebben plannen om meer alternerend leren in te voeren - deels op school en deels op de werkvloer - hun succes bewezen. Vandaag heeft bijna de helft van de Waalse werklozen geen diploma secundair onderwijs. Ongeveer negen op de tien Brusselse werkzoekenden spreken uitsluitend Frans. Wim, je herinnert je zeker nog de mantra van Charles Michel (MR): ‘Jobs, jobs, jobs.’ Wel, als ik het voor het zeggen had, zou dat zo klinken: ‘Onderwijs, onderwijs, onderwijs’.

We moeten een cultuur van ondernemerschap ontwikkelen. Durven, opstarten, mislukken, herbeginnen, slagen, groeien... Een van de structurele problemen van Wallonië - en dat is historisch gegroeid - is dat de ondernemersgeest minder ontwikkeld is. De steunmaatregelen voor startende bedrijven waren hier vaak ontoereikend, en soms werden ze met een scheef oog bekeken. De mentaliteit is gelukkig veranderd, maar er is nog ruimte voor verbetering.

Een element dat nog altijd onderschat wordt als verklaring voor de werkloosheid in Wallonië en Brussel is het zwartwerk.

Een element dat nog altijd onderschat wordt als verklaring voor de werkloosheid in Wallonië en Brussel is het zwartwerk. Er zijn geen cijfers die dit fenomeen precies in kaart brengen. Wel werden hier en daar wat studies uitgevoerd naar die ‘informele economie’ in België. De Nationale Bank raamde ze in 2017 op 4 procent van het bruto binnen-lands product (bbp), het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in 2018 op 15 procent van het bbp. Ik kan je alleen maar zeggen dat niet alle Franstalige werklozen de hele dag op hun PlayStation zitten te spelen...

Een tewerkstellingsgraad van 80 procent garandeert dat de sociale zekerheid betaalbaar blijft, in het bijzonder de pensioenen. Maar we moeten ook goed nadenken over hoe die jobs gecreëerd zullen worden. Als dat met de hulp van overheidsgeld gebeurt, zal het een enorme budgettaire weerslag hebben. Bovendien zal de positieve impact op de sociale zekerheid in dat geval veel kleiner zijn. Opgelet dus met drastische besnoeiingen in de socialezekerheidsbijdragen.

Ik ben geen voorstander van het straffen van werklozen.

Ik ben geen voorstander van het straffen van werklozen, bijvoorbeeld door hun uitkering te verminderen of af te nemen. Door een Waalse stempelaar 100 euro per maand minder te laten verdienen, maak je hem niet meer geschikt voor de vereisten van de arbeidsmarkt. De Waalse minister van Economie Willy Borsus (MR) stelt integendeel een scholingspremie van 2.000 euro voor, voor wie wil overstappen naar een knelpuntberoep. Ik vind dat een prima idee.

De tewerkstellingsgraad van 80 procent zal ook niet gehaald worden als er geen doelgerichte beleidsmaatregelen worden genomen om de ‘risicogroepen’ (terug) naar de werkvloer te leiden. Ik denk bijvoorbeeld aan de niet-Europese inwoners. Hun tewerkstellingsgraad ligt in Wallonië zelfs onder 30 procent! Een andere groep vormen de langdurig zieken, die hoe langer hoe talrijker worden.

Zoals je ziet, Wim, weten de Franstaligen maar al te goed welke uitdagingen hen te wachten staan. Welke voorstellen heb jij om de tewerkstelling een boost te geven? Moeten we ook de werkloosheidsuitkeringen, de lonen en de arbeidsreglementering opsplitsen?

Alain

Lees verder