Greg Aertssen: 'Ons businessmodel? Van de nood een deugd maken'

©katrijn van giel

Wat ooit begon als een aannemer van grond- en afbraakwerken is vandaag een industriële duizendpoot die zich waagt aan trucks op waterstof of een ‘Airbnb van de bouw’. ‘Aanpassen of verdwijnen was altijd al onze slogan.’

‘Een kameleon’, noemt Greg Aertssen, de pater familias en CEO, zijn familiebedrijf. De 50 bedrijven die het onder zijn vleugels heeft, zijn zo divers dat een ‘tegenvaller in de ene sector wordt opgevangen door een meevaller in een andere’. Die sectoren lopen van grond-, afbraak- en saneringswerken, over binnenvaart en projectontwikkeling tot het uitzonderlijk transport en de logistiek van zware machines. De groep waagde zich ook aan de aanleg en de uitbating van het grootste park voor zonne-energie van België op de gipsstortplaats van Zelzate. Ze experimenteert al enkele jaren om die energie om te zetten in waterstof, die ze wil gebruiken voor haar vrachtwagenpark. De eerste tien trucks zijn besteld bij het Amerikaanse Nikola Trucks. In 2023 worden ze geleverd.

Op bezoek bij Aertssen Group.

Zo groeit het bedrijf, van de ene diversificatie naar de andere, met gemiddeld 15 procent per jaar. Vorig jaar draaide de groep een omzet van 260 miljoen euro, met een brutobedrijfswinst (ebitda) van 51,5 miljoen euro. Aertssen is sinds 2006 actief in het Midden-Oosten en Marokko, in de slipstream van de grote bagger- en bouwbedrijven DEME, Jan De Nul en Besix. Sinds kort heeft het ook zijn eerste stapjes gezet aan de westkust van Afrika.

Vader Greg, zoon Yves en neef Sam leiden ons rond langs drie locaties die de ondernemersstrategie van de familiale groep schetsen.

1 Opel-site, Antwerpse haven

Waar het ooit allemaal begon

‘Het doet iets om hier te staan.’ Greg Aertssen moet bijna een traantje wegpinken. We staan met hem en zijn zoon Yves op de Opel-site in de haven van Antwerpen. Negen jaar geleden sloot General Motors de fabriek en stonden 2.600 mensen op straat. Vandaag hoor je hier alleen de wind fluiten langs de lege fabriekshallen. De desolate site strekt zich uit over 90 hectare.

De oorzaak van het zware gemoed bij Greg Aertssen zit dieper. Op deze site, op een boogscheut van waar we staan, stond ooit zijn ouderlijk huis in wat toen nog Oorderen heette. Het polderdorp moest verdwijnen voor de havenuitbreiding van de jaren zestig. Er zou een autofabriek komen. De vader van Greg, een polderboer, had hier zijn hele leven het land bewerkt, maar paste zich aan. ‘We hebben zelf onze ouderlijke hoeve steen voor steen afgebroken en weer opgebouwd in het buurdorp Stabroek, waar nog altijd het hoofdkwartier van de groep ligt’, zegt Greg Aertssen. ‘Als tienjarige snaak werkte ik mee. Ik kreeg 20 cent per baksteen die ik proper maakte.’

Aertssen gaat Opel-site afbreken.

Vandaag kan Aertssen uitpakken met groot nieuws: de groep heeft het contract in de wacht gesleept om de Opel-site af te breken. ‘De cirkel is rond’, zegt Aertssen trots. ‘Wij hebben overleefd. Wij zijn verhuisd voor de autofabriek, nu mogen we ze afbreken. Deze site staat symbool voor onze bedrijfsstrategie: aanpassen of verdwijnen.’

De cirkel is rond. Onze familie is in de jaren zestig moeten verhuizen voor de Opel-fabriek, nu mogen wij ze afbreken.
Greg Aertssen
CEO Aertssen

De afbraak, in samenwerking met sectorgenoot De Meuter, is al begonnen. Een ploeg arbeiders is in de weer om alle tl-lampen uit te draaien. Binnenkort start de verwijdering van het asbest. Daarna volgen staalplaten en beton. Tegen oktober volgend jaar moet de hele site, eigendom van het Antwerps Havenbedrijf, klaar zijn voor een nieuwe activiteit.

2 Verrebroek, Antwerpen Linkeroever

Logistiek park voor honderden (land)bouwmachines per jaar

We staan op de zesde verdieping met een weids zicht op de Antwerpse haven. Onder ons liggen enkele splinternieuwe betonnen loodsen. Daarin staan kranen van Volvo, landbouwmachines van Fendt en wielladers van Caterpillar. Op deze site van 16 hectare investeert Aertssen 40 miljoen euro in een logistiek park voor de eindassemblage van zware landbouw-, bouw- en mijnbouwmachines. Het complex heeft ook een spuitlakkerij en een wasserij. ‘Het is een uitloper van onze logistieke activiteiten’, licht Sam Aertssen, een neef van Yves, toe. ‘We spelen in op het verdwijnen van de maakindustrie in Europa.’

Caterpillar sloot enkele jaren geleden de deuren en verhuisde zijn productie naar het Verre Oosten. ‘We verloren het transport van die machines van Charleroi naar de haven. Een harde dobber. We hadden de kennis voor het onderhoud en het transport van zware bouwmachines. We hadden alle troeven in huis om die op te slaan, te onderhouden en klaar te maken voor levering aan hun klanten in Europa, Rusland en Afrika, ‘assemble-to-order’ in het vakjargon. Na de productie in Azië worden de machines weer uit elkaar gehaald, zodat ze in een container passen. Dat transport is veel goedkoper dan met een schip. Zodra de eindklant bekend is, zetten wij ze weer in elkaar.’

‘Die business moet de volgende groeimotor van de groep worden’, zegt Aertssen enthousiast. ‘Volgend jaar willen we hier 20 miljoen euro omzet draaien. Vorig jaar hebben we al 8.000 hoogtewerkers klaargemaakt voor verzending naar klanten. Met de contracten die we al hebben afgesloten, zit de capaciteit volgend jaar al vol.’

3 Stabroek, hoofdzetel

Van onderhoudsatelier naar Airbnb van de grondmachines

We wandelen tussen tientallen graafmachines, vrachtwagens en kranen. ‘Deze mobiele hijskraan van 750 ton is de grootste in haar soort. Europa telt er maar drie’, zegt Yves Aertssen, de co-CEO van de groep en de opvolger van zijn vader.

Yves toont ons het atelier waar de machines worden onderhouden. ‘Dat ze tiptop in orde zijn, is niet alleen belangrijk voor de veiligheid van onze mensen op de werven, maar ook om ze nadien te verkopen op de tweedehandsmarkt. Sinds kort hebben we daarvoor een aparte tradingafdeling.’

Van het brute handwerk aan motoren en hydraulica naar de cleane, digitale wereld is maar een kleine stap bij Aertssen. In een wat afgelegen lokaal werkt een team aan Smartyard, een verhuurplatform voor zware machines waar Aertssen al meer dan 1 miljoen euro in investeerde. ‘Het is allemaal begonnen op een van onze brainstorms’, vertelt Yannick Renier, die het innovatieproject trekt. ‘We hebben veel eigen machines, maar vaak moeten we nog een beroep doen op externen. Mensen op de planning verloren veel tijd met rondbellen om de juiste machine op de juiste plaats te krijgen. Dit platform bespaart 75 procent van hun tijd.’

Vier mensen werken aan wat ze omschrijven als de Airbnb van de bouw, die intussen ook openstaat voor externe huurders. De databank telt al tienduizend tuigen. Die komen van een twintigtal aanbieders. Onder de gebruikers zijn grote jongens uit de bouwwereld zoals BAM, Eiffage en DEME. ‘Ook dat is innovatie’, zegt Yves Aertssen. ‘En het is een voorbeeld van ons businessmodel: van de nood een deugd maken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie