reportage

'Groeien? Niet in Silicon Valley'

© Bloomberg ©Getty Images

Silicon Valley, ’s werelds bekendste innovatiehotspot, valt ten prooi aan Amerikaanse technologiegiganten zoals Facebook en Google. Voor groeibedrijven is het steeds moeilijker zich er te manifesteren.

‘Hier stond een halfjaar geleden nog een ander gebouw.’ Roel Peeters, een Vlaming met meer dan twintig jaar Silicon Valley op de teller, wijst naar een bijna voltooide ruwbouw vlak bij zijn eigen werkplek. We zijn op een bedrijventerrein in Sunnyvale, in het hart van Silicon Valley. Het is broeierig heet op het middaguur. Hier bouwt de internetgigant Google een nieuwe campus voor Google Cloud, zijn online opslagdienst. Het contrast met de werkplek van Peeters is immens: tal van groeibedrijven hokken daar op één verdieping samen. Het is er krap, warm en een beetje muf.

Silicon Valley, is de hype voorbij?

Big tech is er alomtegenwoordig, huizen en kantoren zijn er onbetaalbaar, en tal van bedrijven vallen er uit de toon met een toxische bedrijfscultuur of miljardenverliezen. Is Silicon Valley wat van zijn mythische glans verloren? De Tijd trok naar de meest innovatieve regio op aarde en mat de temperatuur. Is het nog altijd de hotspot die het ooit was? Lees vanaf zaterdag 7 september tot en met donderdag 12 september de reeks 'Silicon Valley, is de hype voorbij?'

Het contrast zegt alles over de huidige staat van Silicon Valley, de iconische lap grond tussen de Californische kuststad San Francisco en San José, dat een uurtje landinwaarts ligt. Silicon Valley is de thuisbasis van Facebook, Google, Apple en Netflix. De vier giganten bedienen van hieruit miljarden internetgebruikers. Als zij innoveren, is dat meteen op grote schaal. Google lanceerde Google Cloud, waarmee bedrijven hun data op zijn servers kunnen stallen in 2008. Tien jaar later is Googles Cloud-tak alomtegenwoordig: de dienst omspant 150 landen.

De activiteiten van kleinere ondernemers vervallen in het niets tegenover die innovatie op grote schaal. Peeters is zo’n ‘kleinere ondernemer’, al is hij een gevestigde naam in Silicon Valley. Eerst stampte hij er Ozmo Devices uit de grond, dat wificonnecties met een laag energieverbruik opzette. Nu is Peeters de drijvende kracht achter Roost. Dat bedrijf richt zijn pijlen op het ‘internet der dingen’, het idee dat alledaagse toestellen productiever zijn als ze aangesloten zijn op het internet. Ook in die wereld zijn de bedrijfsgiganten nooit ver weg. Het bekendste ‘slimme’ product is ongetwijfeld de thermostaat van Nest. Google nam Nest in 2014 over.

Peeters diept uit een doos in de hoek van zijn kantoor zijn sterproduct op: een speciale batterij van 9 volt. Zo’n batterij zit ook in uw rookdetector thuis. Maar het exemplaar van Roost doet iets extra: ze maakt een verbinding met uw wifinetwerk. De rookdetector staat daardoor in contact met een app op uw smartphone of tablet. Gaat de rookdetector af? Of is de batterij bijna leeg? Dan krijgt u een melding op de app.

Roost bestaat sinds midden 2014. Het legde de batterij aanvankelijk in de winkelrekken. Een doorslaand succes bij gewone consumenten, zoals Nest, werd dat niet. Maar Roost bemerkte via vakbeurzen wel interesse bij verzekeringsmaatschappijen. Voor hen is het erg interessant als een klant een melding krijgt van een rookdetector die afgaat. Vroeger ingrijpen betekent minder schade, en dat betekent lagere claims. Roost breidde zijn gamma al uit naar de detectie van waterlekken. Het heeft zelfs een sensor die u laat weten of uw garagepoort nog open staat.

Twee gezichten

Silicon Valley heeft anno 2019 twee gezichten. Enerzijds is het de bron van innovatie op grote schaal, genre Google Cloud en de Nest-thermostaten. De techreuzen rollen zulke innovaties in geen tijd uit over tientallen markten. Aan de andere kant heb je kleinere innovatie van onderuit, zoals de batterijen van Roost. Daar is in Silicon Valley ook nog plaats voor. Roost haalde bijna 17 miljoen dollar aan startkapitaal op, sloot contracten met tientallen belangrijke verzekeraars en verovert op die manier zijn plaats in de Amerikaanse huiskamer.

De activiteiten van de grote technologiebedrijven duwen de initiatieven van kleinere groeibedrijven wel steeds vaker in een hoekje. In de eerste plaats letterlijk. ‘Big tech’ is in Silicon Valley alomtegenwoordig. Wie dat aan den lijve wil ondervinden, heeft genoeg aan een ritje over de US-101. De snelweg tussen San Francisco en San José is de slagader van de vallei. Elke afrit leidt er bijna naar een hoofdzetel van een techgigant. Cupertino? Apple. Mountain View? Google. Menlo Park? Facebook.

Het hoofdkwartier van Apple in Cupertino. In Silicon Valley leidt bijna elke afrit van de belangrijke snelweg US-101 naar de zetel van een groot bedrijf. ©Belgaimage

De techgiganten werpen zich, getuige Google Cloud, ook op nieuwe activiteiten. Daar is ruimte voor nodig buiten de muren van de hoofdkantoren. Eind vorig jaar was bijna een vijfde van alle beschikbare kantoor- en onderzoeksruimte in Silicon Valley in handen van Apple, Google, Facebook, Amazon en Microsoft-dochter LinkedIn. Het is een spraakmakend cijfer uit de jaarlijkse Silicon Valley Index. Die is opgesteld door de Silicon Valley Institute for Regional Studies. Het cijfer is ondertussen waarschijnlijk al voorbijgestreefd: er staan op verschillende plekken nog megaprojecten op stapel. Zo plant Google een nieuwe campus in San José.

Tweede duurste regio

De gevestigde waarden duwen zelfs de iets jongere generatie de Valley uit. De spelers die na de economische crisis van 2008 het levenslicht zagen, kiezen bijna allemaal voor San Francisco of Los Angeles. San Francisco is volgens de strikte definitie geen deel van de Valley meer. Het markantste voorbeeld is Uber, de mobiliteitsreus die in mei met een waardering van 82 miljard dollar voor de beursgang van het jaar tekende. In de havenzone van San Francisco bouwt Uber een hoofdkantoor voor 7.000 werknemers. Ook de taxiapp Lyft, het digitaal prikbord Pinterest en de zakelijkechatapp Slack hebben San Francisco als uitvalsbasis.

Silicon Valley ziet zo een nieuwe generatie fors gewaardeerde bedrijven aan zijn neus voorbij gaan. Alle genoemde bedrijven trokken dit voorjaar naar de beurstabellen als decacorns - jonge techspelers met een waardering boven 10 miljard dollar. Snap, het bedrijf achter de populaire tienerapp Snapchat, en het kamerdeelplatform Airbnb zijn allebei gesitueerd in Los Angeles.

Naar de reden is het niet ver zoeken. De bouwwoede van big tech maakte van Silicon Valley de tweede duurste Amerikaanse regio om kantoorruimte te huren, blijkt uit de Silicon Valley Index. Alleen New York is nog duurder. Een opsteker is dat de prijzen in 2018 stabiliseerden en dat de prijzen lager liggen dan tijdens de dotcombubbel.

De schaarse ruimte, zowel op de kantoren- als de woningmarkt, schrikt nieuwkomers inderdaad af, stelt Peeters. ‘Bij mijn aankomst in 1997 was de crisis op de kantoren- en woningmarkt identiek. Dat komt en gaat, en kan voor nieuwkomers een barrière zijn.’ Maar dat vertelt niet het hele verhaal. Big tech slokt niet alleen fysieke ruimte op. Ook technologische expertise valt in sneltempo ten prooi aan de reuzen. De kapitaalkrachtige bedrijven kunnen salarissen op tafel leggen die de groeibedrijven simpelweg niet kunnen matchen.

De Belgische onderzoeker Peter Catrysse zag het gebeuren in zijn vakdomein. Hij werkt al sinds de jaren 90 aan Stanford University, het academische bolwerk in het hart van Silicon Valley waar Google het levenslicht zag. ‘Mijn doctoraat ging over beeldsensoren’, legt Catrysse uit op de zonnige binnenplaats van het Spilker Engineering & Applied Sciences-gebouw. ‘Iedere digitale camera, ook die van smartphones, heeft een beeldsensor. Daar werkte in het begin maar een kleine groep onderzoekers aan. Heel wat van mijn collegae zitten nu bij Apple, Google en Facebook. Die kapitaalkrachtige bedrijven concurreren rechtstreeks met universiteiten. Soms sponsoren ze er ook onderzoek. Onafhankelijk academisch onderzoek wordt dan bijzonder moeilijk.’

Verhuizing naar Azië

Ook groeibedrijven klagen dat ze niet kunnen wedijveren met de grote vissen in de jacht op expertise. Voor de Belg Frank Christiaens is het een kopzorg. Hij maakte tussen 2002 en 2009 naam als baas van de Chinese tak van de Kortrijkse technologiegroep Barco. Vandaag is Christiaens CEO van ClearInk Displays, dat onderzoek doet naar reflectieve beeldschermen. Die zijn nog niet zo ingeburgerd. Het bekendste voorbeeld van zo’n scherm is dat van de e-reader Kindle, van Amazon. Reflectieve beeldschermen blijven ook bij zonlicht leesbaar, en verbruiken niet veel energie. ‘De Kindle toont een statisch beeld, met alleen zwart en wit’, zegt Christiaens. ‘Wij voegen kleuren en bewegend beeld toe.’ De Chinese pc-bouwer Lenovo is investeerder. Binnen een flink jaar moet het product de markt op.

ClearInk Displays ontstond in het Canadese Vancouver, maar zette ook al snel een vestiging in Silicon Valley op. De keuze voor Silicon Valley was evident. ‘In Canada zijn er niet veel mensen met ervaring met beeldschermen. Hier wel.’ Het blijft voor veel ondernemers het belangrijkste argument om de stap naar Silicon Valley te zetten: een bedrijf vindt er de nodige technologische expertise. Maar bij ClearInk Displays is de liefde tanende. ‘Een deel van onze industrie verhuisde naar Azië. De expertise die hier nog is, is ook gegeerd door Amazon of Facebook.’

Als we uitbreiden, zal dat niet hier zijn. Silicon Valley is uniek qua expertise, maar alleen als je ervoor kunt betalen.
Frank Christiaens
CEO van ClearInk Displays

Amazon lanceerde de Echo Show, een digitaal hulpmiddel voor in huis met een beeldscherm. Facebook bracht het videobeltoestel Portal op de markt. De strijd met hen valt niet te winnen, zegt Christiaens. ‘Wij kunnen niet betalen wat zij betalen. We kunnen compenseren met aandelenopties. Maar je kan maar een bepaald deel van je kapitaal als opties uitkeren.’ Hij twijfelt aan de toekomst van zijn bedrijf in de Valley. ‘Het prijskaartje om hier actief te zijn is gigantisch. Als we uitbreiden, zal dat niet hier zijn. Silicon Valley is uniek qua expertise, maar alleen als je ervoor kunt betalen.’

De techgiganten vreten fysieke ruimte, technologische expertise en zo ook de capaciteit om te innoveren. Ze zetten zo Silicon Valley naar hun hand. Toch is hun dominantie niet alleen slecht. Grote bedrijven zijn vaak de bron voor nieuwe digitale avonturen. Wie al eens een technologiebedrijf uitbouwde en een lucratieve exit kon regelen, heeft de ervaring en het kapitaal om de nieuwe generatie op te leiden. ‘De eerste honderd werknemers van Google investeren nu bijna allemaal in start-ups’, merkt Peeters op.

De Belg Marc Vanlerberghe maakte eerst carrière bij een groot technologiebedrijf, en stelt nu zijn expertise ten dienste van een start-up. Tussen 2007 en 2016 was hij topmanager bij Google. Hij was er onder meer marketingdirecteur voor Android, het populaire mobiele besturingssysteem. Vanlerberghe is nu CEO bij Rulai. Via Rulai kunnen bedrijven gemakkelijk een digitale, zelf bijlerende chatbot in hun klantendienst pluggen. Dat slaat aan: de Uber-concurrent Lyft laat al 80 procent van de klachten en opmerkingen afhandelen door een chatbot op basis van de Rulai-software.

Rulai profiteert van de aanwezigheid van de grote technologiebedrijven in de Valley; het teert onder meer op de expertise van Vanlerberghe, die bij Google leerde hoe een product op grote schaal in de markt te zetten. Maar het botst ook met de uitdagingen van de Valley, zoals de stevige loonkosten en pittige prijzen voor kantoorruimte. ‘Bedrijven moeten goed nadenken welke functies ze hier houden, en welke niet’, stelt Vanlerberghe. Ook Rulai maakte die oefening: de helft van het personeel zit in China, het thuisland van stichter Yi Zhang. ‘Maar ons hoofdkantoor en alle expertise rond artificiële intelligentie zit wel hier.’

Sfeertje van vrijbuiters

Ook Belgische groeibedrijven zijn steeds meer op hun hoede over hun aanwezigheid in de Valley. Het Gentse softwarebedrijf Showpad kromp zijn kantoor in San Francisco, destijds het eerste op Noord-Amerikaanse bodem, twee jaar geleden in van 50 naar 30 man. Het blijft er aanwezig, om contact te houden met grote bedrijven zoals Adobe. Maar het gelooft meer in de nieuwe hub in Chicago. ‘In San Francisco is het juiste talent niet meer te betalen’, zegt CEO Pieterjan Bouten. Ook Wim Sohier, technologieattaché voor Flanders Investment & Trade, raadt start-ups aan niet zomaar halsoverkop naar Silicon Valley te komen. ‘Veel beginnende bedrijven kiezen voor New York als eerste Amerikaanse ervaring. Alleen de matuurder komen naar hier.’

Is het parfum van Silicon Valley als hotspot voor digitale avonturiers uitgewerkt? Terug op het bedrijventerrein in Sunnyvale schudt Peeters nee. ‘Hier hangt nog altijd een sfeertje voor vrijbuiters. Als je als beginneling een gesprek met een hoge pief wil opzetten, maakt die daar tijd voor. Ook al heeft hij het razend druk.’ En de Valley is nog altijd de plek voor hersenspinsels die elders geen kans maken. ‘Het idee dat Elon Musk Mars gaat koloniseren, we actually believe that kind of shit.’

Dit is de eerste aflevering van een vierdelige reportage-reeks over Silicon Valley.

Dinsdag: Leven in de Valley: ‘Voor een crèche betaal je 2.000 dollar per maand’

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie