De beste boeken van 2019 volgens de redactie van De Tijd

©Filip Ysenbaert

De redactie van De Tijd koos haar favoriete boeken van het jaar.

Dit is onze keuze van de beste fictieboeken voor onder de kerstboom. Bekijk ook de aanbevelingen voor non-fictieboeken.

Het veld | Robert Seethaler

©rv

In een stad die niet bestaat en Paul-stadt heet, liggen mensen begraven die nooit leefden en die Hanna Heim, Karl Jonas, Herm Leydicke of Annelie Lorbeer heten.

De Oostenrijkse schrijver Robert Seethaler, die eerder al mijn hart raakte met ‘Een heel leven’ en ‘De Weense sigarenboer’, bedacht het dorp, bedacht de mensen en bedacht op 238 bladzijden een verhaal van mensen die gestorven zijn en vanuit het graf vertellen over het leven in hun dorp. Soms over hun eigen kleine bestaan. Zelfs over hun laatste uren. Soms over de werkelijkheden en verzinsels in café Zum Goldenen Mond.

Heide Friedland vertelt: ‘Als ik het me goed herinner, waren het er zevenzestig’ en al die liefdes - kort of lang - van haar leven passeren de revue. Van Christian I, Christian II en Christian III tot ‘de tuinman, de dokter, de kleine, de vent met de tas, de kleffe, de man die niemand heeft gezien.’

Elke dode op het kerkhof - door iedereen ‘Het veld’ genoemd, vandaar de titel - van Paulstadt krijgt zijn verhaal in een paar pagina’s. Soms grijpen ze op elkaar in, soms niet. En soms kan het kort. Twaalf regeltjes volstaan voor het leven van Gerda Baehr en daarin deze zin: ‘Nog veel vroeger zou ik het niet voor mogelijk hebben gehouden dat je met een dikke man zoveel plezier kunt hebben.’

Seethaler bezit de vertellende kracht van grote schrijvers die, soms in één alinea, een leven neerborstelen waarvoor anderen duizend bladzijden nodig hebben.

Rik Van Puymbroeck, redacteur weekend

Grand Hotel Europa | Ilja Leonard Pfeijffer

©rv

Deze roman gaat over veel. Over een stukgelopen liefde, de tragische schoonheid van Italië, een zoektocht naar een verloren Caravaggio. Over migratie en de gevolgen van het massatoerisme ook. Maar ‘Grand Hotel Europa’ is bovenal een verhaal over de teloorgang van Europa, blijkt uit elk van die onderwerpen die Ilja Leonard Pfeijffer subliem aan elkaar knoopt.

‘De toekomst van Europa is het Europa dat nu al een realiteit is. Europa is het recreatiegebied voor de rest van de wereld. De vraag is of dat erg is’, schrijft Pfeijffer. Best wel, want de Nederlander foetert op het massatoerisme, dat steden als Venetië en Amsterdam van binnenuit vernietigt. Hij hekelt cultuurbarbaren, die geen respect tonen voor onze geschiedenis.

Tegelijk is het boek een lofzang op het cultureel snobisme, op de nostalgie waarbij de wortels belangrijker zijn dan de bestemming, op het filosofische gekwek en, hoewel het werk zelden uitgesproken politiek is, op de Europese Unie. ‘Ik houd van de poëtische traagheid en de kloekmoedige taaiheid waarmee dit wereldwonder van complexiteit en compromissen wordt vormgegeven’, vat Pfeijffer samen.

Als papier kon weerkaatsen, zou ‘Grand Hotel Europa’ een spiegel zijn van het oude continent. ‘Ik bén de Tweede Wereldoorlog’, pochte de Nederlandse schrijver Harry Mulisch, verwijzend naar zijn Joodse moeder en Duitse vader. Met zin voor mulischiaanse overdrijving: Pfeijffer - dandy, filosoof en dichter - ís Europa.

Jasper D’hoore, redacteur politiek & economie

Disappearing Earth | Julia Philips

©rv

Het debuut van de Amerikaanse Julia Philips mag dan met een misdaad beginnen, een whodunit is het allerminst.

‘Disappearing Earth’ speelt zich af in Kamtsjatka, een provincie in het verre oosten van Rusland. Twee jonge zusjes worden in de zomer een auto in gelokt. De verdwijning vormt de basis van de roman, maar schuift snel naar de achtergrond. Philips richt zich op hoe zo’n gebeurtenis doorsijpelt in de levens van een schare aan vrouwelijke personages.

Ze beschrijft meesterlijk hoe een tienervriendschap ontwricht raakt als een moeder haar dochter verbiedt nog buiten te komen. Hoe een liefdesrelatie bijna bezwijkt onder de druk van de plotse controledrang van een echtgenoot. En hoe het wantrouwen tussen gemeenschappen groeit in de nasleep van de misdaad, die veel meer weerklank krijgt dan een gelijkaardige verdwijning bij de inheemse bevolking enkele jaren eerder.

Even belangrijk als de misdaad die het verhaal in gang zet, is de plaats waar het zich afspeelt. Het woeste schiereiland Kamtsjatka, van Rusland afgescheiden door ijzige bergen en een uitgestrekte toendra, is de ideale setting voor de mysterieuze sfeer die Philips creëert. Dat ze er twee jaar verbleef als research voor haar boek, is eraan te merken.

Ben Serrure, redacteur weekend

De hoogstapelaar | Wessel te Gussinklo

©rv

‘De hoogstapelaar’ is het derde deel in een reeks van bildungsromans over Ewout Meyster, een narcistische 17-jarige die de wereld als zijn theater ziet en als een bezetene op zoek is naar de rol die hij daarin wil spelen. Geobsedeerd door de blik van de ander peilt hij voortdurend naar hoe hij de mensen om hem heen kan beïnvloeden en manipuleren. Om telkens weer bedrogen uit te komen.

Wessel te Gussinklo vat het allemaal in een weelderige en tegelijk beklemmende taal. Hij componeert zinnen als draaikolken die je in hun werveling gevangenhouden. Lezen is zelden zo’n intense ervaring. ‘De hoogstapelaar’ is een volmaakt kunstwerk. Een literaire krachttoer die met de Bookspot Literatuurprijs 2019 werd bekroond.

Te Gussinklo is een meesterlijke en eigenzinnige stilist die met virtuoze precisie het landschap van Ewouts psyche schildert. Dit is literatuur voor fijnproevers, een muzikaal, hypnotiserend boek waarop geen woord valt af te dingen.

Jan Dertaelen, boekenrecensent

De beste boeken van 2019 volgens drie redacteurs van De Tijd

Metropolis | Philip Kerr

©rv

Thrillers horen spannend te zijn. Maar ‘Metropolis’, van de vorig jaar overleden Schotse schrijver Philip Kerr, heb ik vooral gelezen met een krop in de keel. Het is Kerrs allerlaatste roman met de cynische Duitse politieman Bernie Gunther in de hoofdrol.

De titel verwijst naar het gelijknamige triptiek van Otto Dix. Het schilderij uit 1928 stelt drie scènes uit het decadente Berlijnse nachtleven tijdens de Weimarrepubliek voor. Kreupele oorlogsveteranen en prostituees zijn de tragische hoofdrolspelers. Kerr vertaalt het schilderij naar zijn boek, waarin Gunther de moord op enkele hoertjes moet oplossen.

Kerr wist bij het schrijven allicht al dat ‘Metropolis’ zijn afscheidsboek zou worden - hij had kanker. Deed hij extra zijn best? Zo lijkt het. Er komen in elk geval losse eindjes uit vorige boeken samen.

In de 13 eerdere thrillers, die zich kriskras tussen de jaren twintig en vijftig afspelen, ontpopte Gurther zich als een nihilistische detective. In ‘Metropolis’ kom je meer te weten over de wortels van zijn misantropie, al maakt hij een uitzondering voor knappe en weelderige vrouwen. Gurther liep trauma’s op in de West-Vlaamse loopgraven tijdens de Eerste Wereldoorlog. Je voelt de pijn van Gunther als hij de kreupele oorlogsveteranen in de straten van Berlijn ziet bedelen. Hij weet: dat had ik ook kunnen zijn.

Maar Gunther is een overlever: in enkele boeken in de reeks wordt hij node een gezant van de hoogste nazi’s. Het maakt van Burnie Gunther een soort Tony Sopra-no. Je weet dat hij vreselijk fout zit, maar je kan niet anders dan van hem houden.

Koen Van Boxem, chef cultuur

Machines Like Me | Ian McEwan

©rv

In een alternatieve werkelijkheid in het Londen van de jaren tachtig zijn The Beatles herenigd, heeft het Verenigd Koninkrijk de Falkland-oorlog verloren en moet Margaret Thatcher afdruipen. AI-pionier Alan Turing leeft nog, van zelfrijdende auto’s kijkt niemand meer op.

De eerste levensechte gezelschapsrobot is op de markt. De luizige dertiger Charlie neemt Adam, met zijn warme huid en een stroomkabel als navelstreng evenveel mens als machine, in huis en programmeert zijn persoonlijkheid samen met buurvrouw Miranda. Een gezamenlijk project van digitale adoptie waarmee Charlie hoopt Miranda’s hart te veroveren.

Met de vreemde verhouding die tussen Charlie en Adam ontstaat, raakt Ian McEwan aan thema’s als vriendschap, bezit en de maakbaarheid van de mens. Maar als Adam ook verliefd wordt op Miranda neemt het boek een ongemakkelijke wending. Als ook blijkt dat de robot onbeperkte toegang heeft tot digitale archieven, en zo naar believen kan graven in het verleden van de twee, is de onrust compleet.

McEwan schrijft zo grappig droog en realistisch over de relatie mens-robot dat het futuristische verhaal meer dan aannemelijk is. In combinatie met de geslaagde historische setting en de rake knipogen naar vandaag - een parlementslid lanceert ‘het absurde idee’ de EU te verlaten - ondersteunt het McEwans punt: tijd is relatief als technologie het tempo bepaalt.

Marie Van Oost, redacteur ondernemen

De menselijke maat | Roberto Camurri

©rv

Debuteren met een bestseller. Roberto Camurri deed het in Italië met een teder boek. ‘De menselijke maat’ lezen begint met staren naar de omslagfoto. Daarop kijkt een jongeman je aan met de smartelijke blik van iemand die net zijn laatste adem heeft uitgeblazen. Of kreeg hij een betoverend orgasme? Het laatste, blijkt. De foto komt uit de ‘Orgasmic Man’-serie van de Amerikaanse fotograaf Peter Hujar, die ook Hanya Yanagihara inspireerde voor de omslag van ‘Een klein leven’.

Net als Yanagihara’s bestseller gaat ‘De menselijke maat’ over de wreedheid en de kracht van vriendschap en liefde. Camurri laat zijn debuut spelen in zijn geboortedorp Fabbrico, een godvergeten gat tussen Parma en Modena. Valerio en Davide zijn verliefd op dezelfde vrouw, de sensuele Anela. Zij zijn niet de enige dorpsbewoners van wie de levens getest worden. Elk hoofdstuk voegt Camurri een of twee nieuwe personages toe van wie niet meteen duidelijk is hoe ze aan de deelgenoten van de driehoeksverhouding gelinkt zijn. Hij heeft aan een penseeltrek genoeg om hun karakters te tekenen.

De sensitieve manier waarop Camurri over intimiteit en liefde schrijft, dwingt bewondering af. Je duikt als lezer in elf tedere miniatuurverhalen die niet zozeer inhoudelijk dan wel door de verenigde besognes van de personages aan elkaar moeten worden geknoopt.

Thomas Peeters, redacteur cultuur

The Wall | John Lanchester

©rv

‘Niemand van ons kan nog met onze ouders spreken. Iedereen weet wat het probleem is. De diagnose is niet moeilijk, zelfs niet controversieel. Schuldgevoel, massaal schuldgevoel. De oudjes voelen aan dat ze de wereld onherstelbaar verkloot hebben en dan ook nog eens ons in die wereld gezet hebben. En weet je wat? Het is waar.’

Zo omschrijft John Lanchester het weekend dat de hoofdpersoon in ‘The Wall’ in wederzijdse stilte bij zijn ouders in de Engelse Midlands doorbrengt. De hoofdpersoon heet, in een vette knipoog naar Kafka, Joseph Kavanagh. Hij is bezig aan de twee jaar die elke jongere moet doorbrengen op De Muur, een gigantisch bouwwerk dat na De Verandering rond het Verenigd Koninkrijk opgetrokken is en niet alleen bedoeld is om de snel stijgende zee buiten te houden. Een ‘tour of duty’ waar je vooral gradaties van koude leert kennen (type 2 is de ergste).

‘The Wall’ is de in roman gegoten apocalyptische ‘how dare you’ van Greta Thunberg, maar dan iets minder kwaad en met Britse humor. Met niet zo verborgen verwijzingen naar de brexit ook, zoals de Britse cuisine die zonder continentale exoten herleid is tot vijftig tinten rapen.

Lionel Shriver schreef met ‘The Mandibles’ een ongemakkelijk realistisch toekomstbeeld over ’s werelds schuldverslaving, John Lanchester doet hetzelfde met onze ‘après nous le déluge’-mentaliteit over de klimaatverandering.

Kurt Vansteeland, redacteur beleggen

Fall or, Dodge in Hell | Neal Stephenson

©rv

Hebt u ooit het boek ‘The Singularity is Near’ van de Amerikaanse technoloog Ray Kurzweil gelezen? De singulariteit gaat over het moment in de toekomst waarop kunstmatige superbreinen de mensheid in intelligentie voorbijsteken. En over eeuwig leven dankzij ‘mind uploading’.

Het boek ‘Fall’ van de Amerikaanse sciencefictionauteur Neal Stephenson is een lijvige fictievariant met enkele van die thema’s. Het verhaal begint met het overlijden van Richard ‘Dodge’ Forthrast. De beroemde gamemaker laat instructies na om zijn geest weer tot leven te wekken zodra de technologie daartoe in staat is.

Dodge ontwaakt als een avatar in Bitworld, een virtuele omgeving die door geüploade zielen wordt bevolkt en die hij naar eigen inzicht kan vormgeven. Het komt er tot een epische machtsstrijd tussen Dodge en de avatar van een miljardair.

Ondertussen zetten de familie en de vrienden van Dodge hun leven voort in het ‘gewone’ Amerika, dat door Stephenson wordt beschreven als een klassensamenleving. Aan de kusten wonen hoogopgeleiden die hun nieuws zorgvuldig (laten) screenen. In een uitgestrekt gebied tussen de Oost- en de Westkust bestrijden religieuze sektes elkaar en nemen ze fake news voor waar aan.

Net als Kurzweil daagt Stephenson ons uit ondenkbare toekomsten te denken.

Roland Legrand, digitaal nieuwsmanager

Agent Running in the Field | John le Carré

©rv

Bij de Britse schrijver John le Carré draait het altijd om verraad. Ook nu weer, in zijn 25ste spionageroman.

Het verhaal begint onschuldig op een badmintonveld van een erg Britse club, met een spelletje tussen Nat en de jonge Ed, die uit het niets opduikt maar al snel Nats vaste tegenspeler wordt. De twee houden hun achtergrond voor elkaar verborgen. Nat doet zich voor als een saaie diplomaat, Ed geeft zich uit als een factchecker bij een niet nader genoemd mediabedrijf. Tot blijkt dat ze beide spionnen zijn en een dossier hen samenbrengt.

Hoewel ‘Agent Running in the Field’ als een brexitboek naar voren wordt geschoven, is het veel meer dan dat. Het verhaal speelt zich af rond het bezoek van de Amerikaanse president Donald Trump aan Londen en wordt gedragen door de gedesillusioneerde Nat. Alle klassieke ingrediënten zijn aanwezig, inclusief kruiperijen bij de Britse geheime dienst en spoken uit het verleden.

‘Agent Running in the Field’ is een van Le Carré’s betere boeken van de voorbije jaren. Snedig geschreven en raak geobserveerd. En ja, de brexit speelt ergens een rol. Redenen genoeg om het te lezen.

Jean Vanempten, senior writer

Stalker | Joost Decorte

©rv

Deze beursjournalist heeft een voorliefde voor dingen die geijkt zijn in de tijd. Beurskoersen, veldslagen, Hollywoodfilms, albums van The Smiths. Maar van flikkerende koerstabellen, in perpetuum wisselende machtsbekleders en (hun) ongevraagde Twitter-meningen pleegt een mens van tijd hondsmoe en in het slechtste geval wat naargeestig te worden. Uit zelfbehoud moet men zich op tijd en stond onttrekken aan dat wereldse geweld.

Een natuurwandeling is het perfecte antidotum. Maar de natuur is helaas niet altijd beschikbaar. Omdat je kinderen op een regenzondag meer zin hebben om naar ‘Paw Patrol’ te kijken dan om hun regenlaarzen aan te trekken, bijvoorbeeld. Daarom vond ik een alternatief. Dat heet ‘Stalker’, de debuutbundel van de Antwerpse dichter Joost Decorte.

Decorte schrijft gedichten als natuurwandelingen. Zinnelijk en krachtig, fijnmazig en beeldrijk. Als dikke generfde eikenbomen who couldn’t care less about coalitievormingen en winstwaarschuwingen. Ze leiden je naar een parallel universum dat lijkt op dat uit de gelijknamige film van Tarkovsky, waarin de stalker bezoekers gidst door een van logica gespeende realiteit die beangstigt en bezweert.

Ik ben niet de enige die in ‘Stalker’ een zwachtel vind voor de overprikkelde ziel. De bundel werd bejubeld door de vakpers en dong mee naar de Grote Poëzieprijs. Een ontsnappingsluik uit de ratrace in de vorm van een democratisch geprijsd boekje van 50 pagina’s. Als dat geen return op uw investering is. Zeg dat deze beursjournalist het gezegd heeft.

Ellen Vermorgen, redacteur beleggen

Serotonine | Michel Houellebecq

©rv

Half november 2018 kwamen in Frankrijk honderdduizenden mensen op straat om te protesteren tegen een ecoheffing op diesel en benzine. Ze droegen gele hesjes. Het was het begin van de gilets jaunes, een protestbeweging die drijft op de woede van de plattelandsbewoners die zich achtergelaten voelen door de stedelijke elite.

Michel Houellebecq, het enfant terrible van de Franse literatuur, had het ongenoegen voorvoeld. Zijn roman ‘Serotonine’, die begin januari verscheen, speelt zich voor een stuk af tegen die achtergrond. Het hoofdpersonage is een landbouwingenieur die na een carrière bij Monsanto aan de slag ging bij een regionale landbouw- en bosbouworganisatie. Zijn opdracht: een structuur opzetten om de export van Normandische kazen te promoten.

Voor Houellebecq is het een manier om het te hebben over de ontwikkelingen in de landbouw naar een industrie met gigantische bedrijven, gericht op de maximalisering van het rendement per hectare en gefixeerd op de export, ten koste van het lokaal consumeren en produceren. De Franse familiale landbouwbedrijven, worden in dat systeem vermalen. En bij de overheid vinden ze geen gehoor.

Het is een gitzwart boek in Houellebecq-stijl en met de obligate seksscènes. Je houdt ervan of je vindt het niks. Maar schrijven kan hij. En hij legt de vinger op zere plekken.

Stefaan Michielsen, senior writer

De Jacobsboeken | Olga Tokarczuk

©rv

Alleen al voor haar meesterlijke roman ‘De Jacobsboeken’, die dit voorjaar in Nederlandse vertaling verscheen, had Olga Tokarczuk de Nobelprijs verdiend. Maar de Poolse schrijfster kreeg de hoogste literaire prijs voor de ‘verbeeldende vertelkunst’ - de uitdrukking is van het Nobelcomité - die haar hele oeuvre dooradert.

In ‘De Jacobsboeken’ vertelt Tokarczuk het verhaal van de obscure joodse ‘messias’ Jacob Frank, die zich in het Polen van de 18de eeuw opwierp als de hoop voor duizenden verpauperde Joden. Hij wist te begeesteren met een eigen geloofsleer die een mengelmoes was van het jodendom, het christendom en de islam. Het leverde hem een banvloek op van de traditionele Joden.

‘De Jacobsboeken’ is meer dan het waargebeurde verhaal over een schimmige charlatan. De roman schetst in ruim 900 pagina’s een grimmig beeld van een samenleving op de rand van de afgrond. Hoewel ze geen nadrukkelijke politieke boodschap verkondigt, maakte Tokarczuk korte metten met het beeld van een glorieus Pools verleden, zoals de regerende conservatieven in Warschau dat graag uitdragen. Het leverde haar in rechtse kringen het etiket ‘landverrader’ op.

Tokarczuk levert een literaire tour de force af, waarbij ze, tussen de historische personages en feiten door, de kracht van de verbeelding bejubelt. Ze koos zeker niet voor de makkelijkste weg, want het verhaal waaiert breed uit en het aantal personages is niet te tellen. Maar wie zich laat meeslepen door de ‘verbeeldende vertelkunst’, wordt rijkelijk beloond.

Erik Ziarczyk, redacteur buitenland

Kukolka | Lana Lux

©rv

Op haar zevende ontsnapt Samira uit een weeshuis, op zoek naar vrijheid en een thuis. Ze komt terecht in een huis met kinderen die worden ingezet om te bedelen. Op straat leert ze een man kennen die het op het eerste gezicht goed met haar voor heeft - hij noemt haar Kukolka, popje. Maar al snel wordt duidelijk dat hij haar wil verhandelen en uitbuiten. Dat gebeurt ook, waardoor ze opnieuw moet vluchten.

Lana Lux schetst op een rauwe manier een beeld van het harde leven op straat in het Oekraïne van de jaren negentig. De lezer krijgt haar wereld te zien vanuit een kinderlijke blik, die van Samira.

Het boek gaat over veel meer dan over de vreselijke jeugd van een jong Oekraïens meisje. Het gaat over overlevingskracht, identiteit en hoop. En over vertrouwen. Samira vertrouwt de mannen om haar heen, ook al is dat onterecht. Maar het boek toont ook hoe veerkrachtig kinderen zijn, al leven ze in de vreselijkste omstandigheden.

Het debuut van Lux, een dertiger die zelf haar jeugd in Oekraïne doorbracht, is meteen een schot in de roos.

Pieter Blomme, nieuwsmanager

Klein Engeland | Jonathan Coe

©rv

‘The Fowl Market’, een 17de-eeuws schilderij van de Antwerpse kunstenaar Frans Snijders met daarop dode dieren zoals een everzwijn, een hert en diverse vogels, valt niet in de smaak bij enkele veganistische studenten van de universiteit van Cambridge. Ze vinden het schilderij ‘weerzinwekkend’, waarna de directie het historische werk uit de eetzaal laat verwijderen.

Het had een passage in ‘Klein Engeland’ van Jonathan Coe moeten zijn. Maar ze is iets te recent. Bovenstaande scène is een ingekort krantenbericht uit Het Laatste Nieuws van november dit jaar.

‘Klein Engeland’ is opgebouwd met soortgelijke polariserende gebeurtenissen die de heftigste emoties losweken. Met een rotvaart beschrijft Coe hoe van de lente van 2010 tot de herfst van 2018 in een snel veranderende maatschappij het politiek correcte denken, plat racisme, ouderwets populisme en pure nijd een wig drijven tussen de vele personages. De (sociale) media zijn de deeltjesversnellers die hun vriendschappen, carrières en huwelijken versplinteren.

Vooral het verarmde, verouderende platteland, waarnaar de titel verwijst, verkrampt. De noodkreet die uiteindelijk geslaakt wordt heet - dit is geen spoiler van jewelste - brexit.

Een mooi boek. Triest en grappig. Al bederft de afloop voor hoofdpersonage Benjamin het verhaal een beetje. Het maakt de cirkel veel te rond voor een boek dat gaat over het afbrokkelen van het oude, rustieke hart van Engeland.

Arnaud Camerlinckx, lay-outer

Lanny | Max Porter

©rv

Nadat zijn debuut ‘Grief is the Thing With Feathers’ met lof is overladen, overtreft Max Porter de verwachtingen met zijn tweede worp. In ‘Lanny’ vertelt de 38-jarige Brit het verhaal van het gelijknamige hoofdpersonage, een wat curieuze maar scherpzinnige knaap die met zijn ouders in een ingeslapen Engels dorpje woont.

Het gezin valt uit de toon. De dorpsbewoners lopen niet hoog op met de ingeweken stedelingen. En door het dorp waart ook nog eens de bosgeest Dead Papa Toothwort. Dat mythische personage voedt zich al eeuwen met de gesprekken van de roddelende dorpelingen. Toothwort staat voor noodlot, voorspoed en het onverbiddelijke voortschrijden van de tijd.

Lanny’s wereld is nog niet onttoverd, en het komt hem voor dat de meeste volwassenen niet per se van goede wil zijn. Als een hedendaagse Petit Prince banjert hij met de oude kunstenaar Mad Pete door het bos, filosoferend, zich verwonderend. Porter schildert dat kinderperspectief vol humor en ontdaan van zweverige clichés. Mad Pete en Lanny veruitwendigen waar dit boek om draait: de ontembare kracht van verbeelding.

In soepele zinnen sleurt Porter je mee in een bevreemdende en bedwelmende wereld. Vrijblijvend is het boek niet: Porter speelt met typografie, knutselt met de bladspiegel en zoekt - nu eens bloemrijk, dan weer uitgepuurd, altijd raak - de rafelranden van de Engelse taal op. ‘Lanny’ is een meesterlijke vertelling die nazindert.

Pieter Lambrecht, digitaal eindredacteur

Melkboer | Anna Burns

©rv

Decennia van Noord-Ierse onlusten leveren uiteenlopende verhalen van allerlei aard op. In ‘Derry Girls’ gaan pubermeisjes laconiek om met de dagelijkse complicaties van hun leefwereld. De toon van de Netflix-serie is dolkomisch. ‘Melkboer’ is het andere uiterste: een intense vertelling over de verpletterende impact van het conflict.

Het hoofpersonage voelt zich op veel manieren onvrij. Er zijn de troubles, maar evengoed houden de ‘staatverwerpers’ - paramilitairen van het IRA - de toch al claustrofobische gemeenschap onder de knoet. En dan is er nog het gezin, waar iedereen zijn plaats hoort te kennen. Dat niemand een naam heeft - het hoofdpersonage kennen we alleen als ‘middelstezus’ - versterkt het gevoel van verstikking.

Middelstezus vlucht in boeken en in ‘een soort relatie’. Tot haar bewegingsruimte verder wordt beknot door de Melkboer, een oudere paramilitair die haar stalkt. Meteen belandt ze in een geruchtenstroom waaraan niet te ontkomen valt.

De beklemming is soms zo groot dat verder lezen moeilijk wordt. Maar wie doorzet, wordt beloond met een verhaal dat aan de ribben blijft kleven. De roman van Anna Burns, die al jong Belfast verliet, werd terecht bekroond met de Booker Prize en is één grote waarschuwing aan wie de broze Noord-Ierse vrede op het spel zet.

En voor wie in die duisternis nood heeft aan wat comic relief is er nog altijd ‘Derry Girls’, met dialogen als ‘I’m not gonna be an individual on my own’ en ‘I wanted to be an individual too, but my ma wouldn’t let me’. Het konden de woorden van middelstezus zijn.

Anja Otte, chef eindredactie

De koopman en de poort van de alchemist | Ted Chiang

©rv

‘Ik besef nu dat hoewel er niets aan het verleden te veranderen valt, men er onverwachte dingen kan meemaken wanneer men er een bezoek aan brengt.’

‘De koopman en de poort van de alchemist’ is een uitdagende gedachteoefening over tijdreizen, over hoe we kijken naar ons verleden en hoe we ons een idee vormen over onze toekomst. Het is het eerste kortverhaal in de bundel ‘Wat er van ons wordt verwacht’ van de Amerikaans-Chinese auteur Ted Chiang, befaamd om zijn ‘Black Mirror’-achtige sciencefiction.

Eerlijk is eerlijk: Chiang lees je niet voor de schoonheid van zijn taal. Je leest hem voor zijn intrigerende ideeën, het prikkelende doordenken over hoe technologie ingrijpt op ons leven en ons denken. ‘De koopman’ is ook een geestig, sprookjesachtig verhaal, verteld tegen de achtergrond van een oud, mythisch Bagdad. Het gaat over een poort waardoor je ofwel naar het verleden of naar de toekomst kan reizen. Je kan in die andere dimensie rondlopen, maar je kan er niets veranderen.

Als dat kan, wat leer je dan? Wat leer je over hoe je naar dingen kijkt, over wat ervaringen betekenen, en hoeveel je eigenlijk precies wil weten? Onderliggend wordt het zo uiteindelijk, zoals alle verhalen, een verhaal over wie we zijn als mens, over liefde, over vergeving en het noodlot.

Stephanie De Smedt, hoofdredacteur

Nachtouders | Saskia De Coster

©rv

Bijna was ik in mijn spreekwoordelijke gat gebeten toen een vriendin me kort na mijn bevalling sms’te: ‘Die nieuwe Saskia De Coster is zo hard iets voor jou.’ Wat een typecasting, dacht ik, dat ik als lesbische mama zonodig een boek van een andere lesbische mama dien te lezen. Alsof Kurt Vonnegut door kettingrokende oorlogsveteranen moet worden gelezen. Of Virginia Woolf door mentaal getroubleerde feministen.

Ik had nooit eerder iets van De Coster gelezen, maar volgde het advies van mijn vriendin. Toen ik het boek las - grotendeels ‘s nachts, met mijn pasgeborene aan de borst - ontdekte ik dat ‘Nachtouders’ helemaal niet over lesbische mama’s gaat. Het gaat over mama’s. Alle soorten. Over hoe je het - of je je kind nu zelf baart of niet, ik heb ervaring met beide - niet per se meteen ‘bent’ maar ‘wordt’ via een hobbelig proces. Een ‘becoming’, zou Michelle Obama het vermoedelijk noemen.

Het wordingsproces dat De Coster omschrijft over haar eerste woelige jaar als moeder is prachtig eerlijk. De twijfels, het vallen en (nachtelijke) opstaan, het nieuwe evenwicht in je relatie, de vermoeidheid, de liefde. Als auteur vergt het grote moed om al die zotte, overmannende, conflicterende gevoelens te benoemen.

‘Nachtouders’ is dus een boek voor alle moeders. Biologische, mee-, stief-, pleeg-, wens-, adoptie-, grootmoeders. En ik meen zelfs te denken dat ook vaders er wat aan zullen hebben.

Ellen Vermorgen, redacteur beleggen

Alleen de bergen zijn mijn vrienden | Behrouz Boochani

©rv

Wie het Australische asielsysteem, waarmee ook sommige Europese politici dwepen, wil voelen, moet de vlammende aanklacht van de Iraans-Koerdische schrijver Behrouz Boochani lezen. ‘Alleen de bergen zijn mijn vrienden’ is alleen al door de manier waarop het tot stand kwam de moeite. Boochani zat vijf jaar opgesloten in een asielgevangenis op het eiland Manus en smokkelde zijn boek via WhatsApp-berichtjes op een geheime gsm naar buiten.

Zijn relaas is rauw, maar ook poëtisch. Hij beschrijft hoe hij in 2013 door de Australische marine van zee werd geplukt toen hij in een bootje het vasteland probeerde te bereiken. Zijn timing kon beter: vier dagen eerder voerde de Australische regering nieuwe asielregels in om het aantal bootvluchtelingen te beperken. Die werden voortaan opgesloten op de eilanden Manus of Nauru. De woede spat van de pagina’s als Boochani het gevangenisleven beschrijft. Uithongering, extreme hitte, slechte sanitaire voorzieningen, pesterijen, uitzichtloosheid.

Boochani’s onheilspellende getuigenis hoort thuis op het schap met grote gevangenisliteratuur. In Australië - het land dat hem niet moest hebben - won het boek dit jaar de Victorian Premier’s Literary Award, ’s lands meest prestigieuze literaire prijs die normaal enkel naar Australische auteurs gaat. Volgens de jury ging het om ‘een verbijsterend werk, dat elke simpele beschrijving te boven gaat’.

Floor Eelbode, redacteur buitenland

Taxi! | Aimée de Jongh

©rv

Een taxirit is behalve een rit van A naar B ook een vluchtige verbinding tussen twee volstrekt onbekenden met een onvoorspelbaar verloop. Het gesprek kan in algemeenheden over het weer en de files blijven hangen, maar er is altijd de potentie van meer. En van die potentie doet de autobiografische graphic novel van de Nederlandse Aimée De Jongh verslag. In vier vernuftig vervlochten taxiritten in Parijs, Los Angeles, Jakarta en Washington doet ze in ogenschijnlijk doodgewone tekeningen verslag van haar belevenissen met taxichauffeurs.

De Jongh is niet de eerste de beste: ze verwierf internationaal faam in de stripwereld met het gelauwerde en inmiddels verfilmde ‘De terugkeer van de wespendief’ uit 2014. Dat succes leverde haar een samenwerking met de Brusselse stripscenariosmid Zidrou op. Vorig jaar maakte ze met hem ‘Bloesems in de herfst’, een graphic novel over liefde tussen senioren.

In ‘Taxi!’ zet ze dat vakmanschap in voor een raamvertelling. In haar op Japanse manga geïnspireerde stijl blinkt ze uit in gezichtsuitdrukkingen die meer zeggen dan lange zinnen. Waarom hele epistels schrijven over terreuraanslagen of de georganiseerde chaos in wereldsteden als één kader in een graphic novel volstaat?

De Jongh bewijst op niet-belerende wijze dat als je maar een beetje tijd neemt en naar elkaar luistert, je altijd wel iets gemeenschappelijks vindt. Al is het maar Johan Cruijff of Eddy Merckx. En dat je zo je granieten bubbels doorbreekt.

Bas Kurstjens, chef weekend

Verhalen | Andrej Platonov 

©rv

De Russische literatuur van de eerste helft van de 20ste eeuw is een knekelveld bezaaid met de slachtoffers van de stalinistische dictatuur. Wie niet werd terechtgesteld, werd het leven zuur gemaakt als haar of zijn werk niet beantwoordde aan het socialistisch realisme dat de zegeningen van de Sovjetheilstaat moest bezingen.

Andrej Platonov (1899-1951) was een van de schrijvers die door Stalin werden fijngemalen. Nadat de dictator hem in 1931 voor rotzak had uitgescholden, durfde geen uitgever de vingers te branden aan Platonov. Hij publiceerde maar sporadisch en kwam pas in de nadagen van de Sovjet-Unie bovendrijven.

Uit de verzamelde verhalen die dit jaar verschenen, blijkt echter wat voor een uitzonderlijke en eigenzinnige auteur Platonov is. Hij schreef bevreemdende verhalen waarin hij vaak de conventies van het genre negeert. En soms verwijst hij subtiel naar de aberraties van de Sovjetdictatuur.

Zoals in het schrijnende verhaal ‘De derde zoon’, waarin zes broers naar huis keren om hun moeder te begraven. ‘De moeder lag al voor de vierde dag op de tafel te wachten, maar haar lichaam rook niet naar de dood - zo keurig hadden ziekte en dorre uitmergeling haar achtergelaten.’

Erik Ziarczyk, redacteur buitenland

De dood van Jezus | J. M. Coetzee

©rv

‘De dood van Jezus’ is het sluitstuk van J. M. Coetzees Jezus-trilogie, over een profetisch kind onder de hoede van zijn pleegouders Simón en Inés. Het is een verhaal over de wanhoop van twee ouders die langzaam de grip op hun zoon verliezen.

Zonder het ooit expliciet te beschrijven, maakt Coetzee het duidelijk dat de kleine David de rol van Jezus vertolkt. Hij, Simón en Inés zijn een speling op de Heilige Familie. Het zijn maar enkele voorbeelden van de subtiele en minder subtiele Bijbelse verwijzingen die de Zuid-Afrikaanse Nobelprijswinnaar in zijn werk binnensmokkelt.

David is echter geen typische Messias. Hij treedt op als een herder voor zowel kinderen als volwassenen en hypnotiseert hen met zijn verhalen. Maar tegelijkertijd is hij ook een koppige tienjarige die graag voetbalt, danst en kibbelt met zijn ouders.

De titel van dit boek laat weinig aan de verbeelding over. Na een korte maar intense lijdensweg komt er een einde aan het prille leven van het kind. Zonder dat het ooit zijn goddelijke boodschap te kennen heeft gegeven.

In ‘De dood van Jezus’ verhaalt Coetzee een kalme, soms zelfs kille machteloosheid. Waarom is David zo vroeg gestorven? Wat was zijn boodschap? Hij laat Simón en Inés, maar ook de lezer, zonder antwoorden achter. In een meesterlijke zet dwingt hij ons zo zelf op zoek te gaan naar betekenisgeving.

Emilie Moors, digitaal redacteur

De goede zoon | Rob van Essen

©rv

Deze roman verscheen pas op mijn radar toen hij dit voorjaar de Libris Literatuurprijs won. Tot eenieders verrassing, want ‘Grand Hotel Europa’ van Ilja Leonard Pfeijffer was de gedoodverfde favoriet. Waarop die de slechte verliezer uithing en in een column sneerde dat het ‘natuurlijk wel een beetje sneu is voor de arme laureaat dat niet zijn naam zal worden onthouden maar het feit dat hij degene was die won in het jaar dat ‘Grand Hotel Europa’ werd gepasseerd.’

Een beetje flauw van Pfeijffer. U moet ‘De goede zoon’ echt lezen. Het boek doet iets unieks: droogkomisch en gekruid met bizarre sciencefictionelementen het gevoel van ontworteling beschrijven dat een mens kan overmannen bij het verlies van een dierbare.

Van Essen voert een 60-jarige schrijver van plotloze romans op die net zijn moeder heeft moeten begraven. Samen met een jeugdvriend begint hij aan een autoreis naar een onbestemde plek in het zuiden. Zijn oude vriend kent het echte doel van de trip, hij niet.

De beschermende en religieuze jeugd van de schrijver uit het boek is veranderd in een wereld waarin het alziende oog van God is vervangen door dat van rokende computers en kwebbelende en vrijende auto’s. Die sciencefictiondraai is gewaagd en de Nederlander schuwt het groteske en absurde niet. Maar hij komt ermee weg als een begenadigd evenwichtskunstenaar. Ik kreeg de lach niet van mijn gezicht.

Thomas Peeters, redacteur cultuur

De tweede slaap | Robert Harris

©rv

De Brit Robert Harris mag gerust de ongekroonde koning van de historische thriller worden genoemd. Fans wanen zich in de openingsscènes van ‘De tweede slaap’ dan ook op vertrouwd terrein, als een pas ingewijde priester te paard door een middeleeuws aandoend Brits binnenland galoppeert.

Maar niets is wat het lijkt. Al snel wordt duidelijk dat het verhaal zich niet in het verleden, maar in een postapocalyptische toekomst afspeelt. In het door Harris geschetste dystopia hebben wetenschap en rede plaatsgemaakt voor religie en dogma. De opgestapelde kennis is na de instorting van onze beschaving verloren gegaan, een momentum waar een herboren kerk gebruik van maakt om haar greep op de maatschappij te herstellen.

Tegen die achtergrond onderzoekt de pas ingewijde priester de dood van een ambtsgenoot, die een verboden fascinatie met de geheimen van het verleden bleek te hebben. Stukje bij beetje ontsluimert hij een mysterie, een zoektocht die hem steeds verder van zijn religieuze lotsbestemming brengt. 

Je inleven in zo’n setting klinkt misschien als een opgave. Maar het vakmanschap van Harris gidst je vlotjes richting een spectaculair einde. Dat slot laat je achter met evenveel vragen als antwoorden, zonder dat het frustreert.

Ben Serrure, redacteur weekend

Dit is onze keuze van de beste fictieboeken van 2019. Bekijk ook de aanbevelingen voor non-fictieboeken.

De Tijd blikt terug op 2019

Lees verder

Advertentie
Advertentie