interview

‘Gesprekken kosten me energie.' ‘Mij stuwen ze net voort.'

©Karoly Effenberger

Brons behaald op de Spelen. Aan de slag in het bedrijfsleven. Perfectionistisch voor altijd. Ex-zeilster Evi Van Acker en ex-judoka Heidi Rakels vinden elkaar helemaal in de duinen van De Haan. Of toch bijna.

Vanaf hotel Auberge des Rois op de zeedijk van De Haan loopt een verhard pad de duinen in. Aan het einde kan je kiezen. Rechts voert een zandpad naar de duinen en het strand. Links gaat het bergaf richting Koninklijke Baan, waar het gebouw staat dat Heidi Rakels (51) mee heeft gevormd. We laten haar de keuze. ‘Ga maar naar rechts’, zegt ze. ‘Ik rijd er straks nog wel even langs.’

Het strand ligt er deze voormiddag opmerkelijk rustig bij. We nestelen ons met onze strandstoelen in een pan tussen twee duinen. Evi Van Acker (33) is nieuwsgierig geworden en vraagt Rakels welk gebouw zo belangrijk was dat ze hier wilde afspreken voor het interview. Rakels glimlacht. ‘Het Zeepreventorium’, zegt ze. ‘Ik was een zwak kind, had veel longontstekingen. De dokter raadde mijn ouders aan om met mij voor langere tijd naar de bergen te trekken. Dat was onhaalbaar voor het gezin, zodat ik uiteindelijk in het Zeepreventorium belandde, wat toen een kuuroord voor longpatiënten was.’

Twee vrouwen, één gesprek

Deze zomer peilen we aan de waterkant naar wat verwondert en verwart.

Volgende week: Bianca Quetz-Luzi, CEO van Raf Simons, en Ann Claes, topvrouw van JBC

‘Toen ze me hier brachten, dacht ik: ‘Leuk, naar zee, vakantie!’ Maar het werd een traumatische ervaring. Mijn ouders konden me maar om de twee weken komen bezoeken. Voor een meisje van vijf was dat keihard. Telkens als ik afscheid moest nemen, huilde ik.’

Die pijnlijke periode legde wel de basis voor haar sportcarrière. ‘We moesten constant sporten: zwemmen, turnen, door het zand wandelen. Allemaal om te leren ademhalen. Maar de patiëntjes die hier al waren, hadden al getraind en waren veel beter dan ik. Eerst vond ik dat verschrikkelijk, maar al snel haalde ik mijn leeftijdsgenootjes in. Zeker toen ik weer naar school ging en moest blijven bewegen, kreeg ik er plezier in. Ik ben altijd blijven sporten en nooit meer ziek geworden.’

Dan zijn Van Ackers herinneringen aan de kust positiever. ‘Ik zie me nog staan op het strand in Duinbergen, achter de bloemen die ik de maanden daarvoor thuis had geknutseld. We verhandelden ze met schelpjes, die we ’s morgens langs de vloedlijn gingen zoeken. Mijn vader was bloemist. Van hem heb ik de liefde voor bloemen meegekregen.’

Ook Rakels heeft iets met bloemen, zegt ze. En met golven en wind. Ze vertelt dat ze na haar carrière met windsurfen is begonnen, en dat ze over twee weken met haar vriend gaat zeilen in de VS. Met een catamaran. ‘Mijn bewondering voor zeilers is alleen maar gegroeid. Het is een fysiek zware en technisch veeleisende sport. Je moet rekening houden met de wind, je positie, de tegenstanders...’

Van Acker mag dan al twee jaar zijn gestopt, de liefde voor het water gaat nooit weg. Altijd weet ze vanwaar de wind komt. ‘Ook nu, ja. Ik heb het duingras gecheckt om te zien in welke richting het beweegt.’ Dat het perfect zeilweer is, zei ze al toen ze op de dijk arriveerde. Om meteen daarna op te merken dat de zee mooi kleurt. Niet toevallig heeft ze net een huis in Knokke gekocht. ‘Niet met zicht op zee, dat was niet te betalen.’

Terwijl Van Acker is beginnen te zeilen toen ze zes was, is Rakels pas op haar zeventiende met judo begonnen. ‘Daarvoor was ik turnster. Al kon ik door mijn grootte en mijn gewicht nooit de absolute top bereiken.’ Ze wijst naar een knobbel op de wreef van haar voet, een getuige van een zware breuk, waardoor ze twee jaar buiten strijd was en op zoek moest naar een nieuwe sport. ‘Het moest iets zijn waar je niet hoefde te springen. Het is judo geworden.’

Je kan niet blijven teren op een olympische medaille.
Heidi Rakels

Dat ze zo snel carrière maakte in haar nieuwe sport had ze te danken aan de snelheid, de kracht en de lenigheid die ze als turnster had ontwikkeld. Na enkele maanden al stelde ze zichzelf een doel: wereldkampioen worden. ‘Alleen hield ik dat voor mezelf. Een ambitieus doel hebben en daarvoor uitkomen, dat hoort niet in België.’

Rakels maakt een brugje naar Guardsquare, het bedrijf dat ze vijf jaar geleden met haar vriend oprichtte. De ontwikkelaar van software die apps beschermt tegen hackers is een van de snelste groeiers van België. ‘We begonnen enorm voorzichtig, wilden niet te snel gaan. Maar toen stapte de internetondernemer Jurgen Ingels in. Hij had net Clear2Pay verkocht voor 400 miljoen dollar en zei laconiek: ‘Guardsquare zal nog groter worden.’ Wij verslikten ons. Maar eigenlijk had hij dezelfde mindset als ik aan het begin van mijn judocarrière: ‘Je kan dat: kampioen worden.’ Als ondernemers hadden we dat nooit in onszelf gezien.’

Ook Van Acker is geprikkeld door het bedrijfsleven. Naast haar activiteiten als commentator bij zeilwedstrijden werkt ze sinds een jaar voor Energy Lab, een onderdeel van de Golazo-groep. ‘De meesten kennen ons als begeleider van professionele en recreatieve sporters, maar dat maakt slechts 5 tot 10 procent van onze activiteiten uit. De meerderheid van onze klanten zijn bedrijven die we bijstaan in het uitwerken van een gezondheidsbeleid voor hun medewerkers.’

Ageas is Van Ackers grootste klant. Voor de verzekeraar stelt ze de strategie van het corporate wellbeing-programma op, maakt ze de budgetten en regelt ze de evenementen. ‘Leuk en uitdagend. Een van onze doelen is de werknemers samen 2 miljoen kilometer te doen afleggen. Op een app kunnen ze al hun bewegingen registreren, van een marathon tot een wandeling naar de bakker. En deze weken houden we een fietschallenge, waarbij werknemers in teams van acht tot twintig mensen elke dag evenveel kilometers bijeen moeten fietsen als de renners die dag in de Ronde van Frankrijk afleggen.’

Loslaten

Allebei wonnen ze een bronzen medaille op de Olympische Spelen. Van Acker in 2012 in Londen, Rakels in 1992 in Barcelona. Als Rakels aarzelend toegeeft dat ze de medaille is kwijtgespeeld, barst Van Acker in lachen uit. ‘Allez, dat kan toch niet? Weet je, je mag altijd eens naar die van mij komen kijken. Ze ligt veilig in een kluis.’

Het zegt iets over hoe Rakels op haar carrière terugblikt. Níét, eigenlijk. Ze heeft haar leven als sportster volledig achter zich gelaten en focust tweehonderd procent op haar bedrijf. Voor Van Acker is de breuk verser: nog geen twee jaar geleden - kort na het wereldkampioenschap in Medemblik, waar ze zilver behaalde - besliste ze plots te stoppen als zeilster.

Ze geeft toe dat ze het soms moeilijk vindt haar sportverleden los te laten. ‘In het begin hield ik me er krampachtig aan vast. Je associeert je identiteit bijna volledig met hoe goed je was in de sport. Ik heb echt moeten beseffen dat ik met mijn rug naar de toekomst stond. En tijd is kostbaar, besef ik. Ik moet dus echt loslaten. Van andere topsporters hoor ik dat het afscheidsproces drie tot vijf jaar duurt. Ik heb dus wellicht nog even te gaan.’

Rakels, moederlijk: ‘Dat is inderdaad wat je moet doen: volledig loslaten. De jongste tijd word ik door het succes van Guardsquare wat vaker geïnterviewd en dan gaat het al snel over mijn sportverleden. Maar anders denk ik er echt nooit meer aan. Dat leven is voorbij. Eigenlijk vind ik het wel fijn om weer helemaal vanaf nul nieuwe stappen te zetten. Je kan niet blijven teren op je olympische medaille.’

Evi Van Acker (links): 'Ik moet nog leren tevreden zijn met goed of zeer goed.' ©Karoly Effenberger

Rakels draagt een jurk met korte mouwen en heeft haar schoenen uitgedaan. Het maakt de gevolgen van haar judocarrière goed zichtbaar. De littekens aan haar schouders, een gevolg van vier operaties. En de ietwat misvormde voet, na die zware breuk bij het turnen. Hij bezorgt haar dagelijks pijn, ze kan er niet ver mee stappen.

Hebben jullie het gevoel dat jullie veel hebben moeten missen door jullie topsportcarrière?
Rakels: ‘Ik niet. Jij bent toch ook op enorm veel plekken in de wereld geweest, Evi?’

Van Acker: ‘Ja, maar ik heb er niets van gezien, behalve de fitnesszaal en het water waarop ik zeilde. Eigenlijk zou ik nog eens moeten teruggaan om al die landen echt te ontdekken. Op topwedstrijden, zoals de Spelen, focus je alleen op je prestatie. Misschien had ik toch wat meer moeten genieten van alles wat errond hangt, ja.’

Rakels: ‘Maar die focus vind ik helemaal niet erg. Ik heb intussen geleerd dat de gelukkigste periodes in je leven diegene zijn waarin je extreem gefocust bent op een doel. Op voorwaarde dat je dat doel ook bereikt, natuurlijk. De Britse expremier Margaret Thatcher zei het ook: ‘Look at a day when you are supremely satisfied at the end. It’s not a day when you lounge around doing nothing; it’s a day you’ve had everything to do and you’ve done it.’’

Van Acker: ‘Dat snap ik. Ook van die momenten waarop ik mijn doel bereikte, had ik dus meer moeten genieten. Al was het maar een dag. Maar ik was zo perfectionistisch dat ik alweer meteen met iets anders bezig was. Ik bleef altijd gaan. Zo blaas je jezelf na een tijd op, fysiek en mentaal.’

Rakels: ‘Dat genieten van het moment heb ik intussen geleerd. Toen we vorig jaar als snelst groeiende bedrijf van België de Fast Fifty-prijs wonnen, zei iedereen dat we nog veel verder moesten geraken. Maar ik relativeerde: ‘Misschien zijn we volgend jaar wel failliet, dus laat ons nu toch ook even genieten van ons succes.’’

Heidi Rakels (51) won als judoka brons op de Olympische Spelen van 1992. Tijdens haar sportcarrière behaalde ze een master in computerwetenschappen. Van 2004 tot 2014 was ze zelfstandig softwareontwikkelaar. In 2014 richtte ze met haar vriend Guardsquare op, dat software maakt om mobiele apps te beschermen tegen hackers. Het bedrijf boekt intussen 8 miljoen euro omzet.

Evi Van Acker (33) won als zeilster brons op de Olympische Spelen van 2012. Tijdens haar sportcarrière behaalde ze een bachelor in de scheikunde en een master als bio-ingenieur. Vandaag is ze zelfstandig commentator bij zeilwedstrijden, geeft ze keynote speeches en werkt ze als accountmanagerbij Energy Lab.

Had u bepaalde dingen anders moeten aanpakken?
Rakels en Van Acker: ‘Ja, massa’s dingen.’

Rakels: ‘Net als Evi ben ik een perfectionist. Als ik voor 98 procent goed bezig ben, focus ik dus op die 2 procent die niet goed gaat. Daar word je ongelukkig van. Voor een sporter kan dat iets opleveren. Voor een bedrijfsleider niet. In die laatste 2 procent steek je zo veel tijd dat het niet meer rendabel is. Als bedrijfsleider moet je dus goed uitkijken met dat perfectionisme. Je wordt er niet alleen ongelukkig van, het is ook inefficiënt.’

Van Acker: ‘Ik ben een perfectionist, en dat zal nooit veranderen. Ik vraag altijd het beste van mezelf, en van anderen. Bij Energy Lab organiseren we evenementen. Maar het perfecte evenement bestaat niet. Vergeet het. Er loopt altijd wel iets in het honderd. Ik moet echt nog leren tevreden te zijn met goed of zeer goed. In de sport ben je omringd door mensen die ook perfectionistisch zijn, maar in het bedrijfsleven is dat niet altijd zo. Het is voor mij een uitdaging dat los te laten.’

Rakels: ‘Topsport is per definitie niet chaotisch. Een bedrijf is dat wel. En evenementen zijn een ramp op dat vlak.’

Van Acker: ‘Als ik terugkijk, zou ik wat liever voor mezelf zijn geweest. In de aanloop naar de Spelen van Peking had ik een onaangepast trainingsschema, waardoor ik compleet over mijn limieten ben gegaan. Met buikpijn, overgeven en diarree tot gevolg. Mijn vader was net gestorven en ik zat niet goed in mijn vel. Nu zouden ze dat wellicht een burn-out noemen. Als topsporter weet je niet hoelang je carrière nog duurt, en dus wil je soms te veel op korte termijn. Ik had mezelf beter soms wat meer tijd en rust gegund.’

Rakels: ‘Dat herken ik. Ik heb dat trouwens nog altijd. Nu, dat ons bedrijf zo’n succes is, is net te danken aan het perfectionisme van mijn vriend en mij. Maar datzelfde perfectionisme is ook de reden waarom ik er tot voor kort niet kon van genieten. Op een bepaald moment werd mijn dokter kwaad. ‘Stop daar toch mee’, zei hij. ‘Als jij nu in loondienst werkte, gaf ik je meteen zes weken ziekteverlof. Je speelt met je gezondheid.’’

Leidt uw perfectionisme tot overvolle werkweken?
Van Acker: ‘Ik hou het niet bij, maar ik schat dat ik vijftig tot zestig uur per week werk.’

Rakels: ‘Vroeger hield ik dat ook niet bij. Maar sinds kort wel, omdat ik mezelf heb opgelegd minder te werken: nog maar veertig uur per week. Of dat probeer ik tenminste. Want het liep uit de hand. Ik werkte te hard. Niet alleen in de week, maar ook in het weekend. Ik herinner me een zaterdagochtend waarop ik wakker werd met een to-dolijst met 32 puntjes voor het weekend.’

Kunt u zich dat voorstellen?
Van Acker: (droog) ‘Ja.’

Rakels: ‘Pas op, ik vind nog vaak dat we te soft zijn. Er is niets mis mee om gedurende een periode veel te hard te werken. Maar - en dat heb ik van mijn dokter geleerd - als je dat vijf jaar aan een stuk doet, kom je in de problemen. Zeker als er vaak taken tussenzitten die je eigenlijk niet zo graag doet, wat bij mij als CEO het geval was. Sinds begin dit jaar ben ik niet langer CEO maar voorzitter van het bedrijf, dus nu valt het beter mee.’

Ik had meer moeten genieten van de momenten dat ik mijn doel bereikte, al was het maar een dag.

Het is middag. De zon begint te branden. Rakels en Van Acker zijn niet te stoppen. Ze praten over atleten die ze kennen, over nieuwe therapieën bij de kinesist, over relaties in de sport. ‘Amai, dat wij zo hetzelfde zijn. Zouden we de reservatie voor de lunch niet verplaatsen naar de avond?’, vraagt Van Acker lachend.

Dat doen we niet. We wandelen door het zand terug naar het terras van Auberge des Rois. Rakels bestelt zeetong met frieten, Van Acker tomate crevettes. ‘Ik ben vanmorgen al om zes uur gaan sporten’, zegt ze alsof ze zich moet verantwoorden.

Als topsporters hebben ze altijd de grenzen opgezocht, ook in hun gewicht. Rakels vocht aanvankelijk in de gewichtsklasse -78. Maar omdat bondscoach Jean-Marie De Decker daar meer in Ulla Werbrouck geloofde, moest ze plots in de categorie -66 meedoen. In korte tijd moest Rakels 11 kilo afvallen. ‘Dat was zwaar, ja. Blijkbaar word je ook mentaal labiel als je minder dan 12 procent vet hebt. Ik moest vaak huilen toen. Een keer gebeurde dat gewoon toen ik gevloerd werd op training, terwijl alle mensen van het BOIC op bezoek waren. Het was net voor de Spelen, en die mensen bekeken me met ogen waarin je kon lezen: ‘Dat wordt niets met haar.’ Ergens was dat goed. Ik schaamde me, natuurlijk. Maar tegelijk dacht ik: ‘Wacht maar, de medailles worden op de Spelen uitgereikt.’ Dat gaf me net extra sterkte.’

Van Acker moest dan weer vaak bijkomen. ‘Zeker op een parcours met zwaar weer heb je genoeg gewicht nodig om de boot in balans te houden’, zegt ze. ‘Op locaties waar weinig wind werd verwacht, mocht je dan weer niet te veel wegen. En dus moest mijn gewicht altijd fluctueren, binnen een marge van 6 kilogram. Dat is niet te vergelijken met wat Heidi moest doen, maar gewicht is sindsdien wel een constante bekommernis. Nog altijd sta ik twee keer per dag op de weegschaal.’

Volgens Rakels heeft meer dan de helft van de judoka’s eetstoornissen. Ook zij heeft ze gehad. ‘Je voeding wordt zo uit balans gebracht dat je daar nooit meer van af geraakt. Je normale eetritme raakt verstoord. Ik merk dat aan kleine dingen. Als iemand met ijs trakteert op het werk, kan ik me moeilijk inhouden.’

Heidi Rakels (links): 'De gelukkigste periodes zijn die waarin je extreem focus op een doel.' ©Karoly Effenberger

Ben je als topsporter ook na je carrière niet te streng voor je lichaam? Van Acker: ‘Bij mij viel dat best mee. Ik was 250 dagen per jaar weg, meer dan tien jaar aan een stuk. Daarbij heb ik me bijna alles ontzegd. Twee weken nadat ik was gestopt, at ik voor het eerst in mijn leven een pita. Plots ging een nieuwe wereld open. Ik werd lid van een wijnclub en ging voor het eerst uit tot vijf uur, stel je voor. In het begin ging ik zes keer per week sporten, omdat ik me echt niet wilde laten gaan. Maar dat houje uiteraard niet vol.’

Rakels worstelt nog altijd met haar gewicht. ‘Als je te vaak hebt gedieet, zegt je lichaam op een bepaald moment: ik wil niet meer vermageren. Daardoor ben ik na mijn carrière veel bijgekomen, ook door de stress op het werk. Dat gewicht moest eraf.’ En dus is ze net 16 kilo kwijt, met het Pronokal-dieet van Bart De Wever.

‘Je valt daar veel mee af. Maar er is nog grote onzekerheid over de vraag of zo’n dieet zonder koolhydraten op lange termijn gezond is’, zegt Van Acker. ‘Je hersenen en zenuwcellen hebben glucose - dus koolhydraten - nodig om goed te werken. En je eet als compensatie meer eiwitten en vetten, waardoor je lever meer toxische stoffen produceert. Ook daar kennen we de langetermijneffecten nog niet van.’

Van Acker weet waarover ze praat. Tijdens haar sportcarrière studeerde ze af als bio-ingenieur, gespecialiseerd in voedingswetenschappen. Met grote onderscheiding, jawel. ‘De perfectionist in mij maakte dat ik ook daar de beste wilde zijn. Het was geen optie het niet te halen. Als ik ergens aan begin, moet ik het afwerken, en het liefst zo goed mogelijk.’

Ook Rakels combineerde haar sportcarrière met een studie. Zij studeerde af als burgerlijk ingenieur. Ook met grote onderscheiding? ‘Voor mijn examens wel. Maar mijn thesis was heel slecht, omdat ik net een schouderoperatie had. Dat stak wel wat’, zegt ze. ‘Ik was heel goed in wiskunde. En het was mijn lievelingsvak. Iedereen zei dus dat ik burgerlijk ingenieur moest studeren. Maar dan krijg je in die richting plots les over pompen, compressoren, koelmachines en aerodynamica. Dat interesseerde me totaal niet. Achteraf gezien was ik beter wiskunde, of informatica, gaan studeren. Programmeren - ook wel een vak in de opleiding burgerlijk ingenieur - was wat ik het liefste deed.’

Even stempelen

De overgang van de sportwereld naar het bedrijfsleven ging niet vanzelf voor Rakels. ‘Toen ik met judo stopte, ging ik solliciteren als informaticus. Maar geen kat geloofde dat ik als ex-topsporter acht uur per dag achter een bureau zou kunnen blijven zitten. Ze duwden me in de richting van de sales. Terwijl ik gewoon wilde programmeren.’

Ook voor Van Acker was het zoeken. ‘Mensen hadden het er moeilijk mee dat ik geen welomlijnd plan had voor mijn carrière na de sport. Iedereen in mijn omgeving had wel een idee: ‘Evi, jij moet dit doen. Evi, jij moet dat doen.’ Ik wilde gewoon zelf mijn weg zoeken, en mezelf herontdekken. Daarom heb ik loopbaancoaching gevolgd, bij iemand die me niet kende.’

Het was ook wennen aan de vrijheid. ‘Als topsporter is je agenda strikt gepland. Op 1 januari weet je hoe de volgende vier jaren eruitzien. EK’s, WK’s, de Spelen, de selectiemomenten, de trainingen, de bestemmingen, het ligt allemaal vast. Toen dat wegviel, vond ik dat beangstigend. Vrienden zeiden dat ik in een luxepositie zat, dat ik jong was en kon doen wat ik wilde. Op reis gaan en zo. Maar voor mij was het moeilijk. Ik wilde gewoon weten wat ik de volgende dag moest doen. Je vraagt je af of het beste van je leven niet al achter de rug is. Je moet dus nieuwe doelen stellen. Dat is uitdagend. Heb ik de juiste skills? Ga ik hetzelfde bereiken als mijn vrienden, die intussen een mooie job of een eigen bedrijf hebben?’

Rakels vertelt dat ze even moest stempelen toen ze stopte met judo. ‘Ik vond dat vernederend. Van de ene op de andere dag was ik werkloos. Jarenlang had je overdreven gefocust op een hoger doel, en plots voelde het alsof je daarvoor werd gestraft. Ik leerde in die periode een nieuwe programmeertaal, waarna ik als zelfstandige informaticus aan de slag ging.’

Nadien richtte ze met haar vriend Guardsquare op, dat snel groeide toen bleek dat hun software mobiele apps op Android en iOS kon beschermen tegen hackers. Vandaag boekt het bedrijf 8 miljoen euro omzet. En onlangs kreeg het nog een boost door de intrede van het Amerikaanse fonds Battery Ventures voor 29 miljoen euro.

Blijkbaar word je ook mentaal labiel als je minder dan 12 procent vet hebt. Ik heb vaak moeten huilen toen.
Heidi Rakels

Van Acker luistert geboeid naar het groeiverhaal. Ziet ze zich ooit een bedrijf beginnen? ‘Ik heb veel energie en ben ondernemend. Maar zou het voor mij als persoon verstandig zijn? Het ontbreekt me nog aan zelfvertrouwen. En ik ben misschien toch té perfectionistisch. Ik zou me constant druk maken. Ik zou van te veel dingen wakker liggen ook. Nee, ik ben er niet klaar voor.’

‘Ik denk dat je dat nooit bent’, zegt Rakels. ‘Als ondernemer heb je het voordeel dat je een enorme vrijheid hebt. En een verantwoordelijkheid. Je leert veel bij. Dingen ook waarvan je altijd hebt gedacht dat je ze niet kan. Je steekt in België veel op van bedrijven die al wat verder staan. Bij ons is dat het databedrijf Collibra. Morgen hebben we een telefoonconferentie met de oprichter, Felix Van de Maele, die ons adviseert. Met alle problemen die we de jongste tijd niet opgelost kregen, kunnen we bij hem terecht.’

Collibra is de eerste Belgische unicorn, een startend bedrijf dat meer dan 1 miljard euro waard is. Gaat Guardsquare dezelfde kant op? ‘Waarom zou je per se een unicorn willen worden? Als sporter is het gemakkelijk hoge doelen te stellen: het gaat alleen om jezelf. In een bedrijf werk je met veel mensen samen. Je belast dus ook anderen met een doel dat alleen in geld uit te drukken is. Mijn vriend en ik blijven ingenieurs, en willen dus vooral een goed product maken. In het begin waren we enorm risicoavers. Daarom is het goed dat er nu Amerikaanse investeerders aan boord zijn. Die zijn ambitieuzer en willen meer risico nemen.’

Zijn de verschillen tussen het sport- en het bedrijfsleven groot? Van Acker vindt van wel. ‘Als sporter ben je gewend elke dag feedback te krijgen, positieve en negatieve. In het bedrijfsleven kunnen mensen slecht om met kritiek. Als iemand tegen mij zegt dat ik iets niet goed doe, denk ik: ‘Ah, oké, nu kan ik het beter doen.’ Maar veel mensen denken: ‘Allez, wat zegt die nu?!’ In de sport wordt meer en beter geëvalueerd dan in het bedrijfsleven.’

Rakels geeft toe dat ze moeilijk kritiek verdraagt. ‘Ik ben in het judo te vaak irrationeel bekritiseerd geweest, ook door mijn trainers. Sindsdien denk ik altijd dat er een impliciete boodschap achter zit als iemand opmerkingen maakt.’

Het is 15 uur geworden. Bij de koffie en de thee ontdekken de twee alsnog een wezenlijk punt van verschil. Als Rakels vertelt dat ze tijdens haar sportcarrière een beetje als een einzelgänger werd gezien, beginnen de twee hun scores op een persoonlijkheidstest te vergelijken. Besluit: Rakels is introvert, Van Acker extravert.

‘Ik vind dit gesprek oprecht leuk, maar het kost me energie’, zegt Rakels. ‘Straks rijd ik dus uitgeput naar huis. En de rest van de dag praat ik wellicht met niemand meer. Mijn vriend is net zo. Wij zijn echte computernerds, ja. Dat zie je ook in ons bedrijf. Normaal is slechts 30 procent van de bevolking introvert, op onze werkvloer is dat meer dan 50 procent.’

‘Dat is dan het eerste grote verschil tussen ons’, zegt Van Acker. ‘Ik haal mijn energie net uit gesprekken. Ze stuwen me voort. Al vond ik mijn leven in de sport soms makkelijker dan mijn leven nu. Ik kan ook doodop zijn. Soms ben ik er gewoon een meester in dat te verstoppen. Maar deze ontmoeting geeft me alvast energie.’

Rakels lacht. ‘Mij ook. Goed te weten dat er nog perfectionistische zielen in de wereld zijn. En nog eens met de neus op de feiten te worden gedrukt: we zijn te streng voor onszelf.’

Advertentie
Advertentie