‘Maar de natuur is sterker. Die wint altijd.'

©Karoly Effenberger

Ooit dronken ze samen in een Gents café en gingen ze dansen met de jongens. Maar meisjes worden vrouwen en bijna veertig jaar later zitten Liesbeth Van de Velde en Marianne Hoet aan de Schelde. Schoonheid is hun vak, in lingerie en kunst.

God weet wie de rivier hier ooit legde, maar Wikipedia weet hoe dit Bornemse gehucht zijn naam kreeg. Buitenland, hoe mooi klinkt dat? En je moet er niet ver voor rijden: even voorbij een bordje richting Woestijnstraat (een industriepark), een straat in die Roddam heet, en dan gewoon de dijk volgen.

Liesbeth Van de Velde (57) is moeder van vier kinderen, woont met haar man in Waasmunster en studeerde rechten in Leuven. Vijf jaar werkte ze bij Kredietbank. In 1990 ging ze aan de slag in het familiebedrijf Van de Velde, de lingeriefabrikant. Vandaag is ze er Head of Brands & Design van Marie Jo en PrimaDonna.

Marianne Hoet (56) is Gentse en dochter van Jan Hoet. Ze woont met haar man in Antwerpen en heeft drie kinderen. Na rechtenstudies in Gent ging ze aan de  slag als private banker. Tot 2008. Toen begon Hoet bij het veilinghuis Christie’s. Na een sabbatjaar begon ze bij Phillips, ook een veilinghuis. Haar officiële titel is er Deputy Chairwoman, Europe and Senior Specialist, 20th Century and Contemporary Art.

 

Liesbeth Van de Velde (57) suggereerde de plek. Ze kent het water in Temse en omstreken goed, al woonde ze jaren in Sint-Niklaas en nu in Waasmunster. Veel rust daar en hier, en amper een halfuur naar het hoofdkantoor van de lingeriefabrikant Van de Velde in Wichelen. ‘Ik rijd tegen de file in’, zegt ze. ‘Dat is een fijn halfuurtje met de radio aan.’ Later zal ze vertellen dat ze intussen ook podcasts heeft ontdekt, en zo onder meer naar Bart Van Loo’s ‘De Bourgondiërs’ luisterde.

Voor bourgondiërs, zonder hoofd-letter, is dit geen slechte plek. Toevallig opent een man zijn voordeur van een huisje vlak bij de dijk. Hij heet Leo Hellemans en was tot zijn pensioen drie jaar geleden, na een lange journalistieke carrière, gedelegeerd bestuurder van de VRT. ‘Lange tijd was hier een mandenmakerij’, vertelt hij. ‘Er stonden wat huisjes en Hugo Schiltz (de in 2006 overleden minister van Staat, red.) was een van de eersten die hier een buitenhuisje hadden. Hij woonde op de hoek. Ja, het is hier rustig. Je kan iets eten in L’Etranger. Doe Kaaiman de groeten!’

Terwijl we nog even op Marianne Hoet wachten, vertelt Van de Velde al hoe ze elkaar vroeg in de jaren tachtig voor het eerst zagen. Ze zaten op school in Gent: Marianne bij ‘de blauwtjes’ van Sint-Pieters en zij bij ‘de groentjes’ van Sint-Bavo. ‘Voor de leerlingen van de laatste jaren van het middelbaar werden danslessen georganiseerd met de jongens van het Sint-Lievenscollege en van Sint-Barbara. Dat was op vrijdagavond en eindelijk mochten we jongens zien. Voordien gingen we samen drinken in ’t Vliegend Peerd, een café in Klein Turkije.’ Het café is lang weg. De naam werd Infinity. Ook de Bierkelder, Stoopken en De Platte Beurs zijn weg.

Maar het verleden gaat nooit weg, en dus kussen ze op de wang. ‘In al die jaren kwamen we elkaar eens toevallig tegen op een etentje’, zegt Marianne Hoet (56), die haar dochter Pauline heeft meegebracht. ‘En enkele jaren geleden belde Liesbeth me met de vraag om curator te worden van het kunstplatform Wilford X. Ik heb niet zoveel tijd, maar uiteindelijk kregen we het idee om op een termijn van twee jaar enkele mensen uit verschillende takken van de kunstwereld een tentoonstelling te laten organiseren samen met een jonge artiest. De eerste werd gemaakt door Philippe Van Cauteren van het S.M.A.K. Nadien volgden onder meer docent Peter De Cupere, Benedicte Goesaert van Zeno X, Berlinde De Bruyckere als kunstenares en ik vanuit het commerciële circuit.’

We zijn meteen bij de kunst, en een beetje bij de zakenwereld van Van de Velde die - samen met onder meer beeldend kunstenaar Karl Meersman en Dirk Blommaert van Avia in Temse en vier anderen, achter Wilford X zit. Ze zitten in het (herbouwde) huis waar vroeger het hoofdkantoor zat van de rederij die het Waasland met Antwerpen verbond. Vlakbij organiseerde Jan Hoet, Mariannes vader, in 1990 Ponton Temse. Dat was toeval. ‘Wilford X is een privé-idee, een vzw die kunst koestert en mensen met kunst wil laten kennismaken buiten het circuit van de galerijen. Eigenlijk is het idee een forum te geven aan meestal jonge kunstenaars. Met ondernemers heeft het niets te maken.’

De Schelde stroomt ondertussen ongestoord door. Uit Temse waaien klanken over het water. ‘Privaat’, zegt een bordje dat leidt naar een ponton en naar een bootje met Buitenland en Balthazar op de boeg. Er is nog veel zon. Als de eigenaar van het bootje de foto’s bij dit verhaal ziet: ja, uw poortje stond open. Het was er goed zitten. Maar eerst at Hoet in L’Etranger een maatje en Van de Velde een kroket van krab. Nadien praatten we. Over toen, bijvoorbeeld. En over dromen.

Van de Velde: ‘Ik weet nog waar ik van droomde: ik wilde geneeskunde studeren. Dat kwam door enkele boeken die ik had gelezen. Een ervan was ‘De mensenmakers’, een boek uit 1978 van Vance Packard. Het ging over genetische manipulatie en over het klonen van dieren. Toen al. Dat fascineerde me. En als ik geneeskunde was gaan studeren, wilde ik vooral onderzoek doen. Achteraf kan je zeggen dat ik dat in mijn huidige job ook een beetje doe. Altijd zoek ik iets waarin ik me kan vastbijten. Iets waarmee ik in de diepte kan. Maar op school raadden ze het me af. De wiskunde en de fysica zouden te zwaar zijn. Ze maakten me bang genoeg om het niet te doen. Ik ging rechten studeren.’

Hoet: ‘Natuurlijk interesseerde kunstgeschiedenis me. Ik ging dus naar de infodagen aan de universiteit. Maar mijn vader (Jan Hoet, de in 2014 overleden curator en onder meer de eerste directeur van het S.M.A.K in Gent, red.) had laat gestudeerd. Ik was al zes toen hij zijn diploma haalde, en als kind was ik meegegaan naar zijn afspraken met proffen en assistenten. Ik kénde die dus allemaal en dat schrikte me af. Bovendien dacht ik: ‘Ik zal hier zitten als de dochter van Jan Hoet, in Gent berucht en beroemd. Daar had ik als 18-jarige geen zin in. Wat zou ik in die wereld doen, een wereld waarin mijn vader zo aanwezig was? Ik had zin in anonimiteit. Ik ben rechten gaan studeren.’

De twee citaten sluiten af met dezelfde zinnen. Ze gingen rechten studeren. Van de Velde in Leuven, ‘met het idee ooit iets in de magistratuur te doen, of voor de jeugd’. Hoet in Gent. ‘Dat was heel idealistisch. Ik was altijd zeer begaan met mensen en als advocaat wilde ik helpen.’

Geen van beiden werd het, ze deden zelfs geen stage. Nog studerend kwamen banken studenten verleiden met jobaanbiedingen. En zo belandde Van de Velde bij Kredietbank en Hoet bij Generale Bank.

U zei net dat u zin had in anonimiteit. Hoezeer moest u allebei vechten tegen die naam? Hoet was een naam in Gent, Van de Velde was een naam in de lingerie. Misschien wilde u daarom niet in het bedrijf?

Liesbeth Van de Velde: ‘Toen was dat nog een kleine kmo. De omschakeling naar een modebedrijf en de groei kwamen pas in de jaren tachtig. In Leuven kende niemand Van de Velde, zelfs in Gent amper iemand. Alleen in Schellebelle misschien, ja. Maar wij maakten geen mode. Het was een productbedrijf van korsetten en bh’s, zonder merken. Toen ik na vijf jaar bij de bank vroeg om toch in het bedrijf te komen werken, raadde mijn vader dat zelfs af. ‘Zou je dat wel doen, als vrouw? Je gaat die goede job in de bank toch niet opgeven?’ Nu is hij blij, omdat ik een deel van zijn job heb overgenomen. Hij is mijn leermeester geweest.’

Marianne Hoet: ‘Met mijn vader heb ik altijd een goede band gehad, maar ik zou níét met hem kunnen samenwerken. (lacht) Dat zou niet gewerkt hebben. Mijn vader was geen gemakkelijke. Iemand die erg veeleisend was, ook voor zijn kinderen. Altijd en constant met kunst bezig: je merkte het zelfs niet meer, zozeer was alles in dat leven kunst. Pas op, hij was er voor ons. Maar om ons professionele pad te effenen? Nee, daar was hij niet mee bezig.’

Wat was het cadeau dat ze u gaven?

Van de Velde: ‘Mijn oudste broer was tien jaar ouder. Hij was de creatieveling die Marie Jo startte: frivole lingerie. Maar mijn vader wilde dat die frivole lingerie ook goed zat. Het moest een goed product zijn. Dus elke zondagavond, voor ik naar mijn kot in Leuven vertrok, moest ik een uur lang al die artikelen doorpassen. Nu was het niet ongewoon dat er bij ons bh’s rondslingerden, maar toch: mij interesseerde dat niet zo. Maar ik was het pasmodel voor veel bh’s, en die drang naar technische perfectie leerde ik toen.’

Mijn vader was geen gemakkelijke. Iemand die erg veel eisend was, ook voor zijn kinderen.
Marianne Hoet

Hoet: ‘Toen ik in 2008 toch in de kunstwereld terechtkwam (ze ging aan de slag bij veilinghuis Christie’s, red.) bleek dat ik veel meer van hem had geleerd dan ik zelf besefte. Je raakt ervan doordrongen. Als ik vandaag een kunstwerk zie, zie ik hoe het is gemaakt, waarom de kunstenaar het zo deed, welk foutje er eventueel in een werk zit. Dat komt door hem. Toen ik al 25 was, was ik enorm onder de indruk van een atelierbezoek aan David Hammons in New York. Maar als kind al zag ik Mario Merz (Italiaans beeldend kunstenaar die in 2003 overleed, red.) zijn werk opstellen in het Museum voor Hedendaagse Kunst. Mijn vader was enorm betrokken, hij belééfde dat, ging helemaal op in die leefwereld. En zo begreep ik hoeveel kunstenaars met hun werk bezig zijn.’

Van de Velde: ‘In de auto zei mijn vader wel voortdurend: ‘Kijk eens naar dat gras. Wat een mooie kleuren daar.’ Voor mij was dat allemaal groen.’

Hoet: ‘Echt? Mijn vader zei net hetzelfde: ‘Kunst kan er nooit aan tippen. De natuur is altijd sterker. De natuur wint altijd.’ Zelf was ik totaal niet creatief. Mijn enige kunstwerk ooit, het enige wat ik zelf tekende, was de menukaart van mijn communie. (giert) Maar ik heb ze wel nog!’

Of er een link is tussen kunst en lingerie, weet ik niet. Wat juiste lingerie met vrouwen doet, weet ik wel.
Liesbeth Van de Velde

Ze hebben intussen zelf kinderen. Grote. Van de Veldes vier kinderen zijn tussen 31 en 23. Twee studeerden economie, eentje communicatiemanagement en nog een architectuur. Hoet heeft twee zonen, van 26 en 18. De oudste is theatermaker en acteur, de jongste zit nog even in het secundair. Pauline, 24, volgt stil het gesprek. Zij studeert orthopedagogie. Al die paden zijn weggeslingerd van die van hun moeders en vaders. Er schiet een bootje over de Schelde, ergens zal het aanmeren of desnoods terugkeren. Het is een mooi beeld voor Hoet en voor Van de Velde en voor hun kinderen: het leven beslist zelf.

Toen we overweegden u samen te brengen, was schoonheid de link waaraan wij dachten. Die in de kunst en die van het vrouwenlichaam.

Van de Velde: ‘Of er een link is tussen kunst en lingerie, weet ik niet. Al zijn we allemaal met verhoudingen bezig. Wat juiste lingerie met vrouwen doet, weet ik wel. We lezen dat af in de quotes: ‘Wow, dit doet iets met mij.’ Iemand schreef me: ‘You make me feel the top of the world.’’

‘Met Marie Jo, Andres Sarda en PrimaDonna hebben we drie merken. Maar de grootste feedback krijgen we op PrimaDonna. Dat is logisch. We beginnen daar met een C-cup en zitten nu al aan een J-cup. De volgende stap is de K-cup. Vrouwen met zulke maten haatten het lingerie te kopen, omdat het pure frustratie was. Lingerie was altijd al iets voor kleine maten, tot C. Mijn broer Karel voelde dat wie groter nodig had, het moest stellen met zwart, wit of natuur. Het recept van Marie Jo heeft hij in functionele productie gestoken. Hij was de eerste om ook modieuze producten aan die grote maten aan te bieden. Dan spreken we wel van 1990.’

Hoet: ‘Op zich is dat ook kunst, maar natuurlijk een andere vorm. Toch zie ik gelijkenissen in onze jobs: het gaat er altijd over te blijven zoeken naar het bedienen van onze klanten. Bij mij is dat met kunst, maar Phillips (het veilinghuis waar ze sinds 2017 werkt, red.) is ook een commercieel bedrijf. Dan kan je niet alleen op de korte termijn werken. Vorige week brachten we een meesterwerk van Luc Tuymans in veiling. Phillips dacht mee om dat op een academische manier te brengen, met teksten erbij, niet puur commercieel. Op voorhand dacht ik al na welke mogelijke mensen interesse konden hebben en op de veiling konden die mee bieden.’

Hoe uitzonderlijk was die verkoop van Tuymans’ werk eigenlijk? In The New York Times stond een verslag van die veiling, maar hij werd niet vermeld. Zegt dat iets? Bijvoorbeeld dat wij hem belangrijker vinden dan de wereld?

Hoet: ‘Het werk van Tuymans heeft een sterke primaire markt via Zeno X en David Zwirner. Voor de tweede markt, de onze, is dat veel moeilijker. Veel belangrijke werken van Tuymans zitten bij grote verzamelaars en musea die niet snel geneigd zijn te verkopen. Dus er komt niet zoveel werk van zeer hoge kwaliteit van hem op veilingen. ‘Schwarzheide’ (het schilderij uit 1986 dat die avond voor 1,35 miljoen euro van eigenaar verwisselde, red.) is dat wel. Het was een uitzonderlijke kans om een meesterwerk van Tuymans te verwerven. Maar hij is niet de allerduurste kunstenaar van de wereld. Wel een van de duurste Belgische kunstenaars wereldwijd. Net als Michaël Borremans.’

Hangt er een Tuymans aan uw muren? Een vroeg werkje misschien?

Van de Velde: (lacht) ‘Néé! Al heb ik wel een beetje de microbe van mijn vader geërfd. In de jaren zeventig verzamelde hij veel, als het te betalen was. Zo heb ik een litho van Christo met daarop een ingepakte vrouw. Die kocht ik 25 jaar geleden van mijn vader. Toen we trouwden, kreeg ik een litho van Corneille. Die hangt nu bij mijn dochter, maar die zal terugkomen. Toen we zes jaar geleden verhuisden, heb ik Marianne nog eens gebeld. Ik wilde een schilderij kopen van Manolo Valdés, een Spaanse kunstenaar, maar ik wilde wel eerst haar advies.’

Hoet: ‘Het is een mooi voorbeeld van hoe iemand met een coup de foudre koopt. Het gaat om de liefde voor het werk. Ik ga vaak bij mensen thuis, dan begrijp je goed wat ze zoeken en wat bij hen past. Dat is daarom niet per se iets wat aan hun muren past. Er zijn ook mensen die niets aan de muur hangen.’

©Karoly Effenberger

Die kunst kopen als belegging?

Hoet: ‘Dat is iets anders. Daar vind ik trouwens niets mis mee. Het ene sluit het andere niet uit. Je kan een werk kopen omdat je het heel mooi vindt. Maar ik begrijp dat als je 500.000 euro uitgeeft, dat je dan wel nadenkt over het feit of je dat geld ooit eventueel nog kan terugzien. Eigenlijk is het automatisch beleggen.’

‘Wat ik bedoelde, is dat sommige mensen gewoon verzamelaars zijn. (glimlacht) Postzegelboeken zitten ook in de kast. Er zijn verzamelaars van kunstenaars die in de diepte willen verzamelen, maar die er niet tussen willen leven. Ik ken mensen die een schilderij van de Duitse schilder Anselm Kiefer in hun storage hebben zitten. Verzamelen zit in je hoofd. Dat is iets heel speciaals.’

‘Met de schilders waar je van houdt, krijg je op den duur een lange geschiedenis, tot je op het laatst niet meer weet wanneer en waarom het precies begonnen is’, schreef Cees Nooteboom in ‘De omweg naar Santiago’.

Hoet zag veel werk vroeg binnenkomen. Ja, ze heeft wel het geluk een werkje van Tuymans te hebben. ‘En een paar tekeningen van Panamarenko’, zegt ze. ‘Mijn vader kocht vaak werk en dan moesten we ‘onze ceintuur’ dichttrekken zodat hij het kon kopen. Ik dacht altijd: ‘Dat ga ik nooit doen.’ Maar ik geef toe dat ik het ook al deed. Toen hij met die tekeningen van Panamarenko thuiskwam, was ik 14. Hij zei: ‘Jullie zouden dat best al met jullie spaarcentjes kopen.’ Dat heb ik gedaan.’

Van de Velde: ‘Ik kom nog dagelijks bij mijn ouders thuis. Mijn vader is 95, mijn moeder 89 en elke middag gaan mijn zus en ik bij hen eten. Ze wonen intussen opnieuw in Schellebelle, in het eerste huis dat ze bouwden bij de firma. Eigenlijk zijn ze niets veranderd, het lijkt alsof alles er nog is zoals toen ik 35 jaar geleden vertrok om te trouwen. En aan hun muren hangen nog altijd dezelfde schilderijen.’

Tiens, die moeders. Van de Veldes moeder is afkomstig uit Lier - ‘Heel mijn leven hoorde ik dat dat de beste stad was’ - maar volgde haar liefde William Van de Velde naar - ochot - Schellebelle. ‘Daar reed amper een auto, bij de slager vond ze niet wat ze in Lier had. Ze speelde piano, studeerde twee jaar musicologie in Leuven, maar gaf dat allemaal op om mijn vader te volgen.’

Mariannes moeder is 79. ‘Spijtig genoeg lijdt ze sinds een jaar aan dementie, en woont in een home. Ze had heel veel verdriet van de dood van mijn vader, nadien ging ze elke dag naar zijn graf op Campo Santo. Ze spreekt nog altijd veel over hem. Ze bevraagt hem elke dag. Ze moet hem ongelooflijk graag gezien hebben. Hij haar ook trouwens. Onze generatie zou a priori zijn leven niet verdragen en zeggen: ‘Bij mij was het geen waar geweest.’ Maar dat is een heel domme uitspraak. Je wéét dat niet. Toen ik weleens met hem discussieerde, zei mijn vader: ‘Wat weet jij nu van ons, als koppel?’ Hij had gelijk. We kunnen daar niets van zeggen.’

Jullie moeders volgden jullie vaders. Gisteren werd bekend dat Christine Lagarde voorzitter van de Europese Centrale Bank wordt en dat Ursula von der Leyen voorzitter van de Europese Commissie wordt. Hoe belangrijk vindt u dat als vrouw?

Van de Velde: ‘Die vraag had ik verwacht. Met Marleen Vaesen hebben we een vrouwelijke CEO, en daar krijgen we enorm veel positieve reacties op.’

Ik zou nooit een job willen omwille van positieve discriminatie.
Liesbeth Van de Velde

Hoet: ‘Maar heb je je daar ooit zelf vragen bij gesteld? Ik hoor al heel mijn leven hoe belangrijk dat is...’

Van de Velde: ‘Nee, natuurlijk niet. En ik zou zelf nooit een job willen omwille van positieve discriminatie. Ik denk ook niet dat ik ooit al ervaren heb dat ik geen kans kreeg omdat ik vrouw ben. Maar we waren een familiebedrijf met voordien alleen mannelijke CEO’s. Het verschil is: onze huidige CEO dráágt ons, en ik krijg feedback over wat wij maken. Vroeger was dat onmogelijk. Ik vind haar ook teamgerichter.’

Hoet: ‘Bij Phillips zitten veel vrouwen in het management. De CEO is een man, maar onze chairman Cheyenne Westphal is eigenlijk even belangrijk. Maar zij wilde ‘chairwoman’ heten. (glimlacht) Dat ben ik dus sinds kort ook: chairwoman. Zelf had ik daar nog nooit over nagedacht. Omdat ik het nooit ervaren heb als een probleem.’

Van de Velde: ‘De nadruk op het feit dat twee van die Europese topfuncties naar vrouwen gingen, vind ik overigens overdreven. Is dat nu zo belangrijk? Als de beste kandidaten mannen waren, waarom zouden zij het dan niet worden? In de westerse wereld krijgen vrouwen toch volop kansen?’

Hoe wij met vluchtelingen omgaan, verwart en frustreert me.
Marianne Hoet

Hoet: ‘Absoluut. Alleen vond ik het, ook als je in de bank voor een kredietcomité een dossier moest verdedigen, niet altijd prettig als daar alleen mannen zaten. Maar belangrijker nog vind ik diversiteit. In de kunstwereld zijn we er nog niet, er zijn nog te weinig mensen van vreemde origine. Maar diversiteit is ook: homo’s, jongeren, ouderen... Ik vind het belangrijk jonge mensen aan te trekken. Maar ik vind het ook belangrijk dat oudere mensen van tachtig nog niet worden afgeschreven.’

Hebt u er ooit al aan gedacht uw talenten, uw ondernemerschap en uw menselijke kwaliteiten in te zetten voor iets anders? Voor een goed doel, bijvoorbeeld? Of een ngo? U ziet wat er in de wereld gebeurt.

Hoet: ‘Ik was eens te gast bij Cinemaximiliaan in Brussel, een platform waar met vluchtelingen en nieuwkomers wordt gewerkt via de filmwereld. Mensen die in verschillende centra verblijven, in afwachting van een definitieve regeling, worden betrokken. Dat vind ik fantastisch, want hoe wij met vluchtelingen omgaan, verwart en frustreert me. Ik heb het moeilijk met deuren sluiten, dat komt door mijn opvoeding. Ik vind het bijzonder verwarrend om te zien dat daar zo’n groot probleem van gemaakt wordt.’

Hoe komt dat?
Hoet: ‘Iedereen is angstig. En angst is een slechte raadgever. Maar ik wil geloven dat bijvoorbeeld iets als Cinemaximiliaan, maar ook projecten voor psychiatrische patiënten waar ik me al voor inzette, baat hebben bij kunst. Dat je met kunst iets in gang kan zetten.’

Bijna niemand bij Van de Velde is van vreemde origine. Dat vind ik jammer.
Liesbeth Van de Velde

Van de Velde: ‘Ooit sprak An Nelissen, de actrice, ons aan. Ze vroeg bh’s om aan vrouwen in verschillende Afrikaanse landen te geven. Veel van die vrouwen zijn onderdrukt en hebben niets om een goed gevoel te krijgen. Van de Velde bestaat dit jaar honderd jaar en we zijn volop bezig de waarden van ons bedrijf te herdefiniëren. Uiteraard zijn vrouw, sociaal en sustainability daarin van belang. Er is overproductie en er zijn overschotten en ik vind het erg om te vernietigen of producten aan dumpingprijzen weg te doen. Liever geven we het dan zelf aan mensen die we dan zo geluk schenken.’

Is de politiek iets wat u überhaupt bezighoudt? Misschien hebt u het gewoon te druk met zakendoen.

Van de Velde: ‘Een bedrijf als het onze heeft altijd veel met vrouwen gewerkt, vandaag is dat nog altijd 80 procent. Maar bijna niemand is van vreemde origine. Dat is jammer. Wellicht komt dat ook door onze omgeving. We zitten in Wichelen en trekken vooral regionaal mensen aan. Dat zouden we graag anders zien. Het moet toch beter georganiseerd kunnen worden dat mensen die van elders komen de juiste kanalen vinden, goede opleidingen krijgen voor deze jobs en zo beter op ons bedrijfsleven afgestemd worden?’

Hoet: ‘Veel van die mensen zijn goed opgeleid, dat zag ik bij Cinemaximiliaan. Ik begrijp niet dat er geen werk van gemaakt wordt om ze meer kansen te geven.’

Het land ligt ook stil. Misschien wel langer dan 541 dagen.

Hoet: ‘In mijn sector voel ik daar niet veel van.’

Van de Velde: ‘Wij ook niet. (herpakt zich) Ik heb te snel geantwoord. Voor de tewerkstelling, voor het sociaal beleid en voor wetten die er moeten komen, is het natuurlijk een ramp. (denkt even na) Eigenlijk is het ergste dat we er zo apathisch tegenover staan.’

Hoet: ‘We denken dat het wel weer lang zal duren en we doen gewoon verder. Dat kan eigenlijk niet.’

Van de Velde: ‘Het gaat meer over de verdeling van postjes en niet over het grote geheel. Zelfs als de kiezer het moeilijk heeft gemaakt, moet je toch aan oplossingen denken? Stel je voor dat dit het bedrijfsleven was...’

Hoet: ‘Dat klopt, maar je kan het moeilijk vergelijken. Bij ons zijn er geen verkiezingen.’

Toen Hoet vertrok bij Christie’s en naar concurrent Phillips trok, volgde een verplicht sabbatjaar. Dat kwam door een niet-concurrentiebeding in haar contract: ze móést een jaar pauze nemen, Christie’s betaalde haar daarvoor. Ze reisde veel, naar Cuba onder meer, ademde diep in en leefde met goede zorg voor man en

kinderen. Van de Velde werkt al tien jaar vier vijfde. Het kan, in haar job. Al geeft ze toe: op zo’n vijfde dag leest ze mails en gaat ze soms professioneel shoppen. ‘We hebben een doorlooptijd van achttien maanden. We zijn nu bezig met de winter van ’20-21. Je moet bij blijven.’

Het is niet zo slecht om daar in Buitenland over te praten. Op het jaagpad passeren fietsers, alleen, in duo en dan in een grote groep. De laatste renner rijdt in een retrotruitje van Kas, een Spaans limonademerk, je voelt de komst van de Tour tot hier zinderen.

Maar zij niet. Een dag later vertrekt Hoet op vakantie naar Puglia. Er gaan boeken in de koffer mee, fictie las ze altijd al graag. Onlangs nog ‘De eenzaamheid van de priemgetallen’ van Paolo Giordano, toen ze jong was las ze Hugo Claus, ‘Eline Vere’ van Couperus, Max Havelaar zelfs. ‘En ‘De hut van oom Tom’ en ‘Kruistocht in spijkerbroek’’, glimlacht ze. Het waren de jaren dat Charlie Chaplin boven haar bed hing. Ondertussen, in Schellebelle, luisterde Van de Velde naar de muziek die haar acht jaar oudere broer Herman haar leerde kennen: Leonard Cohen, kleinkunst van Jaap Fischer. Wie kent die nog? ‘In ’t Vliegend Peerd draaiden ze die niet’, glimlacht Hoet. ‘Daar speelden ze The Human League.’

Mensen die naar u kijken, zien succes. Maar er bestaat ongetwijfeld ook tegenslag. Hoe gaat u daarmee om?

an de Velde: ‘Ik ben een gelukskind, denk ik. Mijn ouders leven nog, mijn kinderen stellen het goed. Twee weken geleden verloor ik wel mijn schoonzus, de enige zus van mijn echtgenoot. Dat was een zwaar moment. Dan helpt bij mij muziek. Liefst zware, Cohen bijvoorbeeld. Mijn man begrijpt dat moeilijk: ‘Zo word je toch nog triestiger?’ Maar ik zoek zwaarte op om met zwaarte om te gaan.’

Hoet: ‘27 jaar geleden verloor ik mijn eerste kindje, na een voldragen zwangerschap. Dat is natuurlijk tegenslag. Andere mensen kunnen zich daar niet in inleven, en ik verwijt dat ook niemand. Dat kan je niet verwachten. We denken veel te kunnen, maar we kunnen ook weinig.’

‘Er kwamen nog tegenslagen, soms heel dichtbij. Mijn schoonbroer overleed. Mijn vader. De dood vind ik heel confronterend, dan word ik heel fragiel, zeker omdat hij in een periode veel te dichtbij kwam. Dat belet je toch anders te leven. Tegelijk ben je niet de enige met tegenslag. Dat wil ik altijd voor ogen houden. Je bent niet alleen met tegenslagen. En ze horen ook bij het leven.’

Blijft u toch altijd vier kinderen hebben, dan?

Hoet: ‘Zeker. Maar ik voel dat niet verdrietig aan. Dat eerste kindje is altijd bij mij. (glimlacht) Als mijn andere kinderen het uithingen, dacht ik altijd: ‘Maar jij bent ook bij mij.’’

Volgende week: onderneemster en ex-judoka Heidi Rakels en zeilster Evi Van Acker

Lees verder

Advertentie
Advertentie