interview

‘Met genialiteit alleen bouw je geen business uit'

Ann Claes (links): 'Ik hou ervan als jonge medewerkers een tikkeltje arrogant zijn.' ©Cedric Gerbehaye

Ann Claes is topvrouw van de Belgische confectieketen JBC en introvert. Bianca Quets Luzi is CEO van het luxueuze mannenmerk Raf Simons en extravert. Maar als ze over mode praten, klinken ze unisono nuchter.

Twee vrouwen, een gesprek.

Deze zomer peilen we aan de waterkant naar wat verwondert en verwart.

Volgende week: theatermaakster en Dagen Zonder Vlees-initiatiefnemer Alexia Leysen en klimaatactiviste Anuna De Wever

 

Op zonnige dagen is het koppenlopen op het strandje van De Plas in Houthalen, een zwemvijver en watersportgebied in het noorden van Limburg. Maar op deze grauwe julidag heeft alleen een Chirogroep zich in het zand neergevlijd, rond een boombox die housebeats spuwt. ‘Die zijn zeker komen zwemmen om eens goed te douchen’, zegt Ann Claes (54) lachend. Als moeder van vier intussen volwassen kinderen weet ze hoe die dingen gaan.

Bianca Quets Luzi (42) kijkt om zich heen, terwijl ze haar grote zonnebril in haar witte Prada-tas opbergt. ‘Het is 28 jaar geleden dat ik hier nog ben geweest. Om te surfen alleen. Want als kind bracht ik de zomers door in het vakantiehuis van mijn ouders aan de Adriatische kust, vlak bij Rimini.’ Luzi groeide op in Genk, op een kwartiertje van hier. Maar intussen woont en werkt ze al jaren Antwerpen. ‘Ik heb de gps gebruikt om hier te geraken.’

©Cedric Gerbehaye

De twee begroeten elkaar hartelijk, en een tikkeltje nieuwsgierig. Hoewel ze allebei hun wortels in Limburg hebben en top zijn in de modesector, hebben ze elkaar nooit eerder ontmoet.

Claes draagt een wikkeljurk met panterprint en sandaaltjes. Als mede-eigenaar van de Belgische confectieketen JBC verdeelt ze haar tijd over de hoofdzetel in Houthalen en de producenten in China, Bangladesh en Oost-Europa. Met 221 miljoen euro omzet is JBC, in 1975 opgericht door haar vader Jean-Baptiste Claes, de derde confectiespeler van het land. Ze runt het samen met haar broer Bart, die CEO is.

Luzi draagt een geblokte Prada-jas, een mannenhemd met punkprint van Raf Simons en Tabiboots, de iconische ‘hoefschoenen’ van Martin Margiela. Ze begon haar carrière bij die laatste, een kennis van haar ouders. Intussen werkt ze al meer dan tien jaar voor de Belgische topontwerper Raf Simons, die creatief directeur was bij Jil Sander en Dior. Hij nam Luzi mee als ‘wingwoman’ naar Calvin Klein in New York, tot hij er vorig jaar de brui aan gaf bij het Amerikaanse huis. Luzi leidt zijn kleine, gelijknamige label, met 11 miljoen euro omzet en 13 medewerkers.

Luzi is van Italiaanse origine, een kleindochter van mijnwerkers. Op haar 18de trok ze naar het stadje Urbino in de Marche om er economie te studeren en Italiaans te leren. ‘Thuis spraken we Nederlands, ik kende maar een paar woorden Italiaans. In het begin van mijn carrière kwam het wel van pas, de Italiaanse fabrikanten spreken amper Engels. Zelfs de jongste generatie bakt er weinig van.’

Claes is zelfs Chinees gaan studeren om met de fabrikanten van JBC te kunnen communiceren. ‘Na een halfjaar avondles, drie uur per week op maandagavond, reisde ik voor het eerst naar China. Fier als een gieter probeerde ik mijn eerste woordjes uit. Ze verstonden er niets van’, zegt ze lachend.

Intussen heeft JBC een kantoor in China, met eigen, Chinese mensen. ‘Ik neem ze mee als ik op fabrieksbezoek ga. Ze vertellen me wat wordt gezegd én wat wordt bedoeld. Een Chinees wil in een zakelijke relatie geen gezichtsverlies lijden. Ze zullen nooit een fout toegeven of zeggen dat ze iets niet kunnen maken. Het duurt even voor je dat doorhebt. Dan zit je te wachten op stukken die nooit komen.’

‘De Italianen zijn net omgekeerd’, zegt Luzi. ‘Die zeggen meteen: ‘Wat jullie vragen, is onuitvoerbaar.’ We moeten hen constant motiveren: het kan wel, probeer het gewoon. Als je van een standaardmaat afwijkt, snappen ze het niet. ‘Dat is geen blazer meer’, zeggen ze dan. In de week waarin ze de stukken voor de show maken, gaan wij naar Italië om naast hen te zitten. Anders kijken ze naar de tekeningen van onze ontwerpen en denken ze: ‘Dit is wat Raf wil, maar technisch hoort het zo.’ En dan doen ze hun eigen ding. Hun smaak is zeer klassiek.’

Heel wat luxemerken produceren ook deels in lagelonenlanden. Waarom verkiest u Italië?
Luzi: ‘Toen ik bij Raf begon, was de productie uitbesteed en werd een deel in Roemenië gemaakt. Maar als je zulke prijzen vraagt, moet je de allerhoogste kwaliteit bieden.’ (het hemd dat Luzi draagt, wordt verkocht voor 771 euro, red.)

‘Ik heb op een bepaald moment een dissectie van een Roemeense blazer gedaan en naast een Italiaans stuk gelegd. Zo kon ik aantonen: de epauletten zijn anders, ze plakken de voering aan elkaar in plaats van ze te stikken, ze gebruiken geen kamelenhaar, wat belangrijk is voor de pasvorm. Je ziet wel degelijk het verschil. Toen zijn we overgeschakeld.’

Ik heb mijn ouders altijd hard zien werken, dat vormt je.
Bianca Quets Luzi
CEO van Raf Simons

‘High fashion is niet duurzaam. Je betaalt veel geld en volgend jaar wil je toch een nieuw paar schoenen, of een nieuwe handtas. Ik ga niet tegen de mensen zeggen dat ze moeten stoppen met kopen. Aan het einde van de maand moet ik ook de lonen betalen. Maar dan wil ik wel de beste kwaliteit bieden, met kleine fabrikanten die wij goed kennen en die correct worden betaald. Een blazer van Raf Simons is na vier jaar even mooi. Ik hoop dat hij nog veel langer gedragen wordt.’

Claes: ‘Ik twijfel er niet aan dat bepaalde luxemode haar prijs heeft. Maar er zijn ook mensen met een kleiner budget, en dus moeten die stukken verder weg worden gemaakt. Chinezen willen ook werken, die willen hun kinderen ook naar school kunnen sturen zodat ze kunnen opklimmen. Als je in China, India of Bangladesh op de juiste manier werkt, met een correcte verloning, sociale bescherming en een juist aantal werkuren, sta je mensen toe iets op te bouwen.’

Luzi: ‘Heb je de omstandigheden ter plaatse zien evolueren?’

Claes: ‘Er is een groot verschil tussen China, waar de overheid een sterke grip heeft, en een land als Bangladesh. Daar ben je afhankelijk van de goodwill van individuen.’

‘Toen wij in 2001 in China begonnen, vertelden we de producenten dat we kinderarbeid niet tolereerden. Ik had niet de indruk dat het doordrong. Tot ik zei dat ik elke maand een gegarandeerde bestelling kon beloven, op voorwaarde dat ze in ons verhaal meestapten. Toen werd het voor hen interessant. Ze kunnen pieken en dalen opvangen en weten dat wij niet voor een prijsverschil van 2 cent naar een concurrent overstappen.’

‘Ik kan me niet uitspreken over hoe de prijsbrekers het doen. Dat weet ik niet. Wij zitten niet aan de bodem van de markt. Wij maken geen T-shirts voor 2 euro.’

Klanten staan rijen dik bij Primark aan te schuiven om voor enkele euro’s een kledingstuk te kopen. Hoe hard gaat de race to the bottom?
Claes: ‘Ik zie polarisering: klanten die bij Action winkelen, en klanten die zich verzetten tegen de afvalberg. Ik wil geloven dat er ook mensen zijn die kledingstukken weer gaan appreciëren, die niet elk seizoen een zak kleren naar de container brengen.’

Ook voor luxemerken is het niet vanzelfsprekend: er zijn nog amper onafhankelijke Belgische ontwerpers. Raf Simons is de uitzondering.
Luzi: ‘Er is een groot verschil tussen vrouwen- en mannenmode. Vrouwenmode is big business. Je moet vier collecties per jaar maken. Voor mannen zijn dat er vaak maar twee. Een broek is een broek, dat kan je niet blijven heruitvinden. Onze collectiekosten zijn dus minder hoog. Een man koopt ook anders dan een vrouw: minder frivool maar loyaler.’

‘Maar goed, Raf is de enige van zijn generatie die alleen mannenmode maakt en overleeft. Rafs merk is zijn visitekaartje, ik zie het als een investering. Dankzij zijn eigen merk is hij bij Jil Sander, Dior en Calvin Klein kunnen beginnen. Maar de samenwerkingen met merken als Adidas en Eastpak betalen de rekeningen.’

De bvba achter Raf Simons is kerngezond: er is 2 miljoen winst, een marge van bijna 20 procent.
Luzi: ‘Toen ik het in 2010 overnam, vielen de lijken uit de kast. De boekhouding was een ramp. De licentiehouders hielden betalingen achter, er was geen transparantie. Ik moest mensen ontslaan. Op een bepaald moment zaten we nog met drie op kantoor. Terwijl de shows even belangrijk bleven, en de collecties even groot. We hebben echt zwarte sneeuw gezien.’

Ik ben nooit uit het raam gekropen om uit te gaan. Saai, hè?
Ann Claes

Hoe hebt u het aangepakt?
Luzi: ‘Ik vond het spijtig dat zoiets moois zou moeten stoppen door een financieel probleem. Het was moeilijk, maar oplosbaar. Ik ben open geweest tegen de fabrikanten en de klanten. Ik zei: ‘Raf is wel een grote naam, maar eigenlijk zijn we failliet. Als je met ons verder wil, hebben we voorafbetalingen nodig.’ Ze hebben ons gesteund, van het luxewarenhuis Barney’s in New York tot een klein winkeltje in Griekenland. Die relaties zijn nog altijd fantastisch. Raf heb ik zo weinig mogelijk betrokken in de miserie. Die moest vooral creatief zijn. Kort daarna zat hij bij Dior.’

Moet u vaak nee zeggen tegen hem?
Luzi: ‘De uitgaven voor collecties en shows kunnen altijd minder.’

Claes: ‘Geen bloemen in ijsblokken, zoals bij Dries Van Noten?’ (lacht)

Luzi: ‘Bij Dior in Parijs kon het atelier in twee weken tijd een hele collectie in elkaar stikken. Raf verwachtte soms dezelfde ambitie van onze eigen fabrikanten. Dan moet ik zeggen: ‘We zitten nu 300 kilometer verder. Back to reality.’

‘Als we naar de fabrikanten in Italië gaan, logeer ik samen met mijn zusje - die als studiomanager voor ons werkt - bij mijn ouders. We vliegen met Ryanair. Dat drukt de kosten. Ik vind nog altijd dat we te veel kledingstukken maken, ik moet Raf echt afremmen. Soms stelt hij voor het zelf te betalen. Ik leg dan uit dat dat niet kan, dan klopt de boekhouding niet. Elk seizoen hebben we die discussie. Nu, het is geven en nemen. Als je altijd nee zegt, breekt de relatie. Als hij het een meerwaarde vindt om twintig extra jongens voor de show te gebruiken, dan gun ik hem dat. Ook al betekent dat 30.000 euro meer.’

Claes: ‘Het is ook mooi, zo’n droombeeld kunnen neerzetten.’

Luzi: ‘I love my job. Ik zou niets anders willen doen. Maar het is niet altijd evident met creatieve genieën te werken. Met genialiteit alleen bouw je geen business uit.’

Moet u ook vaak in de clinch gaan met uw broer Bart Claes, de CEO van JBC?
Claes: ‘We hebben geleerd het oneens te zijn en toch te blijven praten. Als je zo lang kan samenwerken, is er veel respect. We weten allebei goed waar JBC voor staat en wie onze klant is. De discussie gaat over de uitvoering: hoe ver ga je mee in de mode, hoe groot is de prijselasticiteit, welke investeringen doen we in e-commerce? Welke schoenen horen in de folder bij een kledingstuk? Voor mij moet dat plaatje helemaal kloppen, Bart is daar geruster in. We zien andere dingen.’

Is het gemakkelijker om te discussiëren met familie?
Claes: ‘Ik kan hard zijn en mijn mening zeggen, de volgende dag is Bart nog altijd mijn broer. Bij iemand die geen familie is, ligt dat toch anders.’

Luzi: ‘Inderdaad. Tegenover een collega zal ik mijn mening voorzichtiger verwoorden dan tegenover mijn zus. We hebben ook iets van een familiebedrijf. Rafs ouders komen elke week op kantoor, Raf is peter van mijn oudste dochter. Het werk loopt in het weekend ook gewoon door.’

Bianca Quets Luzi (links): 'Ik heb mijn ouders altijd hard zien werken, dat vormt je.' ©Cedric Gerbehaye

Claes: ‘Dat is het nadeel: het stopt nooit. We spreken soms af in het weekend om bij te praten over zaken waar in de week geen tijd voor is. Als het je eigen zaak is, is het 24 uur per dag en zeven dagen per week.’

Let JBC ook zo streng op de kosten?
Claes: ‘Je moet met geld omspringen alsof het uit je eigen portemonnee komt. Vliegen is op een stoeltje zitten, dus wij vliegen economy en we boeken op tijd. We zijn een prijsbewuste keten, wij doen geen gekke dingen. Mijn vader heeft ooit in de krant gestaan terwijl hij overal in het magazijn de lichten ging uitdoen.’

Luzi: ‘Dat doe ik ook elke avond.’

JBC zag zijn omzet twee jaar op rij dalen. Vorig jaar was er een verlies van 1,6 miljoen euro. Hoe gaat het nu?
Claes: ‘Het is moeilijk in de retailmarkt, en voor kleding in het bijzonder. Mensen kopen minder kleren. Ze willen citytrips maken, een gsm, Netflix. Er wordt veel online gekocht, bij buitenlandse bedrijven. En er is een prijzenslag aan de gang, met Primark en Action, die op de allerlaagste prijs zitten. Dat maakt het veel moeilijker onze omzet te blijven draaien. Er is veel leegstand in de stad, ik ben benieuwd hoe het evolueert. Dit is nu eenmaal de realiteit waarin we ons staande moeten houden. Vroeger is voorbij.’

JBC staat bekend om zijn vele winkels langs de invalswegen. Worden dat er op termijn minder?
Claes: ‘Ik heb geen glazen bol. Online groeit sterk, maar we zien dat de klant via verschillende kanalen shopt: online of in de winkel. De klant maakt geen onderscheid.’

Is de shift naar online niet onomkeerbaar ingezet?
Claes: ‘Wie weet het? Niemand kent het eindpunt. Over vijf jaar kunnen we misschien zeggen: zo zit het. Het kan nog alle kanten op. Het is hard werken voor het hele team. Er zijn mensen die al dertig jaar bij ons in dienst zijn, die vechten elke dag even hard en denken na over mogelijkheden om te verbeteren, om bij te schaven. We blijven knokken, maar het is knokken.’

Denkt u, in uw worstcasescenario, dat JBC misschien geen zestig wordt?
Claes: ‘Nee. (ironisch) Hoe zou ik mezelf dan motiveren om elke dag te gaan werken?’

Ik heb het iemand eens horen zeggen: ‘Het is gemakkelijker een man aan te nemen.’
Bianca Quets Luzi

Wie mode zegt, denkt aan glamour. Aan mensen met geld en eeuwige schoonheid. Maar uit het verhaal van Luzi en Claes spreekt vooral nuchterheid. Er is een stijlverschil. Claes is bedachtzaam en afwachtend, en gaat soms in het defensief. Ze vindt zichzelf introvert. Luzi heeft aan een vraag genoeg om een rist anekdotes op te dissen. ‘Hoe kwam ik hier ook weer bij?’

Mode wordt gedreven door vrouwen. Toch zitten op de beslissende posities bijna alleen mannen. Hoe komt dat?
Claes: ‘Een man zei me eens: ‘Er worden veel dingen beslist op het toilet.’ Dat vond ik confronterend. Want daar kom ik niet, natuurlijk. Mannen kennen elkaar, pakken samen een pint, zijn ‘one of the guys’.’

Luzi: ‘Ik heb het eens iemand horen zeggen: ‘Het is gemakkelijker een man aan te nemen.’ Mensen gaan ervan uit dat het de vrouw is die sneller thuisblijft als een kind ziek is, of dat zij minder gaat werken. Maar het moet toch om de capaciteiten gaan, en niet om het geslacht.’

Claes: ‘Een zwangerschap betekent drie of vier maanden thuisblijven in een mensenleven. Waar hebben we het in godsnaam over? Een man kan ook ziek worden of een been breken. Bij ons is het geen issue. Wij werken met 85 procent vrouwen.’

Luzi: ‘Wij zijn zelfs met 90 procent vrouwen. Maar in high fashion bots je nog vaak op de mentaliteit: you do it my way. We beginnen als de inspiratie komt, en dan gaan we door. Dat is een fantasie. Je kan ook van negen tot vijf efficiënt werken.’

Toeval of niet, zowel Claes als Luzi is een kind van zelfstandigen. De ouders van Luzi hadden een viswinkel en een groothandel. Ze groeide op tussen emmers vol ijs en de geur van javel. ‘Ik heb mijn ouders altijd hard zien werken. Dat vormt je.’

Claes stapte al op haar 19de in het bedrijf, nadat ze was gestopt met haar studie economie. Later haalde ze in avondonderwijs een bachelor. ‘Ik was nog zo jong, ik heb heel even overwogen iets anders te gaan doen. JBC had nog maar drie winkels, ik vroeg mij af of het wel genoeg zou zijn. Maar kijk waar we nu staan. Dat vind ik zo leuk aan dit werk: het verandert voortdurend, er zijn altijd nieuwe dingen om op in te spelen.’

‘Kijk maar naar de opmars van e-commerce en sociale media’, zegt Luzi.

Raf Simons heeft geen webshop. Is dat een keuze?
Luzi: ‘We hebben vorig jaar voor het eerst een eigen, tijdelijke webshop geopend. Die was geen groot succes, maar ik denk dat e-commerce noodzakelijk is. Op vlak van sociale media was Raf niet echt IT-minded. Ik heb hem een jaar of drie geleden moeten uitleggen wat Instagram was. Hij zei: ‘Bianca, interesseert het u wat andere mensen posten?’ Hij had een punt, maar ik zag in dat het voor een bedrijf echt impact kon hebben. Ik heb toch een Raf Simons-account geopend, en we hebben 900.000 volgers. Onlangs zei Raf: ‘Zeg, er staan te weinig berichten op onze Instagram.’ (lacht) Toen heb ik me toch even kwaad gemaakt. Intussen beseft Raf wel hoe belangrijk sociale media zijn.’

Hoe belangrijk zijn sociale media voor JBC?
Claes: ‘De klant die meteen wil hebben wat een influencer draagt, zit niet recht in onze doelgroep. Wij werken alleen met lokale influencers, zoals jonge mama’s. Als mensen een gezin stichten, beginnen ze meestal aan JBC te denken. Dan wordt budget opeens belangrijker, en duurzaamheid. Wij leggen wel elke maand nieuwe stukken in de winkel. Soms heb je een trend goed mee, soms mis je iets. Maar natuurlijk zetten we in op sociale media. De klant vindt het leuk en gebruikt het.’

‘In de wachtzaal bij de dokter zie je vandaag iedereen op zijn gsm zitten, ook al moeten ze maar vijf minuten wachten. Mijn kinderen kijken niet naar tv en lezen geen kranten, maar zijn beter geïnformeerd dan ik. Ze halen alles uit hun gsm.’

Het klinkt alsof u dat niet allemaal positief vindt.
Claes: ‘Tegenwoordig krijgen ook jongeren al burn-outs, omdat ze constant met hun gsm bezig zijn en niet meer kunnen afschakelen. Op sociale media is het altijd vakantie, is het eten altijd lekker en zijn er altijd feestjes. Dat is het leven toch niet? Voor mij in elk geval niet. Het leven is hard werken en af en toe genieten. Constant geconnecteerd zijn vervormt je beeld.’

Ann Claes (54) stapte in 1984 in JBC, de confectieketen die is opgericht door haar vader. Ze is verantwoordelijk voor de inkoop, haar broer Bart is CEO. Ze woont in Zonhoven.

Bianca Quets Luzi (42) groeide op in Genk. Nadat ze voor de modehuizen Martin Margiela en Dirk Bikkembergs had gewerkt, ging ze in 2008 voor de ontwerper Raf Simons aan de slag. Sinds 2014 is ze CEO van zijn gelijknamige label. Ze woont en werkt in Antwerpen.

Luzi: ‘Op sociale media zie je van de modewereld alleen de party’s, de shows en de sterren die door de grote merken betaald worden om op de eerste rij te zitten. Maar de realiteit is: je nagels kort knippen om al die dozen open te doen, veel uren kloppen, lang in het buitenland zitten. Toen ik bij Martin (Margiela, red.) begon te werken, heb ik maanden in Milaan bij een gezin ingewoond. Ik werd niet betaald, en later maar een beetje. Het was pure passie. Ik moest nog leren. Ik wist ook niet waar de anderen mee bezig waren. Je was totaal niet geconnecteerd.’

Geeft u zelf veel geld uit aan kleding?
Luzi: ‘Wat is veel?’ (lacht)

Claes: ‘Relatief gezien geef ik niet zoveel uit. Ik heb wel geleerd plezier te beleven aan een mooi stuk. Er zijn dingen die al tien jaar in mijn kast hangen.’

Draagt u alleen JBC?
Claes: ‘Wij maken vooral casual kleding. Voor een speciale gelegenheid kom ik weleens bij Dries Van Noten of Essentiel. Ik probeer Belgisch te kopen. En tijdloos.’

Zelfs Dries Van Noten heeft zijn bedrijf verkocht, aan de Spaanse groep Puig. Blijft JBC onafhankelijk?
Claes: ‘Zoals het er nu naar uitziet wel. België is klein. Hoe kan je hier een bepaalde schaalgrootte halen? Stel dat wij in de VS waren begonnen, dan spraken we niet over 130 maar 1.300 winkels. Elk land waar wij naartoe gaan, is groter dan het onze.’

De avonturen in het buitenland waren niet altijd een succes.
Claes: ‘In Tsjechië kwamen we twintig jaar te vroeg. Ze bekeken ons alsof er een ufo was geland. In Nederland hebben we het ook geprobeerd, maar daar zijn ze extreem prijsbewust. In Duitsland, waar we wel nog winkels hebben, kunnen ze mooie details en afwerking wel appreciëren.’

Hoe belangrijk is de thuismarkt voor Raf Simons?
Luzi: ‘De Benelux is geen goede markt. We staan sterk in Japan, Engeland, de VS. Al kan je ook daar niet op rekenen. Nu heeft Barney’s het weer heel moeilijk, zo’n grote naam. Maar de meeste van onze kleding wordt toch online verkocht, via onze verdelers.’

De zon heeft zich door het wolkendek gewerkt, de jassen kunnen uit. De Chiro verzamelt haar troepen en ruimt de boombox op. Luzi vertelt over haar eerste liefde, de politiek. Ze werkte voor de liberaal Patrick Dewael toen hij minister van Binnenlandse Zaken en vicepremier was, en zetelde voor Open VLD in de gemeenteraad van Genk. ‘Al op mijn 16de wilde ik de wereld verbeteren. Naar Brussel, naar de Wetstraat, de politiek in.’

‘Zo moet je ook beginnen’, zegt Claes. ‘Als jongere heb je geen ervaring, je moet het hebben van drive en motivatie. Ik hou er wel van als jonge medewerkers een tikkeltje arrogant zijn. Ze moeten toch op z’n minst geloven dat ze het beter kunnen.’

Was u ook zo idealistisch op uw 16de?
Claes: ‘Op mijn 15de had ik mijn eerste vriendje, hij is de vader van mijn kinderen geworden. Hij was wielrenner. Dat heeft een grote impact op je leven, maar daar sta je op dat moment niet bij stil. Ik ben nooit uit het raam gekropen om uit te gaan. Saai, hè.’

U bent vast ook al eens voor de politiek gevraagd. Hebt u het ooit overwogen?
Claes: ‘Waarom zou ik?’

©Cedric Gerbehaye

Luzi: ‘Om het verschil te maken.’

Claes: ‘Kan dat in de politiek? Ik ben een doener. Ik heb het idee dat het in de politiek niet snel gaat. Ik weet ook niet of ik het zou kunnen. Ik probeer dingen te veranderen op mijn werk: verantwoord ondernemen, hoe we met onze mensen omgaan. Dat is ook een vorm van engagement.’

Luzi: ‘Het boeit me nog altijd ontzettend. Ik was teleurgesteld in de verkiezingsuitslag, in de hoge score van extreemrechts. Ik ben kleinkind van immigranten, ik was een allochtone. Mij heeft dat niet gehinderd. Al herinner ik me hoe ik samen met mijn neefje, die meer Belg is dan ik, wel eens ben geweigerd in discotheken. Dat laat sporen na. Onlangs zei iemand nog tegen mij: ‘Ik hou van Italië, maar Chinezen moet ik niet hebben.’ Vreselijk.’

Claes: ‘Ik maak me zorgen over het uiteenlopende kiesgedrag in Vlaanderen en Wallonië. Ik begrijp wat Bianca zegt, maar de kiezer heeft een signaal gegeven. Je kan nu je hoofd in het zand steken, maar ik verwacht van de andere politieke partijen dat ze hun ogen openen. Mensen zijn gefrustreerd en voelen zich machteloos.’

Luzi: ‘Het is ook lastig. Het is 2019 en er zijn veel daklozen, mensen die onder de armoedegrens leven. Het succes van de extreme partijen, links of rechts, toont dat het niet goed gaat. Maar we mogen ons niet bang laten maken door negativisme.’

We gaan een stukje over de zandpaden tussen de naaldbomen wandelen. De sfeer wordt haast mediterraans.

Luzi is onder de indruk als ze hoort dat Claes vijf marathons uitliep. ‘Ik ben totaal niet sportief, dat is een frustratie. Ik deed vroeger aan ballet. Een paar jaar geleden heb ik het opgepikt. Maar na een paar maanden werd ik zwanger en was het weer gedaan.’

Ik hou ervan als jonge medewerkers een tikkeltje arrogant zijn.
Ann Claes
Mede-eigenaar van JBC

Lopen is haar uitlaatklep, zegt Claes, al is ze nu aan het recupereren van een longontsteking en moet ze het verplicht rustig aan doen. ‘Drie maanden heb ik amper kunnen bewegen, om gek van te worden. Als mijn man en ik gingen wandelen met de hond, kon ik hem niet volgen. Ik ben mezelf een paar keer tegengekomen, ja.’

Ze geeft toe: die ontsteking had er zeker mee te maken dat ze te lang te hard was doorgegaan. ‘Lange dagen, reizen, niet recupereren. Normaal probeer ik de rust in de weekends wel te bewaken. Maar er is ook zoveel te doen.’

Luzi herkent het patroon. ‘Mijn man en ik heb jaren geprobeerd kinderen te krijgen. Ik heb de hele medische winkel doorlopen. De dokters konden niets vinden. Op een bepaald moment was ik het beu elke dag hormonen in te spuiten. Ik borg mijn kinderwens op. In die periode liep het moeilijk bij Raf Simons: we maakten ons los van de licentiehouder en werden een onafhankelijk bedrijf. Ik werkte keihard. Jaren later, toen het veel beter liep, ontdekte ik na een lange zakentrip in Japan dat ik zwanger was. Helemaal natuurlijk.’ Ze heeft intussen twee dochters. ‘Je lichaam is een instrument dat je dingen probeert te vertellen. Dat heb ik toen wel geleerd.’

Heeft ze ook geleerd haar grenzen te stellen? Ze lacht uitbundig. ‘Mijn deur staat altijd open. Alles komen ze me vragen. Dat gaat van de aankoop van twee speldenknoppen tot Raf die een idee komt bespreken. Ik heb geen grenzen.’

Claes knikt. Dat herkent ze.

Advertentie
Advertentie