interview

‘Nog altijd wordt gedacht dat vrouwen te weinig rede hebben'

Virginie Saverys (links): 'Ik werd hard omdat ik ontgoocheld geraakt in mensen.' ©Cédric Gerbehaye

Te veel wijn is slecht voor ons brein. Maar professor en alzheimerexperte Christine Van Broeckhoven en Virginie Saverys klinken graag. En praten, glas Avignonesi van de wijnmaakster in de hand.

We zitten eerst waar ooit de zee woonde, maar waar dijken haar terugdrongen. Die dijken kregen namen: Kalvekeetdijk, Kragendijk, Graaf Jansdijk. Die laatste verwijst naar Jan zonder Vrees, en dat past wel bij Christine Van Broeckhoven en Virginie Saverys. Als het niet zo’n stom cliché was, stond hier nu dat ze sterke vrouwen zijn. Nu staat het er toch, excuses, vergeet de vorige zin.

Het is zo’n warme avond in juli. De agenda’s vielen samen met de liefde voor de zee. Knokke, waar Saverys een huisje heeft, is niet zo heel ver van Wenduine, waar Van Broeckhoven een appartement heeft. ‘Als ik buiten het seizoen in Knokke of in het Biarritz van Max (Max de Zarobe, haar Frans-Baskische partner die vanavond in stilte hapjes en wijn serveert, red.) rondloop, zie ik veel oude mensen’, zegt Saverys. ‘Volgend jaar word ik zestig en dan zie ik mezelf, over tien à twintig jaar, achter zo’n rollator. Ik vraag me af of ik dat leuk ga vinden, alles trager moeten doen.’

‘Maar ik ben al 66’, zegt Van Broeckhoven. ‘Niet iedereen gaat trager leven, hoor. Als ik in Wenduine ben, ga ik graag op het strand lopen. Wat ik me dan telkens afvraag, is waarom niet iedereen dat doet. Je moet echt positief blijven leven. (lachend) Als je 95 bent, kan ik zo’n rollator begrijpen. Maar toch niet vroeger?’

Twee vrouwen, een gesprek.

Deze zomer peilen we aan de waterkant naar wat verwondert en verwart.

Volgende week: Mvslim.comoprichtster Hanan Chaloukki en politica Sihame El Kaouakibi

 

En ze gaat verder: ‘Als prof ga je met pensioen als je 65 wordt. Uitzonderlijk kan dat verlengd worden. Maar als wetenschapper stop ik natuurlijk niet. Waarom zou ik? Er is geen enkel bewijs dat ik een slechtere wetenschapper ben en dat ik minder produceer. Ik ben geen directeur meer (van het Centrum voor Moleculaire Neurologie van het Vlaams Instituut voor Biotechnologie, red.) en daar ben ik geweldig blij om. De administratie werd me te veel. Als ik geen prof meer zal zijn, mag ik wel blijven werken. Ik kreeg al vragen vanuit Amerika, daar moet ik over nadenken. Je bent maar zo oud als je wil zijn en ik heb eigenlijk nooit een job gehad. Het was altijd mijn passie.’

Hoe begin je over wat verwondert en verwart, de ondertitel van deze serie zomerse gesprekken. Je kan, bijvoorbeeld, vragen naar hoe ze werden wie ze geworden zijn. Dat worden twee verhalen.

Eén: Christine Van Broeckhoven had een vriendje dat, toen zij in 1971 moest kiezen wat te studeren en aan geneeskunde dacht, zei: ‘Waarom zou je niet voor laborante gaan?’ Nu zegt ze: ‘Toen ik dat aan mijn vader zei, keek hij even op en antwoordde: ‘Als je vier jaar naar de hogeschool kan, kan je ook vier jaar naar de universiteit.’ Hij had gelijk. Ik had twee broers en twee zussen, het hele huis stond vol boeken en nooit werd gezegd dat we voor dat boek te jong waren of ‘dat we maar meisjes waren’. In die tijd zag je vaak dat een dokter met een verpleegster trouwde, een piloot met een stewardess of een advocaat met een secretaresse.’

Twee, Virginie Saverys: ‘Mijn moeder werkte altijd zelf en ook wij mochten alles lezen. Ik was 15 en las drie boeken van Colette. Toen zei ze wel: ‘Lees nu ook eens iets anders.’ Toen ik uit de boekenlijst van de lerares Engels ‘Lady Chatterley’s Lover’ (een roman van D.H. Lawrence, red.) koos, vond ze dat nog niet nodig op die leeftijd, maar ze verbood het niet. Alleen met ‘Madame Bovary’ (van Gustave Flaubert, red.) moest ik wachten tot ik 17 was.’

Waarom vertellen ze dit? Om te tonen dat ze allebei, als jonge meisjes, stimulansen kregen. In nieuwsgierigheid. In vertrouwen. In dankbaarheid. In opkomen en vechten. In kansen krijgen en nemen.

‘Aan tafel werd nooit over koetjes en kalfjes gepraat, het ging altijd over business’, zegt Saverys, dochter van Philippe Saverys, de man van onder meer de Compagnie Maritime Belge en de scheepswerven van Boel. ‘Mijn vader beweerde dat onze interesse om zelf in de zaak te stappen daar ontstond. Aan die tafel. En ik geloof dat. Een kind in de slums in Manilla zal het veel moeilijker hebben een carrière uit te bouwen, maar in België hebben we geluk met ons scholensysteem. Een kind van een beenhouwer krijgt in principe dezelfde kansen als een kind van een rijke man. Maar ze moeten natuurlijk worden gestimuleerd. (lacht) En dus klaag ik niet dat mijn ouders aan tafel niet geïnteresseerd waren in verhaaltjes over de Tiny-boekjes die ik net had gelezen.’

Van Broeckhoven: ‘Een tafel is belangrijk, en die stimulansen inderdaad ook. Mijn grootvader vroeg altijd: ‘Hoe was uw rapport?’ Na het middelbaar werd ik geselecteerd voor de London International Youth Science Fortnight (een twee weken durend seminarie over wetenschappen, red.). En natuurlijk, met al die 18-jarigen, werd in de rand een schoonheidswedstrijd georganiseerd. Ik werd tweede. Tegen de blonde Zweedse die won, kon ik natuurlijk niet op! (schatert) Maar ik was fier en kreeg een fles Veuve Clicquot. Toen ik dat met veel trots aan mijn grootvader ging zeggen, riep die: ‘Hoe durf je dat te doen!’’

Aan tafel waren mijn ouders niet geïnteresseerd in verhaaltjes over de Tiny-boekjes die ik net had gelezen.
Virginie Saverys

U was allebei jong in de jaren zestigzeventig, de tijd van de oorlog in Vietnam, Woodstock en bij ons de Joepie. Had u grote inspiratiebronnen?
Van Broeckhoven: ‘Dat heb ik nooit gehad. Er zijn mensen die heel goed doen wat ze doen. Maar opkijken naar zo iemand? Ik heb nooit naar iemand opgekeken en ik zou niet weten waarom ik dat zou moeten doen. Ik discussieerde graag met professoren, om niet te zeggen dat ik er ruzie mee maakte. (lacht) Natuurlijk kan ik mensen appreciëren en bewonderen voor wat ze doen. Iemand als Nelson Mandela, bijvoorbeeld. Maar ik heb nooit een poster boven mijn bed gehangen. (lacht) Zelfs de foto van mijn vriendje niet.’

Saverys: ‘Ik evenmin. Bij vriendinnen zag ik wel posters van zangers, maar dat had mijn moeder nooit toegelaten.’

Ooit praatten we met Saverys op haar terras van haar huis in San Giovanni d’Asso, bij Montalcino, vlak bij haar wijndomein Avignonesi. Slotzin was deze: ‘Ik heb voldoende schrammen opgelopen om karakter te kweken.’ Ze zei ook: ‘Ze noemen me een bitch. I’m proud to be one.’

Later zaten we bij Van Broeckhoven aan haar bureau in Campus Drie Eiken van de Universiteit Antwerpen. Zij zei: ‘Niemand zal me nog kwetsen. (...) Altijd is er een gevechtsmodus en altijd denk ik: ‘Wat heeft die van mij nodig?’’

Hard dus. En bitcherig.
Van Broeckhoven: ‘Onlangs realiseerde ik me tijdens een interview dat ik geen vrienden heb. Toen pas. Ik werk, en ik praat niet over de laatste mode of over de kinderen.’

‘Ben ik hard? Als je in een leidinggevende functie zit, moet je leiding geven. Van vrouwen verwachten ze dat niet. Nog altijd denken ze dat vrouwen te emotioneel zijn en weinig rede hebben. Ik merk het in vergaderingen. Een vrouw begint en als ze niet snel genoeg haar punt maakt, gaan ze na drie woorden over haar heen.’

‘Ik ben in Antwerpen geboren en ben dus heel frontaal: boef-boef-boef. Maar als je leiding geeft aan 45 mensen, móét dat ook. Bij die 45 zijn wel veel vrouwen. Niet omdat ze vrouw zijn, maar omdat ze goed zijn. De prikklok, die nog bestond, heb ik afgeschaft. Ik evalueer mensen op prestaties. En als vrouwen met kinderen vroeger weg moeten, compenseren ze dat altijd.’

Saverys: ‘Hoe word je een bitch? (glimlacht) Als kind had ik al een slecht karakter, al noemden ze me in de familie van mijn vader ‘la charmante’. Maar ik werd hard omdat ik ontgoocheld geraakte in mensen. Ik geloofde iedereen en ben van nature zeer vrijgevig. Mensen maakten daar misbruik van. We gingen als puber naar de zee, iedereen kreeg 200 frank mee, maar het hele weekend leefden ze op mijn kosten. Tot ik me dat realiseerde. Dat was een van de redenen waarom ik vroeg naar het buitenland ging. Daar kende niemand mijn naam. En Google bestond nog niet.’

Christine Van Broeckhoven (links): 'Onlangs realiseerde ik me dat ik geen vrienden heb.' ©Cédric Gerbehaye

Die naam speelde u parten in moeilijke Boelwerf-tijden parten, vertelde u al.
Saverys: ‘Het is niet leuk als je 16 bent en je vader is de hele tijd in het nieuws. Ooit gebeurde het dat ik alleen thuis was en door de telefoon hoorde dat er een bom

in ons huis was verstopt. Natuurlijk ben je dan fragiel en bang. Op zulke momenten gaat er weer een schot dicht in je hart. Gelukkig waren er altijd mensen die die schotten konden openen.’

Van Broeckhoven: ‘Toen ik acht was, verbleef ik met mijn zussen en een broer anderhalf jaar in een instelling. Villa Madonna in Vlimmeren, een tehuis voor moeilijke kinderen. Maar bij ons moet er iets in de familie zijn gebeurd waardoor wij daar verbleven. Ik heb het nooit geweten.’

‘In december 2017 is mijn moeder gestorven, ze was 96, maar ik heb het haar nooit gevraagd. Wel maakten we er op familiefeestjes grapjes over, al was het eigenlijk niet om te lachen. Het was pure kindermishandeling. Ik heb in een bezemkast gezeten en moest aan het sleutelgat zitten om nog te kunnen ademen. Op vrijdag kregen we vijf karamellen bij de boterham, daar werd letterlijk om gevochten. Als we naar ons broertje zwaaiden die in een andere afdeling zat, werden we door die nonnen gestraft. En er zijn veel ergere dingen gebeurd. Daar heb ik geleerd nooit iemand te vertrouwen. Al staat er nog wel soms een achterdeurtje open.’

Dat ze dat nooit vroeg, vindt Saverys onbegrijpelijk. ‘Wil je dat niet wéten?’ Ook Van Broeckhovens man - Marc Ruyters, ooit cultuurjournalist bij De Tijd en oprichter van kunsttijdschrift (H)ART - stelde die vraag. ‘Ik heb het nooit gevraagd en waarom zou ik? Het is voorbij. Ik heb het achter de rug.’

Voor ons ligt nu echt de zee en daarin dan de zakkende zon. Met fotograaf Cédric Gerbehaye wandelen ze blootvoets op de golfbreker, dan in het natte zand. Veel verder zie je Zeebrugge. Van Broeckhoven vertelt over haar twee dochters en twee kleinzonen, er is de verwachting van een derde. Haar oudste dochter studeerde evolutiebiologie (‘ze ging als kind altijd mee naar het labo, vroeg constant wat virussen en bacteriën waren en wilde voor we naar huis gingen nog de tarantula’s zien’), doctoreerde en werkt aan de Universiteit Antwerpen. Haar jongste dochter is nu communicatieverantwoordelijke van het Brein Instituut vzw dat Van Broeckhoven oprichtte, maar was eerst model en stewardess.

Ook Saverys heeft sinds kort een kleindochter, ze heet Ophélie, dochter van haar dochter die in Antwerpen een wijnbar heeft. Haar zoon zit in de wereld van de scheepvaart. Ook dat is genetica.

Ik discussieerde graag met professoren, om niet te zeggen dat ik er ruzie mee maakte.
Christine Van Broeckhoven

Toen we afspraken, interesseerde Christine Van Broeckhoven u ook omdat uw moeder alzheimer had. Ze was nog relatief jong.
Saverys: ‘Ze was 65 toen het begon, enfin, toen we naar de neuroloog gingen omdat de eerste tekenen zich voordeden. Of dat alzheimer was, een term die nu voor alle vormen van dementie wordt gebruikt, wisten we niet. Wellicht zou dat vandaag met een amyloïde PET-scan snel duidelijk zijn.’

Van Broeckhoven: ‘Ja, maar die methode wordt pas sinds 2015 in klinieken gebruikt. Sinds 2005 werd wel al een ruggenprik gedaan om na te gaan of het amyloïd-eiwit of het tau-eiwit in het hersenvocht aanwezig is. Zo kan je voorspellen of iemand op weg is naar dementie.’

Saverys: ‘Het moeilijkst vond ik de momenten waarop ze, zeker in het begin, wel nog bewust was en dus ook besefte wat er aan de hand was. Dat deprimeerde haar.’

Van Broeckhoven: ‘Bij alzheimer begint het geheugenverlies rond de kern van het geheugen en komt niet meer terug. Ernaast ligt de kern van emoties en als dat geraakt wordt, kan dat tot emotionele stoornissen en depressie leiden. Nu wordt trouwens onderzocht of depressie een voorteken kan zijn voor alzheimer. Maar dat is geen eenvoudige studie, omdat het over gedrag gaat. Geheugen kan je meten, voor emotie is dat moeilijker.’

Uw moeder werd ook agressief, vertelde u. Zeker in de periode dat uw vader tegen kanker streed.
Saverys: ‘Ze was al lang stout, maar in 2002, het jaar waarin mijn vader overleed, werd ze erg agressief. Ze krabde en sloeg me. Als ik hem ’s morgens meenam naar het UZ in Gent voor een chemokuur, was ze altijd bijzonder kwaad toen ik hem terugbracht: ‘Is dat nu een uur om thuis te komen? Uw vader heeft nog niet eens gegeten.’ Dat soort verwijten.

‘Je wéét dat het door die ziekte komt en je probeert de emotie van de ratio te scheiden. Maar een moeder die je aanvalt en een hoer noemt, dat doet pijn. Daarom doe ik mijn hoed af voor Hugo Claus. Hij was de eerste bekende mens die de moed had in dat geval voor euthanasie te kiezen.’

Was wat Claus deed belangrijk voor de bewustwording rond alzheimer?
Van Broeckhoven: ‘Marc (haar man dus, red.) kende Claus goed en op een dag vroeg Hugo een gesprek met me. Hij vroeg me of er iets was dat hem kon helpen. Ik heb eerlijk geantwoord: ’Er is op dit moment geen oplossing.’’

‘In de allereerste fase van zijn ziekte koos hij voor euthanasie. Ik vind het belangrijk dat hij dat heeft gedaan. Toen ik daar later in Humo over schreef, belde iemand woedend omdat ik dat goedkeurde. Ik vind het gemakkelijk spreken als je nooit geconfronteerd bent met iemand die alzheimer had.’

‘Ik vind dat je als mens het recht hebt te beslissen of je een einde aan je leven wil maken. Of we geboren wilden worden, konden we niet beslissen. Maar als je weet dat je een ziekte hebt waar niets tegen te doen is, en ook binnen vijf of tien jaar niet...’

Waarom blijft die discussie? Omwille van het geloof? Of omwille van het geld?
Van Broeckhoven: ‘Het geloof is één zaak, maar er is ook de hardnekkigheid van de geneeskunde. Mijn moeder was 95, viel uit haar rolstoel en moest het ziekenhuis binnen. Zonder ons iets te vragen werden hersenscans gemaakt. Natuurlijk heeft iemand van 95 een krimpend brein, dus wat zij deden, was pure hardnekkigheid die gericht is op het inkomen van het ziekenhuis. Dat zie je ook bij medische sedatie. Ongeveer 60 procent of meer krijgt dat, vaak zonder toestemming van de familie. Wat is het verschil met euthanasie? Bij euthanasie bepaal je zelf de dag waarop je overlijdt, bij medische sedatie bepalen anderen dat je nog een paar dagen of een week langer leeft. Ik vind dat verschrikkelijk.’

We kunnen beter in China gaan wonen. De kwaliteit van de lucht is er veel beter.
Virginie Saverys

Ging u anders leven toen u enkele jaren geleden borstkanker kreeg?
Saverys: ‘Helemaal niet. Ik wist altijd dat het een behandelbare kanker was. Natuurlijk leef je na een kankerdiagnose altijd met een zwaard van Damocles. Maar ik ben een carpe diem-type. De enige manier waarop het mijn leven beïnvloedde, is dat ik er nog veel meer van wil genieten.’

Een week na dit gesprek verschijnt in The New York Times een intrigerende column onder de titel: ‘Do you have to be a jerk to be great?’ Hoofdpersonages zijn de beeldhouwer Auguste Rodin en de schrijver Rainer Maria Rilke, die alleen met werk-werk-werk kwamen tot hun grote kunst. Mannelijkheid komt aan bod als het over focus gaat. Vrouwen zouden dat minder doen, aldus de auteur. Maar de conclusie is: die mannelijke monofocus is niet goed, grootsheid schuilt in meer. Leve de afleiding.

De column verschijnt te laat om er een vraag over te stellen, maar dit zijn twee vrouwen met een zeer grote werkijver die ze kunnen combineren met wat Saverys net zei: genieten. Een woord dat vele definities kan hebben. Bij hen zit het in reizen - al dan niet voor het werk. Maar ook in kunst. De vraag ligt voor de hand...

Is kunst een tegengewicht?
Saverys: ‘Onlangs ontdekte ik via de radio Graindelavoix, een groep jonge Vlaamse muzikanten die onder leiding van Björn Schmelzer barokmuziek brengen. We zijn naar een concert geweest en ik vond het prachtig dat jonge mensen daar nog mee bezig zijn. Dat helpt.’

Van Broeckhoven: (lacht) ‘Kunst en wetenschap hebben hetzelfde probleem: er zijn subsidies voor nodig. En in tijden van economische crisis wordt in die beide domeinen eerst geknipt. Maar ons huis staat stilaan vol schilderijen en werkjes, Marc heeft altijd jonge kunstenaars geëvalueerd en vaak iets gekocht. En ik koop zelf. Niet als investering, maar omdat het mooi is of omdat er een verhaal achter zit. Ooit won ik een prijs in Amerika. Een deel van het geld ging naar onderzoek, maar een deel was voor mij. Daar heb ik een bronzen vrouwelijk naaktbeeldje van Constant Montald mee gekocht.’

Is wijn maken een vorm van kunst?
Saverys: ‘Eigenlijk wel. Van dezelfde druiven kan je een heel goede en een heel slechte wijn maken. Wijn is een transformatie van een basis, de druif, zoals een schilderij een transformatie is van verf. En het is spannend omdat het resultaat elk jaar anders is. Zoals de aardappelen het ene jaar beter zijn dan het andere en de komkommers dit jaar, of je ze nu in Italië, Frankrijk of België koopt, allemaal bitter smaken. Vorig jaar was dat niet zo. Dat zal met het klimaat te maken hebben. Als je Coca-Cola maakt, krijg je altijd hetzelfde. Bij wijn in Europa kan dat niet. In Chili dan weer wel. Dat komt door het constante klimaat en het procedé. Maar als je op een serieuze manier wijn maakt, wil je niet dat het resultaat altijd hetzelfde is. Want dan maak je dus eigenlijk Coca-Cola.’

Ze kwam haar wijn, Avignonesi dus, ooit tegen op restaurant in Sjanghai nog voor ze zelf in China verkochten. Soms krijgt ze foto’s van mensen die in de middle of nowhere in Amerika haar wijn drinken. En zelfs tijdens haar Transsiberische treinreis bleek de barman Avignonesi in de aanbieding te hebben.

Christine Van Broeckhoven (66) is gewoon hoogleraar in de moleculaire biologie en de genetica aan de Universiteit Antwerpen.  Ze is wereldwijd bekend als dé alzheimerexperte. Van 2007 tot 2010 was ze Kamerlid voor de sp.a. Ze is lid van de Vlaamse Academie voor Kunst en Wetenschappen, kreeg het ereteken van Grootofficier in de Leopoldsorde en ontving van de Franse president Nicolas Sarkozy het ereteken van Chevalier dans la Légion d’Honneur.

 

Virginie Saverys (59) is juriste en tolk. Ze is een dochter van Philippe Saverys, de man van onder meer de Compagnie Maritime Belge en de scheepswerven van Boel. Na haar studies werkte ze op de juridische afdeling van Bocimar, later werd ze de juridische expert van de hele Compagnie Maritime Belge. In 2006 investeerde ze in het Italiaanse wijnhuis Avignonesi, later werd ze voor 100 procent eigenaar. Ze woont in San Giovanni d’Asso en in Antwerpen.

 

Is wijn drinken slecht voor de gezondheid als je aan dementie denkt?
Van Broeckhoven: ‘Ooit stond een studie in Nature, gebaseerd op een retroactief onderzoek in de Bordeauxstreek. De conclusie was dat twee glazen rode wijn beschermend was. Dat het in Nature stond, is natuurlijk om mee te lachen. Je kan zoiets niet op die manier onderzoeken. Nu is alcohol per definitie gif voor het lichaam, want vreemd. Maar het kan een positief effect hebben. Mijn grootmoeder die 103 werd, dronk elke avond een glas porto omdat ze toen al wel dachten dat het goed was. En van één glas wijn per dag word je niet per definitie dement. Maar te veel of alleen nog drinken, is uiteraard ongezond. Daar krijg je korsakov van. (lacht) Je mag drinken, maar ik zeg altijd dat je dat níét met maten mag doen. Wel matig.’

U reist veel. Hoe voelt u de veranderende wereld in het Amerika van Trump, het Verenigd Koninkrijk van Johnson en het Italië van Salvini?
Saverys: (lacht) ‘Johnson, zou dat een zoon zijn van Trump? Die lijken toch op elkaar? Ernstig: ik denk dat we voor enkele grote catastrofes staan, en dat we dan wakker zullen worden. En dan vraag ik me af hoe de Trumps, Johnsons, Franckens en Salvini’s zullen reageren.’

‘Omdat ik regelmatig naar China reis, downloadde ik een app die de luchtkwaliteit meet. Ik hou die wat in het oog en stel vast dat Antwerpen een veel meer vervuilde stad is dan Sjanghai en Peking. Wij zijn echte prutsers. Hoelang waren ze bezig over die Oosterweelverbinding? In China merkten ze dat ze tegen de klippen gingen varen en met de gezondheid van de mensen speelden. Resoluut stuurden ze het schip een andere richting uit. Ik vertrouw echt niet op België om het probleem van de luchtkwaliteit op te lossen. En misschien moeten we met z’n allen naar China verhuizen, de kwaliteit van de lucht is er beter dan in België.’

Van Broeckhoven: ‘Nog meer dan mensen als Trump zelf vind ik het effect van zulke mensen problematisch. Op hoe we naar elkaar kijken, bijvoorbeeld. Ik was onlangs in Los Angeles en de taxichauffeur, zelf een immigrant, was de hele rit naar de luchthaven aan het klagen over immigranten. De praat die je te horen krijgt van mensen die geen kennis hebben, is verschrikkelijk. En dat komt door die politici. Ze spreken een taal die iedereen begrijpt, maar die weinig inhoud heeft. Hoe zo’n Trump over die vier vrouwelijke parlementairen sprak, dat is toch niet meer normaal?’

Maar vóélt u in die landen dat mensen anders zijn geworden?
Van Broeckhoven: ‘In de grote steden niet. En aan de oostkust van Amerika waren ze ook niet pro-Trump. Maar in midden-Amerika zitten de havenots, mensen die in de miserie zitten. En die laten zich wel horen. Maar kijk ook hier. In Wenduine wonen misschien vijf mensen met Afrikaanse roots. Die komen amper buiten. Maar rond Nieuwjaar werd wel de glazen deur van hun huis ingegooid. Tot voor kort las je racistische berichten op de sociale media, nu ligt het gewoon op straat.’

Saverys: ‘Toscane (de streek in Italië waar ze woont, red.) was traditioneel communistisch. De mensen die vroeger voor de Partito Democratico stemden, kozen nu voor de MoVimento 5 Stelle. Voor hen is alles de fout van Europa.’

Van Broeckhoven: ‘Daar hebben ze nu misschien wel een beetje gelijk in. Italië heeft heel veel moeten opvangen.’

Saverys: ‘Misschien, maar Italië heeft van Europa ook miljoenen gekregen om dat te doen. Wat is er gebeurd? De maffia houdt zich niet meer bezig met drugs, maar met de opvang van migranten. Dat is big business geworden.’

‘In onze straat was een klein hotelletje, een kot eigenlijk, miserabel. Je betaalde 30 euro voor een nacht. Voor twee personen, mét ontbijt. Van de ene op de andere dag werd het een asielcentrum. Die mensen zitten daar nu met vier op een kamer, de uitbater krijgt per persoon per dag 50 euro, waarvan hij ze eten moet geven en 2 à 3 euro zakgeld. Dat is kassakassa, 365 dagen per jaar. En daarvan moet hij wellicht een deel afstaan aan de maffia.’

‘De manier waarop die mensen daar leven, is ondraaglijk. De riool is eigenlijk een open toilet. Maar ons dorp is nu een deel van Montalcino. Dat ligt 35 minuten verderop, en dus doet de burgemeester alsof hij het niet weet.’

Sommige politici spreken een taal die iedereen begrijpt, maar die weinig inhoud heeft.
Christine Van Broeckhoven

Toen u in 2007 in de politiek ging, zei toenmalig sp.a-voorzitter Patrick Janssens: ‘Je hebt in het parlement niet veel macht, je kan wel gezag opbouwen.’ Was dat niet frustrerend?
Van Broeckhoven: ‘Zei hij dat? Hij was er zelf bijna nooit. Maar frustrerend? Nee. Ik werd volksvertegenwoordiger in 2007 en er is eigenlijk nooit een regering gevormd. Yves Leterme, de man van 1 miljoen stemmen, slaagde er twee keer niet in. Er was enkel een periode met Herman Van Rompuy. Maar ik vond het geen desillusie.’

‘In het parlement kon je inderdaad niets doen omdat er geen regering was. Maar er gebeurt ook veel buiten het parlement. Ik heb geleerd hoe partijen samenwerken, heb in het Vlaams Parlement een symposium over jongdementen georganiseerd waar zelfs Laurette Onkelinx kwam spreken, noem maar op. (mysterieus) Ik heb zaken gerealiseerd, maar ik ga alleen niet vertellen hoe. En ik heb hen het woord dementie leren kennen.’

‘Ik ben lid van de editorial board van The New England Journal of Medicine. Op een dag kwam Bill Gates spreken. Op de vraag waarom de overheid niet wil investeren in dementie antwoordde hij: ‘Omdat je als politicus in iets investeert dat lang voorbij de legislatuur gaat en je er dus niet de vruchten kan van plukken.’’

In deze reeks zit ook een interview met Anuna De Wever. Hoe keek u naar de beweging die zij in gang zette?
Van Broeckhoven: ‘Wij gingen in onze tijd betogen en op ons gat zitten op de Meir. Dat was de flowerpower nog. Maar ik vind het dus wel belangrijk wat ze heeft gedaan. Zeer goed.’

Saverys: ‘Het probleem is dat niemand de kosten wil dragen. Iedereen wil zijn 80 kilo met de auto van Antwerpen naar Gent verplaatsen, zonder te beseffen dat de trein evengoed marcheert. Maar wel zeggen dat de scheepvaart slecht is, en dat een containerschip van Singapore naar Antwerpen enorm veel CO2 produceert. Dat dat schip honderdduizenden tonnen goederen aan boord heeft voor uw nieuwe telefoon of airco, zegt niemand. Maar wel zelf uw 80 kilo in een auto van 2 ton elke dag verplaatsen. De Belg is zo verknocht aan zijn auto. Echt: rekeningrijden is een absolute must.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie