Advertentie
Advertentie

We moeten blijven vechten tegen mensenhandelaars en blijven strijden voor de rechten van hun slachtoffers.

De eerste verhalen in de pers over mensenhandel joegen in de jaren 80 een schokgolf door ons land. Payoke lag mee aan de basis van de publicatie ervan. Wijlen koning Boudewijn reageerde op een uitzonderlijke manier. Hij kwam naar Payoke om met de slachtoffers - die illegaal bij mij thuis woonden - te praten. Er werd een parlementaire onderzoekscommissie opgericht. Die bracht de knelpunten in kaart en zette de krijtlijnen uit van een structureel beleid voor de strijd tegen de internationale mensenhandel. Zo kwam de wet op de mensenhandel tot stand.

Patsy Sörensen, directeur Payoke, het opvangcentrum voor slachtoffers van mensenhandel dat zij een kwarteeuw geleden oprichtte.

Mensenhandel is echter lang de wereld niet uit. Elke dag worden we geconfronteerd met nieuwe slachtoffers. Payoke startte dit jaar al bijna evenveel nieuwe dossiers op als in heel 2011 en heeft er veel meer in behandeling dan vorig jaar. Matroesjka’s, ze bestaan. Herinner u de verhalen over jonge Litouwse en Russische vrouwen en kinderen, uitgebuit in seksclubs in Vlaanderen.

Advertentie

Is er dan geen vooruitgang geboekt? Toch wel maar er is nog werk aan de winkel. Ik zie zes uitdagingen voor een efficiëntere bestrijding van de mensenhandel.

1. De nieuwe generatie slachtoffers en hulpverleners bereiken

Het colloquium ‘25 jaar Payoke’ focuste in maart nog op de rol van jongeren in de strijd tegen de internationale mensenhandel. Ons centrum blijkt erg populair bij de jeugd. Hun grootste motivatie komt uit een gevoel van sociale onrechtvaardigheid.

De slachtoffers die bij ons terechtkomen zijn vooral jongeren tussen 18 en 25. Een van hen, een vrouw, werd tien jaar seksueel uitgebuit. Ze heeft zowel fysiek als mentaal veel schade geleden en wil nu andere jonge slachtoffers uit de prostitutie krijgen. De vrouw kent het prostitutiemilieu als geen ander. Dat is een groot voordeel om andere slachtoffers te bereiken. Ze spreekt hun taal en kent hun situatie en kan dus makkelijker tot hen doordringen.

Er is ook een rol weggelegd voor onze jongeren. Ze moeten beseffen dat de strijd tegen mensenhandel nog steeds relevant is. Bovendien zullen sommigen criminoloog of politieagent worden, anderen aannemer of personeelschef. Welke richting ze ook uitgaan, de kans is groot dat ze met mensenhandel worden geconfronteerd.

2. Beter internationaal samenwerken

Op Europees vlak is er veel vooruitgang geboekt. Denk aan de oprichting van agentschappen als Eurojust, Europol, Frontex, en het Fundamental Rights Agency die vorig jaar een charter hebben getekend om samen te werken tegen mensenhandel.

Payoke kreeg de goedkeuring van de Europese Commissie om in 2011 een project te starten dat verscheidene Europese landen doet samenwerken. Verschillende sectoren - universiteiten, ziekenhuizen, ngo’s en politie - bundelen de krachten om data te verzamelen en te analyseren opdat belangrijke tekorten in kaart gebracht worden. Dat project goed implementeren is cruciaal. Want hulpverleners, politie en grenswachters verwerven inzicht in de specifieke noden van slachtoffers. En het trainingsprogramma optimaliseert hun bescherming en ondersteuning.

3. Mensenhandel beter financieel bestrijden

Mensenhandelaars en -smokkelaars plegen die feiten om er financieel beter van te worden. Hoeveel beter is het voorwerp van witwasonderzoeken. Er moet meer onderzoek komen en de slachtoffers moeten een compensatie krijgen.

4. De slachtoffers zelfredzamer maken

De strijd tegen mensenhandel vraagt de inzet en samenwerking van politie en parket, de Dienst Vreemdelingenzaken en andere administraties, tot de gespecialiseerde onthaalcentra voor de opvang en begeleiding van slachtoffers. Elk van die actoren heeft een eigen cultuur en eigen prioriteiten. Die complexiteit en de samenwerking tussen zoveel verschillende diensten lijkt vragen om problemen, maar dat is niet zo.

Bij Payoke worden mensen geholpen uit de hele wereld: van Afghanistan tot Zuid-Afrika, en uit België. Elk slachtoffer wordt toegewezen aan een individuele begeleider. Die organiseert via gesprekken de psychosociale begeleiding van zijn klant. Hij heeft onder meer oog voor de verwerking van de opgelopen trauma’s en tracht vorm te geven aan het leven van het slachtoffer. De klanten worden ook vertrouwd gemaakt met de normen en waarden in onze maatschappij, onder meer door het ontwikkelen van sociale contacten en door culturele en sportieve activiteiten.

Samen met de klant wordt een toekomstproject op maat ontwikkeld. Daarbij geeft de begeleider ook de nodige administratieve ondersteuning. Maar slechts één doel staat centraal: de bevordering van de zelfredzaamheid van de klant.

5. De trauma’s beter bestrijden

Als onderdeel van die psychosociale opvang hebben we een nieuw project gelanceerd: ‘beeldend-creatieve therapie’. Met materialen die weinig techniek of kennis vereisen kunnen gevoelens rechtstreeks geuit en emoties gekanaliseerd worden. Klei, collagemateriaal of verf kunnen opnieuw naar de eigen beleving leiden. De nabespreking van het werkstuk met groepsleden en vrijwilligers-therapeuten maakt de deelnemers bewust van hun gevoelens en motieven.

6. Het publiek en de overheid bewust maken van het probleem

Ik dacht dat iedereen wist wat mensenhandel is, maar niets is minder waar. We ontdekken elke dag dat het noodzakelijk is om mensenhandel in de kijker te plaatsen bij het brede publiek en bij alle overheidsdiensten. Mensenhandel is geen ver-van-mijn-bedshow maar speelt zich af naast de deur. Daarom wil ik iedereen herinneren aan artikel 4 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: ‘Niemand zal in slavernij of horigheid gehouden worden, slavernij en slavenhandel in iedere vorm zijn verboden.’

Elke dag worden er nieuwe slaven gemaakt en daarom moet die strijd hoog op de politieke agenda staan. Het blijft mijn ‘dada’. Van verontwaardiging tot actie: op jezelf komt het aan.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.