Wat betekent de nieuwe vennootschapswet voor vzw's?

Vzw's krijgen onder de nieuwe wet meer vrijheid om winst te maken. Ook voor familiebedrijven is er meer flexibiliteit. De aansprakelijkheid van bestuurders wordt dan weer beperkt. ©Filip Ysenbaert

Op 1 mei wordt de nieuwe vennootschapswetgeving van kracht. Dat is ook een belangrijke datum voor de vzw's, die nu ook onder deze wetgeving vallen. Ze krijgen meer vrijheden, maar ook meer verplichtingen

De belangrijkste wijziging voor vzw’s in het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen is dat ze niet langer ‘verenigingen zonder winstoogmerk’, maar ‘verenigingen zonder winstuitkering’ zijn. Volgens de nieuwe wetgeving mogen vzw’s onbeperkt commerciële activiteiten ontplooien, maar de winst die eruit voorkomt, mogen ze niet uitkeren. Noch aan de oprichters, de bestuurders of de leden, noch aan derden.

Het verbod op winstuitkering bestond al, maar wordt aangescherpt. Zowel rechtstreekse als onrechtstreekse winstuitkeringen aan leden, bestuurders of derden worden verboden, tenzij die kaderen in het in de statuten van de vereniging opgenomen belangeloos doel. Buitensporig hoge kosten maken wordt als een onrechtstreekse vorm van vermogensuitkering gezien.

De nieuwe wet brengt extra administratie mee voor vzw’s.
Kristien Vermeersch
adviseur De Federatie

‘Commerciële activiteiten ontplooien kon voor de nieuwe wetgeving in feite ook al’, zegt Isabel Demeyere, directeur van het Vlaams Studie- en Documentatiecentrum voor vzw’s (VSDC). ‘Maar nu wordt er meer nadruk op gelegd en staat het expliciet in de wet.’

‘We verwachten dat een aantal vzw’s de commerciële activiteiten uitbreidt’, voegt Kristien Vermeersch, financieel-economisch adviseur van De Federatie, toe. De Federatie is de sectorfederatie van het sociaal-cultureel werk en de amateurkunsten, goed voor 20.000 lokale groepen en verenigingen. ‘Voor heel wat vzw’s kan dit een oplossing zijn om hun benarde financiële situatie te verbeteren of om hun inkomstenbronnen te diversifiëren.’

Fiscus kijkt mee

Het is wel opletten met de commerciële activiteiten, want de fiscus kijkt mee. Volgens de fiscale regelgeving moeten die activiteiten een ‘bijkomstig karakter behouden’ om onder de rechtspersonenbelasting te vallen. Is dat niet het geval, dan komt de vzw met haar inkomsten onder de vennootschapsbelasting terecht.

‘In het verleden zijn al vzw’s in die situatie terechtgekomen’, zegt VSDC-directeur Demeyere. ‘Waarschijnlijk vallen in de toekomst nog meer vzw’s onder de vennootschapsbelasting. Het probleem is dat er geen richtbedragen zijn en dat alles dus afhangt van de interpretatie van de fiscus.’

Als een vzw onder de vennootschapsbelasting valt, zijn de gevolgen niet gering. ‘Er komt meer administratie bij kijken’, zegt Vermeersch. ‘Ook mogen vzw’s die onder de vennootschapsbelasting vallen geen vrijwilligersvergoedingen meer uitbetalen. Bovendien kunnen geen fiscale attesten meer worden uitgereikt voor giften.’

Kleine vzw’s

Vooral grote organisaties met een vzw-statuut moeten waakzaam zijn voor de commerciële activiteiten. Maar ook voor kleine vzw’s - denk aan de bridgeclub of de oudervereniging - heeft de nieuwe wet niet te negeren gevolgen.

‘Ze moeten om te beginnen allemaal hun statuten aanpassen’, zegt Isabel Demeyere van VSDC. ‘Alleen al omdat hun statuten nu verwijzen naar de vzw-wet van 27 juni 1921 en die wet opgeheven wordt.’ Vzw’s met een minibudget zetten best wat geld opzij, want de publicatiekosten bedragen 132,98 euro.

Chat

Vraag het aan onze experts

Zit u nog met een vraag over de nieuwe vennootschapswet? Stel ze via www.tijd.be/vennootschapswetgeving aan onze redactie en chat op dinsdag 30 april 2019 van 12 tot 13 uur met minister van Justitie Koen Geens (CD&V) en advocaten Robrecht Coppens (Loyens & Loeff) en Mark Delboo (Delboo Advocaten).

Ook worden alle kleine vzw’s verplicht hun jaarrekeningen bij de balanscentrale van de Nationale Bank neer te leggen. Voordien gold die verplichting alleen voor de grote vzw’s en volstond voor de kleine vzw’s een neerlegging op de griffie van de kamer van koophandel.

‘Dit veroorzaakt een bijkomende administratieve belasting en kosten. Een Koninklijk Besluit moet de kosten van de neerlegging bij de Nationale Bank nog vastleggen, maar er is sprake van 45 à 50 euro per jaar’, zegt Demeyere. ‘Voor de kleinste vzw’s is dat een drempel. Het dwingt een aantal van hen er als het ware toe een stap terug te zetten en weer het statuut van een feitelijke vereniging aan te nemen. Dat laatste heeft gevolgen voor de aansprakelijkheid. Leden van een feitelijke vereniging zijn persoonlijk aansprakelijk, terwijl dat voor een vzw de rechtspersoon is.’

Advertentie
Advertentie