interview

Antoinette Spaak: ‘Uitnodiging Vlaams Belang door koning was fout'

©Saskia Vanderstichele

We zijn op een keerpunt in de Belgische politiek beland, zegt minister van staat Antoinette Spaak, voormalig boegbeeld van het FDF. ‘De Franstaligen gaan het confederalisme nooit aanvaarden.’

‘De manier waarop we de voorbije 50 jaar aan politiek hebben gedaan, is ten einde. De verkiezingsresultaten tonen dat we ons werk niet op een goede manier hebben gedaan’, zegt Antoinette Spaak, met haar 90 jaar een van de oudste Belgische ministers van staat.

Dossier: Verkiezingen
Verkiezingen 2019

Op de hoogte blijven van het meest recente nieuws over de regeringsvorming? Neem dan een kijkje op de dossierpagina over de verkiezingen. 

Spaak ademt een en al vriendelijkheid uit, in haar appartement in Elsene waar halfweg het interview Etienne Davignon even binnenspringt, met de melding dat hij nog een dessert gaat kopen voor na de lunch. De huiselijkheid van het tafereel laat weinig vermoeden over hoe intens de familie Spaak met de Belgische staat is verweven. Vier ministers van staat telt haar familie: haar overgrootvader Paul Janson (1840-1913), een liberaal, ijverde mee voor het algemeen stemrecht en was de vader van premier Paul-Emile Janson. Haar grootmoeder Marie Janson (1873-1960) was de eerste vrouw in het parlement, via coöptatie omdat vrouwen nog niet verkozen konden worden. Haar vader Paul-Henri Spaak (1899-1972) was premier, minister van Buitenlandse Zaken tijdens de Tweede Wereldoorlog, grondlegger van de EU en de eerste voorzitter van de algemene vergadering van de Verenigde Naties.

Ze dineerde met Charles de Gaulle en Winston Churchill. Koning Leopold III raadde haar tijdens een diner af in de politiek te gaan. Ze deed het toch, in het door haar vader gesteunde Front des Francophones (FDF), waarvan ze vijf jaar voorzitter was. Ze beleefde de gevechten over de staatshervormingen in de jaren 70 en 80 van op de eerste rij. Als ze terugblikt, spreekt ze over Wilfried, Hugo en Karel, verwijzend naar premier Wilfried Martens, Volksunie-voorzitter Hugo Schiltz en SP-voorzitter Karel Van Miert.

Het Vlaams Belang heeft de woede gecapteerd die elders bij de gilets jaunes te zien is. Maar zo’n dijkbreuk had ik niet verwacht.

Spaak zegt verbaasd en gechoqueerd te zijn door de verkiezingsresultaten in Vlaanderen. ‘Ik heb het gevoel dat die jonge voorzitter van het Vlaams Belang de woede heeft gecapteerd die elders bij de gilets jaunes te zien is. Dat snap ik. Maar zo’n dijkbreuk had ik niet verwacht. We zien het ook elders in Europa. We zien een keerpunt in de politiek.’

Hoe moet het nu verder met België?

Antoinette Spaak: ‘We hebben de voorbije decennia de deelstaten meer macht gegeven, maar die regionalisering is te complex geworden. Het moet eenvoudiger. Iedereen klaagt over hoe ingewikkeld de overheid is geworden. We moeten daarom alles ter discussie durven te stellen. Het grote gevaar als je alles op tafel legt, is natuurlijk dat je ook alles kan omvergooien.’

Maar het is nodig?

Spaak: ‘Veel dingen werken niet. De manier waarop de deelstaten door de federale overheid worden gefinancierd werkt heel slecht. Zeker als de regeringen andere meerderheden hebben, krijg je een vijandige sfeer.’

Is confederalisme een goed idee in die context?

Spaak: ‘Men zegt vaak dat het confederalisme de deur openzet naar de splitsing van België. Ik denk dat dat waar is. Confederalisme jaagt me schrik aan. Het is de voet tussen de deur naar het separatisme. De N-VA en het Vlaams Belang maken daar geen geheim van. Daarom zullen de Franstaligen nooit instemmen met confederalisme.’

Zit het federale België op zijn limiet?

Spaak: ‘Dat weet ik niet. Er zijn federale landen die goed werken, maar doorgaans is daar wel een eenheid van taal en cultuur. Hier is het veel moeilijker. En dus moet je iets anders doen. De Vlaamse en Franstalige politici moeten om tafel gaan zitten. We deden dat met Hugo, en Karel en Wilfried.’

Hoe was die verstandhouding?

Spaak: ‘Het was pure vriendschap. We hadden vertrouwen in elkaar. Je kan je niet inbeelden hoe groot het verschil was met vandaag.’

Nochtans waren de communautaire spanningen toen zwaar.

Spaak: ‘Uitermate zwaar. Maar het FDF en de Volksunie streefden hetzelfde doel na: een federaal België met meer macht voor de deelstaten. Voor ons was dat het eindstation. Voor de Volksunie was dat het eerste station op een langere reis. Maar we waren het erover dat we eens samen naar dat eerste station reisden en we de krachten moesten bundelen tegen Wilfried, die voorzichtiger was dan Hugo.’

‘Begrijp me niet verkeerd, het kon stuiven tussen ons. Ik herinner me hoe de altijd minzame Karel Van Miert eens van colère ontplofte toen ik voorstelde de faciliteitengemeenten in de Vlaamse rand uit te breiden. ‘Voor wie neem je me eigenlijk’, riep hij. Maar hij was zo kwaad dat hij het nadien meteen weer vergeten was.’

‘Wist je dat Hugo, als hij in Frankrijk was, doorgaans passeerde bij het buitenverblijf van Lucien Outers (die Spaak opvolgde als FDF-voorzitter, red.)? Zelfs toen we allemaal de politiek verlaten hadden, bleven we bellen, om te vragen hoe het met de gezondheid of de kinderen ging.’

En dat zijn we verloren?

Spaak: ‘Kan je je voorstellen dat Bart De Wever op die manier telefoneert met Franstalige politici? Ook Charles Michel zoekt de sympathie van de anderen niet. Hij heeft een moeilijk karakter. Ik verwijt hem nog altijd dat hij geregeerd heeft met amper 25 procent van de stemmen en de Franstalige eenheid heeft doorbroken.’

En het gemeenschappelijk doel is weg?

Spaak: ‘Het ontbreekt. Daarom ligt confederalisme zo moeilijk. Ik denk dat Bart De Wever als doel het uiteenvallen van België voor ogen houdt. Dat is zijn goed recht. Het staat in artikel 1 van zijn partijstatuten. Maar voor de Franstaligen gaat dat niet.’

En nu?

Spaak: ‘Het is niet aan mij. Maar ik zie geen oplossing. Misschien wordt op den duur een nieuw pact mogelijk, na een lange uitputtingsslag.’

Vindt u het goed dat de koning ook met de voorzitter van het Vlaams Belang heeft gesproken?

Spaak: ‘Ik ben daar volledig tegen. Het is de eerste keer sinds 1936 dat zoiets gebeurt. Ik ben gechoqueerd door de manier waarop het Vlaams Belang respectabiliteit krijgt. Ik kan het niet toestaan. Het is gevaarlijk. Ik was twaalf in 1940. Ik ben opgepakt door de Gestapo. Ik herinner me de oorlog. Het was verschrikkelijk.’

‘Ik ben negentig. Het is mijn plicht daarover te getuigen. Het is mijn plicht eraan te herinneren dat Hitler democratisch aan de macht is gekomen. Hij was een volksvertegenwoordiger. Het is niet helemaal vergelijkbaar, maar toch.’

Welke rol moet de koning dan spelen?

Spaak: ‘Ik ben republikein. Het is niets persoonlijks. Ik heb veel respect voor de koninklijke familie. Ik heb koning Boudewijn goed gekend. Maar de koning heeft geen macht. Hij is de gevangene van de politieke meerderheid. En die meerderheid heeft toch een cordon sanitaire rond het Vlaams Belang? Waarom doet de koning dit dan?’

‘Het is ronduit gevaarlijk. Heb je de Vlaams Belang-voorzitter zien terugkeren van het paleis? Hij straalde van tevredenheid. De koning heeft hem respectabel gemaakt. Hoe kan dat? De koning moet de andere partijvoorzitters toch gevraagd hebben wat ze daarvan vonden?’

Misschien had hij geen andere keuze?

Spaak: ‘Misschien was zijn redenering dat hij de Vlamingen nóg kwader ging maken door de Vlaams Belang-voorzitter niet uit te nodigen. Maar dat is een foute beslissing. Ik heb de oorlog meegemaakt. Ik weet wat het is als je de democratische gang niet in elk detail respecteert.’

De Vlaamse gemeenschap is verantwoordelijk voor de opmars van het Vlaams Belang. Enfin, en ook Charles Michel een beetje.

‘En mag ik nog eens opmerken dat in Vlaanderen geen meerderheid voor de Vlaams-nationalisten heeft gestemd. Franstalig België kijkt met grote ogen naar Bart De Wever, die een uitzonderlijk politiek talent en strateeg is. Maar 57 procent van de Vlamingen heeft níét op Vlaams-nationalistische partijen gestemd.’

En dan mag je de andere 43 procent negeren?

Spaak: ‘Uiteindelijk is de Vlaamse gemeenschap verantwoordelijk voor de opmars van het Vlaams Belang. Enfin, en ook Charles Michel een beetje.’

Bent u pessimistisch over het einde van België?

Spaak: ‘Ik ben vooral verontwaardigd dat het zover gekomen is. Maar pessimistisch? Nee. Ik heb dat van mijn vader geleerd. Hij verloor nooit de moed. Alleen soms zijn geduld.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie