interview

‘Laat de pensioenleeftijd op 67 jaar'

©Saskia Vanderstichele

Niet langer werken en een hoger pensioen krijgen, zoals de linkse partijen beloven, is volgens de pensioenexpert Frank Vandenbroucke niet realistisch. Hij ijvert voor het opnieuw invoeren van de pensioenbonus.

Frank Vandenbroucke - pensioenexpert, academicus en voormalig sp.a-minister - schuwt grote woorden. Maar over de verkiezingscampagne in de aanloop naar 26 mei is hij glashelder. ‘In deze campagne zie ik een graad van lichtzinnigheid die ik nog niet zo vaak gezien heb. Als zo veel mogelijk centen uitdelen aan zo veel mogelijk mensen de prioriteit is, wordt het moeilijk tot onmogelijk om de klimaatambities en een begrotingsevenwicht waar te maken. Dat zijn, samen met de strijd tegen de armoede, de belangrijkste prioriteiten. Dáár moet het debat over gaan.’

Over het pensioenbeleid van de regering-Michel is Vandenbroucke, tegenwoordig voltijds academicus en onder meer verbonden aan de universiteiten van Amsterdam en Antwerpen, evenmin mals. ‘Het beleid heeft tot een volledige impasse geleid. De regering heeft snel en zonder naar een breed draagvlak te zoeken beslist om de wettelijke pensioenleeftijd te verhogen naar 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030. Daar zo’n symbool van maken, onder meer om de Europese Commissie gunstig te stemmen omdat het begrotingswerk zwak was, was een verkeerd idee. Mij heb je nooit horen zeggen dat we in een logische pensioenhervorming en voor mensen met een korte loopbaan niet moeten belanden bij die pensioenleeftijd van 67 jaar. Maar als je de kar voor het paard spant, ben je fout vertrokken.’

Er zijn nogal wat hervormingen mislukt, zoals de regeling voor de zware beroepen, de ambtenarenpensioenen, het pensioen met punten en het deeltijds pensioen. Hoe verklaart u dat?
Frank Vandenbroucke: ‘Door eerst de pensioenleeftijd zonder overleg te verhogen mislukte de start. Zoals in elke koers is het dan moeilijk dat recht te trekken. Daarnaast denkt de N-VA dat kwade vakbonden een certificaat zijn voor een goede hervorming. De vakbonden moeten niet per se applaudisseren, maar het omgekeerde is evenmin waar. Het belangrijkste resultaat van kwade vakbonden is dat er geen overleg meer mogelijk is en dat het moeilijk wordt te hervormen.’

Volgens de Vergrijzingscommissie zijn de toekomstige vergrijzingskosten fors afgenomen. Die pluim mag de regering-Michel toch op haar hoed steken?
Vandenbroucke: ‘De vergrijzingskosten nemen af, al zijn de uitgangspunten van de Vergrijzingscommissie nogal optimistisch. Desalniettemin is er een effect en daarom heeft het geen zin weer te beginnen debatteren over het verlagen van de pensioenleeftijd naar 65 jaar. We zijn voorbij dat station, laat het nu maar zo.’

U bent geen voorstander van het verlagen van de pensioenleeftijd, zoals de linkse oppositie wil?
Vandenbroucke: ‘Uit berekeningen van het Planbureau blijkt dat, als de Belgen de komende jaren even vroeg stoppen met werken als ze nu doen, de pensioenuitgaven door de vergrijzing tegen 2040 met 1,9 procent van het bruto binnenlands product (bbp) zouden stijgen. Dat is meer dan 8 miljard euro en dat is véél geld. Is dat echt de prioriteit, wetende dat je de pensioenen dan nog met geen euro verhoogd hebt en niets hebt gedaan om de armoede te bestrijden of de klimaatomslag op te vangen? Het is aan de politici om een antwoord op uw vraag te geven, maar ik zou nee zeggen.’

Hoe moet het dan wel?
Vandenbroucke: ‘Een volgende regering moet werk maken van een gedragen en transparant pensioensysteem. De belangrijkste voorwaarde daarvoor is volgens mij dat de mensen voldoende flexibiliteit krijgen om het moment waarop ze met pensioen kunnen gaan te kiezen. Ik vind dat mensen nog altijd op 62 jaar met pensioen moeten kunnen gaan als ze een voldoende lange loopbaan hebben. Maar dan moet je wel correcties inbouwen zodat mensen die langer werken worden beloond. Iemand die vroeger met pensioen gaat, krijgt gedurende een langere periode een pensioen. Dat pensioen moet daarom lager liggen om van een eerlijk systeem te kunnen spreken. Die correcties bestaan in haast alle pensioenstelsels over de hele wereld en ze bestonden ook bij ons, maar ze werden helaas afgeschaft.’

De regering-Michel is op een aantal werven gewoon mislukt.

De regering-Michel maakte komaf met de pensioenbonus, omdat die onvoldoende efficiënt bleek.
Vandenbroucke: ‘De pensioenbonus was te zwak. Maar in plaats van die te versterken heeft de regering-Michel hem afgeschaft. Dat is vreemd voor een regering die langer werken promoot. Ik pleit ervoor een sterkere variant van die pensioenbonus in te voeren. Laat ons uitgaan van een loopbaan van 45 jaar, waarin gelijkgestelde periodes zoals ziekte en werkloosheid meetellen. Wie aan zo’n loopbaan komt, moet een voldoende hoog pensioen krijgen. Dat moet zeker hoger liggen dan wat iemand met zo’n loopbaan nu krijgt. Voor iemand die op 18 jaar is begonnen, zou de normale pensioenleeftijd dus op 63 jaar liggen, met een beter pensioen dan vandaag. Wie niet aan die 45 jaar geraakt, krijgt een negatieve correctie. Wie langer doorwerkt, krijgt meer.’

Pleit u dan niet enkel voor een pensioenbonus, maar ook voor een malus voor wie vroeger stopt?
Vandenbroucke: ‘Die ontstaat vanzelf. Laat me een voorbeeld geven. Wie na zijn studies op 22 jaar is begonnen, moet normaal doorwerken tot 67 jaar. Die persoon zal door de pensioenbonus na 45 jaar een hoger pensioen krijgen dan hij vandaag krijgt. Maar voor die persoon is vervroegd pensioen mogelijk na een loopbaan van 42 jaar, dus op zijn 64ste. Dat zal aan hetzelfde pensioen zijn als vandaag, maar de kloof met het pensioen na 45 jaar werken is groter dan vandaag. Als je voldoende sterke correcties inbouwt in het systeem, zou je diezelfde persoon ook al op 62 jaar - dus na 40 jaar loopbaan - gedeeltelijk met pensioen kunnen laten gaan. Maar dan zal er op dat gedeeltelijk pensioen duidelijk gekort moeten worden.’

Is een minimumpensioen van 1.500 euro, zoals verschillende partijen eisen, realistisch?
Vandenbroucke: ‘Het hangt ervan af wat ze daarmee bedoelen. Vanaf wanneer krijg je zo’n minimumpensioen? Na 45 jaar werken, zoals vandaag? Of vroeger? De meeste partijen zijn daar onduidelijk over, terwijl het essentieel is om dat in te vullen. De sp.a stelt wel duidelijk dat ze mensen na 42 jaar het minimumpensioen wil geven. Uit de berekeningen van het Planbureau blijkt dat die maatregel betaalbaar is omdat de partij daar compensaties tegenover zet. Maar het Planbureau heeft maar berekeningen tot 2024 gemaakt. Is dat voorstel ook op de lange termijn betaalbaar? Die vraag is cruciaal, maar wordt niet beantwoord.’

Is het betaalbaar?
Vandenbroucke: ‘Als je tegelijk, zoals de sp.a, nog eens de wettelijke pensioenleeftijd afschaft en mensen met een korte loopbaan nog altijd op 65 jaar wilt laten gaan, dan ben je dingen aan het combineren die buitengewoon veel geld gaan kosten.’

Zowat alle partijen gaan ervan uit dat meer mensen aan het werk krijgen de sleutel is om alle problemen op te lossen. Gelooft u dat?
Vandenbroucke: ‘Meer werkenden zijn belangrijk om meer geld binnen te krijgen, maar overschat het effect niet. Zeker niet als je dure maatregelen neemt om die banen te creëren, zoals het geval was met de taxshift. Die maatregel was te breed. De socialezekerheidsbijdragen daalden op alle lonen. Mensen zoals ik protesteerden daartegen, omdat het economisch gezien meer zin heeft de lastenverlaging bij de lage lonen te concentreren. De regering heeft geluisterd en heeft iets extra’s gedaan voor de lage lonen, maar het gat in de begroting werd zo nog groter. De taxshift is louter een taxcut. Ik zeg dus ja tegen meer banen en de volgende regering zal verder moeten gaan met het verlagen van de loonlasten op de laagste lonen om dat te verwezenlijken. Maar je moet dan wel elders inkomsten zoeken - bijvoorbeeld bij de vermogens - om die maatregel te financieren.’

Er heerst veel teleurstelling over de realisaties van de regering-Michel, die niet ver genoeg zouden gaan. Begrijpt u dat?
Vandenbroucke: ‘Ik was het op een aantal vlakken oneens met deze regering. Zo zijn de flexi-jobs een fout antwoord op de nood aan flexibiliteit op onze arbeidsmarkt. Ze zijn een nieuwe, overbodige koterij. Daarbij gaat het over een verschil in visie. Ik begrijp evenwel ook de teleurstelling bij wie het ideologisch eens was met deze regering. Ze heeft een aantal doelstellingen die ze zich had gesteld, zoals een diepgaande pensioenhervorming en een begroting in evenwicht, niet kunnen verwezenlijken. De regering-Michel is op een aantal werven gewoon mislukt.’

U heeft zelf in de politiek gezeten en u heeft ook niet alles wat u wilde kunnen realiseren. Is het soms niet gemakkelijk om aan de zijlijn te staan roepen?
Vandenbroucke: ‘Wat ik vroeger heb gedaan, was zeker niet allemaal perfect. Maar ik vond het belangrijk om wat ik gezegd had ook te verwezenlijken. Daarvoor heb ik soms niet dagenlang, maar maandenlang moeten onderhandelen met de sociale partners. Bijvoorbeeld over het verbod op het opnemen van het aanvullend pensioen voor de leeftijd van 60 jaar. De sociale partners wilden daar eerst niet van weten, maar na lang onderhandelen hebben we bekomen dat de regeling zes jaar later van kracht zou gaan. Dat is ook gebeurd, mét een draagvlak.’

Hebben we vandaag nog wel de tijd om zo lang te wachten met hervormingen?
Vandenbroucke: ‘De regering-Michel is het mooiste voorbeeld van de illusie van snelle beslissingen. Ze heeft snel beslist de pensioenleeftijd te verhogen, maar er was geen draagvlak voor. Resultaat: andere pensioenhervormingen mislukten en andere politieke partijen zeggen nu dat ze die maatregel gaan terugdraaien. Snel beslist, niks bereikt. We hebben nog een beetje tijd om dat recht te trekken. Maar de tijd begint wel te dringen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie