Advertentie

VBO: 'Taxshift bis moet 56.000 banen creëren'

Het VBO legt een aantal maatregelen op tafel die werken aantrekkelijker moeten maken. ©BELGA

Het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) pleit ervoor de lasten voor de bedrijven verder te verlagen. Een nieuwe taxshift kan volgens de grootste werkgeversorganisatie van het land 56.000 banen opleveren.

Met de informatieronde ‘It’s still the economy, stupid’ wil het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO) de focus van de campagne voor de verkiezingen van 26 mei op het sociaal-economische leggen. ‘Onze sociale zekerheid heeft haar verdiensten, maar is ook zeer duur en wordt door de vergrijzing almaar duurder. Als we die betaalbaar willen houden, moeten we hervormen’, zegt directeur-generaal Monica De Jonghe, de nummer twee van de werkgeversorganisatie.

MEER OPLEIDING
MEER OPLEIDING

Hoewel een Europese vergelijking leert dat bedrijven relatief veel geld in opleiding stoppen, blijken relatief weinig werknemers zo’n opleiding te volgen. Het VBO pleit er daarom voor werknemers een budget te geven dat ze zelf in opleiding kunnen investeren.

Dat budget kan deels door de werkgevers worden gefinancierd, maar de werknemer zou zelf ook moeten kunnen investeren. Dat kan bijvoorbeeld door jaarlijks een deel van de automatische loonindexering opzij te zetten. Ook mag het volgen van een opleiding buiten de werkuren niet langer een taboe zijn, meent het VBO.

Daarmee gaat het VBO onder meer in tegen de socialistische vakbond ABVV en de socialistische partijen. ‘Het ABVV pleitte er op een bepaald moment voor onze sociale zekerheid als Unesco-werelderfgoed te laten beschermen, zodat er niets aan kan worden veranderd. Zo werkt het niet. We moeten de sociale zekerheid niet mummificeren. We moeten ze aanpassen aan de realiteit van vandaag en de uitdagingen waarvoor we staan’, vindt De Jonghe.

Om de sociale zekerheid betaalbaar te houden moeten volgens De Jonghe vooral meer mensen werken. Meer werkenden leidt tot extra belastinginkomsten en minder staatsuitgaven. Slechts 70 procent van de Belgen tussen 20 en 64 jaar is aan de slag. Ter vergelijking: zo’n 80 procent van de Nederlanders en de Duitsers werkt. Daarom legt het VBO een reeks hervormingen op tafel, waarbij een nieuwe taxshift de opvallendste maatregel is.

Extra personeel

Met de taxshift uit de voorbije legislatuur verlaagde de regering-Michel de sociale bijdragen die de bedrijven boven op de brutolonen betalen van 33 naar 25 procent. Voor de volgende legislatuur pleit het VBO voor een verlaging naar 20 procent. Dat moet de bedrijven meer financiële ruimte geven om extra personeel aan te werven.

Op basis van studiewerk van Joep Konings en Gert Bijnens (KU Leuven), die berekenden dat de vorige taxshift 73.000 banen opleverde, besluit de werkgeversorganisatie dat een nieuwe lastenverlaging 56.000 banen kan opleveren. Om de taxshift bis te financieren kijkt het VBO in eerste instantie naar besparingen op de overheidsuitgaven.

MEER EENVOUD
MEER EENVOUD

Het VBO pleit ook voor een drastische vereenvoudiging van de sociale zekerheid. De werkgeversorganisatie stelt voor te snoeien in de categorieën van uitkeringstrekkers.

Doorgaans zitten er grote verschillen tussen de uitkering van een alleenstaande, een samenwonende of een gezinshoofd. ‘Trek dat gelijk binnen een globale, budgetneutrale hervorming, zodat het systeem minder ingewikkeld wordt’, klinkt het.

Daarnaast legt De Jonghe maatregelen op tafel die werken lonender en leven van een uitkering minder aantrekkelijk moeten maken. Dat moet helpen de loopbaan van de Belgen te verlengen. Bij zijn pensioen heeft de gemiddelde Belg er een loopbaan van 39 jaar opzitten. 32,6 jaar daarvan zijn effectief gewerkte jaren, 6,4 jaar zijn gelijkgestelde periodes. Het gaat dan over periodes van ziekte, werkloosheid, brugpensioen, tijdskrediet of loopbaanonderbreking. Ooit was dat anders: in 1950 had de gemiddelde Belg een carrière van 48 jaar.

Pensioenrechten

Met een gemiddelde loopbaanduur van 32,6 jaar behoren de Belgische loopbanen tot de kortste van Europa. Ter vergelijking: de gemiddelde Nederlander heeft bij zijn pensionering 40 jaar gewerkt. Vooral de vele gelijkgestelde periodes maken onze reële loopbanen fors korter. Tijdens die gelijkgestelde periodes is een werknemer niet aan de slag, maar bouwt hij toch nog pensioenrechten op. Dat gebeurt niet op basis van het laatste verdiende loon, maar op basis van een lager bedrag.

Het VBO wil die gelijkstelling hervormen zodat mensen een extra stimulans krijgen om aan de slag te gaan. ‘Ergens klopt het niet dat mensen die niet aan de slag zijn toch nog pensioen opbouwen’, zegt De Jonghe. ‘We moeten onderzoeken of die gelijkgestelde periodes geen rem zijn voor mensen om meer te werken. Voor sommige gelijkgestelde periodes zouden we kunnen beslissen dat mensen minder pensioen opbouwen, voor andere kunnen we de gelijkstelling beter helemaal schrappen.’

Ergens klopt het niet dat mensen die niet aan de slag zijn toch nog pensioen opbouwen.
monica de jonghe
directeur-generaal vbo

Dat laatste zou onder meer het geval moeten zijn voor het brugpensioen, dat nu officieel het stelsel van werkloosheid met een bedrijfstoeslag (SWT) heet. De werkgeversorganisatie blijft bovendien pleiten voor het stopzetten van de werkloosheidsuitkering als iemand die meer dan twee jaar krijgt. ‘Dat creeert een extra stimulans die ertoe kan leiden dat mensen een job aanvaarden. Samen met een betere activering moet dat meer mensen aan het werk krijgen.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie