analyse

Wat betekende de regering-Michel voor uw portemonnee?

Premier Charles Michel. ©BELGA

Vijf jaar geleden ambieerde de regering-Michel een sociaal-economisch beleid waarbij een verschuiving van de lasten op arbeid naar andere belastingvormen vooropstonden. Wat is er veranderd voor werknemer, belegger en consument?

Werknemer

Wie werkt, krijgt netto meer in handen. Dat was een van de speerpunten van de regering-Michel I. Maar ze begon de legislatuur in 2014 met een slimme indexsprong. Daardoor werden de lonen niet aangepast aan de inflatie, tot op het moment dat een indexering van 2 procent van het loon was overgeslagen. ‘Slim’ verwees naar het feit dat de laagste lonen minder hard werden getroffen. In ruil voor de indexsprong voerde de regering een verhoging van het kostenforfait in. Dat leidde in 2015 tot een verhoging van het nettoloon van 10 tot 30 euro per maand.

168
Extra nettoloon
Door de taxshift houdt een werknemer met een brutoloon van 2.000 euro netto 168 euro meer over dan in 2016.

De meest ingrijpende maatregel kwam er in 2015 met de taxshift. Via een verhoging van de belastingvrije som, een aanpassing van belastingtarieven en -schijven en de invoering van een werkbonus werd de hefboom op het nettoloon gradueel opgevoerd. Het mechanisme werd zo opgezet dat de laagste lonen het meest profiteerden. Dit jaar zit de taxshift op kruissnelheid. Iemand met een brutoloon van 2.000 euro per maand krijgt volgens cijfers van de hr-dienstverlener SD Worx netto 168 euro per maand meer dan in 2016, iemand met een brutoloon van 4.000 euro houdt netto 126 euro extra over.

De taxshift kwam ook ten goede aan zelfstandigen en gepensioneerden. Ook zij zagen hun netto belastbaar inkomen en hun nettopensioen toenemen.

Ook in andere maatregelen kwam de focus op werk naar voren. Er werd een soepeler kader gecreëerd voor jobstudenten en het werd mogelijk tot een bepaald bedrag onbelast bij te verdienen, een maatregel die ook bij gepensioneerden op gejuich werd onthaald.

Langer werken was het tweede speerpunt van de regering-Michel. Ze verhoogde de wettelijke pensioenleeftijd tot 67 jaar in 2030 en maakte de voorwaarden voor vervroegd pensioen veel strenger. Vandaag moet u al 63 jaar zijn en een loopbaan van 42 jaar hebben om vervoegd met pensioen te kunnen gaan. In 2014 was dat nog respectievelijk 61 en 39 jaar. Ook de landingsbanen werden aangepakt. De leeftijd voor tijdskrediet werd verhoogd van 55 naar 60 jaar. Voorts kunnen werknemers voortaan minder snel in de SWT-regeling, het vroegere brugpensioen, stappen.

Belegger

De taxshift beoogde een verschuiving van belastingen op arbeid naar belastingen op kapitaal. Daardoor hadden verschillende maatregelen een directe impact op de portefeuille van de belegger.

De beurstaks, die geheven wordt bij elke beurstransactie, werd de voorbije legislatuur in twee stappen opgetrokken van 0,25 naar 0,35 procent voor aandelen. Voor obligaties was er een toename van 0,09 tot 0,12 procent. En wie een beleggingsfonds van het kapitalisatietype verkoopt, betaalt 1,32 in plaats van 1 procent beurstaks. De verhogingen leverden de schatkist in 2017 bijna 300 miljoen euro op, het hoogste niveau sinds 2000.

30%
Roerende voorheffing
In twee fasen verhoogde de regering de roerende voorheffing van 25 naar 30 procent.


Voorts werd ook de roerende voorheffing opgetrokken van 25 naar 30 procent. Die is van toepassing op dividenden en rente-inkomsten, maar ook op meerwaarden van fondsen die minstens 10 procent in rentedragende producten beleggen. 

Een maatregel die een kort leven beschoren was, was de speculatietaks. Daarmee wou de regering meerwaarden op  beleggingen die minder dan 6 maanden in portefeuille bleven, belasten. De speculatietaks leverde in 2016 nauwelijks iets op en werd afgevoerd. In de plaats kwam een effectentaks. Die taks van 0,15 procent wordt geheven op de totale waarde van de portefeuille die op een effectenrekening staat. Alleen wie meer dan 500.000 euro op een effectenrekening heeft, komt in aanmerking.  Ze bracht de staatskas vorig jaar 226 miljoen euro op.

De fiscale factuur van de belegger is de voorbije jaren dus zeker zwaarder geworden, maar er was ook positief nieuws. Om de Brusselse beurs zuurstof te geven en beleggingen in risicokapitaal aan te moedigen, werd een belastingvrije som op dividenden ingevoerd. Beleggers kunnen de roerende voorheffing die ze betalen op dividenden van Belgische of buitenlandse aandelen recupereren. In 2019 kunt u maximaal 800 euro aan dividenden in rekening brengen, waardoor de maximale recuperatie op 240 euro uitkomt. In ruil voor dat belastingvoordeel werd de vrijstelling op de roerende voorheffing voor spaarboekjes wel gehalveerd van 1.880 naar 940 euro.

De regering maakte het pensioensparen aantrekkelijker. De eindbelasting, die verschuldigd is op 60 jaar, werd verminderd van 10 naar 8 procent, maar een deel van de belasting werd wel vroeger geïnd.

Pensioenspaarders kunnen sinds vorig jaar ook een hoger bedrag in hun fonds of verzekering storten. In 2019 kunt u kiezen tussen een storting tot 980 euro waarop u een belastingvermindering van 30 procent krijgt, of een storting tot 1.260 euro waarop u een belastingvermindering van 25 procent krijgt. In 2018 koos een beperkt aantal pensioenspaarders voor het hogere bedrag.

Daarnaast creëerde de regering de mogelijkheid aan werknemers die geen of een heel beperkt aanvullend pensioen hebben, om op individuele basis te sparen via de werkgever. Via het Vrij Aanvullend Pensioen voor Werknemers (VAPW) kunt u sinds eind maart van dit jaar aan de werkgever vragen een deel van uw nettoloon af te houden en dat te storten in een pensioenfonds of -verzekering naar keuze. De werknemer kiest zelf hoeveel hij spaart. Er is wel een bovengrens. Het bedrag mag per jaar niet hoger zijn dan 1.600 euro of 3 procent van het referentieloon van twee jaar geleden. Het gaat om het brutojaarsalaris dat aan de socialezekerheidsbijdragen is onderworpen.

Consument

Diesel, alcohol en tabak waren ook deze legislatuur het mikpunt van accijnsverhogingen. Vooral de accijnzen op diesel werden fors opgetrokken. In vijf jaar tijd hebben ze de accijnzen op benzine volledig bijgebeend. En dat uit zich uiteraard ook aan de pomp. De maximumprijs voor diesel (1,56 euro per liter) ligt hoger dan die voor benzine (1,546 euro per liter voor E10). De regering wil via de fiscaliteit een rem zetten op de aanschaf van dieselauto’s omdat die te schadelijk zijn voor het milieu. Dieselauto’s stoten meer fijnstof en stikstofoxide uit en hebben dus een grotere ongezonde impact op de mens dan benzinewagens.

950 euro
Jaarprijs voor gemiddeld stroomverbruik
De gemiddelde elektriciteitsfactuur voor een doorsneeverbruik van 3.500 kilowattuur komt vandaag uit op 950 euro per jaar, tegenover 650 euro in 2015.


Ook de accijnzen op tabak gingen de voorbije jaren opnieuw omhoog. Vooral voor roltabak werden de tarieven fors opgetrokken. Die was in ons land veel goedkoper dan sigaretten, waardoor veel jongeren naar roltabak overstapten.

Ook op de elektriciteitsfactuur was de impact groot. Twee ingrepen speelden een belangrijke rol. Ten eerste werd de btw-verlaging op elektriciteit, die de vorige regering had ingevoerd, niet verlengd, waardoor de btw opnieuw steeg van 6 naar 21 procent in september 2015. Daarnaast schafte de Vlaamse regering de 100 kilowattuur gratis elektriciteit per persoon af. Beide maatregelen lagen aan de basis van de verhoging van de energiefactuur voor Vlaamse gezinnen.

Cijfers van de Vlaamse energieregulator VREG tonen aan dat de gemiddelde elektriciteitsfactuur voor een doorsneeverbruik van 3.500 kilowattuur vandaag uitkomt op 950 euro per jaar, tegenover 650 euro in 2015. Al is die toename maar voor een gedeelte toe te schrijven aan de genoemde maatregelen.

Een belangrijke maatregel voor woningeigenaars kwam er met de hervorming van de woonbonus. Die was vroeger een federale belastingaftrek, maar door de staatshervorming kwam de bevoegdheid in regionale handen.

Na de vorming van de Vlaamse regering in 2014 werd beslist om de woonbonus om te vormen tot een minder aantrekkelijke belastingvermindering. Een gemiddeld gezin kon daardoor in het nieuwe systeem 1.000 euro per jaar minder terugkrijgen dan in het oude systeem. Op bestaande leningen bleef wel het lopende systeem van toepassing.

De Brusselse regering ging nog een stap verder. Ze schafte de woonbonus af, al paste dat in een breder kader met onder meer de verlaging van de registratierechten en de toekenning van een woonpremie.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect