Lunchen tegen de klok en binnen budget

©Siska Vandecasteele

De combinatie van tafelen en zakendoen is niet meer wat ze geweest is. Het moet sneller, goedkoper, informeler en gezonder. Terwijl luxerestaurants zich aanpassen, lanceren topondernemers en voetbaltempels hun eigen interpretatie van zakelijke gastronomie.

‘Het is zoals de kermis vroeger’, zegt Paul Gheysens in de Presidential Loge van het Bosuilstadion. De reusachtige marmeren tafel - ontworpen door zijn vrouw - is gedekt om vanavond het bestuur van AA Gent te ontvangen voor de laatste thuiswedstrijd van Antwerp dit seizoen. Voor een viergangenmenu, zoals ook de andere 16 loges straks geserveerd krijgen.

Wealth

Met de bijlage 'Wealth' geeft De Tijd u een inkijk in het rijke leven van de zeer vermogenden.

Neem een duik in de berichtgeving op de dossierpagina.

Nadat de vastgoedondernemer Gheysens de Ghelamco Arena voor AA Gent had neergepoot, nam hij met Antwerp FC ’s lands oudste voetbalclub over. De nieuwe hoofdtribune staat er, met dezelfde ‘Ghelamco-touch’. ‘Net als in de Ghelamco Arena wil ik hier via het voetbal families weer samenbrengen’, zegt Gheysens. ‘Vroeger gingen families naar de kermis om elkaar te zien. De botsauto’s en smoutebollen maakten dat ze bleven hangen.’

Vandaag zijn de botsauto’s vervangen door voetballers, de smoutebollen door een gourmethamburger of meergangenmenu’s. Met dat laatste proberen voetbalclubs niet zozeer families samen te brengen, wel zakenmensen. De zakenwereld kent een lange traditie van netwerken en deals sluiten tijdens gastronomische onderonsjes.

Maar de manier waarop dat gebeurt, is het voorbije decennium grondig veranderd. Urenlange, met drank overgoten lunchuitspattingen zijn een zeldzaamheid geworden. Soberheid en efficiëntie zijn in de plaats gekomen. ‘Een namiddag tafelen gebeurt steeds minder’, zegt Gheysens. ‘Zelfs als ik drie uur tijd zou hebben, zou ik geen drie uur aan tafel willen zitten. Dankzij de smartphone en apps heb je nu meer mogelijkheden om je dag in te vullen.’

Faculty Club

Erik Notelaers heeft de omslag in de zakelijke gastronomie zien gebeuren. Hij werkte 25 jaar in de Leuvense Faculty Club, waar naast professoren ook veel zakenlui kwamen eten. ‘Die hadden vroeger zeeën van tijd. Een halfuur aperitieven in het salon, een paar flessen champagne, een vijfgangenmenu, daarna sigaren en de kar met de pousse-cafés.’

Naast hun tijd leek ook het budget onbeperkt. Dat is niet langer zo. ‘Na de financiële crisis van tien jaar geleden moesten bedrijven plots op de kleintjes letten. Het oogde ook niet goed om tijdens een crisis met geld te smijten’, zegt Notelaers bij een Coca-Cola Zero met zicht op de binnenkoer van een gerestaureerde kasteelhoeve in Linden. Notelaers is hier directeur van het restaurant en de wijnbistro De Victorie. Het vorig jaar geopende geesteskind van ondernemer Urbain Vandeurzen, die een fortuin verdiende met de verkoop van zijn technologiebedrijf LMS, speelt via een snelle bistrolunch voor bedrijven uit de omgeving in op de nieuwe culinaire zakelijkheid.

Het verschil met tien jaar geleden is enorm. Toen was elke gelegenheid goed om hier een namiddag te tafelen. Nu is iedereen gehaast. Het moet snel én goed zijn.
Tatiana Litvine
La Villa Lorraine

Vandeurzen slaat twee vliegen in een klap door regelmatig de eigen zakenlunches in het eigen restaurant te organiseren. Zijn investeringsmaatschappij Smile Invest, waarvan hij de voorzitter is, huist in het aangrenzende kasteel, dat ook van hem is. Overigens zijn er wel meer ondernemers met een eigen restaurant, zoals Jos Sluys (Popelier), Wouter Vandenhaute (Couvert Couvert) en Yvan Vindevogel (Restaurant Damier).

Intussen moeten klassieke sterrenrestaurants als La Villa Lorraine zich aanpassen. ‘Het verschil met tien jaar geleden is enorm’, zegt Tatiana Litvine in het salon van het Brusselse sterrenrestaurant. ‘Toen was elke gelegenheid goed om hier een namiddag te tafelen. Uitgebreide menu’s, mooie wijnen, stevige rekeningen ook. Nu is iedereen gehaast. Het moet snel én goed zijn.’

Litvine runt de restaurantgroep die haar vader, de voedingsindustrieel Serge Litvine, in 2010 begon uit te bouwen na de overname van La Villa Lorraine. Intussen zit hij aan acht restaurants en zeven sterren, waarbij Sea Grill en La Villa in the Sky elk twee Michelinsterren tellen.

Moderne voetbaltempels, stijlvolle bistro’s die het ondernemerspubliek in de regio bedienen, klassieke sterrenrestaurants: elk bieden ze een nieuw antwoord op de beproefde formule van zakendoen tijdens de betere hap. Een rondrit langs drie adressen.

La Villa Lorraine

©Siska Vandecasteele

Op voorhand een maximaal budget afspreken voor een meeting op restaurant is steeds meer de gewoonte. Maar sommige bedrijfsklanten drijven het volgens Tatiana Litvine wel heel ver. ‘Soms krijg ik het verzoek om voor maximaal 30 euro iets te regelen. Sorry, maar dan ga je beter naar de Quick. Elk menu dat wij serveren, moet aan het imago van het huis voldoen, ook in onze brasserie. Dat kan niet voor 30 euro.’

De financiële crisis was een kantelpunt. ‘Het gebeurt vandaag nog maar zelden dat zakelijke klanten bij ons boeken zonder een gelimiteerd budget’, zegt Litvine, die sinds 2011 meedraait in de restaurantbusiness van de familie. ‘Dan nog proberen ze te onderhandelen. Ik moet meer bieden voor een lagere prijs. Naast het budget is ook de tafeltijd gekrompen. Dat zijn de grote twee veranderingen, en ook dat klanten minder vaak komen. Een- of tweemaal per jaar is het maximum, al zijn er uitzonderingen die nog tot tweemaal per maand komen om uitgebreid te genieten.’

La Villa Lorraine kan niet anders dan meegaan met de trend. ‘We passen ons aan. Vroeger had je hier vaste menu’s van vijf en zeven gangen. Daarna werd dat zes en vier gangen. Nu bieden we in het restaurant zelfs een driegangenmenu aan tegen een goede prijs’, zegt Litvine. Een driegangenlunch kan voor 56 euro, zonder wijn. Een driegangendiner ’s avonds kost 85 euro.

©Siska Vandecasteele

In de brasserie zijn er scherpere deals, met een lunchmenu voor 37 euro. ‘Ook daar bieden we onze verfijning, gezelligheid en kwaliteit, maar dan met eenvoudiger gerechten. Denk aan zalm, zeebaars, een entrecote of een hamburger.’ Litvine staat er wel op dat uitnodigingen vermelden dat het om La Brasserie de La Villa Lorraine gaat, niet om het eigenlijke restaurant. Verschil moet er zijn.

Toch mag het tegenwoordig allemaal wat losser zijn. ‘Vroeger wilden klanten geïmponeerd worden als ze naar een gastronomisch restaurant gingen. Een complete persoonlijke service, heel formeel, met een ober die niet sprak tegen de klanten’, vertelt Litvine. ‘Dat is totaal veranderd. Nu verwachten klanten een gezellig moment in een leuke atmosfeer. Het is meer relaxed.’

Bedrijfsklanten boeken veel meer dan vroeger een privézaaltje in het restaurant. ‘Dat is niet alleen discreter, een groep van tien mensen maakt ook meer lawaai’, zegt Litvine. In een eigen zaaltje let niemand op de decibelmeter.

©Siska Vandecasteele

La Villa Lorraine beschikt over vier privévertrekken, een op het gelijkvloers en drie boven. In de grootste zaal kunnen tot 60 mensen bediend worden. Voor vanavond is de tafel gedekt voor een 20-tal gasten. Ook zij zullen niet tot de vroege uurtjes blijven hangen. Op voorhand is meegedeeld dat de groep om 21.30 uur wil vertrekken. Zodat iedereen ’s morgens fris op kantoor aankomt.

Zakelijke klanten zijn ’s avonds in de minderheid in La Villa Lorraine. Ze vertegenwoordigen dan ruwweg 40 procent van het cliënteel, schat Litvine. Bij de lunch loopt hun aandeel op tot 70 procent. Over welke klanten gaat het zoal? ‘Advocaten, consultants, bankiers, Europese ambtenaren en politici, soms met vips. Ook Nederlandse klanten komen opvallend vaak voor business. En bekende bedrijven: Coca-Cola, Deloitte, Lukoil, McDonald’s.’ Jawel, McDonald’s houdt zijn jaarlijkse personeelsevent in La Villa Lorraine.

De Victorie

De mobiliteitsknoop laat zich ook in de zakelijke gastronomie voelen. ‘Mensen laten Leuven links liggen omdat ze de auto er moeilijk kwijtraken. Dat is een groot nadeel voor restaurants in die stad’, zegt Erik Notelaers, de directeur van De Victorie.

Op de parking van De Victorie, met zicht op een wijngaard die een Hagelandse helling oploopt, is plaats zat. De Victorie buit zijn ligging in Linden, net buiten Leuven, maximaal uit. ‘Er zijn hier weinig restaurants, zodat bedrijven uit de omgeving naar hier komen, van het industrieterrein in Haasrode tot dat van Rotselaar. Plus het lokale bankfiliaal, dat eenmaal per week komt.’

©Siska Vandecasteele

Wie hier ook regelmatig komt eten - tweemaal per week zelfs - is eigenaar Urbain Vandeurzen. ‘Eenmaal in de bistro, eenmaal in het restaurant. Om de kwaliteit in de gaten te houden’, zegt Notelaers. ‘Vandeurzen is heel betrokken. Hij proeft het nieuwe menu en geeft advies over de wijnen. Het restaurant is zijn kind. Die betrokkenheid van de familie is voor mij als directeur erg fijn.’

Vanaf de opening een jaar geleden speelde De Victorie bewust in op de nieuwe culinaire zakelijkheid. ‘Zeker voor de businesslunch voel je dat het vandaag snel moet gaan. Klanten zeggen op voorhand dat ze in een of anderhalf uur buiten willen zijn.’

©Siska Vandecasteele

Lunchen in de wijnbistro, waar een reusachtige fles Carbon-champagne en enkele formule 1-foto’s eraan herinneren dat Vandeurzens Carbon de officiële champagne voor het F1-podium is, kan vanaf 40 euro. ‘We willen niet zomaar een lasagne serveren, wel een goede prijs-kwaliteitverhouding bieden. Als voorgerecht asperge met grijze garnalen of een carpaccio bijvoorbeeld, als hoofdgerecht een kabeljauw of lamsvlees met gegrilde groenten.’

Daar kan wijn van het huis bij. ‘De witte grüner veltliner van Wijnkasteel Vandeurzen won in 2018 de gouden medaille voor beste Belgische wijn’, zegt Notelaers niet zonder trots.

Voor het diner is ook het restaurant beschikbaar, dat in een aangrenzende vleugel van de hoeve gevestigd is. ‘Zakelijke diners mogen typisch meer gangen tellen - vier à vijf - tegenover een tweetal gangen met koffie voor de lunch’, weet Notelaers.

Is een Michelinster een ambitie voor het restaurant? ‘We doen ons best en zien wel waar we komen. Maar Vandeurzen wil in alles de beste worden. Ook in wijn maken en in de horeca.’

Bosuilstadion

Paul Gheysens is onder de indruk van zijn Diamond Club, die nog maar enkele weken open is. ‘Ik moet hier ook eens een tafel reserveren’, zegt hij, terwijl hij naar de glazen wand loopt die uitzicht geeft op de spelerstunnel. Vlak voor de wedstrijd schuiven de spelers van beide ploegen hier aan om het veld te betreden. Het honderdtal gasten, vanavond verspreid over tafels van bedrijven als Belfius, Orange en SD Worx, heeft net een vijfgangenmenu afgewerkt. Terwijl sommigen foto’s van de spelers maken, vertrekken de meesten naar hun zitje boven in het stadion. Niet zonder eerst nog langs de bar te passeren.

©Dries Luyten

 

Zelf volgt Gheysens de match vanuit de Presidential Loge. Over voetbalzaken wil hij zich niet uitspreken, over het horeca-aspect van zijn Bosuilstadion des te meer. ‘Voor elke doelgroep hebben we een aanbod, met de nadruk op kwaliteit, gezondheid en betaalbaarheid. Wij zijn altruïstisch en willen dat iedereen het goed heeft. Je moet voor 2 of 3 euro iets kunnen eten.’ Al ben je voor een friet met saus wel een kleine 5 euro kwijt op de eerste verdieping, die toegankelijk is voor alle supporters. In de food street, een verdieping hoger, kost een pasta met truffel zo’n 14 euro.

Restaurant 1880, de loges en Diamond Club focussen vooral op een zakelijk publiek. In 1880, waar tot 700 mensen een driegangenmenu voorgeschoteld krijgen, ligt op elke serviette een papiertje met reclame voor de Royal Antwerp Businessclub. Een lidmaatschap voor het volgende seizoen kost 1.880 euro, goed voor tien netwerkactiviteiten waaronder vijf bedrijfsseminaries met gastsprekers. Voetbal en business als twee handen op een buik.

©Dries Luyten

‘Sport is een krachtig medium om zaken te doen’, zegt Gheysens. ‘Je komt met een andere instelling. Er is sfeer, iedereen is enthousiast. Het is ook informeler, wat jonge ondernemers en start-ups aanspreekt. Ze kunnen napraten met iemand van BASF of PwC, terwijl ze anders een afspraak moeten zien te regelen.’

Voor de extra horeca-inkomsten doet Gheysens het naar eigen zeggen niet echt. ‘Sponsoring en ticketverkoop zijn belangrijker. Catering is een middel om te laten netwerken. Mensen komen en blijven, ze voelen zich goed en ontmoeten andere mensen.’ Een externe cateraar bereidt tot 1.000 maaltijden per wedstrijd in keukens ter plaatse. Gheysens eist kwaliteit. Dat kan volgens hem enkel door lokaal te koken.

Intussen houdt hij de ogen open voor gastronomische trends. ‘Ik ben net terug uit Londen. Daar leer ik van de hippe restaurants. Misschien moeten we hier nog iets doen met food-sharing. Dankzij opeenvolgende kleinere hapjes is na 20 minuten het verzadigingsgevoel bereikt, waardoor je minder eet. Dat is gezonder.’ Gheysens zal het meermaals herhalen: gezonder. ‘Niet te veel sauzen en suiker, daarmee kan je alles goed laten smaken. Gezonder en daardoor verfijnder, in kleinere hoeveelheden.’ Waarna alweer een ander idee volgt: live cooking. Zolang de mensen maar komen.

©Dries Luyten

Lees verder

Advertentie
Advertentie