Middeleeuws domein beheren is voltijdse job: 'Soms vraag ik me af of het wel een cadeau is'

De kapel op het Adornesdomein dateert van 1429. De kinderen van de familie worden er nog altijd gedoopt. ©Jonas Lampens

Ze huwde een graaf en erfde een middeleeuws familiedomein. Véronique de Limburg Stirum vertelt, tijdens een wandeling in het Brugse Adornesdomein, hoe ze de toekomst van het peperdure familiepatrimonium bewaakt door het behoedzaam open te stellen voor het publiek. ‘Het bewaren van erfgoed is enorm duur. Dat geld kan je nergens anders in investeren.’

Wie op een stille herfstdag voorzichtig over de natte, door vele voeten glad gesleten kasseien van het Adornesdomein stapt, heeft niet veel verbeelding nodig om het Brugge van de middeleeuwen voor zijn ogen te zien herleven. Het licht valt zacht op de okerkleurige houten toren van de Jeruzalemkapel, daar in 1429 gebouwd door Anselm Adornes na een bedevaart naar de heilige stad.

Het gaf de Vlaams-Italiaanse zakenman, ridder, diplomaat en devote christen nog extra status in de hoogste Brugse kringen. De adellijke Adornes-familie deed ook aan liefdadigheid. Kijk naar de krappe godshuisjes, waar berooide weduwen kost en inwoon kregen in ruil voor werk in de kruidentuin en het onderhoud van de kapel.

Wealth, vrijdag 6 december gratis bij De Tijd

Met de bijlage 'Wealth' geeft De Tijd u een inkijk in het rijke leven van de zeer vermogenden.

  • Rijk en gescheiden: België is Amerika of het Verenigd Koninkrijk niet
  • Brugs erfgoed: met adellijke erfgename het Adornesdomein ontdekken
  • Sterrenchefs: hoe geld verdienen met luxe-ingrediënten

Sinds Anselm Adornes het domein midden vijftiende eeuw aankocht en uitbouwde, is er amper iets aan veranderd. Het enige verschil: sinds enkele jaren kunnen ook bezoekers die een kaartje van 8 euro kopen rondwandelen in dit bijzondere stukje familiegeschiedenis in het Sint-Annakwartier in de Brugse binnenstad.

‘Hoe meer ik er kom, hoe meer ik besef hoe bijzonder deze plek is: een domein dat al sinds de 15de eeuw in het bezit van dezelfde familie is en dat een unieke inkijk geeft in het leven van die tijd’, zegt Véronique de Limburg Stirum tijdens een rondleiding. ‘Kijk naar het huis van Gruuthuse: hij was een vriend van de familie, hij was rijker en belangrijker dan Anselm, maar zijn huis is vandaag een echt museum. Dit domein is volledig authentiek gebleven. Ik wist onmiddellijk: dit moet toegankelijk worden voor het publiek. We leven niet meer in een tijd waarin we het helemaal alleen kunnen doen. En het zou onzinnig zijn om dit alleen voor een familie te gebruiken. Kom, we beginnen bij het museum over Anselm Adornes.’

©Jonas Lampens

Ze moet zich bukken om door het blauw beschilderde poortje het kleine museum in te stappen. Het domein van ongeveer 1 hectare groot is helemaal op maat van de middeleeuwse mens gemaakt.

Enorme kans en grote last

Als er een lamp stukgaat, draai ik zelf een nieuwe in.
Véronique de Limburg Stirum

Véronique is de echtgenote van graaf Maximilien de Limburg Stirum, een veelgevraagd bestuurder en intimus van Alexandre Van Damme, de grootste aandeelhouder van de bierreus AB InBev. Maximilien is de 17de generatie van de familie Adornes, die in de dertiende eeuw van Genua naar Brugge verhuisde. Haar man erfde het domein, zoals dat gaat bij oude geslachten, bij hun huwelijk in 1999. ‘Het is een enorme kans, maar het is ook een grote last. Het kost tijd, geld, energie, zorg. Soms vraag ik me af of het wel een cadeau is. (lacht) Maar het werd mij wel snel duidelijk: we moeten dit zelf in handen nemen en het niet aan externe beheerders laten.’

De banden met het familiale domein waren sterk verwaterd. Decennialang werd het enkel bewoond door religieuzen. In 1987 verlieten de laatste nonnen het domein voor een rusthuis. ‘Mijn schoonvader kwam eens in de zoveel maanden langs om een praatje te slaan met moeder-overste. Maar ik wilde dat de band tussen de familie en het domein dieper ging dan enkel een telefoontje en de rekening als een dakgoot aan vervanging toe was. Ik zei tegen mijn man: we gaan hier als familie weer plezier aan beleven, we nemen het domein terug in gebruik en ik ga er een succes van proberen te maken. Of we verkopen. Je moet je voorstellen wat dat betekent voor iemand van de 17de generatie. Verkopen is onmogelijk, dat zou te pijnlijk zijn. Het moest dus een succes worden.’

In het hart van de privévertrekken hangen geschilderde portretten van de verschillende generaties Adornes aan de muur, inclusief een recent schilderij van Véronique en Maximilien de Limburg Stirum en hun drie roodharige zonen, Hadrien, Gabriel en Edgar. ©Jonas Lampens

Het beheer van een middeleeuws domein slurpt geld. De verwarmingskosten zijn hoog, renovatie vraagt duur hand- en vakwerk. De familie investeerde via de vzw Adornes de afgelopen tien jaar 2,2 miljoen euro eigen middelen in de renovatie van de gebouwen die toegankelijk zijn voor het publiek. Ze kreeg daarvoor 217.000 euro subsidies. Uit de toegangstickets, de organisatie van evenementen, de verhuur van gebouwen aan het hier gevestigde kantcentrum en de huur die de familie zelf betaalt voor het gebruik van het - deels publiek toegankelijke - herenhuis als tweede verblijf puurt de vzw 180.000 euro inkomsten. Maar het beheer (uitbating, energie, onderhoud, verzekering) kost bijna evenveel: 180.000 à 190.000 euro per jaar. ‘En dat is zonder een salaris voor mij als zaakvoerder. Dus dat geeft een vertekend beeld’, zegt Véronique de Limburg Stirum.

‘Op een gegeven moment zal iemand anders deze job doen. Dat zal niet noodzakelijk iemand van de familie zijn, hoewel we als familie altijd nauw betrokken blijven. Maar een professionele organisatie vraagt een professionele, betaalde beheerder.’ Toch spreekt ze van een voorzichtig succes. ‘Het museum is sinds 2014 open. We hebben een serieuze terugval in bezoekerstaantallen gezien na de aanslagen. Maar dat aantal stijgt weer. We draaien nu ongeveer break-even. Er is wel nog heel veel werk. De renovaties die nodig zijn, worden geraamd op zo’n 100.000 euro per jaar. En we hebben nog voor vijftien jaar werken gepland.’

Massatoerist

Door het domein te ontwikkelen als exclusieve toeristische bestemming kunnen inkomsten gegenereerd worden om de noodzakelijke toekomstige renovaties te financieren. Véronique de Limburg Stirum denkt dat er nog marge op het model zit. ‘We zitten aan 16.000 bezoekers, dat aantal kan nog naar omhoog. Er zijn nog veel plannen en ideeën, de toegangsprijs kan nog wat stijgen. We mikken niet op de massatoerist, maar op een bijzondere ervaring: een luxe. Meer dan 25.000 bezoekers kan het domein ook niet aan. Dat zou de beleving verstoren.’

Véronique de Limburg Stirum maakte carrière in de wereld van de banken en de verzekeraars. ©Jonas Lampens

Adel wordt nog altijd geassocieerd met rijkdom, al is dat volgens Véronique de Limburg Stirum voor veel families niet het geval. ‘Maar ik besef dat een fundraising voor het Adornesdomein niet veel succes zou hebben en ik begrijp ook waarom.’ Maar ze wil ook voorzichtig omspringen met overheidsfinanciering. ‘Ik doe niet aan politiek, maar als ik de minister van Cultuur hoor (Jan Jambon kondigde de dag voor dit interview forse besparingen aan, red.), toont dat aan hoe gevaarlijk het is om op subsidies te rekenen. Het businessmodel moet bijdragen aan de kosten van het domein, de rest betalen wij: dat is de filosofie. Maar die bijdrage moet redelijk blijven. Ik waak er ook over om onze kinderen hier in de toekomst niet te zwaar mee te belasten, want op een gegeven moment zullen zij het overnemen.’

Véronique de Limburg Stirum maakte carrière in de wereld van de banken en de verzekeraars. Ze ging op voorstel van haar man in 2006 aan de slag bij de familiale Adornes-stichting op een moment dat ze een professionele pauze had ingelast. ‘Ik ben een handelsingenieur, geen museumconservator. Gelukkig maar, heb ik al vaak gedacht. Ik run nu een zaak met de complexiteit van een groot bedrijf, maar zonder de middelen. Ik ben manager, conservator, werfleider. En als er een lamp stukgaat, draai ik zelf een nieuwe in.’

Mist ze haar oude carrière niet? ‘Nee, maar het salaris soms wel. (lacht) Intellectueel is het een superjob. Het is heel afwisselend en concreet, elke dag boek je resultaat. En je krijgt veel fijne, positieve reacties van bezoekers. Maar het is ook zwaar en ik wil het op een gegeven moment ook weer uit handen kunnen geven.’

Zondag

Het bewaren van erfgoed is enorm duur. Dat geld kan je nergens anders in investeren.
Véronique de Limburg Stirum

De liefde van de familie voor het domein is weer opgelaaid. Haar drie zonen werden in de kapel gedoopt, de familie viert er samen kerst. Op zondag is het domein gesloten zodat het gezin er kan ontspannen. Een moeilijke beslissing, zegt ze. ‘Het betekent een enorme hap uit de inkomsten als je op zondag sluit. Maar het is heel belangrijk dat we hier als familie van kunnen genieten.’

Ze opende een museumshop - er zijn zelfs hippe linnen totebags met het Adornes-logo - en richtte in de Schotse lounge een cafeetje in waar bezoekers voor enkele euro’s zelf een koffie en een koekje kunnen nemen. Shop en lounge genereren enkele duizenden euro’s inkomsten voor de vzw. ‘We kunnen alle beetjes gebruiken. Dat betekent ook dat we rekenen op de eerlijkheid van de mensen, omdat we in de lounge geen bediening willen inzetten’, zegt ze, terwijl ze voor ons twee kopjes koffie zet.

De met Schotse ruit beklede knusse sofa’s zijn een knipoog naar de diplomaat Anselm Adornes. Als gezant van de Bourgondische hertog Karel de Stoute reisde die naar Schotland om de banden met Vlaanderen te herstellen na de Schotse boycot in 1467 van het kostbare Vlaamse laken en aluin, waarin hij zelf handelaar was. De banden met Schotland bleven warm, hij kreeg er gronden toegewezen van de Schotse koning James III. Anselm overleed in het Schotse plaatsje Linlithgow, volgens de overleving na een overval door rovers. Hij werd er ook begraven. In de Brugse familiekapel ligt enkel zijn hart, dat later is overgebracht naar het familiegraf.

©Jonas Lampens

We verlaten de lounge en stappen naar het familiale herenhuis, dat enkel toegankelijk is voor geleide bezoeken en bedrijfsevenementen. Véronique de Limburg Stirum opent een smeedijzeren hek, we gaan door een zware houten deur en over een smalle stenen wenteltrap. ‘Het maakt deel uit van de charme van het huis.’

We zijn nu in het hart van de privévertrekken, met geschilderde portretten van de verschillende generaties Adornes aan de muur, inclusief een recent schilderij van Véronique en Maximilien de Limburg Stirum en hun drie roodharige zonen, Hadrien, Gabriel en Edgar. Ze lacht een beetje besmuikt. ‘Ja, dat ben ik met mijn familie.’ Hier heeft het gezin zelf de handen uit de mouwen gestoken. ‘Toen ik hier de eerste keer kwam, stond er niet meer dan een tafel en wat stoelen, met een plasic erover en een dikke laag stof. De muren waren witgepleisterd. Dat hebben we met het gezin zelf van de muren gekapt, een paar dagen van hard werk.’

Rumbeke

De woonkamer is smaakvol ingericht met wandtapijten, familiefoto’s en historische meubels. Veel stukken uit het kasteel van Rumbeke vonden hun weg naar Brugge. Ook dat landgoed was ooit in handen van de familie de Limburg Stirum, maar het werd verkocht. In een hoekje staat het opmerkelijk kleine bed van de laatste eigenaar van het kasteel van Rumbeke. ‘Ik vond niet direct een andere plaats voor het bed, maar het is fijn om er in de namiddag te zitten, met zicht op de tuin. Mij valt het niet meer op maar iedereen die hier binnenkomt vraagt naar het bed. De meeste mensen vinden het een beetje raar.’

Het is een enorme kans, maar het is ook een grote last. Het kost tijd, geld, energie, zorg. Soms vraag ik me af of het wel een cadeau is.
Véronique de Limburg Stirum

We spreken over het vele Vlaamse patrimonium dat nog in privéhanden is en onder druk staat. ‘Er zijn zoveel prachtige huizen en kastelen waar we een oplossing voor moeten vinden’, zegt Véronique de Limburg Stirum. ‘Het wordt steeds moeilijker dat zelf te doen. Prins Simon de Merode organiseert spektakels in het kasteel van Westerlo, in Laarne (beheerd door de familie de Pessemier ’s Gravendries, red.) gaat een kerstevenement door.’

Kastelen zullen steeds vaker minstens gedeeltelijk opengaan voor het publiek, voorspelt de Limburg Stirum. ‘Jongeren willen niet meer in die huizen leven, die zo moeilijk te verwarmen zijn, en ver van de stad of hun werk liggen. Zo’n kasteel is een voltijdse job.’

Waarom investeren in erfgoed?

Trots leidt ze ons nog rond in het voormalige koetshuis, waar een tijdelijke tentoonstelling met hedendaagse schilderijen en beelden is ingericht. ‘Dat doen we twee keer per jaar. Het is belangrijk te garanderen dat mensen terugkeren. Anders kopen ze maar één keer een kaartje. Maar het is vooral de bedoeling niet in het verleden te blijven hangen. Deze plek moet leven. Toerisme is een van de sectoren die nog groeit. Door zo’n domein open te stellen draag je bij aan de economische welvaart.’

Ze zegt dat ze lang en diep heeft nagedacht over erfgoed en waar het voor staat. ‘Het bewaren van erfgoed is enorm duur. Dat geld kan je nergens anders in investeren. Dat is een lastige boodschap voor jongeren: we steken geld in het verleden en niet in jullie toekomst. Ik vind het een heel belangrijke vraag: waarom investeren we in erfgoed?’

Dit is haar antwoord. ‘Erfgoed is symbolisch, het toont macht en kracht. Als je niet weet wie je was, is het moeilijk te bepalen waar je naartoe gaat. Juist op een moment dat een maatschappij die geconfronteerd wordt met migratie zich die vraag stelt: wie zijn wij? Ook al ben ik Franstalig (ze praat in vlekkeloos Nederlands, red.), toch vind ik het erg fijn dat voor de exposities met hedendaagse kunst die we hier organiseren meestal wordt gekozen voor Belgische kunstenaars, en bij voorkeur voor Vlaamse. Want daar gaat erfgoed over: onze identiteit.’

De bijlage 'Wealth' geeft u een inkijk in het rijke leven van de zeer vermogenden. Vrijdag 6 december gratis bij De Tijd.

Lees verder

Advertentie
Advertentie