Voor 200.000 euro heb je een eigen leerstoel

©Siska Vandecasteele

Met 177 zijn ze al, de leerstoelen aan de Vlaamse universiteiten. Gulle bedrijven hopen ermee wetenschappelijke bakens te verzetten in ruil voor een imagoboost. Voor particuliere schenkers is een fonds de populairste optie. Met telkens dezelfde beperking: de universiteit haar ding laten doen.

‘Veel mensen weten niet eens dat ook de universiteit een goed doel is.’ Het is een vaak terugkerende verzuchting onder de verantwoordelijken voor filantropische fondsenwerving aan de Vlaamse universiteiten. Hun universiteitsfondsen - de dienst die giften en schenkingen moet binnenhalen bij bedrijven, organisaties en particulieren - hebben duidelijk nog missioneringswerk te verrichten.

Wealth, vrijdag 6 december gratis bij De Tijd

Met de bijlage 'Wealth' geeft De Tijd u een inkijk in het rijke leven van de zeer vermogenden.

  • Rijk en gescheiden: België is Amerika of het Verenigd Koninkrijk niet
  • Brugs erfgoed: met adellijke erfgename het Adornesdomein ontdekken
  • Sterrenchefs: hoe geld verdienen met luxe-ingrediënten

Vreemd is dat niet. Zowel de Universiteit Gent (UGent) als de Universiteit Antwerpen (UA) richtte nog maar in 2012 een centraal universiteitsfonds op, de Vrije Universiteit Brussel (VUB) deed dat in 2013 met de VUB Foundation.

Zelfs bij een vroege pionier als de KU Leuven, die al in 1993 een eerste privaat gefinancierde leerstoel lanceerde, valt te horen dat filantropie in Vlaanderen ‘nog veel communicatie vraagt’ om een ‘cultuur van geven’ te creëren. Dat vertelt Isabel Penne, de directeur van het Universiteitsfonds KU Leuven, in een met sponsorgeld gerenoveerd pand waarvan de geschiedenis teruggaat tot de 15de-eeuwse schilder Dirk Bouts. ‘Een mooi en toepasselijk kader om schenkers in te ontvangen’, zegt ze zichtbaar trots.

Te oordelen naar hun snel groeiende geldinstroom werpen de inspanningen van de universiteiten vruchten af. Dat moet ook, want een andere weerkerende verzuchting is dat de knip in de overheidsfinanciering de universiteiten dwingt alternatieve geldbronnen aan te boren. Naast de inzameling van kleinere giften en ontvangsten uit legaten gebeurt dat via twee specifieke kanalen waarmee grotere bedragen gemoeid zijn: leerstoelen en fondsen. Leerstoelen worden vooral door bedrijven opgericht, fondsen zijn veeleer het terrein van particulieren.

Geldpotjes

Eind 2018 telden de vijf Vlaamse universiteiten samen 177 leerstoelen, goed voor 11,7 miljoen euro inkomsten datzelfde jaar. De KU Leuven nam de helft van dat bedrag voor haar rekening en had ook veruit de meeste leerstoelen (107). Het totale aantal fondsen ligt met een 230-tal iets hoger, maar vertegenwoordigt een kleiner geldpotje.

Een weerkerende verzuchting is dat de knip in de overheidsfinanciering de universiteiten dwingt alternatieve geldbronnen aan te boren.

Aan een leerstoel hangt dan ook een veel hoger prijskaartje vast. Wie een leerstoel wil oprichten, moet minstens 60.000 euro (UGent en UHasselt), 65.000 euro (KU Leuven) tot 70.000 euro (UA) per jaar neertellen, en dat voor een periode van minstens drie jaar. De VUB is de uitzondering met minstens 50.000 euro gedurende twee jaar.

Alles samen gaat het al snel over 200.000 euro, voldoende voor de financiering van een meerjarig onderzoek door een doctoraatsstudent of een lezingenreeks door een gastprofessor. Een fonds oprichten daarentegen kan al voor pakweg 1.000 tot 10.000 euro, al is het typisch de bedoeling dat nadien het geld blijft stromen.

Grootbanken

De forse minimuminleg voor leerstoelen verklaart waarom bedrijven de grote meerderheid ervan financieren. De vier grootbanken in België hebben of hadden er een (BNP Paribas Fortis heeft zelfs zes actieve leerstoelen). De verzekeraars Ageas en Allianz financieren een leerstoel, net als de farmabedrijven Pfizer, Bayer, Roche, Johnson & Johnson, Abbott, AbbVie, Takeda en nog een handvol. Ook overheidsinstellingen en -bedrijven als de VDAB, Belgocontrol en Brussels Airport doen mee, net als de Chinese techgigant Huawei. Sinds deze maand heeft de eersteklasser Club Brugge een leerstoel aan de UA.

In al die gevallen gaat het om een leerstoel waarin de naam van het bedrijf vermeld wordt, zoals in de BNP Paribas Fortis Chair in Fraud Analytics aan de KU Leuven. Leerstoelen gelden als een vorm van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Bedrijven zetten zo’n inspanning al eens graag in de verf.

‘Met een leerstoel kunnen bedrijven signaleren dat ze het voortouw nemen in een maatschappelijk thema’, zegt Dimitry Beuckelaers van het Universiteitsfonds Antwerpen. Goed voor het imago, ook omdat het linken van de merknaam aan een academische instelling een extra scheut sérieux oplevert, zegt Beuckelaers. Een enkele keer is een leerstoel vernoemd naar een privépersoon of vermeldt hij alleen het thema, zoals in ‘menselijke erfelijkheid in DR Congo’ of de door de VRT gesponsorde leerstoel ‘Media in een samenleving in transitie’.

Heilig principe

De keuze van het thema gebeurt in samenspraak tussen de financier en de leerstoelhouder, de professor die zich ontfermt over de leerstoel. Alle universiteitsfondsen hameren op de academische vrijheid, een heilig principe dat niet bezoedeld dient te worden door commerciële belangen. Academisch onderzoek moet onafhankelijk kunnen gebeuren, zonder druk van de schenker. De onderzoekers moeten vrij pistes kunnen bewandelen in het gekozen thema.

Bovendien worden de resultaten van het onderzoek altijd publiek gemaakt. Dat is het grote verschil met contractonderzoek, waarbij een bedrijf de universiteit betaalt voor een dienst, in dit geval onderzoek waarvan de resultaten exclusief het bedrijf toebehoren. Dat onderzoek kan gerust een commercieel karakter hebben. Van mecenaat is hier geen sprake. Aan de juristen van de universiteitsfondsen om over de grens tussen beide te waken.

Bij de KU Leuven dient een leerstoel doorgaans voor het aantrekken van een doctoraatsonderzoeker die onder de hoede van een professor een gekozen thema uitspit. De Leuvense universiteit haalde de mosterd bij de Angelsaksische universiteiten, met een noodgedwongen twist. ‘In de Angelsaksische wereld kan men met het geld van een leerstoel een extra professor binnenhalen. Met onze lagere bedragen lukt dat niet, daarom de keuze voor een jonge doctoraatsonderzoeker’, legt Penne uit.

Vrijheidsgeld

Het soort onderzoek dat een leerstoel typisch financiert, omschrijft Penne als ‘blue sky’, fundamenteel onderzoek los van praktische of commerciële toepassingen. ‘Mecenaat is een soort vrijheidsgeld voor onderzoek dat anders nooit zou gebeuren. Bij traditionele financieringskanalen zoals wetenschappelijke beurzen moet je bijna op voorhand kunnen zeggen waar je zal uitkomen. Bij een leerstoel heb je meer ‘recht op dwalen’. Op die manier is het tegelijk een vorm van zaaikapitaal voor de eerste stap in een onzeker onderzoek, dat daarna mogelijk via traditionele financieringskanalen voortgezet kan worden.’

177
leerstoelen
Eind 2018 telden de vijf Vlaamse universiteiten samen 177 leerstoelen, goed voor 11,7 miljoen euro inkomsten datzelfde jaar.

Dat betekent niet dat een bedrijf eender wat financiert. ‘Het gaat om onderzoek dat ook nuttig kan zijn voor het bedrijf’, zegt Liesbeth Plovie, die bij het Universiteitsfonds UGent verantwoordelijk is voor leerstoelen. Of zoals Penne het zegt: ‘Een bedrijf actief in de strijd tegen longziekten gaat geen dermatologisch onderzoek financieren.’

Volgens Beuckelaers is de uiteindelijke onderzoeksvraag het resultaat van een compromis tussen de universiteit en het bedrijf, met een vraag die voldoende representatief is voor de wensen van de financier. De UA probeert bij nieuwe leerstoelen steevast twee extra luiken aan het onderzoek te koppelen: onderwijs en dienstverlening. Dat laatste is bijvoorbeeld de uitreiking van een prijs, terwijl het eerste een lezingenreeks kan zijn. Ook de UGent tracht een onderwijsluikje aan een leerstoel te verbinden om de directe maatschappelijke meerwaarde te vergroten.

©Mediafin

Een sponsorend bedrijf komt trouwens niet zomaar uit de lucht vallen. Vaak is er al een relatie met een onderzoeksgroep van de universiteit, bijvoorbeeld via eerder contractonderzoek of een consultingopdracht. ‘Als erkenning voor de fijne samenwerking vraagt een bedrijf dan hoe het nog kan helpen’, zegt Penne. ‘Zij het in dit geval zonder voorwaarden, anders is er sprake van een contract. Wij verkopen heus onze ziel niet: bedrijven krijgen geen inspraak in het onderzoek.’

Zodra het geld is overgemaakt, vertaalt zich dat juridisch in ‘gegeven is gegeven’. Als een schenker voor een bankgift kiest, beperkt de universiteit zich tot een intentieverklaring om te goeder trouw te handelen. ‘Bij een gift staat er niets op papier over de doelstellingen die gehaald moeten worden. Dat mag ook niet. Het gaat om een eenzijdig document’, zegt Plovie. Zo’n gift is fiscaal aftrekbaar en meteen de populairste manier om een leerstoel te financieren.

Een alternatief is een overeenkomst te gebruiken die niet fiscaal aftrekbaar is, maar waarvoor de schenker een factuur ontvangt (met 21% btw). ‘In een overeenkomst kunnen te behalen mijlpalen opgenomen worden, zoals een verslag na een jaar, maar er is nooit sprake van een overdracht van intellectuele eigendom’, stelt Plovie. ‘Een mogelijke afspraak is dat de studenten een bedrijfsbezoek brengen’, geeft Beuckelaers als voorbeeld. Meteen een manier om zich te presenteren aan potentiële werknemers.

Betrokkenheid

De forse minimuminleg voor leerstoelen verklaart waarom bedrijven de grote meerderheid ervan financieren.

De academische onafhankelijkheid belet niet dat een sponsorend bedrijf periodiek gebrieft wordt. Gewoonlijk is er minstens eenmaal per jaar een overlegmoment, waarbij de onderzoekers de vorderingen en de plannen toelichten. Ook een bezoek aan een onderzoeksproject, zoals een kankercentrum, is mogelijk. Het is een manier om betrokkenheid te creëren zonder de academische vrijheid te schenden. Het gevoel van betrokkenheid bij de universiteitsgemeenschap is een belangrijke doelstelling voor Penne. ‘Zo ontvangen alle schenkers een uitnodiging om de opening van het academiejaar bij te wonen.’

Wat de onvermijdelijke vraag over de ‘return’ voor de schenker oproept. Het uitdragen van een imago van maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) is het meest voor de hand liggend.

‘Universitaire leerstoelen zijn een belangrijk onderdeel van ons MVO-beleid’, zegt Hilde Junius, de woordvoerster van BNP Paribas Fortis, dat vijf leerstoelen aan Vlaamse universiteiten sponsort en een aan de Franstalige UCL. ‘Het onderhouden van een nauwe band met de universiteiten is niet enkel belangrijk voor onze rekrutering, maar ook voor de verdere ontwikkeling en opleiding van onze werknemers. Aan een leerstoel koppelen we dan ook meerdere events, zoals workshops en gastlezingen.’

De universiteit draagt haar steentje bij om dat MVO-imago onder de aandacht te brengen. Dat gebeurt via de luisterrijke inauguratie van een leerstoel, een event dat via een persbericht de nodige media-aandacht moet creëren. Bij zo’n inauguratie spreken typisch de rector van de universiteit, de leerstoelhouder en iemand van het bedrijf, gevolgd door een receptie.

©Siska Vandecasteele

Inauguratie

‘Voor sommige schenkers is een inauguratie heel belangrijk. Dan werken we samen een communicatieplan uit, met mogelijk ook een webpagina op onze site’, vertelt Plovie. Bij de KU Leuven komt er zelfs de ondertekening van een oorkonde aan te pas, ideaal voor een fotomoment. Al zijn er grenzen aan de visibiliteit voor de schenker: opzichtige bedrijfslogo’s worden geweerd.

Het grote aantal farmabedrijven met een leerstoel springt eruit. Dat is geen toeval. De faculteit geneeskunde is in alle universiteiten de grootste fondsenwerver. Daar zijn meerdere redenen voor. ‘Onze professoren in de geneeskunde hebben, net als die van de bio-ingenieurswetenschappen, nauwe contacten met het bedrijfsleven. Samen met het bestuur van de faculteit stoppen ze er ook veel energie in. Omgekeerd zijn farmabedrijven meer vertrouwd met het concept van een leerstoel dan bedrijven in andere sectoren’, zegt Plovie.

De keuze van het thema gebeurt in samenspraak tussen de financier en de leerstoelhouder, de professor die zich ontfermt over de leerstoel.

Volgens Penne linkt de farmasector zich graag aan de ‘excellentie’ van de Leuvense geneeskundefaculteit, waar professoren doorgaans tegelijk ziekenhuisarts zijn en via ‘dankbare’ patiënten soms giften ontvangen. In het verlengde daarvan heeft Beuckelaers het over de ‘emotie’ die schenkingen drijft, wat bij geneeskunde evidenter is dan voor zeg maar oude perkamenten. Wie in zijn naaste omgeving te maken heeft gekregen met een tragische ziekte, kan daarin een motivatie vinden om te schenken aan gerelateerd onderzoek.

Een opvallende tweede aan de UA is de rechtenfaculteit. Dat is volgens Beuckelaers te danken aan de goede relatie van de rechtenprofessoren met het bedrijfsleven. Een opmerkelijke afwezige, ook aan de UGent, is dan weer de faculteit economie. ‘Wij hebben daar nog geen leerstoel. In sommige faculteiten zijn onze dienst en het principe van een leerstoel nog onvoldoende bekend’, verklaart Plovie de afwezigheid. In Leuven klinkt het dat de exacte wetenschappen moeilijk terrein zijn.

Penne merkt wel dat het binnenhalen van leerstoelen de jongste jaren meer moeite kost. ‘Bij buitenlandse multinationals is het tegenwoordig vaak het moederhuis dat daarover beslist in plaats van het Belgische filiaal. Dat betekent een veel langer proces.’ Positief is wel dat zo’n 85 procent van de leerstoelen na drie jaar verlengd wordt, doorgaans voor nieuw onderzoek, signaleert Penne. Ook Beuckelaers stelt vast dat schenkende bedrijven sinds de financiële crisis veeleisender geworden zijn. ‘Ze letten meer op de middelen en verwachten meer return - visibiliteit en netwerking - voor hun geld.’

Bij fondsen liggen de financieringseisen lager, waardoor ze een ander publiek van schenkers aantrekken: particulieren. Ook hier gaat de geneeskunde veruit met de meeste aandacht lopen. Veel meer dan bij leerstoelen speelt vaak de emotie, denk aan de talrijke fondsen die zijn opgericht door een dankbare patiënt of ter nagedachtenis van iemand. ‘Het initiatief komt vaak van een patiënt van ons universitair ziekenhuis of van de familie ervan’, zegt Wim Van der Planken, bij de UGent verantwoordelijk voor fondsen.

Net als bij een leerstoel probeert de universiteit de schenker betrokken te houden, in dit geval via een beheerscomité waarin naast de onderzoekers en ander universiteitspersoneel ook de schenkers een zitje krijgen. Die laatsten zijn wel altijd in de minderheid en kunnen niets blokkeren. ‘Het is de bedoeling de schenkers te informeren over wat met het geld gebeurt en wat de impact is’, zegt Penne van de KU Leuven, die zo’n200 fondsen telt en een minimum van 10.000 euro hanteert.

Nagedachtenis

Door fondsen te bundelen kan hun impact toenemen. Zo combineerde de KU Leuven drie fondsen, elk ter nagedachtenis van iemand, voor de financiering van een specifiek onderzoek naar zeldzame kankers. ‘Elk van de drie getroffen families brengt vanuit het eigen netwerk middelen aan’, vertelt Penne. Zo behouden ze elk hun zichtbaarheid in plaats van dat het geld in een anonieme pot belandt, wat volgens Penne een bezorgdheid is van veel schenkers.

‘De naamgeving van het fonds gebeurt in overleg met de initiatiefnemers’, zegt Van der Planken. ‘Ik geef de raad een naam te kiezen die de lading van het onderzoek dekt, zoals Parkinson. Dan weet het brede publiek, dat aan bestaande fondsen kan schenken, meteen waarover het gaat. Bij een fonds genoemd naar een overleden persoon is dat niet altijd duidelijk, al gebeurt de fondsenwerving daar typisch bij familie en vrienden. Ons officieel minimum is 500 euro, maar dan moet wel in een verdere aangroei van de middelen voorzien zijn, bijvoorbeeld via periodieke fundraisers.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie