Advertentie
reportage

Op zoek naar concentratie: 'Ontwikkel je eigen interne keukenwekker'

©SISKA VANDECASTEELE

In dit tijdperk van afleiding is concentratie een superkracht. Kan ik me leren afsluiten van al die prikkels, zodat ik één kan worden met mijn taak? Een zoektocht naar flow.

In het cartoonarchief van het Amerikaanse magazine The New Yorker zit er een die altijd is blijven hangen. Een thuiswerkende man achter een laptop zegt na een werkdag tegen zijn vrouw: ‘Ik begrijp het niet: hoeveel koffie ik ook drink, hoe vaak ik ook op mijn telefoon zit, mijn e-mail ververs, dingen opzoek online, naar de keuken stap voor een snack, berichten stuur naar vrienden, door Twitter scroll en met de kat speel, ik krijg niets geschreven.’

Het is pijnlijk herkenbaar. Ook ik heb de neiging alle kansen op afleiding te benutten. Nieuwsalerts, die altijd in viervoud arriveren, zijn een noodzakelijk kwaad. Dan is er WhatsApp, de regisseur van ons sociaal leven. Op mijn laptopscherm is elk tabblad een uitnodigende roetsjbaan down the rabbit hole. Waar zijn de sociale media vandaag boos over? Welke meme ben ik aan het missen? Hoe snel heeft de Belgische lichte dubbel-twee geroeid op de Spelen? En als aan het einde van de dag te weinig woorden op papier staan, is het wonderwel nooit mijn eigen schuld.

Goed om weten

Je focusvermogen is niet zomaar een knopje dat je even aanzet. De gouden formule bestaat niet. Links en rechts wat aan je gewoontes tweaken is de beste aanpak om je flowkansen te verhogen. Iets om zeker eens uit te proberen: installeer een pomodoro-teller in je browser, een digitale equivalent van de keukenwekker.

Wat heb ik geleerd?

Dankzij het thuiswerk is het al beter. Maar in alle eerlijkheid: mijn concentratievermogen laat het al eens afweten. Terwijl ik het wellicht kan gebruiken, haal ik meestal mijn neus op voor allerlei zelfhulptechnieken. Ik was dus sceptisch over leren concentreren. Maar zoals bij veel zaken in het leven loont het de verwachtingen niet te hoog te leggen en in babystapjes vooruitgang te boeken.

Het goede nieuws is: concentreren kan je leren. Dat is wat het internet me vertelt als ik aan het googelen ga. Ik kan me inschrijven voor een cursus die in twee halve dagen mijn hoofd op scherp zet, en dat voor een vriendenprijs van 500 euro. Ik krijg reclame voor pillen - 100% vegan, free shipping! - die geestelijke prestaties bevorderen. Ik struikel over de productiviteitsgoeroes die me beloven dat een bovenmenselijk focusvermogen ook voor mij haalbaar is, als ik maar hun online les, vol lifehacks, van amper twee uur volg. Ik vraag me af: hoe ga ik me in godsnaam twee uur kunnen concentreren op een video over concentreren?’

Dan mailt een collega me een artikel waar ik wel mijn aandacht bij kan houden. Het gaat over een moderne superkracht in ons tijdperk van afleiding: flow. Het is een mentale toestand van hyperfocus waarin je op je allerbeste kan presteren omdat je één wordt met je bezigheid, ondergedompeld in je doel en afgeschermd van prikkels. Een turbo voor je brein.

Het is wat atleten en kunstenaars ervaren als ze in the zone zijn, maar waarmee ook bureauwerkers hun voordeel kunnen doen. In een flow zijn mensen tot vijf keer productiever, staat in een studie van de consultant McKinsey. De Hongaars-Amerikaanse psycholoog Mihaly Csikszentmihaly - zijn naam juist schrijven vergt opperste concentratie - prikte de term in de jaren zeventig. Steven Kotler, een Amerikaanse auteur van boeken over het optimaliseren van prestaties allerhande, tekende voor de popularisering.

Aandachtsritueel

Ik bel Stefan van der Stigchel, hoogleraar cognitieve psychologie aan de Universiteit Utrecht, met de vraag me de magische formule voor flow te leren. Maar zo werkt het helaas niet. ‘Er is geen one-size-fits-alloplossing voor een betere concentratie. Als iemand belooft dat je met dit schema of die techniek gegarandeerd resultaat boekt, loont het argwanend te zijn.’ Maar er is hoop, zegt de Nederlander. Flow komt misschien niet op bestelling, maar het bestaat wel, in de juiste omstandigheden en met de juiste motivatie. En iedereen kan zijn kansen op flow stimuleren.

Van der Stigchels beste advies om mijn kans op flow te verbeteren: experimenteren met kleine aanpassingen in mijn dag en mijn omgeving. In zijn boek ‘Grip op je aandacht’ geeft hij 49 concrete tips, de ene al bruikbaarder dan de andere. Ze lijken zo simpel dat ik er zelf ook op had kunnen komen, maar waarvoor ik waarschijnlijk de discipline mis. Het zijn niet meer dan tweakjes aan de werkdag. Flow is misschien geen knopje dat je kan aanzetten, maar ik ervaar op de duur wel dat er verschillende knopjes zijn waaraan ik kan draaien in de hoop dat de superkracht over me neerdaalt.

Beethoven telde elke ochtend zorgvuldig de zestig bonen die hij gebruikte voor zijn kop koffie, en ging dan aan het componeren.

Er zijn drie regeltjes die helpen, elk op hun manier en in combinatie met elkaar. De eerste is het leren wennen aan een kort aandachtsritueel aan het begin van elke concentratieperiode. Beethoven telde elke ochtend zorgvuldig de zestig bonen die hij gebruikte voor zijn kop koffie, en ging dan aan het componeren.

Ik zoek ook mijn heil bij de goddelijke drank en probeer me de gewoonte aan te meten elk nieuw blok te beginnen met een verse kop die ik in de keuken ga halen. Dus geen koffie als pauze, maar als conditionering om werk vast te pakken. Dat lukt natuurlijk maar een paar keer per dag, en alleen tot halverwege de namiddag, want te veel cafeïne werkt averechts. Het is wel ideaal om het werkgeheugen helemaal leeg te maken, leer ik van van der Stigchel. Dat is het deel van het brein in de frontale kwab waarmee we taken uitvoeren, en dat - helaas - maar één taak aankan.

De tweede is zelfs nog logischer. Ik probeer slechte gewoontes onbereikbaar te maken. Dus als het kan mailbox dicht, browser weg en telefoon op vliegtuigstand. Zo moet ik meerdere handelingen uitvoeren voor ik tot bij de verboden afleiding kom. Het is een middel tegen de externe prikkels die vandaag vooral van dekselse/geweldige technologie komen, minder tegen de interne.

‘Ons brein is als een radar die met onze zintuigen de omgeving scant’, zegt van der Stigchel. ‘Als er ergens verandering is, en die is groot, dan is er een circuit breaker die de boel platlegt en tegen het werkgeheugen zegt: dit moet je nu weten. We zijn geprogrammeerd om alert te zijn voor potentieel gevaar. Alleen hackt moderne technologie dat systeem.’ Maar er is ook interne afleiding in de vorm van gedachten die opborrelen, een signaal dat het werkgeheugen leegloopt. ‘Het is een kwestie van beide constant te onderdrukken.’

Pomodore

De gunstigste ingreep is een betere dagindeling. Door de dag in duidelijk afgescheiden blokken op te splitsen probeer ik tot meer orde te komen. Taakjes als lezen, mails verwerken of overleggen scheid ik van een concentratieblok voor het echte denkwerk. Alleen, in de praktijk is dat niet altijd eenvoudig. Het is bijvoorbeeld niet bevorderlijk voor communicatie met collega’s.

Van der Stigchelen, die elke dag tussen 13 en 15 uur onbereikbaar is, stelt oplossingen voor als een permanente out-of-officemelding die automatisch antwoordt dat je twee keer per dag mails leest. ‘Twee uur per dag echte concentratie is een enorme winst voor velen. Het is een kwestie van afspraken. We kunnen nu eenmaal niet de hele dag knallen, en we kunnen niet alles tegelijk doen. Rustmomenten zijn nodig omdat concentreren veel energie vergt.’

Twee uur per dag echte concentratie is een enorme tijdwinst voor velen.
Stefan van der Stigchel
Hoogleraar cognitieve psychologie

Ik test ook een variant op dat indelen die de voorbije jaren erg populair is geworden in zelfhulpkringen: pomodoro. Het eenvoudige principe werd in de jaren tachtig uitgevonden door de Italiaan Francesco Cirillo met behulp van een tomaatvormige keukenwekker - vandaar de naam. Pomodoro schrijft voor 25 minuten geconcentreerd te werken, en jezelf daarna te belonen met 5 minuten pauze. Doe dat vier keer, en je krijgt een langere pauze. Een echte kookwekker is niet nodig, er bestaan tientallen browserextensies. Ik kies ‘pomodoro assistant’ Marinara, die een tikkend klokje aan mijn scherm toevoegt en rinkelt als de tijd erop zit.

Het is een simpele tool, maar met het aanzetten van de teller lijk ik ook mezelf te activeren. Het helpt om discipline op te leggen. Althans, in het begin. Het effect sterft relatief snel uit, soms zit ik af te tellen tot het tijd is, op andere momenten ben ik juist nog niet klaar voor pauze. Van der Stigchel: ‘Het mechanisme erachter is heel goed: een afwisseling tussen volle focus en rust. Maar die 25 minuten zijn totaal willekeurig. Het is weer zo’n quick -and-dirtyoplossing die zogezegd voor iedereen zou moeten werken. Het ideaal is je eigen interne keukenwekker te ontwikkelen.’

Net wanneer ik wat minder denk aan mijn opdracht om me optimaal te concentreren, op een regenachtige dinsdagnamiddag, overkomt me iets. Ik moet een artikel af hebben en voor een keer vliegen de woorden eraan. De wereld draait ondertussen door, maar ik slaag erin me daar even niets van aan te trekken. Hoelang precies weet ik niet, maar er moet toch zeker een uur zijn gepasseerd als de gedachte binnenschiet: zit ik in een fl...?

Hé, kijk, een tweet!

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie