Advertentie

Verschillen tussen autoverzekeringen zijn groot

(netto) - De afschaffing van het bonus-malussysteem in 2004 heeft verzekeringsmaatschappijen ertoe aangezet elk een eigen systeem op poten te zetten. Toch komen de verschillende structuren op hetzelfde neer. Personen met een laag risicoprofiel worden zwaar bevoordeeld ten opzichte van personen met een hoger risicoprofiel.

Sinds januari 2004 is het bonus-malussysteem officieel verdwenen. Dat is althans de theorie. Want Kris, een ervaren automobilist, argumenteert: 'Het systeem is helemaal niet verdwenen. Mijn verzekeringsmaatschappij werkt met een schaalverdeling. Ik zit in de bonusschaal en krijg elk jaar een korting.' Volledig ongelijk heeft Kris niet. Het enige wat verdwenen is, is het uniforme Belgische systeem dat voor iedereen bij elke maatschappij hetzelfde was. De Europese Commissie was van mening dat dit systeem een belemmering was voor de vrije markt omdat het de tarieven te veel in een keurslijf stopte.

Minder risico, minder betalen

Sinds twee jaar wordt een andere vorm van bonus-malus toegepast. Het is een systeem dat elke maatschappij zelf opstelt. Sommige maatschappijen kennen kortingen toe aan automobilisten die geen ongelukken hebben gehad in de voorbije jaren, anderen verhogen de premies dan weer niet voor die chauffeurs. Maar ze hebben allemaal één punt gemeen: de bevoordeling van de voorzichtige chauffeur die op het platteland woont en die dus weinig risico loopt op ongevallen. Kris, 52 jaar, die in Zwevezele woont, heeft minder risico op een ongeval dan Kevin, 27 jaar, die in Brussel woont.

Eigenlijk komt het neer op een statistische oefening. Er zijn zeker personen met een vergelijkbaar profiel als Kris, maar die wel een gevaar zijn op de weg. Alleen vormen die een minderheid. Er zijn ook voorzichtige Kevins die geen ongevallen veroorzaken, maar ze zijn niet in de meerderheid. De segmentering van de markt ligt dus aan de basis van de technieken die verzekeringsmaatschappijen nauwgezet volgen. Het probleem is alleen dat deze technieken niets te maken hebben met de voorzichtigheid of de ervaring van de automobilist zelf.

Kijk en vergelijk

Aan de collectieve premieberekeningen wordt nog een element toegevoegd: het type wagen. Men hoort vaak zeggen 'ik blijf bij mijn makelaar. Het haalt niets uit om van maatschappij te veranderen, ze hanteren immers allemaal hetzelfde tarief'. Dat klopt natuurlijk niet volledig, maar er zit toch een zekere waarheid in. Een onafhankelijke makelaar zal de markt afschuimen op zoek naar een contract dat zijn cliënt de beste voorwaarden biedt. Waarom zou u dan veranderen?

Anderzijds is het fout dat alle maatschappijen dezelfde tarieven bieden. Als Kris uit Zwevezele, die met een Opel Astra van 1994 rijdt, zijn premie vergelijkt met die van Kevin uit Brussel, die met een Seat Ibiza rijdt, is er een groot verschil. Dat is logisch omdat het twee verschillende profielen zijn. Maar ook tussen vergelijkbare profielen zijn er grote verschillen. De premieverschillen voor een automobilist van ongeveer 40 jaar oud met een 'gemiddelde' wagen kunnen oplopen tot 50 procent tussen de verschillende maatschappijen. Stel dat u voor een omniumverzekering met rechtsbijstand kiest, dan kost u dat ruwweg 1.700 euro. Dan kunnen verschillen van enkele tientallen procenten dus wel de moeite zijn.

Voor personen die tot een hogere risicoklasse behoren, zijn de verschillen kleiner. Maar ook voor hen kan het verschil tot 30 procent oplopen. Een automobilist van 25 jaar die net aan het werk is, zal een premie tot 2.000 euro betalen voor een omniumverzekering voor een Renault Clio.

Wil dat alles dan zeggen: arme Kevin en gelukkige Kris? Niet noodzakelijk. Kris moet zich voorbereiden op slechtere tijden. Op zestigjarige leeftijd komt hij in een veel hogere risicoklasse terecht. De maatschappijen geven geen cadeaus aan de jongeren, maar ook niet aan de senioren. De segmentatie, daar draait het om.

JBl

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud