Sparen en beleggen zonder roerende voorheffing

Sparen zonder belasting te betalen. Het kan. Maar hoe pakt u het best aan? We zetten de mogelijkheden op een rijtje.

Spaarboekjes zijn vrij van roerende voorheffing. Vermits deze gunstmaatregel vooral bedoeld is voor de ?kleine spaarder? werden hier wel enkele voorwaarden aan gekoppeld. Ten eerste mogen de interesten niet hoger oplopen dan € 1.600 (jaarlijks geïndexeerd) per persoon (vanaf 2006). Dat komt overeen met een spaartegoed van ongeveer € 53.000. Loopt het tegoed op uw boekje hoger op, zodat u meer interesten ontvangt, dan houdt de bankier van het interestsurplus automatisch 15 procent roerende voorheffing af. Om dat te vermijden openen vele spaarders een tweede boekje (op een andere naam of bij een andere bank) zodat de interesten niet boven de grens uitkomen. In principe bent u dan echter wél verplicht om het surplus aan te geven op belastingaangifte.

Merk ook op dat enkel de zogenaamde 'gereglementeerde spaarboekjes' van de vrijstelling van roerende voorheffing genieten. Op deze spaarboekjes moet de rentevergoeding verplicht bestaan uit een basisinterest, die maximaal 4 procent mag bedragen, eventueel aangevuld met een aangroei- en getrouwheidspremie. De premies mogen maximaal 2 procent bedragen. De getrouwheids- en de aangroeipremie kunnen nooit samen toegekend worden. Dat betekent dat toegekende rente maximaal 6 procent kan bedragen.

Met vastrentende verzekeringsbeleggingen, zoals verzekeringsbons, bent u onder bepaalde voorwaarden vrijgesteld van roerende voorheffing. Laat u het geld minimum 8 jaar staan of koppelt u een overlijdensdekking van minimum 130 procent van het gestorte bedrag aan de rekening, dan is géén roerende voorheffing verschuldigd. Zo?n overlijdensdekking wordt om fiscale redenen dan ook door vele verzekeringsspaarders afgesloten (en is soms zelfs verplicht). Voor wie jonger is dan 60 jaar is de kost ervan overigens verwaarloosbaar. Maar vanaf de leeftijd van 60 à 65 jaar begint de kostprijs al wat zwaarder door te wegen. En bent u de 70 gepasseerd, dan kan u beter gewoon roerende voorheffing betalen of het geld 8 jaar laten staan.
Ook op een verzekeringsrekening zonder vaste looptijd (van minimum 8 jaar) en zonder overlijdensdekking kan de roerende voorheffing echter beperkt blijven. U moet deze belasting immers niet automatisch betalen op de volledige toegekende interest maar enkel op het opgenomen gedeelte. En vermits elke geldopname voor een deel uit kapitaal en voor een deel uit interest bestaat, betaalt u vaak slechts interest op een zeer beperkt bedrag. Bovendien gaat men voor de berekening van de roerende voorheffing slechts uit van een interest van 4,75 procent. Heeft u meer rente gekregen, dan is het surplus vrij van roerende voorheffing. Dat alles maakt dat de roerende voorheffing op deze rekeningen in de praktijk meestal miniem blijft wanneer u tijdens de eerste acht jaar alleen zo nu en dan wat geld opneemt.

Ook sicavs en beveks zijn vrijgesteld van belasting. Ontvangt een bevek dividenden, dan is het fonds daarop geen roerende voorheffing verschuldigd. En ook koerswinst is voor een bevek belastingvrij. Belegt u daarentegen zelf in aandelen, dan moet u van elk dividend een stukje afstaan aan de fiscus. Eenzelfde beleggingsportefeuille brengt voor een bevek dus meer op dan voor u als particuliere belegger.
Betaalt de bevek de ontvangen dividenden en koerswinst uit aan de belegger onder de vorm van een jaarlijkse coupon, dan verdwijnt het fiscaal voordeel echter opnieuw. Op bevekcoupons is immers roerende voorheffing verschuldigd (25 procent als u een Luxemburgse bevek of sicav bezit en 15 procent wanneer u een Belgische bevek bezit). Kiest u echter voor een bevek zonder couponuitkering, dan omzeilt u op een slimme manier die belasting. Worden er geen dividenden uitbetaald dan wordt de winst immers opgenomen in het fondsvermogen en mee herbelegd. De dividenden worden op die manier omgezet in bevekmeerwaarden. Die meerwaarde kan u te gelde maken door een één of meerdere deelbewijzen van de bevek te verkopen tegen de gestegen inventariswaarde. En dan betaalt u ... geen belasting.

Sommigen trachten de roerende voorheffing te omzeilen door de coupons van hun obligaties in Luxemburg of Nederland te innen. Maar dat houdt de nodige risico?s in. Wordt u aan de grens betrapt met bankdocumenten op zak, dan bent u er gloeiend bij. Bovendien wordt deze manier van belastingontduiking vanaf 1 juli 2005 onmogelijk. Volgens een akkoord over de Europese spaarfiscaliteit zal vanaf dan een systeem van informatie-uitwisseling gelden tussen de EU-landen. Int u als Belgisch rijksinwoner uw coupons in een ander EU-land, dan worden uw gegevens automatisch doorgespeeld naar de Belgische fiscale diensten zodat die uw beleggingsinkomsten achteraf kunnen belasten. Voor Luxemburg, Oostenrijk en België geldt een uitzonderingsregime. Deze landen zullen geen informatie met de andere lidstaten uitwisselen, maar rekenen een Europese bronheffing aan. Die bedraagt 15 procent vanaf 2005 en 20 procent vanaf 2008. In 2011 stappen zij in principe mee over op het systeem van gegevensuitwisseling.

Niemand betaalt graag belasting op zijn interesten en dividenden. Maar met sommige beleggingen is de roerende voorheffing echt niet te vermijden. Hoeveel roerende voorheffing betaalt u op uw beleggingen en hoe kan u die gewraakte belasting maximaal omzeilen?

De roerende voorheffing kent in ons land twee verschillende tarieven. Het uitgangspunt is erg eenvoudig. Op risicoloze interesten is 15 procent roerende voorheffing verschuldigd. Voor risicodragend kapitaal geldt een tarief van 25 procent. Op het algemeen basisprincipe bestaan echter tal van uitzonderingen. Laat ons even overlopen welke (legale) mogelijkheden er bestaan om de roerende voorheffing zo veel mogelijk te vermijden.

Wie spaargeld aanhoudt op een klassiek spaarboekje - ook wel het volkssparen genoemd - is vrijgesteld van roerende voorheffing tot een rentebedrag van 1.600 euro (rente-inkomsten van 2006). Keert een financiële instelling meer rente uit, dan moet ze op het surplus 15 procent roerende voorheffing inhouden. Die vrijstelling geldt per belastingplichtige. In een gezin kunnen beide partners dus 1.600 euro belastingvrije rente ontvangen. In de praktijk verdubbelen de banken het plafond tot 3.200 euro als een spaarrekening op naam van de twee partners staat. Voor boekjes op één naam wordt een renteplafond van 1.600 euro gehanteerd. Spaarders die het niet zo nauw nemen met de fiscale deontologie openen wel eens spaarboekjes bij verschillende banken. Op die manier willen ze de roerende voorheffing omzeilen als hun totale interestbedrag boven het wettelijk plafond uitkomt.

Van de interesten die worden uitbetaald op een verzekeringsrekening (tak 21 zoals Crest, First...) wordt niet automatisch roerende voorheffing ingehouden. De belasting wordt enkel ingehouden als de spaarder de interest binnen de acht jaar opneemt van de rekening. Laat u de interest acht jaar staan, dan omzeilt u de roerende voorheffing dus op volstrekt legale wijze. Neemt u geld op voor er acht jaar verstreken zijn, dan wordt elke geldopname opgesplitst in een rente- en een kapitaalgedeelte. Of met een voorbeeld: Stort u 10.000 euro op een verzekeringsrekening en komt daar na een jaar 500 euro rente bij, dan komt het totale tegoed op 10.500 euro. Neemt u van dat bedrag later 1.000 euro op, dan wordt daarvan 47,6 euro beschouwd als rente en het overige als kapitaal. Van de opgenomen rente wordt 15 procent roerende voorheffing afgehouden.

Belegt u als particulier in aandelen, dan moet u 25 procent roerende voorheffing betalen op de dividenden die u incasseert (15 procent met VVPR-strip, zie ook deel 4 'Hoe belast de fiscus uw aandelen?'). Belegt een bevek in aandelen, dan is die echter geen belasting verschuldigd op de ontvangen dividenden. Koopt u als belegger deelbewijzen van een aandelenbevek, dan kan u via een omweg die vrijstelling van roerende voorheffing waarvan de bevek geniet, doorschuiven naar uw eigen portemonnee. U moet dan wel kiezen voor een bevek zonder couponuitkering. Bij zo'n bevek doen de ontvangen dividenden de waarde van de deelbewijzen toenemen, en worden de dividenden dus omgezet in meerwaarde. En op die meerwaarde bent u - net als bij gewone aandelen - nooit roerende voorheffing verschuldigd!

Frida Deceunynck

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect