Zijn kas-, staats-, en verzekeringsbons nog wel de moeite?

In de huidige marktomstandigheden zijn kas-, staats-, en verzekeringsbons (en alle varianten zoals achtergestelde certificaten, aangroeibons, maxibons...) niet meer interessant. Qua rendement moeten ze na inhouding van roerende voorheffing en kosten zelfs veelal onderdoen voor andere vastrentende beleggingen, zoals spaarboekjes of verzekeringsrekeningen. Maar ze hebben nog wel enkele andere plus- (en min-)punten.

  • Kasbons zijn naamloze beleggingen aan toonder. Dat is een voordeel dat wij Belgen zeer op prijs stellen. Want wat naamloos is, kan ongemerkt worden doorgegeven. Zo veranderen kasbons bij een overlijden wel eens onopgemerkt van eigenaar om erfenisrechten te ontduiken. Vanaf 2007 of 2008 is het echter gedaan met naamloze kasbons, zo werd reeds aangekondigd. Vanaf dan zal u verplicht zijn om kasbons bij de bank in bewaring te geven op naam. Effecten aan toonder zullen vanaf dan verboden zijn.
  • Gaat uw bank overkop, dan zijn uw kasbons niet verloren. Die worden immers gewaarborgd door de Beschermingsregeling voor deposito?s en financiële instrumenten. Die waarborg is evenwel beperkt tot € 20.000 per persoon. Merk wel op dat enkel kasbons die in bewaring worden gegeven bij de bank van deze garantie genieten. Ook andere vastrentende spaarproducten van de bank, zoals spaarboekjes en termijnrekeningen vallen evenwel onder de spaarwaarborg.
  • Een belangrijk nadeel van onze Belgische kasbons is ongetwijfeld de roerende voorheffing. Sinds 1 januari 1996 bedraagt die belasting 15 procent. Wordt het tarief door de overheid veranderd, dan gelden volgende regels. Stijgt de roerende voorheffing, dan geldt het nieuwe tarief voor alle bestaande en nieuwe kasbons. Daalt de roerende voorheffing, dan geldt het nieuwe tarief alleen voor nieuwe kasbons. Bestaande kasbons profiteren dus nooit van een daling van de roerende voorheffing, maar volgen wél elke verhoging.
  • In tegenstelling tot kasbons worden staatsbons niet doorlopend uitgegeven maar slechts op vier vaste tijdstippen per jaar (begin september, december, maart en juni). De belegger heeft daarbij meestal de keuze uit twee staatsbonvarianten. Wat betreft rendement en looptijd zijn deze staatsbons vergelijkbaar met kasbons. Het belangrijkste verschil is evenwel dat ze worden uitgegeven door de staat en niet door uw bank. Daardoor genieten ze volledig van de staatswaarborg terwijl de depositogarantieregeling voor kasbons slechts geldt tot € 20.000, en dan nog op voorwaarde dat ze op naam worden bewaard bij de bank.
  • Staatsbons zijn anonieme effecten die bovendien vlot verhandeld kunnen worden op de beurs. Daar kan u de stukken verkopen tegen een faire prijs. Die faire prijs houdt uiteraard wel rekening met de rentevoet die op uw staatsbons staat. Is de marktrentevoet inmiddels gestegen, dan worden uw oude stukken, met lagere rente, minder aantrekkelijk en zal de prijs terugvallen beneden 100 procent van de aankoopprijs, of ?beneden pari? zoals men zegt. Maar is de rente gedaald sinds uw aankoop, dan bezit u interessante staatsbons die wellicht een koper zullen vinden tegen een prijs die hoger ligt dan 100 procent van uw aankoopprijs (boven pari). Bovenop de marktprijs van de staatsbon krijgt u bij een verkoop ook altijd de interest uitbetaald die verlopen is sinds de vorige couponbetaling. U moet er wel rekening mee houden dat u bij zo?n herverkoop ongeveer 1 à 1,5 procent moet betalen als commissieloon.
  • De coupons van staatsbons zijn altijd onderworpen aan de roerende voorheffing van 15 procent.
  • Fiscaal hebben verzekeringsbons een voetje voor. De interesten kunnen immers vrijgesteld worden van roerende voorheffing. Die vrijstelling krijgt u evenwel enkel wanneer aan één van volgende voorwaarden voldaan is: ofwel moet een overlijdensdekking van minstens 130 procent gekoppeld zijn aan de belegging. Ofwel moet de bon een looptijd hebben van minstens 8 jaar. Laat u een overlijdensdekking aan de bon koppelen, dan wil dat zeggen dat de begunstigde bij overlijden (die u zelf mag aanduiden) minstens 130 procent van het belegde bedrag ontvangt wanneer u voor de vervaldag overlijdt. Voor die overlijdensdekking betaalt u uiteraard wel een extra premie en die vermindert uw rendement. Voor wie ouder is dan 60 à 65 jaar loopt de kostprijs van die overlijdensdekking gewoonlijk hoger op dan de uitgespaarde roerende voorheffing.
  • Een ander nadeel dat het fiscaal voordeel van verzekeringsbons (voor een deel) teniet doet, zijn de -aankoopkosten. Die kunnen oplopen tot meerdere procenten. Sommige banken en verzekeraars rekenen evenwel geen kosten aan. Die zijn uiteraard te verkiezen.
  • Verzekeringsbons worden in België verplicht op naam uitgegeven. Dergelijke bons kan u daardoor onmogelijk anoniem doorgeven aan het nageslacht. De uitkering die de erfgenamen (of de begunstigde) ontvangen, is altijd gekend bij de fiscus.

Frida Deceunynck

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect