Consument profiteert weinig van liberalisering elektriciteitsmarkt

(tijd) - De kostenbesparingen die te danken zijn aan de liberalisering van de elektriciteitsmarkt in Vlaanderen komen slechts in zeer geringe mate tot bij de consument. De meeste kleine verbruikers kunnen wat besparen als ze een nieuw contract afsluiten, maar het grootste deel van de opbrengsten van de liberalisering blijft hangen in de sector.

De Vlaamse elektriciteitsmarkt is pas sinds begin juli 2003 volledig vrijgemaakt. De impact van de volledige vrijmaking is daardoor nog niet goed meetbaar. Het staat wel al vast dat de gemeenten inkomsten verliezen door de liberalisering. Voor de vrijmaking haalden de gemeenten gemiddeld 10 procent van hun budget uit de elektriciteitsintercommunales, waarvan ze aandeelhouder waren. Dat bedrag werd betaald door de klanten van de elektriciteitsintercommunales, die de elektriciteit verkochten en verdeelden. Met de liberalisering is de taak van de intercommunales beperkt tot het beheer van de distributienetten. Het volledige verschil aan inkomsten zwelt daardoor volgend jaar aan tot 248 miljoen euro berekende de CREG. De CREG is de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit ven het gas.

In een transparante markt zou het geld dat de Vlaamse gemeenten verliezen, als vermindering van de elektriciteitsfactuur bij de klanten van de distributienetbeheerders terug te vinden moeten zijn. Daarbij komt dan nog de kostenvermindering door de verbetering van de efficiëntie in de markt. In theorie zou de totale factuur van de klanten van de Vlaamse distributienetbeheerders dus per jaar met een stuk meer dan 250 miljoen euro goedkoper moeten worden. Maar dat is allerminst het geval.

De grootst mogelijke besparing per jaar die de gezinnen, zelfstandigen en kleine ondernemingen in Vlaanderen samen kunnen halen door stelselmatig naar de goedkoopste leverancier over te stappen, bedraagt volgens de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt (VREG) slechts een 100 miljoen euro.

Waar blijft het geld dan hangen? Een deel wordt gebruikt om de gestegen beheerskosten in de elektriciteitssector te dekken: kosten voor de invoering van performantere informaticasystemen en voor de opsplitsing van de geïntegreerde elektriciteitsbedrijven. Er zijn ook nieuwe functies en dus banen in de elektriciteitsbedrijven bijgekomen door de liberalisering.

Er gaat waarschijnlijk ook een deel naar de elektriciteitsproducenten, die vergeleken met vroeger over meer mogelijkheden beschikken om de opbrengsten uit de elektriciteitsproductie te maximaliseren.

Er is trouwens nog een adder in het gras voor de kleine verbruikers. De 100 miljoen euro waarover de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektricitiets- en Gasmarkt (VREG) spreekt, is slechts een theoretisch bedrag. Ruim 90 procent van de gezinnen in Vlaanderen betaalt nog steeds het elektriciteitstarief van voor de vrijmaking begin juli. De totale factuur van de gezinnen is bijgevolg met slechts een klein stukje van de 100 miljoen euro gedaald. De zogenaamde standaardklanten betalen immers doorgaans meer dan wat ze bij de goedkoopste leverancier zouden moeten betalen.

Vanaf begin volgend jaar moeten de klanten van de Vlaamse distributienetbeheerders dan nog in totaal 172 miljoen euro per jaar betalen door de nieuwe heffing op elektriciteit, die het verlies van de gemeenten gedeeltelijk moet compenseren. Als die heffing bovenop het standaardtarief komt, betalen de standaardklanten beduidend meer dan een jaar geleden. De overheid kan de elektriciteitsleveranciers wel verbieden de heffing aan de klanten door te rekenen, maar dan moeten de elektriciteitsleveranciers in veel gevallen met verlies verkopen. En dat laatste is niet lang houdbaar.

Bovendien is de heffing voor de gemeenten niet de enige nieuwe heffing. De boete voor het tekort aan groene stroom komt ook neer op een heffing op het elektriciteitsverbruik, net als de gratis distributie van Vlaamse groene stroom. De boete en de hoeveelheid groene stroom lopen dan elk jaar op. In 2004 betalen de klanten bijgevolg meer dan in 2003. De slotsom is dat de elektriciteitsfactuur in deze omstandigheden alleen duurder kan worden. Er zijn wel individuele afnemers die goedkoper af zijn, maar voor de totale markt loopt de factuur op.

Erik DE LEYE

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud