De Fed en het moeilijke evenwicht tussen stabiele prijzen en jobgroei

De Tijd brengt vanaf vandaag een nieuwe reeks over de centrale banken: wat is hun rol, hoe werken ze en welke invloed oefenen ze uit op de economie? Voor de eerste aflevering trekken we naar Washington, naar de Amerikaanse centrale bank of Fed.

Het Federal Reserve System (Fed) werd in 1913 opgericht om de VS een veiliger, flexibeler en stabieler monetair en financieel systeem te geven. In het begin van de twintigste eeuw worstelden de VS herhaaldelijk met financiële paniek en faillissementen van banken, die de economische ontwikkeling ernstig verstoorden. Het banksysteem was niet in staat financiële instellingen met liquiditeitsproblemen te ondersteunen. Uiteindelijk leidde de zware financiële crisis van 1907 tot de oprichting van de Fed.

De centrale bank heeft een federale structuur: een overkoepelende raad van gouverneurs in Washington DC en twaalf regionale zetels, elk met eigen bevoegdheden. De federale structuur moet de bestuurders een zo goed mogelijk inzicht geven in de economische activiteit van het hele land.

De twaalf regionale zetels zijn elk verantwoordelijk voor enkele staten. Hun ligging is zo gekozen dat geen enkele bank in het land verder dan een treinrit van één nacht verwijderd is van de dichtste regionale zetel.

Bittere strijd

Liefst 37 Amerikaanse steden leverden een vaak bittere strijd om een regionale zetel in de wacht te slepen. Goede politieke connecties hielpen een handje. In 1914 schoten de media van het 'verliezende' Baltimore maandenlang met scherp op John Skelton Williams, een van de drie leden van het Reserve Bank Organization Committee. Williams bedacht zijn thuisstad, het relatief kleine Richmond, met een eigen Fed-kantoor ten koste van het veel grotere Baltimore.

De regio's verzamelen onder meer economische informatie voor de opmaak van het Beige Book, het bekende zeswekelijkse conjunctuurrapport. De naam van dat rapport verwijst naar de kleur van de kaft.

De Fed heeft vier taken: het monetair beleid uitvoeren, toezicht uitoefenen op de banken, de stabiliteit van het financieel systeem handhaven en diensten verlenen aan de financiële sector en de regering. Het monetair beleid moet maximale werkgelegenheid, stabiele prijzen en een matige langetermijnrente nastreven.

De aandacht van de financiële markten gaat vooral uit naar de eerste taak, het monetair beleid. De beslissingen over het monetair beleid worden genomen door het federaal openmarktcomité (FOMC), dat om de zes weken vergadert. De stemgerechtigde leden van dat comité zijn de zeven gouverneurs, de voorzitter van de Fed van New York en vier van de elf presidenten van de andere regionale zetels in een beurtrol. De voorzitter van de Fed van New York heeft altijd stemrecht, omdat die stad het belangrijkste financiële centrum is. Het voornaamste beleidsinstrument van de Federal Reserve is de 'federal funds rate' of interbancaire daggeldrente.

Hoewel het monetair beleid drie doelstellingen nastreeft, spreekt de Fed zelf meestal van een 'dubbelmandaat'. De centrale bank verwijst dan alleen naar maximale werkgelegenheid en prijsstabiliteit. De Fed heeft echter geen expliciete inflatiedoelstelling. De centrale bank heeft wel een favoriete maatstaf van inflatie. Sinds juli 2004 is dat de prijsindex van de persoonlijke consumptie-uitgaven zonder voeding en energie. Die prijsindex omvat veel meer goederen en diensten dan de index van consumptieprijzen van het ministerie van Arbeid. De Fed gelooft dat de kerninflatie, zonder de volatiele prijzen van voeding en energie, beter de fundamentele evolutie van de prijzen weerspiegelt dan de algemene inflatie.

Comfortabel

Toch bestaat er een soort impliciete inflatiedoelstelling. Veel bestuurders zeggen dat ze zich 'comfortabel' voelen met een kerninflatie tussen 1 en 2 procent. De voorbije drie jaar was de kerninflatie bijna altijd hoger dan de impliciete doelstelling. Daarom weigerde de Fed de rente te verlagen, hoewel de economische groei onlangs vertraagde. In 2003 daarentegen was de inflatie zo laag dat de Fed deflatie vreesde. Toen verlaagde de Fed de basisrente tot amper 1 procent, het laagste peil sinds 1958.

Bernanke zou graag een expliciete inflatiedoelstelling invoeren. Hij gelooft dat een concrete doelstelling de transparantie van het monetair beleid zou vergroten.

Maar Bernanke heeft twee soorten tegenstanders. Verscheidene bestuurders van de Fed, onder wie ondervoorzitter Donald Kohn, vrezen dat een expliciete inflatiedoelstelling de manoeuvreerruime van de Fed zou verminderen. Het verzet van het Congres is nog sterker. Enkele invloedrijke Democraten beklemtonen dat een streefcijfer voor de inflatie meer gewicht zou geven aan prijsstabiliteit dan aan maximale werkgelegenheid. Zij vinden beide doelstellingen even belangrijk. 'De invoering van een inflatiedoelstelling zal niet gebeuren zolang wij aan de macht zijn,' waarschuwt Barney Frank, voorzitter van de commissie Financiële Diensten van het Huis van Afgevaardigden.

Betere communicatie

Daarom mikt de Fed in een eerste fase op een verbetering van zijn communicatie. De Fed publiceert nu onmiddellijk na elke vergadering van het FOMC een korte mededeling met een toelichting bij het rentebesluit en informatie over het stemgedrag van de bestuurders. Drie weken later worden de notulen van de FOMC-vergadering vrijgegeven. Voorts overweegt de Fed vaker economische vooruitzichten te publiceren. Maar de Federal Reserve is voorlopig niet van plan persconferenties of interviews te geven over het monetair beleid, zoals de Europese Centrale Bank al jaren doet.

Wouter Vervenne

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud