Focus op tarieven roerende voorheffing te simplistisch

De voorstellen van de Hoge Raad van Financiën (HRF) om de roerende voorheffing te verhogen zijn te eenzijdig. Ze negeren een belangrijk aspect van de spaarfiscaliteit: de vrijstellingen en de aftrekposten, waaronder de aftrekbaarheid van eventuele minwaarden.

(tijd) Het voorstel van de HRF om een belasting van 30 procent op meerwaarden in te voeren en om de roerende voorheffing op intresten te verdubbelen en die op dividenden te verhogen tot 30 procent, veroorzaakte verontwaardiging en leidde tot een storm van kritiek. Om na de te gaan of de voorstellen werkelijk wereldvreemd zijn, ging de redactie na hoe inwoners in het buitenland belast worden op hun spaar- en beleggingsinkomsten.

Zwart op wit

De invoering van een meerwaardebelasting botste op de meeste kritiek. Om de zoveel tijd duiken weliswaar geruchten op over de invoering van een meerwaardebelasting, maar een dergelijk idee stond nooit eerder zwart op wit.

Zoals in België hoeven particuliere beleggers in onze buurlanden in regel geen belasting op meerwaarden te betalen, tenzij ze een groot pakket van de hand doen of ze de aandelen snel opnieuw verkopen.

De Fransen betalen enkel 16 procent (+ 11% sociale bijdragen) belasting op de meerwaarde bij de verkoop van een pakket aandelen dat meer dan 15.000 euro waard is. Maar geduldige beleggers kunnen daaraan ontsnappen. Er geldt immers een progressieve vrijstelling, waardoor de meerwaarde belastingvrij wordt als de aandelen minstens acht jaar in portefeuille blijven.

In Duitsland en Spanje worden meerwaarden belast tegen het progressieve tarief van de personenbelasting als je de aandelen binnen een jaar opnieuw verkoopt, in Luxemburg als je ze binnen zes maanden opnieuw van de hand doet.

In de Verenigde Staten bestaat een meerwaardebelasting van zowat 30 procent. Daar tegenover staat dat minwaarden tot maximaal 3.000 dollar fiscaal aftrekbaar zijn van meerwaarden of van andere inkomsten. In zijn rapport rept de Hoge Raad van Financiën met geen woord over de fiscale aftrekbaarheid van minwaarden.

Ook al hanteren veel landen een progressief tarief, met een vast belastingtarief van 30 procent op dividenden en rente zou België ook op dat vlak tot de koplopers gaan behoren. Alle landen met progressieve tarieven op roerende inkomsten hanteren immers nog heel wat aftrekposten en gunnen de belastingplichtigen veel vrijstellingen, zoals specifieke spaarboekjes in Frankrijk. Die aftrekposten en vrijstellingen verschillen van land tot land.

'Vergeet ook niet dat België de beroepsinkomsten het zwaarst belast. Landen die een hogere bronheffing toepassen, belasten beroepsinkomsten minder zwaar', merkt Bruno Ferrier, specialist internationale fiscaliteit van Puilaetco Dewaay Private Bankers op. Voor de meeste particulieren is spaargeld al belast inkomen uit arbeid. Hoe zwaarder het beroepsinkomen in het verleden belast werd, hoe onrechtvaardiger een hoge(re) taxatie van spaargeld ervaren wordt.

NB

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud